We schrijven 12 september 2000. Anderlecht neemt het de volgende dag op Old Trafford op tegen Manchester United in de groepsfase van de Champions League. Aan de vooravond van die partij vindt het traditionele persdiner plaats, bij uitstek een moment voor informele contacten tussen meegereisde journalisten en clubdirigenten. Aan een van de tafels maakt een onbekende bijna-veertiger een grap: "Kennen jullie het verschil tussen de schipbreukelingen van de Koersk (de Russische kernonderzeeër die kort voordien is gezonken, nvdr) en de Anderlechtsupporters? Wel, er is er geen: ze zien allemaal paars en hebben een grote mond."
...

We schrijven 12 september 2000. Anderlecht neemt het de volgende dag op Old Trafford op tegen Manchester United in de groepsfase van de Champions League. Aan de vooravond van die partij vindt het traditionele persdiner plaats, bij uitstek een moment voor informele contacten tussen meegereisde journalisten en clubdirigenten. Aan een van de tafels maakt een onbekende bijna-veertiger een grap: "Kennen jullie het verschil tussen de schipbreukelingen van de Koersk (de Russische kernonderzeeër die kort voordien is gezonken, nvdr) en de Anderlechtsupporters? Wel, er is er geen: ze zien allemaal paars en hebben een grote mond." Deze wat aparte humor komt van Alexandre Van Damme, een van Belgiës meest gefortuneerde ondernemers. Van Damme is de kleinzoon van Jupilermaker Albert Van Damme. In 2004 was hij het die aan de basis lag van de fusie van Interbrew met het Braziliaanse AmBev. Dat leidde tot het ontstaan van Inbev, wat enkele jaren later na nog een overname zou uitgroeien tot de grootste bierbrouwer ter wereld. "Alexandre Van Damme, dat is van een andere planeet", zegt een intimus van het paars-witte huis. "Vergeleken met hem stellen Roland Duchâtelet en Marc Coucke niets voor." En een journalist uit het tafelgezelschap die avond in Manchester: "Hij valt niet op, is uiterst sympathiek en contrasteert met de stijfheid van de overige bestuurders van het huis." Vandaag valt de naam van Alexandre Van Damme keer op keer wanneer de toekomst van Anderlecht ter sprake komt. Volgende maand zullen de aandelen van de in 2010 opgerichte naamloze vennootschap verhandelbaar zijn. Bij de oprichting kwam 60 procent van die aandelen in handen van het duo Roger Vanden Stock-Philippe Collin. Michaël Verschueren, zoon van voormalige Anderlechtmanager Michel Verschueren, heeft 10 procent. De overige dertig zit verspreid bij verscheidene kleinere aandeelhouders. De vraag is nu of er binnenkort grote verschuivingen in die verhoudingen zullen plaatsvinden. Van Damme bezit slechts vijftig van de tweeduizend aandelen. Achter de schermen is hij sinds de omvorming van RSC Anderlecht tot naamloze vennootschap uitgegroeid tot de onbetwiste sterke man. Hij overziet het beleid, maar heeft geen enkele ambitie om een rol in de schijnwerpers te gaan vervullen. Met een geschat vermogen van 3 miljard euro - 2,5 procent van de aandelen van AB Inbev zijn in zijn handen - is het nochtans kinderspel om meerderheidsaandeelhouder van Anderlecht te worden. In 2009 werd in de media al eens geopperd dat hij een aandeel van 40 procent zou nemen in de aanstaande naamloze vennootschap. Een kwakkel. In 1997 polsten journalisten Van Damme over zijn mogelijke interesse in de opvolging van Constant Vanden Stock. Van Damme, amper 35 op dat moment, lachte de vraag weg. In mei 2014 vertelde algemeen manager Herman Van Holsbeeck in Sport/Voetbalmagazine: "Roger Vanden Stock is de voornaamste