De klok tikt nog en het interieur lijkt nagenoeg onveranderd. Aan de keukentafel vertelt Fons dat zijn moeder hier drie jaar geleden in zijn armen vredig is ingeslapen. 'Ik hoorde haar echt haar laatste adem uitblazen en daarna was het gedaan. Ze was helemaal uitgeleefd. Dat was heel anders dan bij onze Cois.' Moeder was 95 toen ze overleed. Vader werd 91. De Cois was 69. Op 19 september reed hij de tractor uit de schuur, manoeuvreerde hem in de stalling, liftte de schepbak, legde een touw om de balk en om zijn nek en sprong. 'Je houdt het niet voor mogelijk', stamelt Fons. 'Maar toch is het gebeurd.' Niet voor het eerst die ochtend lopen tranen langs zijn wang tot op de kraag van zijn jas.
...

De klok tikt nog en het interieur lijkt nagenoeg onveranderd. Aan de keukentafel vertelt Fons dat zijn moeder hier drie jaar geleden in zijn armen vredig is ingeslapen. 'Ik hoorde haar echt haar laatste adem uitblazen en daarna was het gedaan. Ze was helemaal uitgeleefd. Dat was heel anders dan bij onze Cois.' Moeder was 95 toen ze overleed. Vader werd 91. De Cois was 69. Op 19 september reed hij de tractor uit de schuur, manoeuvreerde hem in de stalling, liftte de schepbak, legde een touw om de balk en om zijn nek en sprong. 'Je houdt het niet voor mogelijk', stamelt Fons. 'Maar toch is het gebeurd.' Niet voor het eerst die ochtend lopen tranen langs zijn wang tot op de kraag van zijn jas. Fons is een jaar ouder. Hij runde een accountantskantoor, dat hij intussen overliet aan zijn oudste zoon, en hij doceerde fiscaliteit aan de Karel de Grote Hogeschool in Antwerpen. Frans, officieel François, werd coureur. 'Onze vader koerste destijds bij de onafhankelijken en zijn broer, nonkel Jos, was zelfs een paar jaar beroepsrenner. Volgens de verhalen die ik over ons vader hoorde, was hij een immens sterke mens. Hij zette aan en niemand kon hem volgen. Puur op kracht reed hij iedereen los. Als er eens één in zijn wiel kon blijven zitten en die hem op de meet voorbij probeerde te steken, gebeurde het wel eens dat ons vader hem een mep gaf dat hij over de draad vloog. ( lacht) 'Onder de jeugd organiseerden we vroeger op de boerderij criteriums en dan deed vader mee. Maar niemand kon mijn broer kloppen. Op de open piste in Walem, bij Mechelen, is onze Cois echt beginnen koersen. Iedere zondag won hij daar. Toen hij veertien werd en niet meer leerplichtig was, gooide hij hier zijn boeken op een hoop en stak ze in brand. Eigenlijk was hij op die leeftijd al beroepsrenner.' Op de keukentafel liggen een paar fotoalbums. Er zit een mooi groot beeld tussen van de eindspurt van Parijs-Tours in 1975: 1. Freddy Maertens, 2. Frans Van Looy, 3. Roger De Vlaeminck. 'Onze Cois was een snelle spurter, ' zegt Fons. 'Hij won heel veel koersen, maar niet de grote klassiekers. Daarin kwam hij iets tekort. Maar vergeet niet dat hij toch is meegegaan naar de Olympische Spelen in München in 1972 en ook enkele keren werd geselecteerd voor het WK. In een tijd dat er zoveel Belgische toprenners waren, betekent dat iets.' In de herinnering leeft hij vooral voort als helper van Eddy Merckx bij de befaamde Molteniploeg. 'Al die mannen zijn hier destijds op de boerderij geweest, om een pint te pakken hé. ( lacht) Frans Mintjens is altijd een heel goeie kameraad gebleven. Dat waren twee even grote plezanteriken. Na zijn rennerscarrière werd onze Cois op vraag van Walter Godefroot sportbestuurder bij een wereldploeg als Telekom en later T-Mobile. Daarna is hij ook een tijd chauffeur van Yves Leterme geweest.' Intussen woonde Frans weer in De Boerenschuur, zoals de hoeve langs de Laaglandlaan in Merksem in de volksmond heet. Maar eigenlijk is hij er nooit echt weggeweest.'Groot drama.' Het waren de eerste woorden van Fons toen hij die ochtend voor ons de poort van de boerderij opendeed. Een samenloop van omstandigheden, noemde hij het. 