'Het is makkelijker om de Lotto te winnen dan bij Cercle weg te geraken', zucht Didier Frenay bij de groen-zwarten in 1994. Frenay, die zeven jaar voor de vereniging zal spelen, droomt van een club in Oostenrijk, het land waar zijn vrouw Claudia vandaan komt. Cercle betaalde in 1986 vier miljoen frank (100.000 euro) voor hem, en wil tien miljoen (250.000 euro), maar een Oostenrijkse club betaalt dat niet: 'Die kopen Tsjechen en Joegoslaven die niks kosten. Drie voor de prijs van één West-Europese voetballer.'
...

'Het is makkelijker om de Lotto te winnen dan bij Cercle weg te geraken', zucht Didier Frenay bij de groen-zwarten in 1994. Frenay, die zeven jaar voor de vereniging zal spelen, droomt van een club in Oostenrijk, het land waar zijn vrouw Claudia vandaan komt. Cercle betaalde in 1986 vier miljoen frank (100.000 euro) voor hem, en wil tien miljoen (250.000 euro), maar een Oostenrijkse club betaalt dat niet: 'Die kopen Tsjechen en Joegoslaven die niks kosten. Drie voor de prijs van één West-Europese voetballer.' Didier Frenay leert zijn (intussen ex-)vrouw kennen op skivakantie in Oostenrijk wanneer hij nog bij de jeugdploegen van Seraing voetbalt. Vanaf dan trekt hij elk vrij moment naar daar. 'Ik meldde me bij Seraing eens een week ziek, in werkelijkheid zat ik bij mijn vriendin.' Frenay groeit in Luik niet in grote luxe op, maar in het eenkamerappartement van zijn gescheiden moeder. Daarom accepteert hij ook het profcontract op zijn zestiende, en maakt zijn middelbare school niet af, want de voorwaarde van Seraing is dat de profs voltijds beschikbaar zijn. Op zijn zeventiende debuteert hij met Seraing in eerste klasse, tegen Cercle, de dag waarop zijn Oostenrijkse vriendin voor het eerst op bezoek is in Luik. In 1985 gaat Seraing failliet en maakt het volgende seizoen vol met jonge voetballers. Een van hen is een frêle, altijd klaar kijkende en rustig uitvoetballende libero: Stéphane Demol. Bij de Belgische beloften ligt Frenay in balans met Demol, die uiteindelijk mee mag naar het legendarische WK in Mexico '86. Wanneer de trainer van Seraing, René Taelman, naar Cercle trekt, blijkt daar ook plaats voor Frenay die naar Oedelem verhuist en in geen tijd met zijn talenknobbel na Frans, Duits en Engels ook snel uitstekend Nederlands praat. 'Op school was het excuus om Nederlands niet serieus te nemen dat die taal bijna nergens anders ter wereld gesproken wordt, maar ik vond dat degene die in een nieuwe omgeving aankomt zich moet aanpassen en niet andersom.' Bij Cercle vinden ze Frenay een moeilijke jongen. Hij ontkent dat niet: 'Iedereen zegt dat ik een grote mond heb. Dat vind ik helemaal niet erg. In het voetbal komt dat namelijk van pas.' Gevraagd naar de eigenschap die hem typeert, zegt hij: 'Vrankheid en oprechtheid. Ik zeg graag de dingen zoals ze zijn.' Zelfbewust is hij alleszins. Wie vond hij in 1992 de meest onderschatte voetballer? 'Didier Frenay!' Als wie of wat zou hij in een volgend leven willen terugkeren? 'Als Didier Frenay. Ik zie niet in waarom ik iemand anders zou willen zijn.' Op de vraag wat hij na zijn loopbaan wil doen, antwoordt hij: 'Vier talen perfect beheersen: Frans, Nederlands, Duits en Engels, omdat ik communicatie steeds belangrijker vind.' Aan een job als makelaar denkt hij dan nog niet, maar als speler doet hij wel alle contractbesprekingen zelf: 'Ik vind dat spelers die niet te dom zijn op de binnenlandse markt helemaal geen manager nodig hebben.' Uiteindelijk belandt hij toch in Oostenrijk, bij Linz waar hij zelfs de naturalisatie tot Oostenrijker aanvraagt omdat zijn club dan een extra buitenlander kan aanwerven. Tot een brief in de bus valt waarin hij meteen opgeroepen wordt om zijn Oostenrijkse legerdienst te vervullen. In geen tijd is Frenay er weg, richting Eendracht Aalst, 'echt een club naar mijn hart'. Wanneer hij er van trainer Urbain Haesaert maar twee minuten speeltijd krijgt, verhuist hij naar het Franse AS Cannes en dan terug naar Oostenrijk, naar Steyr. Daarna zet hij met zijn vroegere clubmanager van bij Linz, Jürgen Werner, een spelersmakelaarsbureau met internationale vertakkingen op: Star Factory. Met zijn contacten in België, Frankrijk en Oostenrijk en zijn goeie kennis van het Duits kan hij overal terecht. Marc Degryse kan hij niet overtuigen om mee te werken, Gerald Vanenburg en de Mexicaan Hugo Sánchez wel. Zijn eerste twee transfers kunnen tellen: Didier Dheedene van Anderlecht naar 1860 München, toen een Bundesligaclub, en Bart Goor naar Hertha BSC. Het levert hem in Duitsland een netwerk op dat hem toelaat een belangrijke positie in te nemen in een markt waar bedragen omgaan die mensen weleens doen duizelen.