Wanneer hij uit de wagen komt na zijn eerste bosloop in Sart-Tilman, herkennen we onmiddellijk de karakteristieke kop van Ricardo Manuel Andrade Silva Sà Pinto : het lange, tot op de schouders vallende haar en het door de Portugese zon getaande gezicht. Op 10 oktober wordt hij 34, maar hij wil absoluut bewijzen dat zijn rol in het Europese topvoetbal nog niet is uitgespeeld. De Belgische competitie kan er alleen maar wel bij varen dat hij dat op onze velden wil doen. We hebben hem een zestal jaar geleden voor het eerst ontmoet. In de kleedkamer van Sporting Lissabon stelde Mbo Mpenza ons aan hem voor. De groen-witten uit de Portugese hoofdstad waren voor het eerst sinds achttien jaar kampioen geworden en Sà Pinto speelde toen op het toppunt van zijn kunnen. Wat ons echter vooral trof, was zijn eenvoud en de eerlijkheid die uit zijn wilskrachtige blik sprak. Hij is dan ook een speler wiens carrière leest als een spannend jongensboek : na een aantal erg moeilijke periodes moest hij telkens hard vechten om van ver terug te komen.
...

Wanneer hij uit de wagen komt na zijn eerste bosloop in Sart-Tilman, herkennen we onmiddellijk de karakteristieke kop van Ricardo Manuel Andrade Silva Sà Pinto : het lange, tot op de schouders vallende haar en het door de Portugese zon getaande gezicht. Op 10 oktober wordt hij 34, maar hij wil absoluut bewijzen dat zijn rol in het Europese topvoetbal nog niet is uitgespeeld. De Belgische competitie kan er alleen maar wel bij varen dat hij dat op onze velden wil doen. We hebben hem een zestal jaar geleden voor het eerst ontmoet. In de kleedkamer van Sporting Lissabon stelde Mbo Mpenza ons aan hem voor. De groen-witten uit de Portugese hoofdstad waren voor het eerst sinds achttien jaar kampioen geworden en Sà Pinto speelde toen op het toppunt van zijn kunnen. Wat ons echter vooral trof, was zijn eenvoud en de eerlijkheid die uit zijn wilskrachtige blik sprak. Hij is dan ook een speler wiens carrière leest als een spannend jongensboek : na een aantal erg moeilijke periodes moest hij telkens hard vechten om van ver terug te komen. De profcarrière van Sà Pinto begon veertien jaar geleden bij Salgueiros, een volksclub uit Porto, die nu niet meer bestaat. "Hij was nog geen twintig maar straalde toen al enorm veel autoriteit en leiderschap uit", zegt Jose Luis Pereira, journalist van dagblad Record. "Hij zette de lijnen uit en nam ook nog eens behoorlijk wat goals voor zijn rekening". In 57 wedstrijden scoorde hij 17 keer. Maar daar leerde hij ook meteen dat voetballen soms hard knokken is. Het kostte de kleine club elk jaar bloed, zweet en tranen om het behoud te verzekeren. "In het voorlaatste seizoen duurde het zelfs tot de allerlaatste partij tegen Espinho voor we zeker waren van de redding", zegt Sà Pinto. "Het is één van de wedstrijden die ik niet zo snel zal vergeten." Voor het overige wil hij niet aangeven wat nu hét topmoment uit veertien jaar profvoetbal was. "Mijn debuut in eerste klasse op negentienjarige leeftijd, mijn transfer naar Sporting, twee landstitels, twee Portugese bekers, drie Supercups, een finale van de UEFA-cup, 45 selecties voor de nationale ploeg, waarvoor ik tien keer scoorde, en de deelname aan twee Europese kampioenschappen, voor mij heeft dat allemaal dezelfde waarde. Het is een palmares waarop ik fier mag zijn." Misschien was het nog rijker gestoffeerd geweest als de speler tussen 2000 en 2004 niet vier keer was geopereerd aan de kruisbanden van de knie. De dokters toonden zich toen bijzonder sceptisch, maar hij was bij zijn revalidatie een toonbeeld van moed en optimisme. "Ik zat toen vaak met hem in de ziekenboeg van Sporting omdat ik mijn been gebroken had", zegt de Roemeen Marius Niculae, "en dat ik toen niet heb opgegeven is grotendeels aan hem te danken. We waren trouwens ook buren en hij kwam me vaak wat opmonteren, terwijl hij er wellicht slechter aan toe was dan ik."" Na negen maanden afwezigheid gaf Sà Pinto, die zijn vrouw en zijn dochters van negen en vier meebrengt naar Luik, aan dat hij er tegen november 2004 weer wilde staan "omdat Sporting geen liefdadigheidsinstelling is en ik de club niet tot last wilde zijn", en die deadline haalde hij ook. Tien jaar eerder maakte hij voor het eerst zijn opwachting bij de groen-witten, op een ogenblik dat de afstand tussen die club en Porto en Benfica steeds groter werd. Op 7 september 1994 speelde hij in Noord-Ierland ook zijn eerste interland. En hij kwam sterk voor de dag op Euro 96 in