Ere wie ere toekomt, het was een idee van toenmalig bondsvoorzitter Michel D'Hooghe, toen het Belgische voetbal in de jaren negentig door een dal ging. Er was toen al een probleem met de doorstroming van jong talent en de Brugse arts stelde als onderdeel van een ruimer plan voor om de reserven van de eersteklassers onder te brengen in derde nationale. Het voorstel werd afgeschoten door de amateurclubs. D'Hooghes opvolger, Jan Peeters zaliger, legde het een paar jaar later nog een keer op tafel, maar ook hij kreeg nul op het rekest.
...

Ere wie ere toekomt, het was een idee van toenmalig bondsvoorzitter Michel D'Hooghe, toen het Belgische voetbal in de jaren negentig door een dal ging. Er was toen al een probleem met de doorstroming van jong talent en de Brugse arts stelde als onderdeel van een ruimer plan voor om de reserven van de eersteklassers onder te brengen in derde nationale. Het voorstel werd afgeschoten door de amateurclubs. D'Hooghes opvolger, Jan Peeters zaliger, legde het een paar jaar later nog een keer op tafel, maar ook hij kreeg nul op het rekest. Een en ander is in het achterhoofd van de West-Vlamingen blijven hangen en zie, nu amateurclub Royal Knokke FC aan een steile opmars bezig is, die kan leiden tot een nieuwe promotie, ligt het idee voor een samenwerking op tafel. Ergens logisch. Club Brugge bouwt in Westkapelle, deelgemeente van Knokke, zijn nieuwe oefencomplex en had de voorbije jaren intens overleg met de lokale overheid. Elk jaar speelt blauw-zwart er ook een oefenwedstrijd, de inkomsten van dat soort matchen hielpen in het verleden ook al Koksijde naar de top van het amateurvoetbal. En drie: er is tussen Club Brugge en de voorzitter van Knokke een historische band. Vincent Van Honsebrouck komt uit de bekende brouwersfamilie die een paar decennia geleden nog shirtsponsor was van Club, met het geuzemerk Saint-Louis. Hij is het die met het Clubbestuur overlegt over een eventuele samenwerking. Nu de eerste amateurklasse binnen bereik is, heeft blauw-zwart er ook oren naar. Roeselare, dat eerder uitwijkmogelijkheden bood voor jong talent en waar Club zijn wedstrijden voor de Youth League afwerkte, heeft na de Chinese overname immers andere ambities. KV Oostende en Zulte Waregem ook. Bovendien is een van de nevenwerkingen van de (tijdelijke) afslanking van 1B tot acht teams dat de gemiddelde leeftijd in die reeks is gestegen. Voetballen met acht betekent immers felle strijd: of voor de promotie, of tegen de degradatie. Dan ben je niks met jonkies in hun tienerjaren. Dat betekent dat clubs uit eerste klasse daar hun beloftevolle jongeren moeilijker een alternatief kunnen aanbieden als de eigen A-kern geen oplossing biedt. Ook daarom wordt de hoogste amateurklasse aantrekkelijker. De gesprekken tussen de Brugse top en Knokke zitten nog in een prille fase. Pascal De Maesschalck, jeugdcoördinator bij blauw-zwart: 'Het is voorbarig om al te spreken over een samenwerking, laat staan een akkoord. Maar er wordt gepraat. Club Brugge is de voorbije drie jaar een kampioensploeg geworden, zodat het nog moeilijker is voor de eigen jeugd om door te breken. De vraag blijft: hoe laat je hen die laatste stap zetten?' Dat kan door hen uit te lenen aan een andere eersteklasser. Vorig jaar zat Nikola Storm in Waregem, dit seizoen Sander Coopman, en op dit moment spelen Boli Bolingoli, Sébastien Bruzzese en Brandon Mechele op uitleenbasis bij STVV. De Maesschalck: 'Die laatste jongens hebben al tientallen wedstrijden in de Pro League gespeeld, over hen hebben we het niet. We hebben het over nog jongere spelers.' In dit geval komt de vraag van Knokke. Hoe staat Club Brugge daartegenover? De Maesschalck: 'Eerste amateur, de topklasse, daar gaat het om de knikkers. Dat zou jongens harder kunnen maken. Je