Caen. Zo heet de club die de sneltrein die OGC Nice dit seizoen in de Franse competitie is, voor het eerst tot stilstand bracht, net voor de interlandbreak. De eerste competitienederlaag kwam er drie dagen nadat Nice in de Europa League met 0-2 de duimen had moeten leggen tegen Red Bull Salzburg, wat waarschijnlijk de Europese uitschakeling betekent. Daardoor kan Olympique Gymnaste Club de Nice Côte d'Azur zich straks helemaal op het kampioenschap toeleggen. Niet dat het de huidige competitie met grote verwachtingen begon, zegt Julien Fournier, algemeen directeur van OGC. 'We blijven een sympathieke outsider, we speculeren niet op lange termijn.'
...

Caen. Zo heet de club die de sneltrein die OGC Nice dit seizoen in de Franse competitie is, voor het eerst tot stilstand bracht, net voor de interlandbreak. De eerste competitienederlaag kwam er drie dagen nadat Nice in de Europa League met 0-2 de duimen had moeten leggen tegen Red Bull Salzburg, wat waarschijnlijk de Europese uitschakeling betekent. Daardoor kan Olympique Gymnaste Club de Nice Côte d'Azur zich straks helemaal op het kampioenschap toeleggen. Niet dat het de huidige competitie met grote verwachtingen begon, zegt Julien Fournier, algemeen directeur van OGC. 'We blijven een sympathieke outsider, we speculeren niet op lange termijn.' Kan Nice wat Leicester City vorig jaar in Engeland lukte? 'Niemand heeft dat idee in zijn hoofd gestoken, daarvoor wacht men hier al te lang op een titel', zegt Dominique Baratelli, die in de jaren zeventig als keeper van les rouge et noir international was. 'Dat is al zo lang geleden dat een nieuwe titel iets onhaalbaars lijkt.' De laatste keer dat Nice Frans kampioen werd, was in 1959. Het was de laatste titel van vier kampioenenvieringen, allemaal behaald in de jaren vijftig. Het sportieve succes komt ietwat onverwacht, na het vertrek van trainer Claude Puel die het vier jaar voortreffelijk had gedaan maar voor een nieuwe uitdaging in Southampton koos. Puel eindigde vorig seizoen als vierde, net als in zijn eerste van vier werkjaren aan de Azurenkust. Het waren de twee beste resultaten sinds de club in 2002 voor het laatst uit de Ligue 2 steeg. Bij OGC Nice is veel veranderd sinds Jean-Pierre Rivère (59) er op 11 juli 2011 arriveerde. De zakenman, die zijn geld had verdiend met immobiliën, dokte 12 miljoen euro voor 51 procent van de clubaandelen, maar verkocht in juni 80 procent van de club aan nieuwe Chinees-Amerikaanse investeerders met de belofte om over drie jaar plaats te maken. Dat moet hem toelaten om zo'n 10 miljoen euro winst te maken. Intussen blijft hij de club besturen en dat doet hij, in tegenstelling tot andere Franse clubvoorzitters, zonder emoties te laten meespelen. Op het eind klikte het bijvoorbeeld absoluut niet meer tussen de voorzitter en trainer Claude Puel, maar toch liet Rivère hem het seizoen uitdoen omdat hij vond dat Puel het goed deed. Trainers kiezen kan Rivère alvast. Na Puel ging hij voor de Zwitser Lucien Favre, voorheen actief in de Bundesliga bij Hertha BSC en Borussia Mönchengladbach. In een land als Frankrijk, waar buitenlandse trainers meestal argwanend bekeken worden, ontlokt de naam Favre alleen maar positieve reacties en een glimlach, zoals destijds ook het geval was bij Erik Gerets in Marseille. Ook de spelers zijn uitermate positief. Dante Bonfim (ex- Charleroi, ex-Standard) maakte Favre ook mee bij Mönchengladbach en zegt daarover in L'Equipe: 'Ik heb hem bij Gladbach alles zien veranderen toen hij er aankwam, in februari 2011: de mentaliteit, de sfeer, de tactiek. We waren alle vertrouwen kwijt, we zagen geen uitweg meer, maar hij zei: 'Jongens, de oplossing is hier. Doe dit en dat en zus en zo.' We stonden toen laatste, iedereen lachte met ons, maar stap voor stap klommen we omhoog, en het seizoen daarna werden we vierde. Plots zag ik spelers die voorheen bang waren van de bal sterk bezig met die bal.' Mathieu Bodmer, die na omzwervingen bij Lyon, PSG en Saint-Etienne in 2013 bij Nice belandde, omschrijft het zo: 'Favre is uniek: tegelijk erg veeleisend en langs de andere kant heel soepel. Hij is menselijk, maar ook zeker van zijn aanpak. Hij luistert naar zijn spelers en zijn staf en legt zijn ideeën op een zachte manier op. Hij geeft vertrouwen, en je wilt hem dat vertrouwen teruggeven.' De trainer wil met korte combinaties over de grond voetballen, met een mooie opbouw van achteren uit. Met Mario Balotelli en de Marokkaanse international Younès Belhanda (komt van Kiev via Schalke) beschikt Nice over twee spelers die voorin de bal aan de voet kunnen houden. 'Met deze spitsen moet de bal niet vooruitgaan, zij laten de anderen toe om aan te sluiten', vindt ex-speler en ex-trainer Daniel Sánchez. Voorheen mikte Nice op de snelle omschakeling, vandaag speelt het het liefst zelf hoog. Het is niet zeker dat Nice na de winterstop zijn eerste plaats en zijn voorsprong op PSG en Monaco kan vasthouden, maar de club werkt in stilte verder aan de toekomst. Komende lente wordt een nieuw trainingscentrum ingehuldigd. Voorzitter Jean-Pierre Rivère is trots dat hij nooit van zijn vijf principes is afgeweken: 'Eén: de club beheren zonder meer geld uit te trekken dan voorzien. Twee: kiezen voor eigen jeugd om niet te veel te moeten investeren in talent. Drie: het DNA van de club veranderen: in plaats van spelers die de mouwen opstropen overschakelen naar voetballers die zelf het spel kunnen maken. Vier: eigen spelers verkopen met meerwaarde. Vijf: de identiteit van de eigen aanhang behouden en niet gaan naar een bioscooppubliek genre PSG.' Qua beleid zoekt Rivère een eigen weg. Niet die van de Qatarese weelde bij PSG en evenmin die van de Monegaskische koopmansgeest, die vooral een meerwaarde wil realiseren door het doorverkopen van eigen spelers. 'Nice heeft een geschiedenis met gaten, donkere periodes van degradaties, dus moeten we voorzichtig blijven. Als OM, PSG, Monaco en Lyon op niveau presteren, worden we in het beste geval vijfde', vat ex-keeper Dominique Baratelli de situatie gevat samen. Dat is ook de plaats die Nice inneemt in de hiërarchie van de Franse steden. Met 343.000 inwoners is het de vijfde Franse stad, na Parijs, Marseille, Lyon en Toulouse. De laatste twintig jaar konden alleen Auxerre (1996), Lens (1998) en Montpellier (2012) de bestaande sportieve hiërarchie dooreenschudden door onverwacht kampioen te worden. Toen Nice zijn laatste titel vierde, was Jean-Pierre Rivère twee jaar oud. Veel herinnert hij zich er niet van. Om te weten hoe zo'n titel echt proeft, moet het dus nog maar eens gebeuren. DOOR RICCO RIZZITELLI - FOTO'S BELGAIMAGEToen Nice zijn laatste titel vierde, was de voorzitter twee jaar oud.