In Adelaide ging de eerste finale van het jaar tussen Nicola Davydenko en Kristof Vliegen. De Limburger had zichzelf tijdens zijn eerste jaar bij de grote jongens als doel gesteld de hoofdtabel van Roland Garros te halen. Na zijn wonderlijke intrede in januari leek dat een aanvaardbare ambitie, maar Vliegen leerde de tour kennen en het circuit leerde hem te bekampen. Fly kwam nog amper een ronde vooruit en wist zich maar zelden door te zetten op de echt grote evenementen. Een rechtstreeks toegangsticket voor het hoofdveld van Roland Garros kon hij dan ook vergeten. Toch leek hij net op tijd het g...

In Adelaide ging de eerste finale van het jaar tussen Nicola Davydenko en Kristof Vliegen. De Limburger had zichzelf tijdens zijn eerste jaar bij de grote jongens als doel gesteld de hoofdtabel van Roland Garros te halen. Na zijn wonderlijke intrede in januari leek dat een aanvaardbare ambitie, maar Vliegen leerde de tour kennen en het circuit leerde hem te bekampen. Fly kwam nog amper een ronde vooruit en wist zich maar zelden door te zetten op de echt grote evenementen. Een rechtstreeks toegangsticket voor het hoofdveld van Roland Garros kon hij dan ook vergeten. Toch leek hij net op tijd het gravelritme teruggevonden te hebben door in de sterk bezette challenger van Zagreb de hoofdvogel af te schieten. De vreugde was echter van korte duur, want Vliegen mocht al na één kwalificatieronde opkrassen. Voor de grote debutant geen domper op zijn ontwikkeling, want zoals hij zelf al aangaf zullen er zich in de volgende jaren nog veel opportuniteiten aandienen. Met drie Belgen staan ze rond de honderdste plaats geparkeerd. Dick Norman gaat met zijn ranking als een jojo tekeer en blijft het moeilijk hebben om een volwaardig lid van de tophonderd te worden. Toch ziet niemand Stormy Norman graag voor zich opduiken, want zijn onvoorspelbaarheid is tegelijkertijd zijn zwakte én zijn grootste troef. Meer regelmaat legt Christophe Rochus aan de dag. Na zijn annus horribilis kroop hij langzaam aan terug uit het dal, met als hoogtepunt een finaleplaats op het gravelevent van Valencia. Geholpen door zijn Zwitserse toeverlaat Pierre Simsolo bleef hij naarstig verder werken en kwalificeerde hij zich op een aantal interessante toernooien. Zijn tennis, vooral gestoeld op regelmaat en variatie, is minder geniaal dan dat van zijn broer en heeft daarom wat meer tijd nodig om zich uit een vormcrisis te wrikken. Toch lijkt Christophe definitief verlost van zijn mindere periode en heeft ook in Parijs veelbelovende perspectieven. Christophe en Olivier hebben hun bloedband nog wat aangehaald door nu ook van coach te wisselen. Olli krijgt sinds enkele maanden begeleiding van de gewezen trainer van zijn broer, Julien Hoferlin. Dit bekend figuur uit de Belgische tenniswereld geeft de nummer 55 van de wereld blijkbaar het vertrouwen en de motivatie om voluit te geloven in zijn capaciteiten. Het feit dat zowel Hoferlin als Olivier op dezelfde gekke golflengte zitten, kan ook alleen maar een voordeel zijn. Het kleine genie speelde alvast een trosje hoopgevende resultaten bij elkaar, met onder andere twee mooie zeges op uittredend Roland Garroskampioen Albert Costa. In Parijs heeft hij een pittig maar niet ondoenbaar programma voor de boeg. De laatste Belg en hoogst geplaatste landgenoot is Xavier Malisse. Hij zal zeker met argwaan de loting gevolgd hebben. Zijn periode van puntenverdediging komt eraan en de laatste maanden gaven niet direct hoop op een zorgeloos parcours. X-man versleet nog maar eens een coach en leek niet bij machte de negatieve tendens te keren. Steve Martens werd aangeschreven om de meubelen te redden. Malisse kan wegens zijn talent en karakter op eender welk moment ontploffen, maar met een derde ronde tegen Andre Agassi in het vooruitzicht lijkt een evenaring van het vorig jaar behaalde resultaat een zeer lastige opdracht. door Filip Dewulf