Best scorer in de poulefase van de Champions League: het staat mooi op je cv, ook al zag dat er zonder die persoonlijke onderscheiding al fraai uit voor Marien Moreau (31). Mede dankzij de 133 punten van zijn krachtige hoofdaanvaller mag Topvolley Callant Antwerpen terugblikken op een geslaagd debuut in de Champions League. Antwerpen miste nipt de Final 12, maar bekert Europees wel verder in de CEV Cup. In de zogenaamde Challenge Round, zeg maar de kwartfinales, staat een Belgisch duel met Volley behappy2 Asse-Lennik op het programma. Voor het zover is, wil Antwerpen eerst nog voor het tweede jaar op rij de Belgische beker in de wacht slepen. Daarvoor strijdt het zaterdag in een uitverkocht Sportpaleis tegen - jawel - Asse-Lennik.
...

Best scorer in de poulefase van de Champions League: het staat mooi op je cv, ook al zag dat er zonder die persoonlijke onderscheiding al fraai uit voor Marien Moreau (31). Mede dankzij de 133 punten van zijn krachtige hoofdaanvaller mag Topvolley Callant Antwerpen terugblikken op een geslaagd debuut in de Champions League. Antwerpen miste nipt de Final 12, maar bekert Europees wel verder in de CEV Cup. In de zogenaamde Challenge Round, zeg maar de kwartfinales, staat een Belgisch duel met Volley behappy2 Asse-Lennik op het programma. Voor het zover is, wil Antwerpen eerst nog voor het tweede jaar op rij de Belgische beker in de wacht slepen. Daarvoor strijdt het zaterdag in een uitverkocht Sportpaleis tegen - jawel - Asse-Lennik. Marien Moreau gaat voor zijn eerste prijs, in België welteverstaan want de 98-voudig Franse international doorzwom al heel wat volleybalwatertjes alvorens deze zomer in Scheldestad Antwerpen 'aan te meren'. Hij leerde de sport kennen via een vriendin van zijn moeder, vertelt Moreau. "Net als mijn moeder was zij sportleerkracht. Volleybal was haar passie en ze overtuigde mij om het ook eens te proberen. Ik was twaalf toen. Twee jaar later koos ik voor een sportopleiding op school, in Rouen, en nog eens twee jaar later zat ik al in het Centre national de volley-ball (de volleybalschool van de Franse bond nabij Montpellier waar de grootste talenten hun opleiding krijgen, nvdr)." Tot zijn zestiende combineerde hij het volleybal met handbal en rugby. "Mijn vader was een meer dan behoorlijke rugbyspeler - hij schopte het net niet tot prof - maar uiteindelijk koos ik voor volleybal omdat ik in die sport voor het eerst de kans kreeg om op een hoog niveau aan te treden. Bij het Centre national de volley-ball waren de trainingen vergelijkbaar met die bij een grote club. We trainden dagelijks enkele uren, met ook nog powertraining in de voormiddag." In 2002 tekende Moreau zijn eerste profcontract, bij Lyon in de Franse tweede afdeling. Zijn talent viel ook de topklassers op en na twee seizoenen trok Moreau naar het grote Tours, waar hij als hoofdaanvaller stand-in was voor de Bulgaarse sterspeler Vladimir Nikolov. In zijn eerste campagne daar pakte Tours de nationale beker én de oppergaai, de Champions League. "Het was voor mij als jonge speler fantastisch om enkele keren in te vallen bij Champions Leaguewedstrijden. In de finale in en tegen Thessaloniki speelde ik wel niet - ik weet eerlijk gezegd niet hoe ik het er als onervaren broekje vanaf zou gebracht hebben in een zaal met 12.000 luidruchtige Grieken (lachje) - maar toch blijft het mijn mooiste volleybalherinnering." Tijdens zijn tweede seizoen bij Tours liep Moreau een zware schouderblessure op. Meer dan een half jaar lang bleef hij aan de kant. "Er bestond in Frankrijk zelfs twijfel of ik ooit nog zou kunnen volleyballen. Via een spelersmakelaar vond ik onderdak in Spanje, bij Mallorca dat een tweede hoofdaanvaller zocht naast Guillermo Falasca (ex-Roeselare). Ik kwam er in een supergroep terecht. We werden