De deurbel gaat ten huize Vargas in Oostkerke bij Damme. Moeder Marbelis laat een jongetje van een jaar of tien binnen. Het in een blauw-zwart shirt gehulde kereltje loopt onmiddellijk ongegeneerd door naar de eettafel, waar Ronald Vargas net een door zijn vader Pedro gemaakte empanada de pollo - een warm kipbroodje - naar binnen heeft gewerkt. Ronald begroet hem lachend met een high five en een knuffel, waarop de West-Vlaamse uk in plastiek verpakte stylo's uit zijn boekentas tovert. De vragende blikken van de familie Vargas, die geen Nederlands - laat staan West-Vlaams - spreekt, verdwijnen als uw reporter de woorden van de jongen vertaalt. Hij verkoopt de balpennen in opdracht van zijn school: vijf euro per stuk alstublieft. Vader Vargas haalt een biljet van twintig euro uit zijn zak en zegt: 'Kom, geef me er maar vier.' Na een nieuwe knuffel vertrekt de jongeman apetrots, aan de deur zwaait hij nog eens naar Ronald, die glimlachend roept: " Ciao, amigo!" Een minuutje later legt Vargas uit: "Die jongen woont hier in de buurt en elke week komt hij een paar keer langs, gewoon om goeiedag te zeggen. Leuk toch?"
...

De deurbel gaat ten huize Vargas in Oostkerke bij Damme. Moeder Marbelis laat een jongetje van een jaar of tien binnen. Het in een blauw-zwart shirt gehulde kereltje loopt onmiddellijk ongegeneerd door naar de eettafel, waar Ronald Vargas net een door zijn vader Pedro gemaakte empanada de pollo - een warm kipbroodje - naar binnen heeft gewerkt. Ronald begroet hem lachend met een high five en een knuffel, waarop de West-Vlaamse uk in plastiek verpakte stylo's uit zijn boekentas tovert. De vragende blikken van de familie Vargas, die geen Nederlands - laat staan West-Vlaams - spreekt, verdwijnen als uw reporter de woorden van de jongen vertaalt. Hij verkoopt de balpennen in opdracht van zijn school: vijf euro per stuk alstublieft. Vader Vargas haalt een biljet van twintig euro uit zijn zak en zegt: 'Kom, geef me er maar vier.' Na een nieuwe knuffel vertrekt de jongeman apetrots, aan de deur zwaait hij nog eens naar Ronald, die glimlachend roept: " Ciao, amigo!" Een minuutje later legt Vargas uit: "Die jongen woont hier in de buurt en elke week komt hij een paar keer langs, gewoon om goeiedag te zeggen. Leuk toch?" Als Vargas over zijn afscheid van Club Brugge op zijn website ronaldvargas.com het volgende schrijft: "Ik onthoud dat ik bij Club Brugge veel geleerd heb, dat ik er duizenden leuke momenten heb beleefd en vooral dat ik veel steun en liefde van de fans gekregen heb. Zij zullen altijd in mijn hart zitten", dan zijn dat geen loze woorden. Hij moet dat niet schrijven, maar hij schrijft het toch. Hij moet na de training niet met dertig supporters apart op de foto, maar hij doet het toch. Hij moet dat jongetje uit Oostkerke geen knuffel geven, maar hij knuffelt hem toch. Het zit in zijn karakter: net zoals hij graag aandacht krijgt, geeft hij even gul terug. Toen uw verslaggever in december 2010 een reportage maakte in Venezuela over Ronald Vargas, was het opmerkelijk hoeveel van zijn jeugdvrienden nog steeds zijn vrienden zijn. Een van hen, Roberto Ortiz, haalde als reden aan voor zijn nog steeds goede band met Ronald: "Hij is iemand die zijn genegenheid graag toont, ten opzichte van iedereen." Die gerichtheid op anderen verklaart wellicht ook waarom hij de enige Venezolaanse voetballer is die een stichting in het leven riep om mensen te helpen: Fundarova (Fundación Ronald Vargas). De stichting wordt gerund door zijn schoonbroer Juan Diego en zijn moeder Marbelis en wil vooral jonge sporttalenten - niet alleen voetballers dus - in de mate van het mogelijke een duwtje