Wat is dat, een Liverpudlian, vraagt auteur Dan Fieldsend aan Peter Moore, de zakenman die sinds 2017 de CEO is van Liverpool FC. Moore, geboren en getogen in de stad, omschrijft het zo: 'Wij zijn sterk geworden door onze band met de zee. We zeggen wat we denken. We zien situaties en reageren met het hart op de tong. Dat is ons DNA. Een Scouser zijn is: beschikken over veel zelfvertrouwen en verder ook mensen graag zien.'

Hoe hard het leven in Liverpool ook was, de inwoners hadden drie favoriete uitlaatkleppen: mode, sport en muziek.

Na Dublin is Liverpool de stad waar St Patrick's Day het hardst wordt gevierd - vorige week wel in mineur door de coronacrisis. Dat komt door de grote toevloed aan Ieren die in de negentiende eeuw vluchtten voor de hongersnood in hun land. Velen reisden later door naar de VS. Een groot pak bleef hangen in en om de Mersey en zijn dokken, die werk verschaften en rijkdom brachten. In het transport tussen VS en UK speelde de stad Liverpool met haar haven een cruciale rol.

Dat is, in het verhaal van het succes van de voetbalclub, van groter belang dan u zou denken. Eén: de taal. Het taaltje van de Scousers, zoals de mensen uit Liverpool worden genoemd, is net als hun voetbal scherp en intimiderend. Toen Fox Soccer voor de Amerikaanse markt in 2012 een documentaire draaide over club en stad, Being Liverpool, werd het Engels van Jamie Carragher ... ondertiteld. In Wuthering Heights, de beroemde roman van Emily Brontë (1846), staat een opmerkelijke passage over een van de personages, Heathcliff. De 'vuile jongen' komt uit de dokken en andere personages hebben het over zijn taaltje, of dat Creools is dan wel Gaelic. Het blijkt gewoon zijn Scouse tongval. Scouse is overigens een geuzennaam. De term werd oorspronkelijk gebruikt als verwijzing naar wezen op het eiland Man (in de Ierse zee tussen Ierland en Engeland). Een eiland vol pubs waar volgens vissers 'slechts bedelaars, hoeren en dronkaards' verbleven. Scousers! Dezelfde vissers gebruikten de naam ook om te verwijzen naar de inwoners van Liverpool. Min of meer van dezelfde aard... Rebels als ze waren, adopteerden die de naam.

Premier Margaret Thatcher had geen oog voor de sociaal-economische verwaarlozing van Liverpool en werd daarom gehaat., GETTY
Premier Margaret Thatcher had geen oog voor de sociaal-economische verwaarlozing van Liverpool en werd daarom gehaat. © GETTY

Twee: aan de dokken was werk nooit een garantie. Je werd als dokwerker om zeven uur 's ochtends in de haven verwacht en dan kon men je uitkiezen, met een klopje op de schouder. Wie geen geluk had, moest creatief zijn en elders zijn geluk beproeven. Vaak dook men dan de pubs in langs Dock Road, om daar een jobje te ritselen. Zo ontstond een groot gemeenschapsgevoel, er werd vaak in grote groepen rondgehangen. Dat zou zich ook doorzetten bij die ene ontspanning van de arbeider: het voetbal op zaterdag. Tot in de jaren 90 en de intrede van zitjes waren voetbalstadions arena's met losse tickets zonder vaste plaatsen. First come, first served. Je moest er op tijd zijn, en dan rondhangen.

Drie: het rebelse. In Londen had je het centrum van de macht, in Manchester en andere steden de fabrieken. Liverpudlians hadden de Mersey, hun Main Street, waar ze aan de slag konden in harde werkomstandigheden maar even vaak het gevoel hadden uitgebuit te worden. Rebellie tegen het kapitalisme smeulde er altijd. Our little republic, omschreef men de stad, politiek altijd links georiënteerd. Het gevoel van uitbuiting resulteerde er vaak in verzet, zeker toen in de loop van de twintigste eeuw het geografische belang van de stad evolueerde. Liverpool werd na de doorbraak van het luchtverkeer niet meer dé gateway voor trafiek naar de VS en kwam ook nog eens aan de verkeerde kant van het land te liggen, toen dat zich meer richting Europa oriënteerde. Robbie Fowler zegt daarover in de inleiding van het boek Locãl van Fieldsend: 'Kijk naar de kaart van ons land en het is direct duidelijk. Overal grote snelwegen, van zuid naar noord. Manchester ligt nog net langs de M6, maar om in Liverpool te geraken moet je een afslag nemen.' Toen gaandeweg het belang van de haven afnam, verminderde ook het belang van de stad. De luchthaven van Manchester werd ontwikkeld, niet die van Liverpool.

