Vier speeldagen kon Anderlecht de schijn ophouden dat het samen met Club Brugge en Genk voor de titel zou kunnen strijden. Kortrijk en Oostende werden weggeblazen door de machine van Hein Vanhaezebrouck, nieuwkomers Dimata, Santini, Makarenko, Didillon en Cobbaut werden bejubeld en de supporters zagen door de vingers dat het hogeschoolvoetbal achterwege bleef. Aan de droomstart kwam abrupt een einde toen Anderlecht met 2-1 verloor van Club Brugge. Die match zou het begin inluiden van een langgerekte crisis. Met als absolute dieptepunten de vroege bekerexit thuis tegen 1B-ploeg Union, de roemloze uitschake...

Vier speeldagen kon Anderlecht de schijn ophouden dat het samen met Club Brugge en Genk voor de titel zou kunnen strijden. Kortrijk en Oostende werden weggeblazen door de machine van Hein Vanhaezebrouck, nieuwkomers Dimata, Santini, Makarenko, Didillon en Cobbaut werden bejubeld en de supporters zagen door de vingers dat het hogeschoolvoetbal achterwege bleef. Aan de droomstart kwam abrupt een einde toen Anderlecht met 2-1 verloor van Club Brugge. Die match zou het begin inluiden van een langgerekte crisis. Met als absolute dieptepunten de vroege bekerexit thuis tegen 1B-ploeg Union, de roemloze uitschakeling in de Europa League en de reeks van vijf wedstrijden zonder zeges tegen laagvliegers als Waasland-Beveren en Cercle Brugge. De rode draad in dat hele tijdsverloop? De wisselvalligheid bij de spelers, de desorganisatie op het veld en de vergeefse queeste van Vanhaezebrouck naar een basisploeg. HVH schoof elke week met zijn pionnen, declasseerde zelfs topaankopen als Vranjes, Sanneh en Bakkali, maar bij de buitenwereld ontstond op het einde vooral de perceptie dat hij het niet meer kon bolwerken. Een ding kan hem niet aangewreven worden: dat hij met een kern moest werken die qua pure klasse bijlange niet aan de standaarden van Anderlecht beantwoordde. De bemoeienissen en non-beslissingen van Marc Coucke - het doordrukken van de transfers van Musona en Milic, de toevoeging van dokter Chris Goossens aan de medische staf, de plotse degradatie van sportief directeur Luc Devroe - hielpen ook niet. Het schrijnende aan het hele verhaal is de manier waarop Anderlecht elke kans verkwanselde om dichter bij Genk en Club Brugge te sluipen. Thuis lukte het nog voor paars-wit. De Brusselaars lieten domme punten liggen tegen Antwerp, STVV, Lokeren en Charleroi, maar behoren wel tot de drie beste thuisploegen van de competitie. Op verplaatsing is de balans ronduit beschamend: slechts vier zeges, zes nederlagen en een negatieve doelpuntenverhouding. In een normaal seizoen zou het kot al lang in brand hebben gestaan. Maar opvallend genoeg slikten de fans hun trots in - wellicht zal de ontbolstering van enkele jeugdspelers de pijn verzacht hebben - en keken ze het verval van hun team aan met een apathische blik. Zelfs de meest optimistische supporter kan vandaag niet claimen dat het ticket voor play-off 1 binnen is. Maar het goede nieuws is dat Anderlecht met de nieuwe trainer Fred Rutten wellicht niet dieper kan vallen. Dimata was uit op eerherstel na een seizoen bij Wolfsburg waarin hij geen enkele keer de weg naar doel had gevonden. Vijftien maanden stond hij droog - zijn laatste doelpunt in competitieverband was geleden van 26 april 2017 met Oostende - maar in zijn eerste wedstrijd voor Anderlecht op Kortrijk was het meteen raak. Van half augustus tot half oktober viel de motor van Dimata even stil en moest hij negen matchen op rij afdruipen zonder doelpunt, maar over het algemeen valt hem weinig te verwijten. Met zijn dertien treffers en drie assists is hij bijna betrokken bij de helft van de 37 doelpunten van Anderlecht.