in de rug geven, meestal door het ter beschikking stellen van het nodige sportmateriaal. Als Vargas zelf in Venezuela is, organiseert Fundarova signeersessies met hem. Ook een bezoek aan jonge kankerpatiëntjes en een inzameling voor de slachtoffers van de aardbeving in Haïti staan al op Vargas' actief. In Sport/Voetbalmagazine legde hij vorig jaar zijn motivatie uit: "Toen ik klein was, zijn er mensen geweest die mij hebben geholpen. Dat wil ik nu zelf ook doen. (...) Ik zeg niet dat alle voetballers een plicht hebben om dat te doen. Wel dat wij als voetballers de káns hebben. Dus waarom niet? We zijn een voorbeeld voor duizenden kinderen. Als wij nu iets doen volgen zij misschien later dat voorbeeld." Op 6 juni 2008 ging de populariteit van Ronald Vargas met een snok de hoogte in. Venezuela gaf toen Brazilië vriendschappelijk partij en la vinotinto, zoals de Venezolaanse nationale ploeg genoemd wordt, boekte een historische overwinning: 2-0. Het was de eerste keer in zijn geschiedenis dat Venezuela Brazilië versloeg. Vargas maakte een heerlijk doelpunt - zijn eerste overigens voor de nationale ploeg - en gaf de assist voor de andere goal. Het leverde hem een telefoontje met felicitaties van president Hugo Chavez op. In zijn eerste interview met Sport/Voetbalmagazine in augustus 2008 zei hij over die goal: "Mijn leven is erdoor veranderd. Na dat doelpunt kreeg ik veel meer respect. Plots herkennen mensen je. Een paar dagen geleden zat ik met mijn vader op een terrasje in Brugge en werd ik aangesproken door een groepje Venezolaanse toeristen. Ongelooflijk." Zijn doelpunt tegen Brazilië was een keerpunt, zoveel is duidelijk. De beelden van de goal gingen de wereld rond en alles zag er plots helemaal anders uit voor de toen nog maar 21-jarige Venezolaan. Zijn telefoon stond roodgloeiend. Aanbiedingen van Europese en Amerikaanse (top)ploegen stroomden binnen, er werd langs alle kanten met bankbiljetten gezwaaid, maar Vargas had vóór de wedstrijd die alles veranderde al getekend voor... Club Brugge. En daar kwam hij niet meer op terug. Waarom? "Wat ik juist apprecieer aan Club Brugge is dat ze hun interesse in mij al getoond hadden vóór dat doelpunt. Zo groeide er een vertrouwensband die ik bij andere clubs niet had. Luc Devroe en de makelaars met wie Club samenwerkt, hebben er vanaf het begin geen twijfel over laten bestaan: ze hebben me altijd gesteund. Die steun, dat vertrouwen, daar gaat het bij mij om", zei Vargas. Vertrouwen is een sleutelwoord in het leven van Ronald Vargas. En soms neigt dat vertrouwen naar naïeve goedgelovigheid. Zo had hij ook vertrouwen in de medische staf van FC Caracas, toen die hem het verboden nandrolon inspoten. De toen nog maar 17-jarige Venezolaan stelde er zich geen vragen bij. "De dokter zei dat het voor mijn eigen goed was. Wie was ik om hem tegen te spreken? Ik vroeg niet wat het was en waarvoor het diende..." Het leverde hem een schorsing van een jaar op, maar later werd hij vrijgesproken toen duidelijk werd dat hij het slachtoffer was geworden van een malafide arts. Tijdens zijn nu driejarige verblijf in België liet Ronald Vargas zich naast het veld kennen als een jongen die ondanks al zijn blessures met een optimistische blik de wereld in kijkt, die dat ook uitstraalt en die zich graag onderdompelt in een bad van positieve vibes. In een interview met Sport/Voetbalmagazine zei hij daarover: "Ik ben niet graag alleen. Een positieve omgeving vind ik belangrijk, dat heeft een goede invloed op me." Dat zijn huis, eerst in Oostkerke en later in Ramskapelle, vaak de kampeerplaats werd van zijn Venezolaanse vrienden en daardoor weleens schertsend 'de