Het socialisme waarin ik geloof, is geen politiek. Het is een manier van leven. Het is menselijkheid.' coach Bill Shankly

Politiek

Rebellie loopt als een rode draad door het verhaal van de stad. In 1911 lokten dokwerkers, spoorwegarbeiders en schippers een grote staking uit. Winston Churchill, toen Home Secretary (minister van Binnenlandse Zaken) stuurde 3500 soldaten naar de stad en liet oorlogsschepen de Mersey bevaren. Na de Tweede Wereldoorlog zei politica Bessie Braddock, bijgenaamd Battling Bessie, op een gegeven moment dat ze bereid was om op wat Tories (conservatieven) in het parlement af te stappen met een machinegeweer. God save the queen is nooit populair geweest aan de boorden van de Mersey en de vlag van Engeland (het kruis van St George) nooit welkom in de Kop. Een fan verklaarde ooit op Liverpool FCTV: 'Ik zie nog liever mijn club een discussie rond een inworp winnen, dan Engeland het WK.' Jamie Carragher gaf ooit toe dat bij hem thuis 1966 voor zijn vader gelijkstond met het jaar waarin Everton de FA Cup won. 'Hij had het nooit over Bobby Moore en het omhoog steken van de World Cup.'

The Beatles, de muzikale iconen van de stad Liverpool., GETTY
The Beatles, de muzikale iconen van de stad Liverpool. © GETTY

Vanaf de jaren 70 werd het erger en erger. Met de rebellie, maar ook met de economische achteruitgang. Werkloosheidscijfers in het centrum van de stad rezen tot 30 procent. Investeringen stopten, mensen trokken weg. Het beeld van Liverpool in de media was: een stad van sociale onrust en stakingen. Werkten in 1955 nog ruim 16.000 mensen aan de dokken, dan was dat aantal in 1977 gedaald tot 6400. Twee jaar later had Liverpool de beste voetbalploeg ter wereld én de hoogste cijfers in de jeugdcriminaliteit.

1979 was ook het jaar dat Margaret Thatcher aan de macht kwam. In Liverpool won Labour nog de verkiezingen, maar elders de Tories. Al snel voelde men zich in de havenstad geviseerd. In de eerste jaren van het Thatcherism daalde de werkloosheid in het hele land tot 5,4 procent. In Liverpool steeg die tot 11,7 procent, om in 1986 te pieken op 21,1 procent. De werkloosheid steeg met 120 procent tussen 1974 en 1981, in achtergestelde wijken zelfs met 350 procent. Een tikkende tijdbom, die in de zomer van 1981 ontplofte.

' It's the economy, stupid', verdedigde Londen zich. In 1982 schreef de Daily Mirror: 'Ze zouden een hek rond Liverpool moeten zetten en toegangsgeld vragen.' The Liverpool Zoo.

In de stad zelf schoven ze alles op de rug van Thatcher. Toen de premier in een zwarte Jaguar op bezoek kwam, werd ze bekogeld met tomaten en eieren. Whitehall reageerde met afschuiven van de verantwoordelijkheid op de Scousers. De hopeloosheid van de toestand van Liverpool was 'eigen schuld'. Te veel macht voor de vakbonden, te links, te eigenwijs... Geoffrey Howe, een invloedrijk conservatief politicus uit die tijd, noemde geld pompen in Liverpool 'water omhoog laten lopen' en vroeg zich af: 'Zouden we niet beter een beheerste ondergang overwegen?'

Terwijl elders de agressie tegenover moslims toenam, daalde die in Liverpool met bijna 19 procent. Dankzij Mo Salah en zijn goals.

Thatcher leek op die lijn te zitten. Daags na het Heizeldrama verzamelde ze invloedrijke voetbalcommentatoren. Ze wilde weten wat aan de basis lag van het hooligangedrag van de voetbalfans. De commentatoren probeerden haar ervan te overtuigen dat de sociaal-economische verwaarlozing van de buurten waar de clubs hun fans rekruteerden, een belangrijke rol speelde. Maar Thatcher luisterde niet, zij legde de schuld bij het individu. Tijdens een persconferentie in Mexico City omschreef ze Scousers als mensen uit 'een stad met een bijzonder gewelddadig karakter'.

Later zou zelfs Alex Ferguson (Manchester United) dat beeld bevestigen. Gevraagd naar het gedrag van Wayne Rooney op het veld zei de Schot: 'Rooney komt van Liverpool en iedereen in die stad heeft een chip in zijn schouder. Als er hem iets onrechtvaardigs overkomt, gaat hij uiteraard reageren.' ' Always the victims, it's never your fault', zongen de fans van United in die periode.

Ook de huidige premier Boris Johnson zit op die golflengte. Toen in 2004 Ken Bigley in Bagdad werd ontvoerd en later vermoord, schreef Johnson als uitgever van The Spectator een editoriaal dat hard was voor Liverpool. 'De extreme reacties op zijn dood worden gevoed door het feit dat Bigley uit Liverpool afkomstig is. Ze kunnen daar maar niet accepteren dat ze misschien ook wel bijdroegen tot hun ellende.' Johnson betrok er in één adem ook het Hillsboroughdrama bij, en vond dat ook daar de dronken fans gedeelde verantwoordelijkheid hadden voor het drama. Toen onderzoek de fans later vrijsprak, moest hij zijn excuses aanbieden. Die werden niet aanvaard. En het hoeft ook geen betoog dat de dood van Thatcher in april 2013 luid werd gevierd. Dat nieuws kwam rond de middag en om tien uur 's avonds stonden alle pubs droog. In de lucht knalde vuurwerk.

