Of hij uitkeek naar het duel van komende vrijdag tegen Vincent Kompany wilde een verslaggever afgelopen zaterdag weten van Ally Samatta? De Tanzaniaan grijnsde de tanden bloot. Uiteraard, was het antwoord, Kompany is toch een van de beste verdedigers ter wereld? Laat maar komen.
...

Of hij uitkeek naar het duel van komende vrijdag tegen Vincent Kompany wilde een verslaggever afgelopen zaterdag weten van Ally Samatta? De Tanzaniaan grijnsde de tanden bloot. Uiteraard, was het antwoord, Kompany is toch een van de beste verdedigers ter wereld? Laat maar komen. Voor wie ambitie heeft, een goeie test. Maar eigenlijk staat Samatta op training geregeld tegen zo'n type. Tegenover de jongere versie van Kompany. Jhon Lucumí is de naam. Deze zomer 21 geworden, maar met een grote toekomst voor zich. Bescheiden, professioneel, beleefd. Maar ook: behoorlijk zelfverzekerd. Hoe hij zichzelf zou omschrijven als voetballer, vragen we hem. Lucumí: 'Rustig aan de bal. Een beetje elegant, iemand die kalmte probeert te brengen, zekerheid. Ik zie het als een taak om voor vertrouwen te zorgen bij de ploegmaats. Uitvoetballen deed ik in Colombia ook al, zelfs bij de jeugd. Altijd opbouwen van achteruit, in mijn ploeg legden ze daar de nadruk op. Het enige verschil is dat het hier sneller en preciezer moet, en dat je iets sneller moet denken.' Vroeger was hij spits. Helpt hem dat in het lezen van bewegingen van zijn tegenstanders nu? Lucumí: 'Soms wel ja. Anderzijds: dat heeft niet lang geduurd en ik was toen nog een kind. Maar ik heb er wel wat techniek door gekregen. Of ik een goeie spits was? ( grijnst) Bij de wijkploeg wel, bij Deportivo Cali niet meer. Daar had ik concurrentie van andere goeie spitsen en was het ingewikkeld. Dat zette me aan om andere opties te zoeken. De trainer van toen probeerde me op diverse posities uit en zo belandde ik centraal achterin. Dat bevalt me nu enorm, maar in het begin niet. Wie nog een kind is en gaat voetballen, wil scoren. Maar met de tijd ben ik ervan gaan houden en anderen zagen wel wat mogelijkheden in mij op die positie: mijn lengte, de hardheid in het duel, het gegeven dat ik snel was, en linksvoetig, ...' Zijn referenties als verdedigers? 'In Colombia mannen als Mario Yepes, Cristian Zapata, Jeison Murillo,... We hebben veel toppers. Internationaal: Sergio Ramos, Carles Puyol,... Grote verdedigers die de geschiedenis van het voetbal tekenden.' Een jaar geleden belandde hij in Genk, toen Omar Colley er vertrok. Een bewuste keuze, zegt hij. Een volgende etappe in zijn ontwikkeling, maar geen evidente. Vroeger waren er voor goeie Colombianen in eigen regio twee vaste landen om naar uit te wijken: Argentinië en Mexico. De laatste jaren kwam daar een derde speler bij: de MLS in de VS, waar de Latijnse gemeenschap sterk is vertegenwoordigd is. Lucumí: 'Goeie lonen, een gestegen niveau en minder ver weg van familie en vrienden. Aantrekkelijk. Maar voor mij geen optie, omdat ik dacht dat het niveau in België beter was. Ik heb een aantal doelen en denk dat ik hoger zal worden aangeslagen als ik hier kan doorbreken. Dat het ver van huis is, neem ik erbij.' Zijn leven in Cali omschrijft hij als normaal. Anders wel dan hier in Europa. Hier leeft men binnen, rustig. 'Maar op wedstrijddagen vind ik ook hier de intensiteit, de passie voor het voetbal. Zelfs in het rustige Genk', lacht hij. Zijn eerste seizoen in Genk was een voltreffer, vindt hij. Toen hij tekende (voor vier seizoenen), dacht hij een aanpassingsperiode nodig te hebben. Lucumí: 'Drie maanden, zes maanden... En dan een keer spelen, een keer weer aan de kant, geleidelijk in de ploeg komen.' Het liep anders. Philippe Clement zocht specifiek naar een goed meevoetballende, lange, linksvoetige centrale verdediger en dropte hem vrijwel onmiddellijk in het team. Van augustus tot oktober kon hij zich veelvuldig tonen, zowel nationaal, als in de kwalificaties en later groepsfase van de Europa League. Lucumí: 'Ik speelde en bleef spelen en toen dacht ik: hmm, dat gaat hier goed. Ik heb precies niks nodig en de groep maakt het me heel makkelijk om mee te doen. Ik voelde me direct aangepast. Daar had ik echt niet op gerekend. Ik moest wel wat aan mijn spel veranderen. Het ging hier veel sneller. In Colombia kon je ook wel eens een intense wedstrijd hebben, of 45 minuten, maar het vervolg was dan altijd