'De echte man van de match, dat is Dimata, die bevestigd heeft dat hij een fenomeen is. Zijn tweede goal, dat was wereldklasse! Als hij verder blijft werken, zal hij een van de beste aanvallers ter wereld worden. Ik wil geen kritiek geven op Martínez en ik vergeet niet wat Batshuayi en Benteke al gepresteerd hebben, om over Lukaku nog maar te zwijgen, maar het zou me plezier doen als hij Dimata selecteert. Hij is echt dé revelatie van het seizoen.'
...

'De echte man van de match, dat is Dimata, die bevestigd heeft dat hij een fenomeen is. Zijn tweede goal, dat was wereldklasse! Als hij verder blijft werken, zal hij een van de beste aanvallers ter wereld worden. Ik wil geen kritiek geven op Martínez en ik vergeet niet wat Batshuayi en Benteke al gepresteerd hebben, om over Lukaku nog maar te zwijgen, maar het zou me plezier doen als hij Dimata selecteert. Hij is echt dé revelatie van het seizoen.' Enkele minuten na de finale van de beker van België, die gewonnen werd na strafschoppen door Zulte Waregem, is Philippe Albert vol lof over de (ongelukkige) jonge held van negentien jaar. Die avond spat Landry Dimata van het scherm. Hij maakt de eerste twee goals van zijn ploeg, de tweede met een subtiel Madjer-hakje, wat van hem meteen de nieuwe offensieve parel van ons voetbal maakt. En toch was Landry Dimata een paar maanden daarvoor nog een nobele onbekende. Hoe kan een spits van dat kaliber zo lang onder de radar gebleven zijn? We schetsen het verhaal van een jonge Brusselaar en zijn steile opmars. We treffen Landry Dimata aan onder de triomfboog van het Jubelpark, niet ver van het ouderlijke huis waar hij opgroeide. Voor de artiesten uit de hoofdstad is dit een plek waar je moét gepasseerd zijn, een beetje het Brusselse mekka van het voetbal. Het is volop lente deze namiddag en de twee voetbalagora's zijn in beslag genomen. De 'kleintjes' hebben dat van hen, terwijl een beetje verderop de meer doorwinterden tegen het leer trappen op hun eigen terrein. Landry kent het hier heel goed, net als Manu, zijn rechterhand, zijn beste vriend, achttien jaar jong, die momenteel bij FC Eppegem speelt in de derde amateurklasse. 'In Brussel groeiden we op te midden van veel talenten die het nooit gemaakt hebben. Landry van zijn kant heeft nooit getwijfeld, die wist waar hij naartoe wilde', zegt Manu, die opgroeide in Strombeek en daar nog altijd woont, maar die wel de twee agora's van het Jubelpark kent. 'Ze komen hier van overal naartoe', gaat Dimata verder. 'Alle goeie Brusselse voetballers hebben hier ooit wel gespeeld.' Zoals twee ex-Anderlechtenaren, Ismael Azzaoui (nu bij Wolfsburg) en Orel Mangala (Dortmund). 'Van het eerste tot het derde middelbaar zat ik in de klas bij Landry, hier wat verderop in Etterbeek', vertelt Mangala. 'Hij was als een broer voor mij, we deelden dezelfde passies. Soms zongen we samen een liedje mee zonder de woorden echt te kennen en dan zongen we toch bijna hetzelfde. Wanneer we op schoolreis gingen, waren wij een beetje de ambiancemakers in de groep. Landry heeft altijd al een soort van naturel over zich gehad.' 'Mijn vader was diplomaat, maar sinds mijn zevende heb ik geen contact meer met hem gehad. Ik ben dus opgegroeid zonder vaderfiguur, met mijn moeder en mijn vier jongere zusjes', vertelde Dimata ons in een eerder interview aan de zee. 'Dat was soms moeilijk. Mijn jeugd was anders dan die van andere kinderen. Ik moest tegelijk de man in huis zijn en een grote broer voor mijn zussen. Daardoor ben ik verantwoordelijk geworden. Door dat verleden ben ik nu ook mentaal sterker. Mijn moeder heeft hard moeten werken opdat wij niks tekort zouden komen. Ik heb geweldig veel respect voor wat zij gerealiseerd heeft. Mijn moeder is een bron van trots en motivatie. Ik ben dan wel opgegroeid zonder vader, er waren veel mensen die mij op mijn weg begeleid en ondersteund hebben. Ik heb een hele ploeg achter mij', lacht hij. Said Algham maakt deel uit van die ploeg. Als coach van de U14 van FC Brussels neemt hij het lot van de jonge Dimata in handen. Die speelde voordien al bij Saint-Michel (vlak bij zijn thuis) en White Star Woluwe. 