'Enerzijds zag onze Cois veel af van zijn rugproblemen. Als een mens met zulke enorme fysieke mogelijkheden als hij bijna niets meer kan opheffen, dan is dat zwaar om dragen. Bovendien was hij hier vorige winter uitgegleden op een ijsplek en gevallen op de arm waarin sinds een valpartij tijdens zijn carrière een ijzeren staaf zat. Hij werd eraan geopereerd maar die ingreep was niet goed gelukt. Om hem te ontlasten, kochten we een Bobcat, die kon grijpen, scheppen en optillen wat hij voorheen moeiteloos zelf deed. Daarbovenop kwam dan die hopeloos belachelijke situatie met de boerderij. 'De miserie begon toen er een paar jaar geleden een nieuwe gebruikersovereenkomst van erfdienstbaarheid opgemaakt moest worden. De eigendom van het pand was overgegaan van de Federale Overheid naar het Vlaams Geweest en tot onze verbazing verklaarde het Agentschap Wegen & Verkeer de boerderij onbewoonbaar. Volgens hen is het niet meer veilig om hier te wonen en mensen te ontvangen. Maar niemand anders begrijpt dat.' Hij toont ons de vertrekken en leidt ons dan weer naar buiten op het erf. 'Wat is hier nu mis mee?! Ik denk niet dat alle sociale woningen in deze stad in even goede staat zijn. Als er hier problemen waren, dan losten mijn broer en ik dat op. Laatst deden we nog samen een herstelling aan het dak. Onze Cois stak hier zijn laatste cent in. Terwijl dat eigenlijk allemaal kosten waren voor de eigenaar. Maar zo was onze Cois. Als renner en ook als sportbestuurder verdiende hij goed zijn brood, maar hij gaf ook veel uit. Uiteindelijk stak hij alles wat hij overhield in de boerderij. Maar hij had nog zijn pensioentje en indien nodig hielp ik hem. Mijn broer had geen langetermijnvisie, hij leefde van het moment. 'Het echte probleem is dat Wegen & Verkeer geen verantwoordelijkheid wou dragen. Ik vraag mij af wat ze gaan doen nu het hier leeg staat. Laten verrotten? Terwijl eerder de hoeve op de inventaris van bouwkundig erfgoed werd gezet met de intentie om ze te bewaren. 'Mijn broer aanvaardde dat niet. Vorige zomer organiseerden we een petitie. Die leverde zo'n 3200 handtekeningen op, 800 via Facebook en de rest op papier, ingevuld in een tentje dat we hier zetten. Heel veel mensen zijn de Boerenschuur genegen. De deur is hier nooit op slot geweest. Omwonenden kwamen graag binnen, om een koffie te drinken en een babbeltje te slaan. Yves Leterme kwam hier zelfs ooit een geit steken die hij ergens gekregen had. 'Discussies met advocaten erbij leverden niets op. Ons laatste compromisvoorstel was dat onze Cois hier nog vijf jaar zou mogen wonen, maar ook dat werd afgewezen. Zelfs overnachten bij zijn vriendin en overdag hier verblijven, mocht niet. Hij mocht hier niet meer binnen.' 'Woensdagavond 18 september was er een ultieme vergadering met Wegen & Verkeer, maar ik voelde meteen dat ik weer tegen een kale muur sprak. Zo onmenselijk, zo gevoelloos. Onvoorstelbaar. 'Er zat niets anders op dan de maatschappelijke zetel van onze vennootschap en het domicilie van mijn broer te veranderen. Na afloop belde ik hem om dat ze zeggen en om te vragen om daarvoor 's anderendaags om halftien bij mij te zijn. Want de donderdag daarop gingen ze al een deurwaarder sturen om vast te stellen of hij er nog woont, en om hem desnoods uit te drijven zeker? De salon en het bed moesten al zeker buiten. Ik zei die ochtend tegen onze Cois: 'Het enige wat je nog kunt doen, is Yves Leterme of Herman Van Rompuy bellen om te vragen of zij Ben Weyts, de verantwoordelijke minister, ertoe kunnen bewegen dat hij zijn administratie de opdracht geeft om wat menselijker te zijn. Maar uiteindelijk belde ik hem om elf uur om te zeggen dat de advocaat dat in zijn plaats zou doen. Dat leek ons beter, omdat onze Cois altijd emotioneel begon uit te wijden. Het zou de laatste keer zijn dat ik hem hoorde. ''s Namiddags rond een uur of drie belde Klaartje, zijn vriendin, die hij leerde kennen toen zij als bejaardenhelpster ons moeder kwam verzorgen. Ze was naar de Carrefour geweest en toen ze terugkwam, vond ze op tafel een brief: Klaartje, ik ben naar Brussel, bel onze Fons, hij moet direct komen. Maar zijn auto stond er nog. Ik zei tegen haar: 'Misschien zit hij vanachter, bij de dieren, ga eens kijken. Ik kom direct.' Ik was in de tuin aan het werken en moest eerst nog een andere broek aantrekken, maar kort daarna belde Klaartje weer. 