Steven Gerrard, een icoon van Liverpool FC. Hij speelde er onafgebroken tot zijn 35e., GETTY
Steven Gerrard, een icoon van Liverpool FC. Hij speelde er onafgebroken tot zijn 35e. © GETTY

Kleding, voetbal en muziek

En het voetbal in dit alles?

Wel, hoe hard het leven in de stad ook was, de inwoners hadden drie favoriete uitlaatkleppen: mode, sport en muziek, met dank aan de Ierse roots en dat samenzijn in community's. De fans, die op zaterdag uren in en om de stadions van de twee vaandeldragers van het voetbal doorbrachten, vonden mekaar in songs, kleding en sport. Liverpool FC was daarbij de club van de massa, Everton die van de rijkere burger.

Boys van om de hoek werden de hoeksteen van het succes. De clubs doken die talenten op in het sunday football, het amateurvoetbal dat zeer populair was aan de boorden van de Mersey.

Het was een Schot, Bill Shankly, die alles aan elkaar cementeerde en de basis legde voor drie decennia sportief succes. Shankly wist alles van hard labeur en economische terugval, hij was om die redenen zijn geboortegrond ontvlucht. Toen hij op het einde van de jaren 50 naar Liverpool kwam, was de economische welvaart er aan het afkalven, maar bleek de strijdlust groot. Shankly zag mogelijkheden om het door het establishment gehate vakbondsleven op zijn ploeg te enten. In zijn rekrutering geen dure vedetten, maar lokale jongens. Hij beloofde hen succes, 'als ze zich maar niet overaten of hun accent verloren'. Tegenover de fans zei hij dit: 'Het socialisme waarin ik geloof, is geen politiek. Het is een manier van leven. Het is menselijkheid. De enige manier om te leven en echt succes te halen, is door een collectieve inspanning. Iedereen moet voor elkaar werken, elkaar helpen. Iedereen moet op het einde van de dag een deeltje van de beloning krijgen. Zo zie ik het voetbal én het leven.'

Floreerde het leven minder en minder, het voetbal compenseerde veel. Terwijl er in 1962 al 30.000 werklozen in de stad waren, zat The Kop vol. Met 50.000 zagen fans van de Reds hun ploeg promoveren naar de First Division. En Shankly deed meer. Uit bij Anderlecht, in 1964, traden de Reds voor het eerst helemaal in het rood aan. Dat zou zo blijven. Een jaar eerder, in 1963, adopteerden de fans You'll never walk alone als clublied. Liverpool FC werd in die periode geen gewone club, maar een community.

In de Kop zag je hemden en dassen, want direct na het voetbal gingen de fans uit, en dat mocht feestelijk, het dagelijkse leven was donker genoeg.

Een nette ook. In de Kop zag je hemden en dassen, want direct na het voetbal gingen ze uit, en dat mocht feestelijk, het dagelijkse leven was donker genoeg. Massaal reisden ze naar uitwedstrijden. De Liverpudlian zag elders in Engeland dat de gemiddelde fan er maar povertjes bijliep. Er kwam een tegenreactie. Voor uitwedstrijden, ook in Europa, gingen ze op zoek naar exclusieve kleding. Rebels, ook in hun kledij. Influencers avant la lettre.

Niet dat ze veel geld hadden, het was zoeken naar netjes én goedkoop. Uitwedstrijden werden creatief aangepakt, vaak met de trein, urenlange trips. Geregeld zonder betalen: overnachten kon buiten wel en wie zich massaal verplaatst, wordt minder gecontroleerd op ticketbezit op het openbaar vervoer. Liverpool zond zijn zonen uit, mooi in het pak, op exclusieve sportschoenen. Maar wel straatarm.

Liverpool zond ook muzikaal zijn tonen uit. The Beatles in de jaren 60. Later, in de jaren 70, adopteerde Liverpool het psychedelische Pink Floyd van Roger Waters. In de jaren 80 Echo and the Bunnymen. En wie schreef it's coming home, de voetbalhit die een gigantisch succes werd als anthem van het EK 1996 in Engeland? Ian Broudie, de frontman van de Lightning Seeds, een groep uit Liverpool.