Engeland, toen hij tegen Denemarken de eerste goal maakte. Maar op 26 maart 1997 sloegen de stoppen door. Omdat hij zo boos was dat hij niet was opgeroepen voor de nationale ploeg, sprong hij in een taxi die hem naar de training van de nationale ploeg bracht. Daar kwam het tot een handgemeen met de toenmalige bondscoach, Artur Jorge. Het kwam hem op een schorsing van negen maanden te staan, maar dat belette niet dat Real Sociedad hem zijn vertrouwen schonk. Hij trainde er een jaar mee zonder in actie te kunnen treden en speelde er in de twee seizoenen nadien zeventig wedstrijden. Enkele jaren geleden rookten Sà Pinto en Artur Jorge de vredespijp, maar het incident is dermate uniek in de voetbalgeschiedenis dat niemand het ooit nog zal vergeten. Het geeft ook aan dat Sà Pinto een erg impulsieve voetballer is. Als hij straks samen met Sérgio Conceiçao op het veld staat, kan dat voor een explosieve cocktail zorgen. Uiteraard kennen beide spelers elkaar goed en Sà Pinto geeft zelfs toe dat de aanwezigheid van zijn landgenoot een belangrijke drijfveer was om naar Sclessin te komen. De eerste die hem in Portugal zijn grote misstap vergeeft, is Humberto Coelho, die hem in 1998 terugroept naar de nationale ploeg. "Ricardo is een speler die altijd het beste van zichzelf geeft", weet hij. "Hij heeft veel charisma en maakt altijd zijn truitje nat. Ik heb harde discussies moeten voeren om hem een nieuwe kans te mogen geven, maar hij heeft zelf mijn gelijk bewezen." Bij zijn wederoptreden tegen Hongarije bedankt Sà Pinto de bondscoach alvast met twee goals en in februari 2000 scoort hij in Charleroi tegen België in een wedstrijd als voorbereiding op Euro 2000. Daarin dringt Portugal door tot de halve finales, maar Sà Pinto loopt minder in de kijker dan Nuno Gomes. Hoewel Luis Figo hem vervolgens aanbeveelt bij Real Madrid, keert hij terug naar zijn geliefde Sporting Lissabon, dat inderdaad kampioen wordt. Sà Pinto wordt definitief de lievelingsspeler van het publiek, dat hem de bijnaam "Ricardo Coraçao de Leao" of Richard Leeuwenhart geeft. Sà Pinto is die affectie niet vergeten. Hij koos bij Standard voor het rugnummer...76. "In dat jaar is de supportersclub van Sporting gesticht. Ik wil hen tonen dat ik ook hier aan hen denk", zegt hij daarover. In de geschiedenis van Sporting heeft hij niet dezelfde status als de vroegere doelman Damas of de aanvallers Manuel Fernandes en Yazalde. "Maar de supporters zien hem toch als één van de boegbeelden uit de periode waarin Sporting eindelijk nog eens kampioen kon worden", zegt Luis Norton de Matos, de vroegere speler van Standard die nu trainer is van Vitoria Guimaraes. "De fans houden van hem omdat verliezen niet in zijn woordenboek staat. Hoewel zijn opvliegende karakter hem soms parten heeft gespeeld, is hij eigenlijk een kerel met een zeer goede inborst. Mentaal is hij ijzersterk, technisch kan hij goed genoeg uit de voeten om in één tijd te voetballen en zijn grote sterkte is dat hij het spel bijzonder goed ziet." Aangezien Sà Pinto vorig seizoen nog 27 van de 34 wedstrijden speelde en zo belangrijk was voor het begeleiden van de jonge spelers uit het eigen opleidingscentrum van de club, lijkt het misschien eigenaardig dat hij geen nieuw contract meer kreeg aangeboden. Dat komt omdat Sà Pinto begin april had gezegd dat hij een punt zou zetten achter zijn carrière. Toen hij eind mei van mening veranderde, had trainer Paolo Bento zijn troepen al herschikt om het voortaan zonder de aanvoerder te rooien en hij wilde niet meer op zijn stappen terugkomen. Uiteindelijk wil hij dus een rijk gevulde carrière afsluiten bij Standard. En hij zegt daarvoor zeer erkentelijk te zijn ten opzichte van Luciano D'Onofrio en MichelPreud'homme. Volgens Manuel Dimas, de vroegere rechtsback van Standard, moeten de fans van de Rouches niet vrezen dat hij uitgeblust is : "Vorig seizoen heeft hij bewezen dat zijn blessureleed definitief tot het verleden behoort. En hij heeft een mentaliteit die helemaal bij de Rouches past." Op welke positie hij straks moet spelen, is nog niet duidelijk. "In een 4-4-2 voel ik me best als tweede spits en in een 4-3-3 speel ik het liefst als spelverdeler", zegt Sà Pinto zelf. Volgens Dimas komt hij het best tot zijn recht als diepste aanvaller, maar Niculae ziet hem liever achter de spitsen opereren omdat hij op de eerste 30 meter nog erg snel is en gevaarlijk kan infiltreren. Uiteindelijk zal Johan Boskamp dus de knoop moeten doorhakken. PATRICE SINTZEN