'Hij heeft zich opgehangen in de stallen!...' Intussen zijn we tot voor de stallen gewandeld. Fons snikt terwijl hij met tussenpauzes vertelt wat er zich afspeelde nadat hij die dag op de boerderij aankwam. 'Mijn broer zó te zien... dat was verschrikkelijk... Dat kun je niet beschrijven... en ik mocht hem niet aanraken... De ambulance, de wetsdokter, het labo van het parket ... De mannen van de MUG die hem nog heel lang probeerden te reanimeren... Ik stond erbij terwijl zij aan het werk waren... 'Op het moment zelf was ik heel kwaad op hem. Ik was razend omdat hij dat gedaan had, ik was radeloos en schreeuwde naar hem: 'Waarom doe je zoiets?!'... Ik had toen de afscheidsbrief nog niet gelezen die ze in zijn zakken hadden gevonden, omdat die in beslag was genomen. Er zat een stukje papier bij waarop geschreven stond: Klaartje, ga niet naar de stal, bel onmiddellijk onze Fons.'Pas nadat ik die brief had gelezen, ben ik het kunnen beginnen te proberen te plaatsen. Er stond in dat hij mij bedankte voor alle moeite die ik voor hem had gedaan en dat hij Klaartje heel graag zag, maar dat hij niet in een karretje wou eindigen en dat hij haar niet tot last wou zijn. Ze was bijna dertig jaar jonger en hij wou niet dat ze hem zou moeten verzorgen zoals ze dat deed met onze moeder. Het kwam erop neer dat hij heel zijn leven had kunnen doen wat hij graag deed en nu hij dat niet meer kon, wou hij een einde maken aan dat leven op de manier waarop hij dat wou. 'Hij was al een tijdje niet meer de plezanterik die hij altijd is geweest. Door de lange strijd om hier te mogen blijven, door de fysieke ongemakken van het ouder worden en ook de breuk met zijn dochter woog op hem. Maar de oorsprong van wat er gebeurd is, zat echt in het feit dat hij vrij en ongebonden wou zijn en dat dat niet meer mogelijk zou zijn. Hij voelde de bui hangen. De deurwaarder, de uitdrijving, de verzegeling... Dat zag hij niet zitten.'In de woonkamer staat nog het bureau waar Frans vermoedelijk zijn afscheidsbrief schreef. Fons zucht. 'Als je de hele film terugdraait, begin je bepaalde dingen te zien', zegt hij. 'Zo verkocht hij de dikbillen al begin september. Terwijl we dat anders altijd maar eind november deden, wanneer ze drachtig waren en moesten bevallen met een keizersnede. Nu denk ik: verdomme, hij zat er al mee in zijn kop. 'Als ik alles samenleg, dan is mijn conclusie: misschien stond het niet vast dat hij het op die dag zou doen, maar het was toch voor een groot stuk gepland. Duidelijk is ook dat hij het briefje Klaartje ga niet naar de stal, bel eerst onze Fons niet dezelfde dag schreef. Dat zat al langer in zijn zak. 'Voor mij staat het vast: hij zou hier nooit weggaan. Het idee was dat hij bij Klaartje zou gaan wonen, maar dat zou hij nooit doen. Alleen hier voelde hij zich goed. Hier, in zijn vertrouwde omgeving op de boerenbuiten, kon hij doen wat hij wou. Hier kon hij iedereen ontvangen die hij wou, met de beesten bezig zijn en mensen uit de buurt helpen, de voetbalploeg, de Chiro, de volleybal en de hondenclub een handje toesteken als dat nodig was. 'Frans in een rijhuisje of een appartementje, dat gaat niet. Dat zou als een vogel in een kooitje zijn geweest en dat wou hij absoluut niet. Dan haalde je het avontuur uit zijn leven. Mijn broer wou vrij zijn. Hij is ook nooit getrouwd geweest. Nooit bond hij zich aan iemand. Altijd is hij een vrije vogel gebleven, iemand die openstond voor wat er zich in het leven aanbood. 