'Ik heb zelf even gevoetbald, maar ik was meer sfeermaker dan voetballer. Reflexspray op andermans edele delen spuiten bleek zowat mijn belangrijkste bijdrage ( lacht). ADHD bestond toen nog niet als diagnose, maar ik denk dat ik dat wel had. Telkens ik voetbal zag op televisie, moést ik naar buiten om die bewegingen na te doen en te voorzien van eigen commentaar - ik was grote fan van Jan Wauters. Internet bestond nog niet, dus stak je veel te veel tijd in het checken van de voetbaluitslagen op teletekst, met die vijf pagina's die maar om de zoveel minuten verversten.
...

'Ik heb zelf even gevoetbald, maar ik was meer sfeermaker dan voetballer. Reflexspray op andermans edele delen spuiten bleek zowat mijn belangrijkste bijdrage ( lacht). ADHD bestond toen nog niet als diagnose, maar ik denk dat ik dat wel had. Telkens ik voetbal zag op televisie, moést ik naar buiten om die bewegingen na te doen en te voorzien van eigen commentaar - ik was grote fan van Jan Wauters. Internet bestond nog niet, dus stak je veel te veel tijd in het checken van de voetbaluitslagen op teletekst, met die vijf pagina's die maar om de zoveel minuten verversten. 'Als jong gastje uit Belsele kon ik kiezen tussen Lokeren of SK Beveren, het werd Beveren. De periode van illustere namen als Chidi Nwanu, Patrick Goots, Jacky Boonen en Dirk Volckerick. En Pioneer als shirtsponsor. Tussen mijn vijftiende en achttiende heb ik er in de spionkop gestaan. Ik vond de Freethiel een écht voetbalstadion, waar je kort op het veld zat. Voetbalstadions fascineerden me al van jongs af, vooral de verbindende kracht ervan. Het is een plaats waar mensen uit diverse sociale lagen elkaar treffen en even de werkdag vergeten. In die zin klopt de vergelijking wel met religie en de functie van een kerk. Tegenwoordig ga ik met mijn zoontje Oscar, een echte Buffalo, naar de Ghelamco Arena. Je zit er wel verder van het veld en de sfeer is iets gemoedelijker dan in het Ottenstadion, maar je zit er comfortabeler en overal heb je een goed zicht. 'Elf jaar geleden ben ik in Gent komen wonen en sindsdien is die band met AA Gent gegroeid. Meer dan elders voel je hier dat de voetbalclub de stad vertegenwoordigt. Ivan De Witte en Daniel Termont staan daar symbool voor. Er gaat iets sympathiek van uit. Ik ken bijvoorbeeld weinig mensen die iets tégen AA Gent hebben. Uit de periode in het Ottenstadion blijven voornamelijk Mbark Boussoufa en Nordin Jbari mij bij. Soms mis ik die tijd, toen de spelers na de match wel eens een pintje bleven drinken, of toen je nog gewoon cash kon betalen voor je drankje of hamburger - echte sappige en niet de uitgedroogde exemplaren die je nu geserveerd krijgt. 'Tegenwoordig heb ik het voor Thomas Foket en Brecht Dejaegere, mannen van hier die er altijd vol voor gaan. Maar ik ken geen spelers persoonlijk, alleen Davy De fauw staat in mijn gsm, omdat we eens samen gevoetbald hebben in een matchke tegen patiënten uit de forensische psychiatrie. Met mijn zoontje ben ik vorig seizoen eens naar Zulte Waregem gaan kijken. 'De titel van Gent in 2015 was een hoogtepunt, maar volgens mij toch eenmalig. Ergens heb ik nog altijd het gevoel dat ze een middenmoter zijn, ondanks dat nieuwe stadion. Ik ga geregeld kijken, maar door mijn agenda is een abonnement niet rendabel. Ik ga dus à la carte. Of soms komen we samen bij Johan Heldenbergh, die bij hem thuis Buffalo-avondjes organiseert: screening op de muur, hapjes en iedereen in blauw-wit getooid. 'Vorig seizoen mocht ik voor Play Sports commentaar geven bij de match van AA Gent tegen Anderlecht. Het was een droom die uitkwam. Mijn bewondering voor voetbalcommentatoren is sindsdien alleen maar gegroeid. Aanvoelen wanneer je iets moet zeggen en dan ook nog iets zeggen dat een meerwaarde biedt, is aartsmoeilijk. Een gloriemoment was zeker toen ik vlak voor de match even een stand-up mocht doen op het veld en de spelers passeerden. Ik heb eens vriendelijk gezwaaid naar enkelen, maar ik merkte zeer weinig herkenning. Voetballers kijken niet naar Canvas, weet ik nu wel zeker ( lacht).'