Vorig seizoen kende Club Brugge - nochtans sterk gestart met een negen op negen - in september plots een dip. Slechts één keer winst in vijf wedstrijden, verlies bij titelconcurrent Standard én Europees uitgeschakeld door Brann Bergen. Trainer JackyMathijssen greep in en schakelde zijn 4-4-2 om naar een 4-3-3. Het leverde prompt winst op bij Brussels. Tot de winterstop zou Club in acht wedstrijden niet meer verliezen en alleen tegen Gent gelijk spelen.
...

Vorig seizoen kende Club Brugge - nochtans sterk gestart met een negen op negen - in september plots een dip. Slechts één keer winst in vijf wedstrijden, verlies bij titelconcurrent Standard én Europees uitgeschakeld door Brann Bergen. Trainer JackyMathijssen greep in en schakelde zijn 4-4-2 om naar een 4-3-3. Het leverde prompt winst op bij Brussels. Tot de winterstop zou Club in acht wedstrijden niet meer verliezen en alleen tegen Gent gelijk spelen. Herhaalt de geschiedenis zich? Het mes op de keel na drie competitienederlagen op rij en twee bekeruitschakelingen, greep Mathijssen vorige week opnieuw scherp in. Heette de Limburger volgens mensen uit de eigen ploeg de laatste weken wat minder strijd- en daadkrachtig te lijken dan in zijn beginpe-riode - na de veel bekritiseerde coaching tijdens de wedstrijd tegen Standard bleef hij drie wedstrijden lang gekluisterd aan de bank -, dan bleek dat alvast niet uit zijn keuzes voor het duel van de laatste kans tegen KV Mechelen. De Limburger, die zaterdag als vanouds opnieuw staand coachte, koos voluit voor de lijn die het bestuur uitstippelde en stelde een ploeg op die gemiddeld geen 23 jaar oud was. In één moeite door stelde hij ook het tactische schema bij. Geen 4-4-2 meer, maar een 4-2-3-1, een variante op de 4-3-3. Het leverde ook dit keer direct succes op. Toegegeven, het systeem werd niet altijd even goed uitgevoerd door de acteurs, met name BrechtCapon beleefde niet zijn beste avond aan de rechterkant. De invulling was evenmin die waarop Ajax zijn successen van tien jaar terug bouwde, maar dat was vorig seizoen evenmin het geval. Ook toen waren Sonck en Sterchele niet de klassieke dribbelvaardige buitenspelers. Maar je krijgt op deze manier - je moest het destijds Trond Sollied ook aangeven - een betere bezetting van het middenveld én aanvallend houd je het veld goed breed. Sollied puurde uit die manier van voetballen in elke wedstrijd veel kansen en zaterdag kreeg Club die ook. Geholpen, dat dient gezegd, door de wedstrijdomstandigheden. Om maar te zeggen dat het dus niet alleen de twee debutanten, Vadis Odjidja en Marc-André Kruska, waren, die voor de ommekeer zorgden. Maar ze hadden wel hun inbreng. Het was een risico om ze allebei aan de aftrap te brengen. Beiden hadden amper wedstrijdritme, en voor Odjidja kwam er nog eens bij dat hij door een trap op de enkel anderhalve dag trainingen miste. Anderhalve op vier, want pas dinsdag sloten de twee nieuwkomers aan. Maar beide youngsters hebben talent en dat zag je zaterdag meteen. Ze brachten balvastheid op het middenveld, werkten hard op verdedigend vlak, infiltreerden offensief (Odjidja) of controleerden defensief (Kruska). En ze maakten de anderen beter. Plots zag je voetbal in één tijd, zoals die ene actie waarmee VargasAkpala alleen voor doelman Biebauw afzonderde. De Venezolaan, genietend van zijn vrije rol, deed het op een dieptepas van Kruska, die net als Odjidja wees en stuurde alsof hij al jaren voor Brugge voetbalde. Een rustpunt, eentje dat Brugge op die positie goed kon gebruiken. Club Brugge - Jeroen Simaeys gaf het achteraf volmondig toe - kreeg met de twee nieuwe spelers een duidelijke kwaliteitsinjectie. En heet Marc Kruska voor de Bundesliga nog te klein te zijn, dan vond Jacky Mathijssen daar in de eerste wedstrijd van de Duitser al direct een oplossing voor: hij liet bij uittrappen van de bezoekende doelman Simaeys gewoon alle kopduels op het middenveld aangaan. Meer kwaliteit, ja dus, maar ook (opnieuw) veel engagement. KV Mechelen is een ploeg die de strijd met de tegenstander aangaat, maar dat deed Brugge zaterdag ook. In de eerste helft maakte de thuisploeg vijftien fouten, de bezoekers dertien. Vrijdag poogde Mathijssen nog een beetje de druk van zijn ploeg weg te houden: het was een wedstrijd waarin zijn kop op het spel stond, maar voor de spelers moest het een gewone wedstrijd worden. Maar uiteraard was geen speler - zelfs de Spaanstaligen niet - blind voor de precaire situatie waarin hun coach verkeerde. En zo kon het dat de 3-0 werd gevierd met een ereronde, gevolgd door een luide 'oef'. Veel kansen, ook wat goals en kaarten en twee (gemiste) strafschoppen, het maakte van Club-Yellow Red een boeiend kijkstuk. Maar zoals altijd vraagt het om bevestiging. Mechelen - met een 8 op 12 en een bekerzege tegen Anderlecht vol hoop naar Brugge gekomen - verloor al na 28 minuten Joachim Mununga met rood. Het verdwijnen van de rechtsbuiten hypothekeerde niet alleen de offensieve kansen van Malinwa, ook de defensieve organisatie werd ontregeld. Slag om slinger, zeker na de rust, was de linkerkant vrij. Club maakte daar weinig tot geen gebruik van. Nabil Dirar slaagde er namelijk niet in om zijn dreigende raids een efficiënt vervolg te geven. Kansen omzetten in doelpunten blijft een heikel (werk)punt. Aan de rechterkant was de tegenstand steviger en konden Capon, De Mets en Van Heerden de twijfels niet wegspelen. Kortom: meer kwaliteit ja, doch de efficiëntie kan beter. Twee van de drie goals kwamen van de voet van de centrale verdedigers, voorin blijven hangen bij een spelhervatting. Maar de Brugse coach kon weer even ademen en daar ging het zaterdag om. Heel even. Want zo slim is Mathijssen wel: als het straks weer even tegenslaat, begint het hele gedoe opnieuw. Tot de aanwezige kwaliteit gaat renderen en de coach écht supporter kan worden. Supporter van zijn team. S door peter t'kint