'Op technisch vlak had hij wat achterstand. Hij was niet de meest begaafde in een ploeg waarin ook Dodi Lukebakio (van Anderlecht naar Toulouse gegaan, nvdr) en Olivier Sarkic (van Anderlecht naar Benfica B, nvdr) speelden. Maar Landry was erg rijp voor zijn leeftijd en werkte keihard. Dat is een van de sleutels tot zijn succes. Ik heb met genoeg spelers gewerkt die de pedalen verloren zodra ze hun eerste salaris opstreken, maar hij bleef ongelooflijk sober', vertelt Algham, die later de jeugd van AA Gent en OH Leuven zou coachen en zelfs even in Peking zou werken aan een opleidingscentrum. Zoals gewoonlijk worden de beste spelers weggeplukt bij de club uit Molenbeek. De meesten van hen komen terecht bij de buur uit Anderlecht (Lukebakio, Sarkic en anderen). Dimata verhuist naar de U15 van RAEC Mons. In het begin heeft hij het daar moeilijk. In Brussel nam de jongen dagelijks de metro om bij FC Brussels te trainen, nu moet hij met de trein pendelen naar Bergen. Wat later gaat evenwel ook Manu naar RAEC Mons en delen beiden een kamer op het internaat van Bergen. Ze delen daar ook lief en leed. Voor ze gaan slapen, oefenen Manu en Landry de geniale bewegingen van Ronaldinho en bij het ontwaken doen ze dat opnieuw. Maar de avonturen van de voormalige Ballon d'Or lijken dan een verre droom. 'Toen ik de U17 en U19 van Mons ging trainen, zat Landry nog bij de U15 en geloofden maar weinig mensen in hem', vertelt Luc Cannoot, die nu sportief directeur is bij RSD Jette. 'Maar ik zag wel iets in hem. Ik ging hem bezoeken op het internaat, ik wilde dat hij zich daar goed voelde.' Dimata ziet zichzelf dan nog als een linksbuiten, een nummer 11, terwijl Cannoot overtuigd is van zijn slaagkansen als 9. 'Hij wist een verdediging aan de praat te houden. Ik heb hem laten werken zodat hij die rol aanvaardde. Zijn looplijnen bijvoorbeeld, we deden die oefening soms 200 keer over, zonder dat hij klaagde. Ik hoor hem nog zeggen: 'Ja, coach. Je hebt gelijk, coach.' Hij was bescheiden, luisterde en nam veel informatie op. De echte déclic kwam er op Oostende, met de U17. Hij viel in en maakte vier goals. Hij was meteen gelanceerd en werd al gauw geselecteerd voor de nationale ploeg. Hij had een overwinningsdrang die erg uitzonderlijk is.' Dimata slaat enkele stappen over en mag uiteindelijk meetrainen met de profs. Het is zo gepland dat hij vanaf het seizoen 2014/15 in de A-kern zou opgenomen worden. Maar Standard, en meer bepaald Christophe Dessy, de directeur van de Académie, willen zo'n talent maar wat graag inlijven en weten de zestienjarige aanvaller te overtuigen. 'Op de Académie werkten we keihard, alsof we bij het leger waren', vertelt Dimata. 'We liepen de hele tijd en kweekten spieren aan. Wanneer je uit de jeugdopleiding van Standard komt, dan kun je zeggen dat je er fysiek klaar voor bent. Standard was een geweldige periode voor mij, misschien wel de mooiste van mijn leven. Bij de jeugd hadden we een ploeg die erboven uitstak.' De jonge Dimata doet bijna dagelijks het traject tussen Brussel en Luik. En als hij nog even wat tijd vrij heeft, gaat hij zich vervolmaken aan de Godson Sport Academy in Aalst. 'Het doel van ons centrum is spelers onderrichten, opvoeden en opvolgen. We willen mannen van hen maken, niet alleen voetballers', legt Dieumerci Vua uit, een oud-prof die in de VS, Dubai en Bahrein speelde en nu trainer is aan de Godson Academy. 'Als hij maar één training had op Standard, dan kon hij in de namiddag bij ons komen trainen. Het gebeurde ook dat we hem filmden tijdens matchen met de reserven van Standard en die beelden dan achteraf samen analyseerden. We hebben heel specifiek getraind, met name op afwerking, zodat hij zijn koelbloedigheid zou bewaren voor de goal.' Net wanneer hij denkt vlak bij zijn doel te zijn bij de Rouches, loopt Dimata zijn grootste ontgoocheling op. Na een nochtans overtuigende winterstage met de profs in januari 2016, waar hij zorgde voor een assist tegen Mainz, wordt hij zonder boe of ba naar de U21 teruggezet. 'Op het moment dat het voor hem misliep bij Standard, heb ik geprobeerd om hem weer wat vertrouwen te geven', zegt Gert Verheyen, de coach van Dimata bij de nationale U18 en U19. 