Club Brugge kwam tegen een doorgaans moeilijk te manoeuvreren Charleroi indrukwekkend uit de winteronderbreking (5-1) en toonde vijf dagen later in de heksenketel van de Bosuil bij een dubbele achterstand een buitengewone veerkracht (2-2). Twee keer balde Ivan Leko na afloop de vuisten. Zijn ploeg staat in de halve finale van de beker én telt op acht wedstrijden van het einde van de reguliere competitie negen punten voorsprong op Charleroi en elf op Anderlecht. Dat dit allesbehalve vanzelfsprekend ...

Club Brugge kwam tegen een doorgaans moeilijk te manoeuvreren Charleroi indrukwekkend uit de winteronderbreking (5-1) en toonde vijf dagen later in de heksenketel van de Bosuil bij een dubbele achterstand een buitengewone veerkracht (2-2). Twee keer balde Ivan Leko na afloop de vuisten. Zijn ploeg staat in de halve finale van de beker én telt op acht wedstrijden van het einde van de reguliere competitie negen punten voorsprong op Charleroi en elf op Anderlecht. Dat dit allesbehalve vanzelfsprekend is, gaf vorige week in Het Nieuwsblad ook Anderlechtspeler Pieter Gerkens aan: volgens hem beschikt Anderlecht over meer individuele kwaliteit dan Club Brugge. Het is voor een jonge trainer ook niet vanzelfsprekend om met een door Michel Preud'homme constant tot het uiterste gedreven groep meteen zo sterk te presteren. Het is een verrassing, maar niet voor die jonge trainer zelf. Hij voorspelde het zelfs, lang geleden, toen hij zelf nog voetbalde: als trainer zou hij nog beter zijn dan als speler. Zelfs toen we hem in 2005 in Split voor het eerst ontmoetten, in het strandrestaurant van zijn vriend en ex-Barcelonaspeler Goran Vucevic, praatte hij al als een coach. Zevenentwintig jaar was hij toen. Hij had net getekend voor Club Brugge, nadat hij gelouterd uit Málaga naar zijn moederclub Hajduk was teruggekeerd. Als jeugdspeler was hij met zijn waarnemingsvermogen, snelheid van denken en balgevoel het grootste talent van Kroatië geweest. Een slimme jongen ook, een crack in wiskunde, een universitair met een aan zijn doelstellingen aangepaste levensstijl en een charismatische aanvoerder. Maar in Spanje, buiten zijn comfortzone, was gebleken dat zijn gebrek aan loopsnelheid een Europese topcarrière in de weg zou staan. Mentaal was hij er wel gegroeid, vertelde hij: zijn vechtlust was er meer dan ooit voorheen gewekt, de scherpte die nodig was om zich telkens weer in de ploeg te knokken en te kunnen handhaven. Toen al zat het in zijn hoofd om na zijn spelerscarrière trainer te worden. In België werd de droom hoe hij het zelf als trainer zou doen almaar helderder, bleek elke keer we hem interviewden. Al was die toen nog gekleurd door persoonlijke belangen: zorgen dat hijzelf in de ploeg staat, met snelle en werkkrachtige spelers compact rond zich, om zijn gebreken te camoufleren en zijn kwaliteiten te laten renderen. Dat ongemak stelt zich nu niet meer. Zo'n grote verrassing is het eigenlijk niet dat Club Brugge het onder zijn leiding beter doet dan toen hij zelf nog op het veld stond.