Robbie Fowler, Jamie Carragher, David Fairclough, Steven Gerrard, Trent Alexander-Arnold, John Aldridge, Terry McDermott, Tommy Smith, Jimmy Case... Iconische Liverpoolspelers, die vaak een bescheiden afkomst gemeen hadden. De moeder van Smith kreeg na de dood van haar man - op de begrafenis viel de priester om van zatheid - elke week één pond om er voedsel mee te kopen. Allen working class heroes. Soms traden ook buitenlanders toe tot dat gild: Dirk Kuijt werd op handen gedragen, Stig Bjørnebye ook, nadat hij het opnam voor ontslagen dokwerkers en samen met hen piket ging staan. Luis Suárez was nooit populairder dan toen hij Branislav Ivanovic (van het Chelsea van Boris Johnson) in zijn oor beet en Patrice Evra (Man U) beledigde. Zo'n rebel droegen ze aan de Mersey op handen. De achtergrond van de Uruguayaan - opgegroeid in armoede, moeder poetsvrouw, verlaten door vader - herkenden ze als geen ander. Mo Salah faalde in het chique Londen, maar werd hier ook een held. Toen in tijden van Brexit de agressie tegenover moslims toenam, daalde de crime rate aan de Mersey tegenover die religieuze groep met bijna 19 procent. Dankzij Mo en zijn goals.

Een iconische foto uit de voor Liverpool woelige jaren 90: Robbie Fowler toont een boodschap nadat hij gescoord heeft., GETTY
Een iconische foto uit de voor Liverpool woelige jaren 90: Robbie Fowler toont een boodschap nadat hij gescoord heeft. © GETTY

Hét sociale statement als voetballer maakte Robbie Fowler, de spits die van 1984 tot 2001 voor de Reds zou voetballen (en later nog eens terugkeerde, maar dat was geen succes). Fowler brak door in de A-ploeg op een crisismoment in de haven. Er vielen collectieve ontslagen, het regende arbeidsongevallen en het kwam tot een openlijk conflict en nieuwe stakingen. Fowler, afkomstig uit een Evertonfamilie maar opgeleid door de Reds, was in die periode 21 en speelde Europees mee tegen Brann Bergen. Toen hij scoorde, trok hij zijn T-shirt omhoog. Daaronder droeg hij een tweede shirt, met het opschrift: Support 500 Liverpool Dockers - sacked since september 1995. Eigenlijk had hij het shirt gekregen van Steve McManaman, omdat een van diens ooms getroffen was. Ze droegen het shirt allebei in die match en waren van plan om het na affluiten te tonen. Maar toen scoorde Fowler. De UEFA gaf hem een boete van bijna 1000 euro.

Het werd hoe dan ook een iconische foto uit de voor Liverpool woelige jaren 90. Net als de stad verloor de club geleidelijk aan sportief belang, omdat ze niet mee wilde of kon in de spiraal van steeds duurdere transfersommen en lonen.

Ommekeer

Het blijft een vreemde paradox: toen Liverpool het economisch moeilijk had, scheerde de ploeg decennialang sportief hoge toppen. De werkloosheid van de jaren 70 en 80 en begin jaren 90 werd gecompenseerd met voetbalsucces: tussen 1972 en 1992 werd de club elf keer kampioen, won ze vier keer de FA Cup, vier keer Europacup 1 en twee keer de UEFA Cup. Daarna ging een tijdje de neergang economisch en sportief hand in hand, maar toen het met de stad weer beter ging - vanaf het begin van deze eeuw dankzij Europese subsidies en veel verfraaiing toen Liverpool culturele hoofdstad van Europa werd - bleef het sportieve achter.

Het voetbal kon een tijdje die opwaartse trend niet volgen. De Engelse eigenaars financieel niet, de eerste Amerikaanse evenmin. Ze haalden veel media met hun plannen om een nieuw stadion te bouwen en joegen vooral de fans tegen zich in het harnas. Die waren boos over de gestegen toegangsprijzen en de doodse saaiheid op Anfield.

De definitieve ommekeer kwam met nieuwe Amerikaanse bazen en een Duitser: Jürgen Klopp. Shankly 2. Zijn sociale filosofie sloot naadloos aan bij die van zijn voorganger: 'Ik ben meer links dan centrum', zei Klopp in een fel gesmaakt interview. 'Ik geloof in de welvaartstaat. Ik zou nooit voor een partij stemmen die belooft om de hoogste belastingtarieven af te vlakken. Mijn politieke overtuiging is deze: als ik het goed heb, wil ik dat voor anderen ook.'

Waartoe deze match made in heaven kan leiden, zagen we de laatste jaren: twee Europese finales op rij, een nieuwe CL-winst en een dezer een titel, tenzij corona er anders over beslist en het kampioenschap wordt geschrapt. Sociaal én sportief zou dat zeer onrechtvaardig zijn, maar helaas zijn ze op dat vlak in Liverpool een en ander gewend.

Zie ook: Locãl. A club and its city. Liverpool's social history, door Daniel Fieldsend.

