Overal waar hij als trainer aan de slag is, pleegt Georges Leekens te pochen met zijn rechtlijnige denkbeelden. Hoe pijnlijk was het daarom om vorige week te constateren dat hij van zijn voetstuk dondert als zijn eigen persoontje plots in de vuurlijn van de kritiek ligt. Wel in honderd bochten heeft deze apostel van het professionalisme zich gewrongen om het interview af te zwakken dat hij twee weken geleden in dit blad over zijn werk in Algerije gaf. Heel eerlijk had Leekens daarin lucht gegeven van zijn gemoedsg...

Overal waar hij als trainer aan de slag is, pleegt Georges Leekens te pochen met zijn rechtlijnige denkbeelden. Hoe pijnlijk was het daarom om vorige week te constateren dat hij van zijn voetstuk dondert als zijn eigen persoontje plots in de vuurlijn van de kritiek ligt. Wel in honderd bochten heeft deze apostel van het professionalisme zich gewrongen om het interview af te zwakken dat hij twee weken geleden in dit blad over zijn werk in Algerije gaf. Heel eerlijk had Leekens daarin lucht gegeven van zijn gemoedsgesteltenis : de uiterst manke organisatie frustreerde hem in hoge mate. Hij staafde dat met verscheidene voorbeelden en vertelde dat je het verstand al eens op nul moest zetten, zonder dat hij de intentie had een negatief beeld op te hangen van het Algerijnse voetbal. Maar Leekens verkeek zich compleet op de (trotse) Algerijnse cultuur. Het interview schoot daar in het verkeerde keelgat. Er ontstond een storm van ongenoegen en Leekens werd door de voorzitter van de Algerijnse voetbalfederatie op het matje geroepen. Van een man die hoge morele waarden koestert, verwacht je dat hij dan moed toont en achter zijn woorden blijft staan. Maar wat deed Leekens ? Hij verschool zich achter een vertaling in ons zusterblad FootMagazine waarin een en ander, zo zei hij, scherper zou zijn gesteld. Later bleek dat Leekens, die zo graag lessen in professionalisme geeft, de vertaling niet eens had gelezen. Anders zou hij hebben geconstateerd dat dit een exacte weergave was van de Nederlandstalige versie, zonder dat er ook maar iets werd aangedikt. De spartelende Leekens, wiens incasseringsvermogen normaal heel groot is, maakte in een poging om zichzelf wit te wassen nóg een uitschuiver : hij zei dat er ten onrechte was gesproken over racisme en dat hij in Algerije in een gepantserde auto werd rondgereden, terwijl daar in het stuk geen sprake van was. En hij had het over indianenverhalen, terwijl al zijn uitspraken (ze staan trouwens op band) zorgvuldig en in hun juiste context waren weergegeven.Dat een beginnend trainer naar uitvluchten zoekt om zichzelf buiten schot te houden, zou je nog kunnen begrijpen. Maar van een man die meer dan dertig jaar in het profvoetbal meedraait, verwacht je dat hij in alle omstandigheden zijn verantwoordelijkheid draagt. Hij mag branden proberen te blussen, maar niet ten koste van anderen. Dat Leekens ook nog woorden als 'smeerlapperij' en 'leugens' durfde te gebruiken en debiteerde dat hij niet duldde dat er aan zijn eer werd geraakt, was pas goed de schaamteloosheid ten top. Want wiens eer wordt hier eigenlijk aangetast ? Die van Leekens of die van een blad dat zijn werk in eer en geweten deed ?door Jacques Sys