'Dat gevoel ken ik. Ik ben bijvoorbeeld zelf altijd zelfstandige gebleven. De speech op mijn pensioenviering eindigde trouwens met 'carpe diem'. Pluk de dag. Dan denk ik: ik kom toch een beetje overeen met hem... Onze Cois was mijn soulmate. ( weent) 'Het verschil tussen ons was dat hij een eeuwige twijfelaar was, over hetzelfde bezig kon blijven, terwijl ik meer iemand ben die pragmatische oplossingen zoekt, die analyseert, beslist en dan doet wat hij besliste. Ik zei wel eens: 'Verdoeme Cois, we zeggen dát en dus doen we dát he!' Of: 'Je rug en je arm, daarvoor moet je niet bij mij komen zagen, he, Cois, want ik kan dat niet verhelpen. Zoek een specialist!' Ik kreeg al het verwijt dat ik daarin soms te hard was voor hem.' We eindigen aan de keukentafel. Fons haalt er herinneringen op aan zijn broer. 'De Cois was een grote levensgenieter en een enorme ambiancemaker. Hij hield van grappen, feestjes en vrouwelijk schoon. Miss België, Miss Frankrijk, Miss Oostenrijk, allemaal bracht hij ze mee naar de boerderij. Een hele tijd is hij ook bij de zus van de vrouw van Eddy Merckx geweest. Misschien is hij zelfs daardoor voor Molteni gaan rijden. Zo was onze Cois. Hij organiseerde hier ooit in de koestallen een prijskamp voor de renners van Telekom: ze moesten raden hoeveel de dekstier woog. ( lacht) 'Als die ergens in een café of in een zaal kwam, animeerde hij iedereen. Ik kende al zoveel verhalen, maar wanneer hij in vorm was, begon hij er weer nog andere te vertellen. Onze Cois was een man van duizend- en-een koersverhalen, anekdotes in de marge die niet voor de gazetten bestemd waren. Hij kon die brengen op een manier dat je dacht: die beleefde daar veel plezier aan. Ongelooflijk hoeveel volk er aan zijn lippen heeft gehangen. 'Lachen was het liefste wat hij deed en dat zat er dus zo niet meer in. Als er voor zo iemand geen plezier meer is, dan houdt het op. Dan is het: ik stop ermee, voor mij hoeft het niet meer. Zo begrijp ik het. Dat moeten wij nu proberen te aanvaarden. 'De grote baas van Wegen & Verkeer zegt mij nu dat ze er veel van leerde en dat ze haar personeel erop zal wijzen dat er in eender welk dossier ook een menselijke kant is. De politiek is mijn grootste ontgoocheling. Op basis van deze ervaring, zeg ik: ze zijn alleen geïnteresseerd als ze er zelf belang bij hebben. De verantwoordelijke minister, Ben Weyts, antwoordde zelfs niet op onze brieven! Blijkbaar is hij meer geïnteresseerd in de ganzen in Berendracht dan in het menselijk leed in Merksem. 'Er zijn advocaten die er nu een zaak van willen maken, maar daar wil ik niet aan beginnen. Want wat zal dat in godsnaam bijbrengen?! Dat is weer negatieve energie. Neen, het is genoeg geweest! 'We moeten ermee leren leven. Al is dat niet gemakkelijk, ervaar ik. Wat nog altijd veel door mijn hoofd spookt, is het hele scenario dat eraan vooraf is gegaan. De tractor buiten rijden en in de stalling manoeuvreren, de schepbak liften, het touw aan de balk bevestigen ... en dan... Je blijft je afvragen: hoe is het mogelijk dat je dat doet?! Volgens de dokter is het zo dat als je daar steeds meer aan gaat denken, je op den duur in een koker geraakt met een focus op 'ik ga dat doen', dat je niets anders meer ziet en je dat op een bepaald moment dan ook gewoon doet. 'Had ik de tekenen gezien, dan had ik het misschien nog uit zijn hoofd kunnen praten. Maar je zag ze niet omdat je dit niet voor mogelijk hield. Al hoor ik dat hij tegen Klaartje en vrienden al wel eens zei: 'Zo wil ik niet verder leven.' 'Voor mij is één iets heel duidelijk: hij zou hier hoe dan ook nooit zijn weggegaan. Hij stierf liever.' Wie vragen heeft rond zelfdoding kan terecht op de zelfmoordlijn via het gratis nummer 1813 of op www.zelfmoord1813.be.