© GETTY

Waarom Klopp de juiste man was

In zijn boek Locãl situeert Daniel Fieldsend de wedergeboorte van het huidige Liverpool FC rond 2013. In 2010 nam de Amerikaanse Fenway Sports Group de club over. Iets ervoor, in 2008, deed Jürgen Klopp sportief hetzelfde met Borussia Dortmund. Zonder al te veel uit te geven leidde hij de Borussen met revolutionair voetbal (agressief in de aanpak, maar technisch verzorgd) naar sportieve successen. Het was de Engelsen niet ontgaan, zodra het kon was hij hun man.

Ongeveer tegelijkertijd ontstond er beweging op een derde front, onder de supporters. Een hernieuwd besef dat ze wat moesten doen om weer sfeer op Anfield te krijgen. Reclaim the Kop heette de beweging, die eerst protesteerde tegen de geplande verhuis naar Stanley Park en vervolgens tegen de steeds stijgende toegangsprijzen die de working class hero weg hielden uit Anfield, ten voordele van steeds meer toeristen, die een bezoek aan Liverpool (de club én de stad) op hun bucketlist hebben, naar het stadion gaan, maar de liedjes niet kennen. De revival van de stad had zo een invloed op de ploeg.

In 2015 kwam Klopp als manager. Hij onderschreef direct de lokale waarden. 'Als IJsland een nationale ploeg bijeen kan brengen met een bevolking van 300.000, dan kan een stad als Liverpool met net geen half miljoen inwoners dat ook wel met local lads', zei hij. Klopp reanimeerde de ploeg én de fans. Er kwamen BOSS nights en fanevents (op eentje ervan dook Klopp op als suprise act bij een optreden van Jamie Webster) en opnieuw meer gezang in het stadion. De ticketprijzen werden bevroren en een nieuwe succesperiode brak aan. Begeleid door een intussen bekend anthem: Allez, allez, allez. Door fans van de Reds opgepikt bij hun collega's van Borussia Dortmund. Zo is ook die cirkel rond.