minder. Hier wordt alles langer aangehouden. Misschien ook dankzij het klimaat. In Colombia voetbal je de ene keer op hoogte, waardoor de ademhaling anders is, of een andere keer aan de Caribische kust, waar het heel heet en vochtig is. Je kledij druipt er echt van het zweet. Dehydratatie is dan het gevolg... Wat je hier nooit kan doen, leerde ik snel, is even mentaal uitschakelen. Je moet altijd geconcentreerd zijn.' Af en toe liet KRC hem rusten, om hem de kans te geven aan het ritme te wennen. Maar uiteindelijk knapte het lichaam toch. Eind oktober velde een spierblessure hem. Het zou tot maart duren voor we hem terugzagen. Eerst door de revalidatie, vervolgens omdat KRC in de flow zat en de defensie er stond. Maar in het slot van de reguliere competitie én in play-off 1 speelde hij opnieuw. Uitstekend. Lucumí: 'Die maanden herstel waren lastig, het leek een eeuwigheid. Achteraf gezien denk ik dat mijn lichaam toch nog niet volledig aangepast was aan het ritme hier. In Colombia hebben we zelden drie wedstrijden per week. Ik had ook niet de beste voorbereiding achter de rug, door die transfer laat in juli, en misschien niet de beste trainingen die ik nodig had om echt klaar te zijn. Het was een spierletsel dat me plots uit koers sloeg. Ik heb er wel uit geleerd. Als ik in de toekomst nog pijn voel, ga ik sneller langs de kant staan. Maar je kent dat: je bent jong en je wil je tonen...' Even voor 14 uur moet hij weg. De training zit er dan al lang op, maar hij heeft nog een extra taak: Engelse les. Of hij al wat spreekt? 'Nog niet, neen. Maar dat komt nog wel, snel', glimlacht hij breed. En Nederlands? Verontschuldigend klinkt het: ' No. Te moeilijk. Frans eveneens. Ik houd het bij Engels. Ook met de trainer. Die gooit er soms wat Italiaans tussen, want er zijn woorden die goed op onze taal lijken. Het is niet zo moeilijk hoor, jezelf redden in Genk. En raak je toch niet uit je woorden, dan is er nog altijd de telefoon.' Google translate als modern extraatje. Het nadeel, dat hij ver weg is van zijn familie, loste hij op door hen geregeld naar hier te halen. Zijn moeder stopte twee jaar geleden met werken en is er vaak. Zijn vader, onderhoudstechnieker, ook. Net als zijn broer. Met die beperking dat ze nooit langer dan drie maanden kunnen blijven. Dan vervalt hun visum en moeten ze weer drie maanden weg uit Europa. In Genk raakte hij inmiddels ook bevriend met een andere Colombiaanse familie. Een vaste vriendin heeft hij nog niet, sinds deze zomer wel een Colombiaanse ploegmaat: Carlos Cuesta. Ook een verdediger, een leeftijdsgenoot, iets jonger zelfs. Lucumí: 'Een duo kan. Ooit zal dat wel gebeuren, maar dat is een vraag voor de trainer. Ik heb al met hem samen gespeeld, vroeger in de jeugd van Colombia, bij de U17 en de U20. We waren ginder vrienden, deelden veel ervaringen. Maar ik wist niet dat hij zou komen. Ze hebben me gebeld toen alles al zo goed als afgerond was.' Toen hij dat telefoontje kreeg, zat hij bij de nationale ploeg op de Copa América. De kers op de taart van een fantastisch jaar. Lucumí: 'Eerst al die titel, en dan die selectie, onder een nieuwe coach. Dan wil je het vooral goed doen. Stress? Neen, blij dat ik erbij was, genieten van de speelminuten die ik kreeg. En nu wil ik proberen dat meer te doen. Straks is er Champions League. Het doel wordt om daarin iets te tonen.' Ondertussen is er bij Genk ook wel wat kwaliteit weg. Maar geen gejammer, er is ook kwaliteit bijgekomen, signaleert Lucumí. En dat kan weer ander voetbal opleveren, eens iedereen is ingepast. Hij verwijst naar vorig seizoen. 'Toen Alejandro Pozuelo vertrok, was dat in het begin moeilijk. Zijn talent en impact waren enorm, en hij hielp me heel veel. Maar door zijn vertrek hebben een aantal andere spelers zich volledig kunnen ontplooien.' Er kwam ook meer variatie. Lucumí: 'Klopt, veel ploegen hadden ons voetbal geanalyseerd en wisten dat we Alejandro vaak zochten om van daaruit te voetballen. Toen hij vertrok, konden we ander voetbal laten zien. Sneller, minder op balbezit, met meer variatie in ons spel. Dat was de wissel van ons voetbal in de play-offs. De komst van Ito gaf dynamiek en diepte, daardoor werden we een ploeg die misschien wat minder makkelijk te neutraliseren viel. En zo brengt iedere nieuweling zijn kwaliteiten nu ook mee, en wordt het straks toch weer anders.'