e'K en Brugge in m'n erte, de schonste stad van 't land.' ( Benny Scott)
...

e'K en Brugge in m'n erte, de schonste stad van 't land.' ( Benny Scott) Morgen/donderdag is het weer zover. Dan staan in Brugge alle spots op Jan Breydel, voor de stadsderby tussen Cercle en Club. Een klassieker. Als we het goed hebben - de stats zijn niet helemaal duidelijk - de 170e uit een lange rij die begon op 4 november 1900. De 149e in de eerste klasse al. Maar dat is retro. Dezer dagen presenteren beide teams zich met een jeugdig gezicht aan hun publiek. Jong en dynamisch, zeker de gastheer van morgenavond, Cercle. Gemiddelde leeftijd dit seizoen: iets boven de 23 jaar. 'Daarmee volgen we de trend van veel ploegen, niet alleen in Europa, maar overal in de wereld', zegt Carlos Aviña, de technisch directeur van de club. Zelf is hij nog maar 29. Modern management is kijken naar kwaliteiten, niet naar leeftijd. Ook in de technische staf zit jeugd: head of analysis van de vereniging is Stuart Metcalf (33), vroeger nog bij Tottenham. Zijn analyses zijn volgens Aviña 'zeer specifiek, minutieus opgesteld, to the point en allesomvattend.' Het is de weg die Cercle is ingeslagen: de rekrutering gebeurt in overleg met de moederclub, AS Monaco, en is datagedreven. Voor elke positie zijn profielen uitgetekend, en daar wordt naar gezocht. De criteria - kijk naar het recente lijstje aankopen, waar alleen Hannes Van Der Bruggen niet direct in past - liggen duidelijk vast: technisch uitstekend, maar fysiek sterk. Jean Marcelin, Franck Kanouté, Iké Ugbo, Kévin Denkey, Anthony Musaba: allemaal grote sterke jongens, prille twintigers of late tieners, die présence koppelen aan goeie voeten. Aviña, Mexicaan van nationaliteit, is nog maar zes maanden in het land, maar analyseerde al veel. En kracht is duidelijk een belangrijke component. Fysiek, loopvermogen en explosiviteit. Belangrijker in de data dan afgelegde totaalafstanden zijn de high intensity runs die spelers tijdens een wedstrijd maken. De korte sprints, zowel zonder als met bal. Daarin scoort Cercle hoog, zegt Aviña, dankzij het werk van Eddie Lattimore, de fysiektrainer van de vereniging. Mikken op jeugd, dat is groeien met ups en downs. Een omslag maken in de mentaliteit vergt tijd. 'Dat vragen we ook aan de fans', zegt Aviña, 'dit is een transitiejaar. Wat niet inhoudt dat we dit seizoen zien als een jaar om te overleven. We willen bloeien, niet overleven. Daar mikken we nu op, in de tweede helft van dit seizoen. We blijven geloven dat we de spelers hebben om meer regelmaat te hebben in de resultaten. We mikken op de buik van het klassement, nog dit seizoen. Ik had daarover een gesprek met de spelers. De prestaties die we op het veld laten zien, zijn die van een team dat in de top negen van de stand meedraait. Alleen volgen de resultaten niet. Ik weet ook: voetbalresultaten zijn niet iets wat je verdient, maar hoe beter je speelt, hoe dichter je bij die resultaten zal eindigen.' Daarom blijft hij ook robuust achter zijn coach staan. Niet evident in een competitie waar de trainer vaak de kop van Jut is. Aviña: 'Soms vergeten we in deze 'industrie' dat we omgaan met mensen, die emoties hebben. Je moet iedereen apart behandelen, analyseren wat ze nodig hebben en dan de juiste beslissing nemen. Dat is mijn rol, samen met Paul Clement. Wie niet speelt, krijgt daarvoor altijd de juiste uitleg, anders beginnen ze maar naar het waarom te gissen en zitten ze soms fout.' Er zijn diverse redenen waarom de Engelse coach nog aan boord is. Aviña: 'Wisselen van trainer heeft soms, in de eerste paar wedstrijden, een positieve impact. Dat weten we. Maar op de lange termijn zijn we met Paul close bij ons doel. Hij is zéér sterk in de relatie met de spelers, de individuele ontwikkeling. De manier waarop hij werkt en zijn sessies structureert, is top. Ook de manier waarop hij de mindset van de spelers probeert te veranderen, net als die van de mensen errond. Paul draagt heel veel bij, op en naast het veld. We geloven in de weg die we gekozen hebben.' Het is aan de jeugd uit het management om dat geloof naar de fans over te brengen. Een taak van velen, legt woordvoerder Louis-Philippe Depondt uit. Toen Cercle zich in maart vorig jaar redde en een week later de lockdown volgde, brainstormde de vereniging meteen over ideeën om de afstand te overbruggen. In een eerste fase kwamen heroïsche matchen uit het verleden op Facebook en YouTube. Vervolgens een opgemerkte gedeelde verjaardagstaart. Toen Cercle 121 jaar werd, liet de club een grote taart maken, die in 121 stukken werd gesneden. Op een lijst van supporters, partners en spelers werden willekeurig 121 namen aangeduid. Die kregen elk een stuk taart thuisbezorgd, inclusief kaarsje. Hen werd gevraagd om dat thuis aan te steken, en daar een foto of filmpje van te maken. Dat leverde leuke beelden op. Video's, bewegende beelden, zijn vandaag zeer belangrijk in de band met de fans. Depondt: 'De voorbereiding en de fandag zijn normaal belangrijke momenten in het contact met de supporters. Een fandag was er niet, evenementen waren verboden, en oefenwedstrijden verliepen achter gesloten deuren. Dan moet je digitaal denken en zoeken naar manieren waarop supporters toch de ploeg kunnen leren kennen. Met dien verstande: de fandag is er niet alleen om de A-kern voor te stellen, maar ook de beloften, de G-ploeg, de Cerkelladies, ...' Vandaar de idee van een inside docureeks, zes weken lang. Elke week kwam er een nieuwe aflevering. Het werkte wonderwel, en net als met de taart haalde de vereniging de nationale media. De bedoeling is een beeld creëren: dat van een jonge, attractieve ploeg op het veld, maar ook ernaast. Depondt: 'Veel ploegen leveren hierin al mooi werk, maar wij willen op onze manier uniek en creatief zijn. Dat mensen denken: leuk bedacht.' Dus komt er, naast een officieel voorstellingsmoment, ook al eens een TikTok met een nieuwe speler. Leuke beweging, hip muziekje, ... In geen tijd slaat het aan. Vandaar ook de Engelse slogan. We beat as one, gelanceerd toen de ploeg opnieuw in eerste klasse kwam. Voor het eerst een andere taal, goed beseffend dat ze bij de nostalgici op de tribune gevoelige snaren zouden raken. Om hen te omarmen was er Benny Scott. Altid in min herte. Depondt: 'Als je de jeugd wil bereiken, moet je de taal van de doelgroep spreken, Engels in dit geval. We beat as one heeft een duidelijk verhaal. Als je op de kaart de periferie rond Brugge tekent, kan je daar met Photoshop een hart van maken. Zo zien we ons, lokaal sterk verankerd.' Beat dus zoals in heartbeat, maar ook zoals in to beat. En: as one. Spelers en supporters moeten het samen doen, hoewel het dezer dagen een beetje apart is...