Marcello Lippi

"Ik raakte gefascineerd door een moment in een Europese wedstrijd van Juventus, maakte een aantekening en bekeek het opnieuw. Je zag twee spitsen, onder andere Ravanelli, pressing zetten en Zidane die er telkens tussen kwam omdat die linies zo kort op elkaar speelden. Zo compact spelen is een kunst omdat je altijd druk op de bal moet houden. Wat mij ook fascineerde: een tegenstander die doorbrak, lag omver hé. Dat hoog verdedigen sprak mij aan.
...

"Ik raakte gefascineerd door een moment in een Europese wedstrijd van Juventus, maakte een aantekening en bekeek het opnieuw. Je zag twee spitsen, onder andere Ravanelli, pressing zetten en Zidane die er telkens tussen kwam omdat die linies zo kort op elkaar speelden. Zo compact spelen is een kunst omdat je altijd druk op de bal moet houden. Wat mij ook fascineerde: een tegenstander die doorbrak, lag omver hé. Dat hoog verdedigen sprak mij aan. "Ik heb daarom op video eens een jaar lang alle Europese wedstrijden gevolgd van Juventus onder Lippi met onder andere Deschamps en Zidane. Ik merkte dat Zidane altijd met zijn gezicht naar het doel van de tegenstander stond als hij de bal kreeg. Ik heb dat later ook gezien op een dvd met 90 minuten Zidane bij Real Madrid. Het kleine detail, dat heeft mij altijd geboeid. Ik bedoel: je kan druk zetten, maar als de ploegmaats aan binnen- en buitenkant geen dekking geven, kan je als individu het team weinig meerwaarde schenken. "Juventus was toen een ploeg die perfect in een 4-4-2-bezetting speelde en waarin je voortdurend dat complementaire zag: iemand die naar binnen trok, iemand die de vrijgekomen ruimte op de buitenkant innam. Nadat Club Brugge een paar jaar geleden tegen Juventus speelde, maakte ik de bemerking dat verdedigers in België bijna plat staan, terwijl in Italië die flankverdedigers al hoger liepen, waardoor je met een inspeelpass naar hen al meteen een tegenstander passeerde. Dat waren details die mij onder Lippi ook al opvielen. "Nog zoiets: op een center vanaf de zijkant zijn er veel Belgische verdedigers die alleen kijken naar de bal en dan geklopt worden door een speler in hun rug. Topverdedigers kijken naar voren en zien vanuit hun ooghoeken de spitsen. Die details zijn belangrijk voor mij. "Ik heb met de Pro License de kans gehad om Lippi te ontmoeten. Een heel rustige, aimabele man die streefde naar inhoud. Toen ik de werkwijze van Juventus zag, begreep ik hoe het kwam dat ze zo ver stonden. Ik ben blij dat Lippi wereldkampioen geworden is in Duitsland. Hij was mijn favoriete bondscoach. Als ik wist dat er ergens een interview met hem verscheen, ging ik het lezen omdat ik hem beter wou leren kennen. Die man hééft iets: charisma - hij wordt soms vergeleken met Paul Newman - én hij kan zijn ploegen op een heel gedisciplineerde manier laten voetballen. Rust uitstralen, inhoud en discipline, zowel op als naast het terrein, vind ik ook heel belangrijk." "Ik heb nooit onder een grote trainer gespeeld, dus ik heb mijzelf eigenlijk gevormd. Ik woon in Harelbeke, waar Happel destijds een tijdje coach was, maar ik ben als speler nooit gaan kijken naar een training van hem. Bij mij is de metamorfose pas gekomen op het moment dat ik coach werd. Op de trainersschool hebben twee mensen mij getoond hoe ik trainingen moest geven. Het leiderschap, de verantwoordelijkheidszin had ik in mij en zo ben ik vertrokken. Ik vind nog altijd: morgen moet ik weer meer kunnen bijleren dan vandaag. De beste motivatie is nog altijd de eigen motivatie. "Mijn eerste twee lesgevers op de trainersschool maakten op mij de grootste indruk. Het waren Jean-Marie Bol en Freddy Qvick. Puur qua manier van training geven, stak ik van hen wel wat op. Vergeet niet dat ik uit de - zeg maar - hobbymaatschappij in provinciale kwam. Bij Bol en Qvick leerde ik hoe je op snelheid traint en op balcirculatie met een center. Daarna heb ik heel veel op papier gezet. Zo heb ik járen al mijn trainingen bijgehouden. Telkens evalueerde ik de oefeningen: daar stonden ze te veel stil, dat moet ik veranderen. Dát, training geven, is nu mijn belangrijkste wapen. Het is als trainer de kunst om zo snel mogelijk de kwaliteiten van een individu te plaatsen in je collectief." "Ik had dit jaar een speler - ik noem geen naam - bij wie ik mentaal binnen ben kunnen dringen en die speelt de laatste weken zeer sterk. Ik weet dat ik daar mijn steentje toe bijgedragen heb. Ik heb hem ervan kunnen overtuigen dat hij zijn positieve energie in elke wedstrijd naar voren moest en kon schuiven. Ik ga hoe langer hoe meer de weg op van de communicatiepsychologie: je moet je inleven in het individu. "Ik heb deze zomer een boek gelezen over communicatiepsychologie - Intelligentievermogen van Anthony Robbins, een Amerikaan. Ik had het er in AC Milan met Jean-Pierre Meersseman over. 'Je moet dat boek eens kopen', zei hij. Ze hebben daar bij Milan een uitgebreide staf met onder andere een motivator, een ex-karatekampioen. Ik heb twee minuten gepraat met die man ... Ongelooflijk. Echt waar. Eigenlijk is het de kunst dat ik je zaken mee kan geven waar jij je goed bij voelt. Uiteindelijk is het een soort verkoop. Als ik iets aanbied waarvan jij zegt dat je dat nodig hebt, dan heb je een goede deal. Hoe langer hoe meer ga je daar rekening mee houden en dat hoor ik van andere trainers ook. "Voor het seizoen hebben we van elke speler een mentaal objectief vooropgesteld. Dat hangt ook uit in de kleedkamer. Ik vind het belangrijk dat elke speler van de andere weet wat zijn doelstellingen zijn. Dan kan je mekaar ondersteunen en als trainer spelers confronteren met hun doel. Ik analyseer daarom veel gesprekken. Ik kijk soms naar debatten met politici en daar haal ik dingen uit: er zijn er die in de eerste drie zinnen al zeggen wat ze vinden en je hebt er die na een halfuur nog niks gezegd hebben. Ik ben voor het eerste type. "Kijk, we zijn dit seizoen begonnen in een 4-4-2 met een ruit en we verloren tegen Standard met 1-4 en op Cercle met 2-0. Terecht. Mijn spelers waren een beetje ontgoocheld, dus speelden we tegen Westerlo in een 4-3-3 en heb ik mijn spelers gevraagd - die communicatiepsychologie boeit mij - of ze geloofden dat ze konden winnen. Ik pakte ze mentaal aan en zei: 'Als je erin gelooft, moet je het ook tonen. Als je dat gedaan hebt, zal niemand je iets verwijten.' En we wonnen met 1-0. Onverdiend. Maar we haalden wel drie op negen. Zucht. Na AA Gent de week daarop lagen onze recuperatiewaarden op zondagmorgen tussen - niet schrikken - vijftien seconden en bijna drie minuten beter dan na Cercle Brugge. Voilà. Mentale fitheid. Een beter gevoel hebben." Sdoor raoul de groote