Ten huize Carragher was Everton in 1966 belangrijker dan het WK., GETTY
Ten huize Carragher was Everton in 1966 belangrijker dan het WK. © GETTY
Wat is dat, een Liverpudlian, vraagt auteur Dan Fieldsend aan Peter Moore, de zakenman die sinds 2017 de CEO is van Liverpool FC. Moore, geboren en getogen in de stad, omschrijft het zo: 'Wij zijn sterk geworden door onze band met de zee. We zeggen wat we denken. We zien situaties en reageren met het hart op de tong. Dat is ons DNA. Een Scouser zijn is: beschikken over veel zelfvertrouwen en verder ook mensen graag zien.' Na Dublin is Liverpool de stad waar St Patrick's Day het hardst wordt gevierd - vorige week wel in mineur door de coronacrisis. Dat komt door de grote toevloed aan Ieren die in de negentiende eeuw vluchtten voor de hongersnood in hun land. Velen reisden later door naar de VS. Een groot pak bleef hangen in en om de Mersey en zijn dokken, die werk verschaften en rijkdom brachten. In het transport tussen VS en UK speelde de stad Liverpool met haar haven een cruciale rol. Dat is, in het verhaal van het succes van de voetbalclub, van groter belang dan u zou denken. Eén: de taal. Het taaltje van de Scousers, zoals de mensen uit Liverpool worden genoemd, is net als hun voetbal scherp en intimiderend. Toen Fox Soccer voor de Amerikaanse markt in 2012 een documentaire draaide over club en stad, Being Liverpool, werd het Engels van Jamie Carragher ... ondertiteld. In Wuthering Heights, de beroemde roman van Emily Brontë (1846), staat een opmerkelijke passage over een van de personages, Heathcliff. De 'vuile jongen' komt uit de dokken en andere personages hebben het over zijn taaltje, of dat Creools is dan wel Gaelic. Het blijkt gewoon zijn Scouse tongval. Scouse is overigens een geuzennaam. De term werd oorspronkelijk gebruikt als verwijzing naar wezen op het eiland Man (in de Ierse zee tussen Ierland en Engeland). Een eiland vol pubs waar volgens vissers 'slechts bedelaars, hoeren en dronkaards' verbleven. Scousers! Dezelfde vissers gebruikten de naam ook om te verwijzen naar de inwoners van Liverpool. Min of meer van dezelfde aard... Rebels als ze waren, adopteerden die de naam. Twee: aan de dokken was werk nooit een garantie. Je werd als dokwerker om zeven uur 's ochtends in de haven verwacht en dan kon men je uitkiezen, met een klopje op de schouder. Wie geen geluk had, moest creatief zijn en elders zijn geluk beproeven. Vaak dook men dan de pubs in langs Dock Road, om daar een jobje te ritselen. Zo ontstond een groot gemeenschapsgevoel, er werd vaak in grote groepen rondgehangen. Dat zou zich ook doorzetten bij die ene ontspanning van de arbeider: het voetbal op zaterdag. Tot in de jaren 90 en de intrede van zitjes waren voetbalstadions arena's met losse tickets zonder vaste plaatsen. First come, first served. Je moest er op tijd zijn, en dan rondhangen. Drie: het rebelse. In Londen had je het centrum van de macht, in Manchester en andere steden de fabrieken. Liverpudlians hadden de Mersey, hun Main Street, waar ze aan de slag konden in harde werkomstandigheden maar even vaak het gevoel hadden uitgebuit te worden. Rebellie tegen het kapitalisme smeulde er altijd. Our little republic, omschreef men de stad, politiek altijd links georiënteerd. Het gevoel van uitbuiting resulteerde er vaak in verzet, zeker toen in de loop van de twintigste eeuw het geografische belang van de stad evolueerde. Liverpool werd na de doorbraak van het luchtverkeer niet meer dé gateway voor trafiek naar de VS en kwam ook nog eens aan de verkeerde kant van het land te liggen, toen dat zich meer richting Europa oriënteerde. Robbie Fowler zegt daarover in de inleiding van het boek Locãl van Fieldsend: 'Kijk naar de kaart van ons land en het is direct duidelijk. Overal grote snelwegen, van zuid naar noord. Manchester ligt nog net langs de M6, maar om in Liverpool te geraken moet je een afslag nemen.' Toen gaandeweg het belang van de haven afnam, verminderde ook het belang van de stad. De luchthaven van Manchester werd ontwikkeld, niet die van Liverpool.Rebellie loopt als een rode draad door het verhaal van de stad. In 1911 lokten dokwerkers, spoorwegarbeiders en schippers een grote staking uit. Winston Churchill, toen Home Secretary (minister van Binnenlandse Zaken) stuurde 3500 soldaten naar de stad en liet oorlogsschepen de Mersey bevaren. Na de Tweede Wereldoorlog zei politica Bessie Braddock, bijgenaamd Battling Bessie, op een gegeven moment dat ze bereid was om op wat Tories (conservatieven) in het parlement af te stappen met een machinegeweer. God save the queen is nooit populair geweest aan de boorden van de Mersey en de vlag van Engeland (het kruis van St George) nooit welkom in de Kop. Een fan verklaarde ooit op Liverpool FCTV: 'Ik zie nog liever mijn club een discussie rond een inworp winnen, dan Engeland het WK.' Jamie Carragher gaf ooit toe dat bij hem thuis 1966 voor zijn vader gelijkstond met het jaar waarin Everton de FA Cup won. 'Hij had het nooit over Bobby Moore en het omhoog steken van de World Cup.' Vanaf de jaren 70 werd het erger en erger. Met de rebellie, maar ook met de economische achteruitgang. Werkloosheidscijfers in het centrum van de stad rezen tot 30 procent. Investeringen stopten, mensen trokken weg. Het beeld van Liverpool in de media was: een stad van sociale onrust en stakingen. Werkten in 1955 nog ruim 16.000 mensen aan de dokken, dan was dat aantal in 1977 gedaald tot 6400. Twee jaar later had Liverpool de beste voetbalploeg ter wereld én de hoogste cijfers in de jeugdcriminaliteit. 