De Champions League en de Wereldbeker: twee verschillende sporten? Een vreemde vraag? Toch niet. De verschillen tussen beide competities zijn enorm geworden en nemen alleen maar toe.
...

De Champions League en de Wereldbeker: twee verschillende sporten? Een vreemde vraag? Toch niet. De verschillen tussen beide competities zijn enorm geworden en nemen alleen maar toe. Het CIES Football Observatory van de universiteit van Neuchâtel riep het kampioenenbal vorige maand uit tot de op twee na meest onevenwichtige competitie in Europa. Alleen Cyprus en Oostenrijk deden slechter. Dit seizoen werden volgens het statistiekenbureau Gracenote Sports 29 van de 96 wedstrijden van de miljoenenliga met drie of meer goals verschil gewonnen. Dat is een verbetering van het record van 2010 en 2013: 25. Nog opmerkelijker was het aantal matchen dat met vijf, zes, zelfs zeven goals verschil eindigde: Liverpool-Spartak Moskou 7-0, Maribor-Liverpool 0-7, PSG-Celtic 7-1, Apoel-Real Madrid 0-6, Chelsea-Qarabag 6-0, PSG-Anderlecht 5-0. Zelfs UEFA-voorzitter Aleksander Ceferin moest toegeven dat dit de meest eenzijdige groepsfase ooit was. Het Nederlands voetbalweekblad Voetbal International had het over 'eliteclubs en toernooigruis'. José Mourinho omschreef de groepsfase als 'opwarming' voor de topclubs. Maar ook in de 1/8e finales waren de verschillen groot: Man City-Basel 4-0, Liverpool-Porto 5-0, Bayern München-Besiktas 5-0. Zelfs in de kwartfinales neemt het aantal ruime overwinningen seizoen na seizoen toe. Het gemiddelde aantal doelpunten in de belangrijkste clubcompetitie bedroeg 3,21. Op het WK stond de teller zondagavond op 2,65. Met dank aan Tunesië en Panama, want vrijdagavond bedroeg de score slechts 2,33. Niet veel beter dan het WK-dieptepunt van 1990 in Italië: 2,21. Waarna de FIFA besliste de buitenspelregel aan te passen en de terugspeelbal af te schaffen. Terwijl de underdog dood lijkt in het Europese clubvoetbal doet die het bijzonder goed op dit WK. Argentinië, Brazilië en zelfs Duitsland zagen na twee speeldagen de uitschakeling voor ogen. De ploegen met de vedetten nemen het op tegen teams die het moeten hebben van hun defensieve discipline en onverzettelijkheid. In de Champions League blijken die kwaliteiten veel minder impact te hebben. Hoe komt dit? Messi, Neymar, Lewandowski, Agüero, Gabriel Jesus, Diego Costa of Dybala en wellicht ook Lukaku, De Bruyne en Hazard zijn bij hun club veel beter omringd dan bij hun nationale team. De reden: geld. De Europese topclubs hebben geen zwakke plekken, want anders halen ze de chequeboek boven en kopen een vervanger. Een bondscoach daarentegen is afhankelijk van het talent dat in het land waar hij werkt, wordt geboren. Bovendien is er bij nationale elftallen veel minder tijd om spelpatronen in te slijpen. Daarom wordt meestal voor de gemakkelijkste en snelste oplossing gekozen: de defensieve zekerheid. Een doelpunt maken kan altijd (zie de Zweed Toivonen die in een heel seizoen in de Ligue 1 niet één keer doel trof) en een goal tegen krijgen brengt elk elftal in de problemen. Ook een merkwaardige vaststelling is dat in de top tien van spelers die in Rusland het vaakst aan de bal komen zes centrale verdedigers staan. Zij genieten van meer vrijheid dan wie ook. Niet alleen om defensieve redenen zou de terugkeer van Vermaelen of vooral Kompany daarom belangrijk kunnen zijn. Ook opvallend op dit WK is het aantal doelpunten uit stilstaande fases. Zowat de helft van de goals kwamen voort uit een vrije trap of een hoekschop. In Brazilië 2014 was dit slechts 22 procent en in Zuid-Afrika 2010 21 procent. Daar zijn twee redenen voor. Ten eerste de videoref. Er worden meer strafschoppen gefloten dan op vorige toernooien en de verdedigers zijn weer verdedigers in plaats van worstelaars geworden. Standaardsituaties zijn ook sneller in te oefenen dan vloeiende aanvallen. Resultaat van dit alles is dat het voetbal in de Champions League van een veel hoger niveau is, maar erg voorspelbaar is geworden. Op dit WK kregen we daarentegen al heel wat slecht voetbal te zien, maar het is wel heel vaak verdomd spannend: 21 van de 32 eerste WK-matchen eindigden met één doelpunt verschil. Wat verkiezen we: spanning of spektakel?