ambassade van Venezuela' genoemd werd, nam hij er schouderophalend bij. "Ik doe thuis toch wat ik wil? Trouwens, al zitten er honderd mensen in mijn huis, als ik om elf uur wil gaan slapen zal iedereen dat respecteren, omdat ze weten hoe belangrijk voetbal voor me is." "Hij is een heel nederige jongen die altijd openstaat voor de pers. Vriendelijk ook, zonder sterallures. Voor de rest heel gefocust op zijn job: voetballen", meldde de Venezolaanse voetbaljournalist Luis Guillermo Venegas ons toen Vargas in de zomer van 2008 naar België kwam. Dat beeld bleek achteraf de nagel op de kop. Want hij mag dan erg sociaal zijn, een fuifbeest is Ronald Vargas niet. Dat wist ook Nelson Carrero, zijn ex-trainer bij de nationale belofteploeg, in een restaurant in Caracas te vertellen: "Ronald doet me denken aan een van de beste spelers die Venezuela ooit gekend heeft: Stalin Rivas ( begin jaren 90 speelde Rivas bij Standard en FC Boom, nvdr). Met dit verschil: Rivas hield van het nachtleven, Vargas niet." Zijn vrienden in Venezuela bevestigen dat: soms ging hij na lang aandringen weleens mee uit en dan was hij er graag bij, maar alcohol dronk hij nooit en op de dansvloer kreeg je hem met geen stokken. Vive y no critiques, este es mi style. Vrij vertaald: leven en laten leven, dat is mijn stijl. Het is niet alleen een nummer van de Venezolaanse reggaeband Jahrushalem, maar ook het motto dat Vargas postte op zijn enige echte Facebookpagina - en dus niet de andere pagina's onder zijn naam waarnaar de afgelopen weken in de pers vaak ten onrechte werd verwezen. Dat zinnetje zit hem als gegoten. Ronald Vargas is niet de man die je gaat vertellen hoe je moet leven, hij leeft op zijn manier en respecteert andere levensstijlen, hoe verkeerd die in zijn ogen misschien ook zijn. Hij is niet de man die naar de bodem van de zee duikt op zoek naar het licht in de duisternis of naar verklaringen voor de zin van ons bestaan, hij is veeleer de zwemmer aan de oppervlakte die schijnbaar achteloos door het water klieft, eens knipoogt naar de zwemmer naast zich en vooral focust op datgene waarin hij goed is: zwemmen. Ronald Vargas is niet de man die je gaat vertellen hoe je moet voetballen. Hij zal de training niet à la René Vandereycken laten stilleggen, zich naar de coach richten en zeggen: "Excuseer, meneer, maar ik vind dat we verkeerd bezig zijn." Eerder dan dat zal hij proberen het vertrouwen van de trainer te winnen door goed te presteren en door zich als een professional te gedragen. Ronald Vargas is niet de man die zijn ploegmaats gaat bekritiseren, hij zal veeleer grapjes met hen uithalen en lachen zoveel hij kan. Dat wil niet zeggen dat hij zijn mening niet zal geven, maar altijd met respect voor anderen. Het is net dat respect dat Ronald Vargas bij het nieuwe bestuur van Club Brugge sinds zijn operatie in februari miste, en dan gaat het, zoals hij zelf ook al aangaf, niet alleen om geld. Neen, het gaat dan ook om kleine dingen, zoals een sms'je, een mailtje, een bezoekje, een knuffel. Een klein teken van affectie, van genegenheid. Zoals dat van Colin Coosemans na de thuiswedstrijd van Club Brugge tegen Zulte Waregem, een week nadat Vargas door zijn knie was gezakt. De jonge keeper liet toen na de wedstrijd het T-shirt zien dat hij onder zijn keepersoutfit droeg. Daarop stond geschreven: para tí, Ronita (voor jou, Ronny). Dat is wat de meeste mensen, misschien meer nog dan duizenden euro's, een warm gevoel geeft van binnen. En Ronald Vargas is niet anders dan de meeste mensen. DOOR STEVE VAN HERPE - BEELDEN: IMAGEGLOBE"Ronald is iemand die zijn genegenheid graag toont, ten opzichte van iedereen." Roberto Ortiz