aandeelhouder. Ik denk dat hij nog enkele jaren voorzitter blijft, maar ook al met zijn opvolging bezig is. Alles hangt af van hoe de overdracht van de aandelen zal gebeuren. Vanden Stock en Alexandre Van Damme zullen dit samen op een volwassen manier uitwerken. Ik zie wel op dat moment of er iets voor mij is weggelegd waarin ik mij kan terugvinden. Ik verbind mijn lot aan Roger Vanden Stock." Van Damme is een Anderlechtsupporter sinds vele jaren. Als doorgewinterde zakenman bezit hij de geknipte combinatie van eigenschappen om een vooraanstaande rol te vervullen in de hedendaagse voetbalwereld. Zij die hem daartoe uitermate geschikt vinden, zijn ondertussen talrijk. Maar het mysterie blijft groot. Van Damme studeerde aan het jezuïetencollege Saint-Servais in Luik en behaalde nadien een diploma handelsingenieur aan de Solvay Business School. "Hij golfte en tenniste", vertelt François Fornieri, oprichter en CEO van het succesvolle Luikse farmabedrijf Mithra Pharmaceuticals. Hij en Van Damme zijn jeugdvrienden: zijn moeder was gouvernante ten huize van Jean Van Damme, de vader van Alexandre. "Als kind wilde hij altijd de eerste zijn. Hij is een winnaar, een vechter. In mijn ogen is hij briljant." In zijn boek De Belgische Bierbaronnen schrijft Trendsjournalist Wolfgang Riepl: "Het contrast met vader Jean, de bon vivant, was enorm. Alexandre kwam over als een studax. Wat wereldvreemd. Een Harry Potter-type. Maar ook een superslimme. Een beetje afstandelijk. Hij kwam nooit mee een pint drinken na de vergadering. 'Oui, oui, je viens', zei hij dan. Maar hij kwam niet. Hij zocht dat niet. (...) Voor wie hem niet kent, kan Alexandre inderdaad koud en stug overkomen. Een koele, hautaine kikker. Hij kan moeilijk doen. Dwars zitten. Wie die bovenlaag afschraapte, ontdekte een vlotte jongen. Hij kan ook warm zijn. Hij heeft gevoel voor humor." Alexandre Van Damme woont in het centrum van Brussel, kwam tot in het begin van de jaren 2000 met de metro naar het Vanden Stockstadion, en loopt vandaag nog altijd met een grote boog rond officiële recepties. Hij houdt van de macht en wordt omschreven als een man van het geld zonder scrupules, als iemand ook die sentimenten niet laat doorwegen op zijn analyses. "Hij beschikt over een groot analytisch vermogen", getuigt Charles Adriaenssen, oud-bestuurder van Interbrew. "Hij zei nooit dommigheden, terwijl het in raden van bestuur doorgaans stikt van de figuren die vooral zichzelf graag horen praten. In dat opzicht is hij wat atypisch in dat milieu. Je treft er veel types aan die houden van klassieke muziek en oude kunst. Hij houdt van een goede voetbalmatch en hedendaagse kunst." Een anekdote: "Hij vloog eens met de Concorde naar New York. Tijdens de vlucht zat hij naast een bijzonder mooie vrouw met wie hij de hele tijd had zitten praten. Enkele dagen later zag hij haar op de cover van een magazine. Bleek het Claudia Schiffer te zijn geweest. Hij had nog nooit van haar gehoord. Om maar te zeggen dat hij niet in dezelfde wereld als wij leeft." Zeker is alleszins dat hij zich goed afschermt van de buitenwereld. Er is slechts één wazige foto van hem bekend, verder niets. Elk glamourstreven is hem vreemd. In de media zal je hem nooit zien opduiken. Wolfgang Riepl weet er alles van: al tien jaar lang stuurt hij hem om de zes maanden een brief met een interviewverzoek. Zonder succes. Die schuwheid heeft ook impact op zijn omgeving. Zelfs zij die met naam en toenaam bereid zijn te getuigen over hem, doen dat met grote