1979 was ook het jaar dat Margaret Thatcher aan de macht kwam. In Liverpool won Labour nog de verkiezingen, maar elders de Tories. Al snel voelde men zich in de havenstad geviseerd. In de eerste jaren van het Thatcherism daalde de werkloosheid in het hele land tot 5,4 procent. In Liverpool steeg die tot 11,7 procent, om in 1986 te pieken op 21,1 procent. De werkloosheid steeg met 120 procent tussen 1974 en 1981, in achtergestelde wijken zelfs met 350 procent. Een tikkende tijdbom, die in de zomer van 1981 ontplofte. ' It's the economy, stupid', verdedigde Londen zich. In 1982 schreef de Daily Mirror: 'Ze zouden een hek rond Liverpool moeten zetten en toegangsgeld vragen.' The Liverpool Zoo. In de stad zelf schoven ze alles op de rug van Thatcher. Toen de premier in een zwarte Jaguar op bezoek kwam, werd ze bekogeld met tomaten en eieren. Whitehall reageerde met afschuiven van de verantwoordelijkheid op de Scousers. De hopeloosheid van de toestand van Liverpool was 'eigen schuld'. Te veel macht voor de vakbonden, te links, te eigenwijs... Geoffrey Howe, een invloedrijk conservatief politicus uit die tijd, noemde geld pompen in Liverpool 'water omhoog laten lopen' en vroeg zich af: 'Zouden we niet beter een beheerste ondergang overwegen?' Thatcher leek op die lijn te zitten. Daags na het Heizeldrama verzamelde ze invloedrijke voetbalcommentatoren. Ze wilde weten wat aan de basis lag van het hooligangedrag van de voetbalfans. De commentatoren probeerden haar ervan te overtuigen dat de sociaal-economische verwaarlozing van de buurten waar de clubs hun fans rekruteerden, een belangrijke rol speelde. Maar Thatcher luisterde niet, zij legde de schuld bij het individu. Tijdens een persconferentie in Mexico City omschreef ze Scousers als mensen uit 'een stad met een bijzonder gewelddadig karakter'. Later zou zelfs Alex Ferguson (Manchester United) dat beeld bevestigen. Gevraagd naar het gedrag van Wayne Rooney op het veld zei de Schot: 'Rooney komt van Liverpool en iedereen in die stad heeft een chip in zijn schouder. Als er hem iets onrechtvaardigs overkomt, gaat hij uiteraard reageren.' ' Always the victims, it's never your fault', zongen de fans van United in die periode. Ook de huidige premier Boris Johnson zit op die golflengte. Toen in 2004 Ken Bigley in Bagdad werd ontvoerd en later vermoord, schreef Johnson als uitgever van The Spectator een editoriaal dat hard was voor Liverpool. 'De extreme reacties op zijn dood worden gevoed door het feit dat Bigley uit Liverpool afkomstig is. Ze kunnen daar maar niet accepteren dat ze misschien ook wel bijdroegen tot hun ellende.' Johnson betrok er in één adem ook het Hillsboroughdrama bij, en vond dat ook daar de dronken fans gedeelde verantwoordelijkheid hadden voor het drama. Toen onderzoek de fans later vrijsprak, moest hij zijn excuses aanbieden. Die werden niet aanvaard. En het hoeft ook geen betoog dat de dood van Thatcher in april 2013 luid werd gevierd. Dat nieuws kwam rond de middag en om tien uur 's avonds stonden alle pubs droog. In de lucht knalde vuurwerk. En het voetbal in dit alles? Wel, hoe hard het leven in de stad ook was, de inwoners hadden drie favoriete uitlaatkleppen: mode, sport en muziek, met dank aan de Ierse roots en dat samenzijn in community's. De fans, die op zaterdag uren in en om de stadions van de twee vaandeldragers van het voetbal doorbrachten, vonden mekaar in songs, kleding en sport. Liverpool FC was daarbij de club van de massa, Everton die van de rijkere burger. Boys van om de hoek werden de hoeksteen van het succes. De clubs doken die talenten op in het sunday football, het amateurvoetbal dat zeer populair was aan de boorden van de Mersey. Het was een Schot, Bill Shankly, die alles aan elkaar cementeerde en de basis legde voor drie decennia sportief succes. Shankly wist alles van hard labeur en economische terugval, hij was om die redenen zijn geboortegrond ontvlucht. Toen hij op het einde van de jaren 50 naar Liverpool kwam, was de economische welvaart er aan het afkalven, maar bleek de strijdlust groot. Shankly zag mogelijkheden om het door het establishment gehate vakbondsleven op zijn ploeg te enten. In zijn rekrutering geen dure vedetten, maar lokale jongens. Hij beloofde hen succes, 'als ze zich maar niet overaten of hun accent verloren'. Tegenover de fans zei hij dit: 'Het socialisme waarin ik geloof, is geen politiek. Het is een manier van leven. Het is menselijkheid. De enige manier om te leven en echt succes te halen, is door een collectieve inspanning. Iedereen moet voor elkaar werken, elkaar helpen. Iedereen moet op het einde van de dag een deeltje van de beloning krijgen. Zo zie ik het voetbal én het leven.' Floreerde het leven minder en minder, het voetbal compenseerde veel. Terwijl er in 1962 al 30.000 werklozen in de stad waren, zat The Kop vol. Met 50.000 zagen fans van de Reds hun ploeg promoveren naar de First Division. En Shankly deed meer. Uit bij Anderlecht, in 1964, traden de Reds voor het eerst helemaal in het rood aan. Dat zou zo blijven. Een jaar eerder, in 1963, adopteerden de fans You'll never walk alone als clublied. Liverpool FC werd in die periode