Afgelopen zomer zocht Ajax tevergeefs naar een topaanvaller, waarop Erik ten Hag aan de clubleiding liet weten dat hij - in het verlengde van de clubvisie in de Johan Cruijff ArenA, waar jonge talenten altijd kansen krijgen - als centrumspitsen rekende op Lassina Traoré (19), de in de jeugdploegen vlotscorende Brian Brobbey (18) en pinchhitter Klaas-Jan Huntelaar (37)...

Afgelopen zomer zocht Ajax tevergeefs naar een topaanvaller, waarop Erik ten Hag aan de clubleiding liet weten dat hij - in het verlengde van de clubvisie in de Johan Cruijff ArenA, waar jonge talenten altijd kansen krijgen - als centrumspitsen rekende op Lassina Traoré (19), de in de jeugdploegen vlotscorende Brian Brobbey (18) en pinchhitter Klaas-Jan Huntelaar (37). Op de vleugels moesten de Braziliaanse topaankoop Antony (20, vanaf rechts) en de meer ervaren aanvoerder Dusan Tadic (32, links) voor de aanvoer zorgen. De neef van rechtsbuiten Bertrand Traoré (25, Aston Villa), die in het seizoen 2016/17 nog door Ajax werd gehuurd van Chelsea, speelde van zijn zesde tot 2017 voor Rahimo FC in Burkina Faso. Toen de 1,83 meter grote aanvaller naar het Zuid-Afrikaanse Ajax Cape Town vertrok, werd hij topschutter in het tweede elftal. In 2018 liep Traoré twee stages in Amsterdam, waarna hij in de zomer van 2019 een driejarig profcontract kreeg in Nederland. Jong Ajax moest daarbij voor de spits met rugnummer 23 fungeren als opstap naar de A-kern. Maar al in december 2019 kreeg hij zijn eerste speelminuten in het eerste elftal. Uiteindelijk sloot hij het seizoen af met twee goals en evenveel assists in negen wedstrijden (op een totaal van 347 minuten). 'Lassina brengt veel fysieke power, is een aanspeelpunt, houdt verdedigers bezig en we kunnen over hem doorvoetballen', weet Ten Hag ondertussen. 'In het strafschopgebied is hij meer en meer aanwezig. Lassina voert zijn defensieve taken ook almaar beter uit.' In de Champions League betaalt de Burkinees nog leergeld, maar in de Nederlandse competitie zorgde hij met zijn zeven goals mee voor een nieuw clubrecord van Ajax, dat met 42 treffers na 10 speeldagen beter deed dan de 39 in het seizoen 1981/82.