zou Knokke de eerste keuze kunnen geven om jongeren die niet direct voor je A-ploeg in aanmerking komen, over te nemen en dan opvolgen hoe ze het daar doen. Een andere samenwerking uitbouwen kan in theorie ook, maar eenvoudig is dat niet. Zo'n amateurploeg traint alleen 's avonds. Wat doe je dan met de spelers overdag?' Henk Mariman kent als ex-jeugdcoördinator en sportief manager van blauw-zwart de problemen van doorstroming. Mariman werkt nu voor Double Pass, dat overal ter wereld opleidingen analyseert en labelt. Wat is zijn ervaring met deze problematiek? Mariman: 'In theorie is een samenwerking een goed idee, in de praktijk is ze aartsmoeilijk. Het gaat om spelers die niet geslaagd zijn in je belofte-elftal of die voor je A-ploeg nog net niet in aanmerking komen. De realiteit leert dat het zeer moeilijk is om dat soort jongens te overtuigen. Die willen immers niet uit beeld verdwijnen. Die willen dus niet naar Knokke, maar naar KV Mechelen of een andere ploeg uit eerste klasse. 'Sef Vergoossen had destijds een ander idee inzake doorstroming. Hij wilde dat Genk een ander team overnam. De Genkse beloften zouden in dezelfde omstandigheden blijven trainen, alleen hun competitie spelen met die andere ploeg. In dat Nederlandse voorbeeld geloof ik wél.' Jong Ajax, Jong PSV en Jong FC Utrecht voetballen in de Nederlandse Jupiler League, de tweede klasse. Mariman: 'Ik ken de beloftetrainer van PSV heel goed. Daar blijf je in een profcontext werken, maar doe je in het weekend in een echte competitie ervaring en kracht op. Alleen: dan moet je de hele filosofie van je competitie herzien. Uit die divisie zak je niet.' Chris Van Puyvelde, sportief directeur van de KBVB en ook ex-Club Brugge, beaamt. Van Puyvelde: 'Heel die discussie is zeer moeilijk, je moet het haast à la carte bekijken, per speler. Mijn conclusie na al die jaren is dat er geen blauwdruk is. In Duitsland hebben profclubs amateurafdelingen, in Frankrijk ook en je hebt dat Nederlandse voorbeeld. Echte beloften zijn jongens van zestien tot negentien jaar die in de A-kern meetrainen, maar nog niet klaar zijn om te spelen. Uit die buitenlandse voorbeelden blijkt dat weinig jongeren via die weg terugkeren. Maar het kan. Hans Vanaken ging weg bij PSV, trok naar tweedeklasser Lommel en zit nu bij Club Brugge opnieuw op het hoogste niveau. Thomas Meunier idem: weg bij Standard, naar derdeklasser Virton en via Club naar PSG. Nicolas Rommens ken ik heel goed van op de topsportschool in Wilrijk. Een pak talent, maar dat was, om het met een cliché te zeggen, een jongen die als het regende tussen de druppels kon lopen zonder nat te worden. Zo dun. Brak niet door in Westerlo, koos voor Dessel, zit nu weer bij Westerlo en is daar basisspeler. 'Andere jongens blijven in de A-kern. YouriTielemans, Leander Dendoncker, ... Siebe Schrijvers koos voor nog een andere weg: uitgeleend aan Waasland-Beveren en daar in één jaar duidelijk veel sterker geworden. Anderlecht heeft Wout Faes nu uitgeleend aan Heerenveen. Een talent, ik heb die al op EK's en WK's gezien. Top. Oerdegelijke verdediger. Bij Heerenveen krijgt hij te maken met een andere manier van voetballen, andere cultuur en weg van de familie. Ook dat is een uitdaging om sterker te worden. Ik ben benieuwd. Ze moeten niet meer jong vertrekken - onze opleiding is uitstekend - maar die overgang, daar moeten we iets op vinden. Maar hoe? Voor sommige jongens kan die weg via 1A lopen of 1B, voor anderen kan dat pakweg Knokke zijn, waar ze leren knokken. Tenzij we, zoals in Nederland, alles compleet herzien qua formule. Maar dat vergt een totaal andere manier van denken.' DOOR CHRIS TETAERT EN PETER T'KINT - FOTO BELGAIMAGE'In theorie is een samenwerking een goed idee, in de praktijk is ze aartsmoeilijk.' - HENK MARIMAN