geen gewone club, maar een community. Een nette ook. In de Kop zag je hemden en dassen, want direct na het voetbal gingen ze uit, en dat mocht feestelijk, het dagelijkse leven was donker genoeg. Massaal reisden ze naar uitwedstrijden. De Liverpudlian zag elders in Engeland dat de gemiddelde fan er maar povertjes bijliep. Er kwam een tegenreactie. Voor uitwedstrijden, ook in Europa, gingen ze op zoek naar exclusieve kleding. Rebels, ook in hun kledij. Influencers avant la lettre. Niet dat ze veel geld hadden, het was zoeken naar netjes én goedkoop. Uitwedstrijden werden creatief aangepakt, vaak met de trein, urenlange trips. Geregeld zonder betalen: overnachten kon buiten wel en wie zich massaal verplaatst, wordt minder gecontroleerd op ticketbezit op het openbaar vervoer. Liverpool zond zijn zonen uit, mooi in het pak, op exclusieve sportschoenen. Maar wel straatarm. Liverpool zond ook muzikaal zijn tonen uit. The Beatles in de jaren 60. Later, in de jaren 70, adopteerde Liverpool het psychedelische Pink Floyd van Roger Waters. In de jaren 80 Echo and the Bunnymen. En wie schreef it's coming home, de voetbalhit die een gigantisch succes werd als anthem van het EK 1996 in Engeland? Ian Broudie, de frontman van de Lightning Seeds, een groep uit Liverpool. Robbie Fowler, Jamie Carragher, David Fairclough, Steven Gerrard, Trent Alexander-Arnold, John Aldridge, Terry McDermott, Tommy Smith, Jimmy Case... Iconische Liverpoolspelers, die vaak een bescheiden afkomst gemeen hadden. De moeder van Smith kreeg na de dood van haar man - op de begrafenis viel de priester om van zatheid - elke week één pond om er voedsel mee te kopen. Allen working class heroes. Soms traden ook buitenlanders toe tot dat gild: Dirk Kuijt werd op handen gedragen, Stig Bjørnebye ook, nadat hij het opnam voor ontslagen dokwerkers en samen met hen piket ging staan. Luis Suárez was nooit populairder dan toen hij Branislav Ivanovic (van het Chelsea van Boris Johnson) in zijn oor beet en Patrice Evra (Man U) beledigde. Zo'n rebel droegen ze aan de Mersey op handen. De achtergrond van de Uruguayaan - opgegroeid in armoede, moeder poetsvrouw, verlaten door vader - herkenden ze als geen ander. Mo Salah faalde in het chique Londen, maar werd hier ook een held. Toen in tijden van Brexit de agressie tegenover moslims toenam, daalde de crime rate aan de Mersey tegenover die religieuze groep met bijna 19 procent. Dankzij Mo en zijn goals. Hét sociale statement als voetballer maakte Robbie Fowler, de spits die van 1984 tot 2001 voor de Reds zou voetballen (en later nog eens terugkeerde, maar dat was geen succes). Fowler brak door in de A-ploeg op een crisismoment in de haven. Er vielen collectieve ontslagen, het regende arbeidsongevallen en het kwam tot een openlijk conflict en nieuwe stakingen. Fowler, afkomstig uit een Evertonfamilie maar opgeleid door de Reds, was in die periode 21 en speelde Europees mee tegen Brann Bergen. Toen hij scoorde, trok hij zijn T-shirt omhoog. Daaronder droeg hij een tweede shirt, met het opschrift: Support 500 Liverpool Dockers - sacked since september 1995. Eigenlijk had hij het shirt gekregen van Steve McManaman, omdat een van diens ooms getroffen was. Ze droegen het shirt allebei in die match en waren van plan om het na affluiten te tonen. Maar toen scoorde Fowler. De UEFA gaf hem een boete van bijna 1000 euro. Het werd hoe dan ook een iconische foto uit de voor Liverpool woelige jaren 90. Net als de stad verloor de club geleidelijk aan sportief belang, omdat ze niet mee wilde of kon in de spiraal van steeds duurdere transfersommen en lonen. Het blijft een vreemde paradox: toen Liverpool het economisch moeilijk had, scheerde de ploeg decennialang sportief hoge toppen. De werkloosheid van de jaren 70 en 80 en begin jaren 90 werd gecompenseerd met voetbalsucces: tussen 1972 en 1992 werd de club elf keer kampioen, won ze vier keer de FA Cup, vier keer Europacup 1 en twee keer de UEFA Cup. Daarna ging een tijdje de neergang economisch en sportief hand in hand, maar toen het met de stad weer beter ging - vanaf het begin van deze eeuw dankzij Europese subsidies en veel verfraaiing toen Liverpool culturele hoofdstad van Europa werd - bleef het sportieve achter. Het voetbal kon een tijdje die opwaartse trend niet volgen. De Engelse eigenaars financieel niet, de eerste Amerikaanse evenmin. Ze haalden veel media met hun plannen om een nieuw stadion te bouwen en joegen vooral de fans tegen zich in het harnas. Die waren boos over de gestegen toegangsprijzen en de doodse saaiheid op Anfield. De definitieve ommekeer kwam met nieuwe Amerikaanse bazen en een Duitser: Jürgen Klopp. Shankly 2. Zijn sociale filosofie sloot naadloos aan bij die van zijn voorganger: 'Ik ben meer links dan centrum', zei Klopp in een fel gesmaakt interview. 'Ik geloof in de welvaartstaat. Ik zou nooit voor een partij stemmen die belooft om de hoogste belastingtarieven af te vlakken. Mijn politieke overtuiging is deze: als ik het goed heb, wil ik dat voor anderen ook.' Waartoe deze match made in heaven kan leiden, zagen we de laatste jaren: twee Europese finales op rij, een nieuwe CL-winst en een dezer een titel, tenzij corona er anders over beslist en het kampioenschap wordt geschrapt. Sociaal én sportief zou dat zeer onrechtvaardig zijn, maar helaas zijn ze op dat vlak in Liverpool een en ander gewend.