Op het eerste gezicht lijkt er weinig veranderd in Genk : buiten Sebastien Pocognoli en Kevin Vandenbergh vertrok er niemand en dan was Vandenbergh niet eens nog een basisspeler. Na het uitvallen van Ivan Bosnjak vorig seizoen stapte Hugo Broos af van het door hem geprefereerde 4-4-2-systeem en ging meestal met één spits voetballen. Zo kwam Faris Haroun als infiltrerende middenvelder weer boven water. Alles viel in de plooi. Zelfde systeem, zelfde spelers : de oude jaargang zou naadloos in de nieuwe overgaan.
...

Op het eerste gezicht lijkt er weinig veranderd in Genk : buiten Sebastien Pocognoli en Kevin Vandenbergh vertrok er niemand en dan was Vandenbergh niet eens nog een basisspeler. Na het uitvallen van Ivan Bosnjak vorig seizoen stapte Hugo Broos af van het door hem geprefereerde 4-4-2-systeem en ging meestal met één spits voetballen. Zo kwam Faris Haroun als infiltrerende middenvelder weer boven water. Alles viel in de plooi. Zelfde systeem, zelfde spelers : de oude jaargang zou naadloos in de nieuwe overgaan. Maar kijk, het loopt voor geen meter. Spelers die vorig seizoen een hoog niveau haalden, blijven daar nu ver onder. Zaterdag tegen Roeselare miste zelfs Hans Cornelis, de enige voetballer in de Genkse verdediging, een paar balcontroles, trapte Tom Soetaers een simpele breedtebal domweg buiten, en straalde Logan Bailly ondanks oranje tijgerpak weerom onzekerheid uit. En Ivan Bosnjak mag dan hersteld zijn van zijn knieblessure, herboren is hij nog niet. "Een aantal spelers kampt met een gebrek aan vertrouwen", sprak Broos na de 0-0 zaterdag. "Natuurlijk willen we hen dat blijven geven, maar we gaan daar nu toch eens goed over nadenken." Zonder hem bij naam te noemen, doelde de trainer vooral op Bosnjak. De Kroaat miste een paar wenkende kansen, al werd de mooiste door Wouter Vrancken over het West-Vlaamse doel getrapt. Meer is er blijkbaar niet nodig om dit Genk uit evenwicht te brengen, want direct na de pauze al schakelde het elftal over op de 'lange halen, gauw thuis'-aanpak. Alsof het een hete aardappel betrof, waren de verdedigers de bal liever snel kwijt dan rijk. De autoriteit die Jean-Philippe Caillet vorig seizoen werd toegedicht, is ver zoek. Eric Matoukou werd al opgeofferd voor Igor Lolo en op links is de situatie dramatisch. Genk voetbalt nog nauwelijks. Vertrouwenscrisis, luidt de verklaring nu. Terecht wellicht, maar soms zit de oorzaak niet alleen in het hoofd, maar ook in de benen. Hoe weinig er ook veranderd lijkt in Genk, het is slechts schijn. Zonder Pocognoli is Soetaers maar half zo sterk meer als vorig seizoen. Kwam Soetaers in balbezit, dan probeerde Pocognoli buitenom te gaan, waardoor hij de hele rechterflank van de tegenstander bestendig onder druk hield. Soetaers profiteerde van die dreiging. Met Tomislav Mikulic is het anders. Meer dan wat plichtmatig opschuiven doet de Kroaat niet en zijn inspeelpasses zijn rampzalig. Normaal is deze positie voorbestemd voor Tiago Silva, die naar men zegt wel offensieve kwaliteiten heeft, maar de nieuwe Braziliaan is al weken niet fit. En op Gonzague Vandooren, de stand-in die na Pocognoli's vertrek plots niet meer weg mocht, rekent blijkbaar niemand. Hij komt pas in beeld als ook de centrale verdedigers à la Mikulic op links zijn uitgeput. Overbodige speler, denk je dan. Ook op rechts stokt de machine. Alex Da Silva is geen speler die, zoals de geblesseerde Thomas Chatelle, buitenom zijn acties maakt en de diepe spits en infiltrerende middenvelders in scoringspositie brengt. Da Silva gaat door het centrum. In plaats van de combinatie op te zoeken om in één-tegen-éénsituaties te komen, zet hij zijn dribbels meestal van (te) ver in. Dat leidt geregeld tot balverlies. Hij heeft zijn momenten (uit bij Sarajevo was hij de gevaarlijkste man), maar structuur brengt het niet in het Genkse spel. Mohamed Dahmane en Elyaniv Barda kregen ook al speelminuten, vooral tijdens invalbeurten. Drie rechtsbuitens met een verschillend profiel en een trainer die niet kan kiezen : dat moet voor problemen zorgen. Duidelijk is dat Genk zonder Pocognoli en Chatelle mist wat het zo sterk maakte : wervelend flankenspel. Hun vervangers hebben andere profielen en dat heeft consequenties voor het rendement van sommige ploegmaats. Op die subtiel veranderde situatie lijkt men zich in Genk te hebben verkeken. De ploeg mist, ondanks grotendeels dezelfde namen, houvast en automatismen. En dan wordt de verleiding groot om zijn toevlucht te nemen tot lange ballen. "Als de ruimte niet in de rug van onze aanvallers ligt, is dat geen oplossing", was aanvoerder Cornelis scherp na de scoreloze draw tegen Roeselare. "Hier zal zeker nog over worden gepraat." Volgens de rechtsachter gebeurt het zeker niet in opdracht van trainer Broos. Zijn falende coaching in Sarajevo had nochtans die indruk kunnen wekken. Broos reageerde op de voorsprong van zijn ploeg door snel Goran Ljubojevic en Vandooren in de strijd te gooien, de twee grootste veldspelers (1,90m en 1,93m) uit zijn selectie. Wat te vrezen viel, gebeurde : met nog twintig minuten te gaan schakelde Genk over op de lange bal. Toevalsvoetbal was het tegen een Bosnische tegenstander die uitblonk in gestalte en slechts al voetballend te kraken was geweest. Zeker nadat zowat iedereen in Genk na de thuisnederlaag had verkondigd dat zij véél beter waren dan dit Sarajevo. Dat optimisme stond al in schril contrast met de behoudende basisopstelling. In de Genkse driehoek op het middenveld stonden drie balafpakkers, ook op de aanvallende posities : Vrancken, Balazs Tóth en de uit het niets wederoptredende Wim De Decker. Die laatste keuze was verrassend in een wedstrijd waarin Genk maar één opdracht had : minstens twee keer scoren. Zonder Haroun of Jelle Vossen miste het voetballend en scorend vermogen vanuit de tweede lijn. Hoogmoed en verkeerde tactische keuzes, zo lijkt het, leidden tot de hard aangekomen Europese uitschakeling. Opvallend na vijf wedstrijden is tot slot dat behalve in het eerste duel tegen FK Sarajevo, er geen plaats meer is voor Faris Haroun. De man die vorig seizoen eerst weg mocht en daarna onmisbaar heette te zijn, kwam in het kampioenschap nog maar een kwartier in actie. Vossen kreeg drie keer de voorkeur. Uitleg kreeg Haroun vorige week van Broos : hij rekent niet meer op hem. De kans is reëel dat de Brusselaar, bijna 22 en vorig seizoen goed voor vijf doelpunten in half zoveel speelminuten als Vrancken (zes goals), voor 31 augustus aan een nieuwe club probeert te geraken. SDoor Jan Hauspie