'Niemand kon zo hard en zo precies een bal trappen als hij.'

De sloophamer is er al tekeergegaan. De erepoort uit 1929, geïnspireerd op een Romeinse triomfboog met in art-decoletters 'Berchem Stadium', staat nog overeind. Als een last man standing. Traditieclub Berchem Sport kijkt naar de toe...

De sloophamer is er al tekeergegaan. De erepoort uit 1929, geïnspireerd op een Romeinse triomfboog met in art-decoletters 'Berchem Stadium', staat nog overeind. Als een last man standing. Traditieclub Berchem Sport kijkt naar de toekomst, maar de naam 'Ludo Coeckstadion' blijft. Coeck was een van onze meest sierlijke en joviale voetballers. Geplaagd door blessures, maar gezegend met een heerlijke traptechniek. Niemand kon zo hard en zo precies een bal trappen als hij. Zijn wereldtrap tegen de DDR in 1983 was jarenlang te zien in de begingeneriek van Sportweekend. Coeck had oog voor stijl. Op en naast het veld. Rechte rug, blonde krullen, snelle wagens. Dat laatste werd hem fataal. Zijn naam leeft verder in het resterende beton. De sfeer op wat destijds 'het Rooi' heette komt ook niet meer terug. Met 13.000 toeschouwers op de volksplaatsen en de partijvoorzitters van blauw en rood broederlijk naast elkaar op de met leder bedekte klapstoeltjes. Genietend van de balkunsten van Walter Rodekamp en de goals van Adri Versluys. Te weinig van Ludo Coeck. Die trok al op z'n zeventiende naar Anderlecht en op z'n dertigste naar de eeuwige jachtvelden...