kampioen en ik speelde ongeveer evenveel als Falasca. Ik bewees dat ik nog niet afgeschreven was voor topvolleybal." Om zich in de kijker te spelen van de Franse bondscoach keerde Moreau terug naar Frankrijk. En met succes, want als speler van het nochtans bescheiden Asnières werd hij in 2007 voor het eerst opgeroepen voor de nationale ploeg. Na Asnières volgde een heel sterk seizoen bij Toulouse, wat hem een transfer opleverde naar topclub Cannes. "Het doel was de titel, maar hoewel we er het eerste jaar dichtbij waren en de play-offfinale bereikten, slaagden we niet in ons opzet." Sète werd werkgever nummer zeven van Moreau. Hij kroonde zich er tijdens het seizoen 2011-2012 tot topscorer in de Franse competitie, maar toch bleef hij er niet langer dan één jaar. "Zowel bij Cannes als bij Sète had ik graag langer gebleven, maar zoals dat ook hier het geval is, kenden en kennen Franse volleybalclubs de laatste jaren behoorlijk wat financiële problemen. Ik heb de perceptie misschien tegen omdat ik nooit lang bij dezelfde club bleef (lachje), maar ik ben overal in een goede verstandhouding vertrokken." In de zomer van 2012 leek het er lang op dat hij zou verkassen naar China. Er lag een financieel bijzonder aantrekkelijk contract klaar, maar op het einde liep het toch nog mis. "Zo zat ik eind augustus plots zonder club. Gelukkig kwam het Puerto Ricaanse Capitanes de Arecibo nog met een voorstel van vier maanden. Ik behaalde er voor de tweede keer in mijn carrière de landstitel. Het niveau lag er een stuk lager dan in Europa, maar het was hoe dan ook een prachtige ervaring." Na nog een korte periode bij Cannes, dat hem in extremis voor de play-offs aantrok als medical joker ter vervanging van de Amerikaan Robert Tarr, vatte Moreau de zomercampagne aan met de nationale ploeg. Net voor het EK '13 raakte Moreau ernstig geblesseerd aan de hand waardoor hij enkele maanden out was. Het Duitse Unterhaching bracht redding, maar daar blijven na vorig seizoen was geen optie. De club vond immers niet de nodige financiële steun en trok zich na veertien jaar noodgedwongen terug uit de Bundesliga. In het tussenseizoen moest Moreau dus andermaal op zoek naar een club. Ondanks interesse van verscheidene clubs in eigen land koos hij voor een nieuwe buitenlands 'avontuur'. "Ik wilde absoluut Champions League spelen. Dat is de voornaamste reden waarom ik voor Antwerpen koos. Ik wil de bondscoach tonen dat ik nog steeds een plaats verdien in de kern (Moreau verzamelde tot dusver 98 nationale selecties, maar geen enkele meer sinds zijn blessure in 2013, nvdr). In 2012 konden we ons niet plaatsen voor de Olympische Spelen. Het is mijn droom om er volgend jaar in Rio wel bij te zijn." Zaterdag krijgt hij daar een eerste kans toe, in de bekerfinale tegen Asse-Lennik. "Je n'aime pas tellement Lennik. De laatste wedstrijd die we tegen hen speelden, verliep in een niet al te beste sfeer. We verloren met 3-2, maar ik ben ervan overtuigd dat Lennik alleen in eigen zaal van ons kan winnen. In de bekerfinale in het Sportpaleis maken ze geen enkele kans." De bekerfinale zal gespeeld worden voor een recordaantal toeschouwers. Voor Moreau zal het niet de eerste keer zijn dat hij volleybalt in een zaal met meer 10.000 mensen, maar een aantal van zijn jonge ploegmaats zal misschien wel onder de indruk zijn. "Het is natuurlijk wel bijzonder, maar ik heb er alle vertrouwen in dat ze positief met de druk zullen omgaan. We willen de mensen bovendien laten genieten van het spektakel. Een deel van het publiek bestaat ongetwijfeld uit volleyballeken. We moeten zij die het volleybal komen ontdekken, laten zien hoe mooi onze sport kan zijn." DOOR ROEL VAN DEN BROECK - FOTO: BART VANDENBROUCKE"Ik wilde absoluut Champions League spelen. Daarom koos ik voor Antwerpen."