'Het was lastig voor hem, want hij snapte niet waarom hij uitgesloten werd van de profs terwijl anderen wel hun kans kregen.' Ook bij Standard zelf begrijpen weinigen er wat van, bij de jeugdcoaches evenmin als bij de profs. 'Onder de jongeren van Standard behoorde hij echt tot de top', vertelt Adrien Trebel. 'Kijk maar naar zijn statistieken bij de reserven, hij scoorde voortdurend. Op voetbalgebied was hij al redelijk compleet en fysiek is het een beest. Dat zag je zelfs bij de profs. Hij vroeg niet om te spelen, maar om gewoon te mogen meetrainen met de A-kern. En zelfs dat werd geweigerd. Vanuit de kern steunden we zijn verzoek, we spraken er met de coach over en ik weet dat Yannick Ferrera hem in de punt van de aanval wilde zetten, maar blijkbaar was die beslissing niet aan hem... Landry zat in een moeilijke situatie bij Standard, maar hij is altijd zichzelf gebleven. Hij verschilt van andere jongeren, ik heb hem bijvoorbeeld nooit over geld horen praten.' 'Wanneer ik aan Nany denk, dan zeg ik bij mezelf: hij is een man geworden bij Standard. Zijn kwaliteiten als voetballer vormen maar een detail', zegt Patrick Van Kets, zijn trainer bij de U21 van Standard en tegenwoordig verantwoordelijk voor de jeugd van STVV. 'Hij verdient alles wat hem vandaag overkomt', gaat Van Kets verder. 'En dan neem ik toch mijn hoed af voor de coach van KV Oostende. Wie anders zou de sleutels van de aanval aan een jongen van negentien jaar zonder ervaring gegeven hebben? Hij liet hem zelfs staan op momenten dat Nany minder goed was.' 'Het was heel slim van hem om bij Oostende te tekenen, hoewel ik moet toegeven dat ik hem nog niet zo'n parcours zag afleggen in zijn eerste jaar. Hij zei me in het begin van het seizoen, toen hij nog maar een paar minuten had mogen meedoen, dat hij vijftien doelpunten wilde maken. Ik heb toen geprobeerd hem te kalmeren', lacht Gert Verheyen. Sébastien Siani, de kapitein van KV Oostende, was heel snel onder de indruk van de voetbalkwaliteiten van Dimata, maar ook van zijn persoonlijkheid: 'Hij is een jonge speler, maar toch zou je zeggen dat hij een heel bedachtzame man is. Het is alsof hij de raad van de anciens al niet meer nodig heeft. Hij is heel kalm, genoot een zeer goede opvoeding, kent de waarde van de dingen en wordt niet aangetrokken door bijvoorbeeld luxe.' Siani raadde Dimata ook zijn persoonlijke kinesist aan, Benjamin Tubiermont. Die maakt ook deel uit van de staf van Johan Walem bij de nationale beloften. 'We werken momenteel aan het herstel van zijn evenwicht door versterkingsoefeningen van de spieren', legt Tubiermont uit. Dimata komt één keer per week bij hem langs. 'Zijn quadriceps zijn indrukwekkend, maar net zoals veel voetballers heeft hij last van de hamstrings. Door zijn leeftijd en door het feit dat hij pas vorig jaar bij de U21 kwam, is hij nog niet in staat om inspanningen te herhalen. Het is dan ook niet verwonderlijk dat hij tien dagen na de finale een terugslag kreeg. Maar hij is een harde werker. Hij weet dat zijn progressiemarge nog groot is, zijn spieren zouden op 22- à 23-jarige leeftijd volledig tot ontwikkeling moeten gekomen zijn.' 'Zijn progressie gaat zo snel dat je alleen maar verbijsterd kunt zijn door zijn prestaties', erkent Siani. 'Hij heeft nu al de kwaliteiten om hoger te spelen dan Oostende. Natuurlijk moet hij nog leren, maar het is altijd beter om van de besten in een betere competitie te leren. Hij heeft al een indrukwekkende fysiek en een geweldige techniek, hij is een complete aanvaller. Voor mij is hij de parel van onze competitie. Als hij blijft luisteren en leren, zal hij heel binnenkort België van dienst kunnen zijn.' En een nieuwe etappe aangaan in een grote, buitenlandse competitie. DOOR THOMAS BRICMONT - FOTO'S KOEN BAUTERS'In Brussel groeiden we op te midden van veel talenten die het nooit gemaakt hebben. Landry van zijn kant heeft nooit getwijfeld, die wist waar hij naartoe wilde.' - BOEZEMVRIEND MANU 'Yannick Ferrera wilde Dimata in de punt van de aanval zetten, maar blijkbaar was die beslissing niet aan hem...' - ADRIEN TREBEL