voorzichtigheid. Charles Adriaenssen: "Hij heeft altijd zijn privéleven willen afschermen. Eenvoudigweg uit levenscomfort. Maar hij is zeker geen gesloten persoon. Hij houdt ervan mosselen met friet te gaan eten met zijn vrienden als hij daartoe de kans ziet." Dat Van Damme de media mijdt als de pest, doet hij ook uit veiligheidsoverwegingen. Zijn grootvader, de oprichter van Piedboeuf, week nooit meer van de zijde van zijn Duitse herder na de ontvoering van de Nederlandse biermagnaat Freddy Heineken in 1983. Van Damme is als de dood dat hem hetzelfde zou overkomen. Vandaar zijn systematische weigering om te worden gefotografeerd. "Die angst bij hem is groot", aldus een bron op Anderlecht. "De angst dat er hem iets zal overkomen. Ik heb hem nog nooit aan een van de velden in Neerpede gezien. Toch is hij er vaak, om zijn rug te laten verzorgen. Maar ik steek er mijn hand niet voor in het vuur dat een van de spelers weet wie hij is. Alles rond hem gebeurt steeds in de grootste discretie." Met Etienne Davignon telt Anderlecht een bestuurder in de rangen die een leven lang in dezelfde wateren zwom als de dertig jaar jongere Van Damme. "Dat hij nu op Anderlecht rondloopt, komt omdat hij dat wil en omdat hij een vriend van vele jaren van de familie Vanden Stock is. Uiteraard is hij bijzonder competent en is hij iemand die ideeën aanbrengt. Hij is bezig de structuren en de organisatie van de club te verbeteren. Zijn invloed is onmiskenbaar, hij is erg nuttig voor de club. Maar hij mengt zich niet in het sportieve." Dat behoeft nuance: Van Damme moeit zich niet met de spelersprofielen, maar heeft wel het laatste woord in de omvang van de enveloppes die Herman Van Holsbeeck ter beschikking worden gesteld. In 2013 riep de club een commissie in het leven, mét Van Damme, die de boekhouding onder de loep moest nemen. De conclusies waren vernietigend: te veel geld verdween in de zakken van spelersmakelaars en de loonmassa woog te zwaar. Van Damme zou Van Holsbeeck onder meer op de vingers hebben getikt voor de contractverlenging van John van den Brom, wat de club na het ontslag van de Nederlander veel geld kostte. In september 2014 zei Van Holsbeeck in Sport/Voetbalmagazine: "Alexandre geeft achteraf zijn mening op wat hij ziet. Hij vertelt ons wat hij denkt van Defour, maar hij komt niet tussen in het sportieve beleid. Wat het financiële luik betreft: daar is hij een uitzonderlijke expert. Als ik in onze administratieve raad zetel, ben ik soms onder de indruk van wie daar bijeen zit: Emmanuel van Innis van GDF Suez, Pascal Minne van Petercam, Etienne Davignon. Af en toe moet je hen wel doen inzien dat een voetbalclub niet helemaal hetzelfde is als een gewoon bedrijf." De man die ondertussen geruisloos aan een steile opmars bezig is in de club, heet Michaël Verschueren (44). Sinds oktober 2013 is hij ondervoorzitter van de European Club Association (ECA). Hij zette zich in het spoor van Van Damme, voor wie hij een groot respect heeft. "Het meest aannemelijke scenario is dat dit duo aan het hoofd van de club komt te staan", gelooft een insider. "Maar nog altijd met Van Damme in de achtergrond, het mediawerk overlatend aan Verschueren. Het is de droom van die laatste om algemeen directeur van Anderlecht te worden. Daar heeft hij ook alle kwaliteiten voor. Alleen is het uitkijken of de vriendschap tussen Roger Vanden Stock en Luciano D'Onofrio geen roet in het eten zal strooien." DOOR THOMAS BRICMONT"Hij zei nooit dommigheden. In dat opzicht is hij wat atypisch in het milieu."