Als Felice Mazzu 's nachts in zijn Genks appartement de slaap niet kan vatten, kan hij altijd een stukje uit de Corriere della Sera van vorige week maandag lezen. In die Italiaanse krant legt een analist uit waarom Maurizio Sarri, nochtans een uitstekend voetbaltrainer, de motor maar niet aangezwengeld krijgt bij Juventus, Italiaans recordkampioen en ook nog eens de favoriete club van Mazzu. Er staat een mooie quote in: 'Een goeie profeet heeft goeie toehoorders nodig.'

Mazzu moet niet langer uitstralen hoe superblij hij is dat hij Genk mag trainen, hij moet vanaf nu werken zoals hij het wil.

Goeie toehoorders zijn de spelers van Juventus, na de gewenning aan succes onder Antonio Conte en Massimiliano Allegri, plots niet meer. Het zijn kleine onderneminkjes geworden, ze hebben zo veel gewonnen dat ze het gevoel hebben niets meer te moeten bewijzen.

Daar sta je dan, als nieuwe trainer, met je eigen ideeën bij een groep die daar niet meteen op zit te wachten. Met spelers die denken: je kan me wat. Als je niet tevreden met me bent, vertrek ik wel bij de volgende mercato.

Het Juventus van vandaag is voldaan, het heeft geen nieuw sermoen meer nodig. Ook bij KRC Genk krijgt een nieuwe trainer het succesvolle team van vorig jaar maar niet aangezwengeld. Maar het kan toch niet dat de spelers van Genk al voldaan zijn? Stellen de voetballers die vorig jaar de hausse onder Philippe Clement meemaakten zich echt tevreden met een Belgische titel en een supercup? De meesten wilden, net als de nieuwkomers bij Genk, toch zo graag naar de Champions League en daarna naar een hoger aangeschreven club?

Was het daarom dat ze na de onthutsende nederlaag in Salzburg zo aangedaan het veld verlieten? Omdat ze vooraf gehoord hadden dat er liefst vijftig scouts in de tribune zaten, van alle grote clubs? En dat ze beseften dat die niet meteen veel Genkse namen hadden aangestipt, dinsdagavond, met de vermelding: verder te volgen?

Te braaf

Een week voor de afstraffing in Salzburg verwoordde technisch directeur Dimitri de Condé zijn persoonlijke ambitie voor dit seizoen als volgt: 'We moeten absoluut vermijden dat de focus op de CL gaat liggen, en dat we de competitie gaan verwaarlozen.' Dat Genk zo stevig bleef inkopen op de zomermercato, had daar ook mee te maken.

'De lat moet omhoog, bij iedereen', was de duidelijke boodschap die De Condé meegaf. Dus ging de lat ook qua verwachtingspatroon omhoog, en is de vaststelling na twee maanden dat vooralsnog niemand er ondanks het verzamelde talent over geraakt. In tegendeel: té veel spelers blijven ver onder hun niveau. Ligt de lat té hoog, of is het een kwestie van meer tijd?

Samen met de mindere prestaties in competitie van de afgelopen weken legde de dreun in Salburg wel erg veel druk op de match tegen KV Oostende. Daarin maakte Felice Mazzu voor het eerst dit seizoen straffe keuzes. In de voorbereiding bouwde hij voort op de succesformule van zijn voorganger (4-3-3), maar tegen KV Oostende zette hij zijn aanvoerder ( Sébastien Dewaest) naast de ploeg en koos hij voor een nieuw systeem (4-4-2). Daardoor trad hij met de twee spitsen Ally Samatta en Paul Onuachu aan, waardoor Genk met slechts één Belg ( Gaëtan Coucke) aan de match begon.

Wat Mazzu zaterdag absoluut wilde zien, was grinta, maar ook fouten. Dat Genk in de eerste helft toen het door Salzburg overrompeld werd, geen enkele overtreding maakte, en er in heel de match maar vijf beging, was verbijsterend.

Een blik op de foutenlast in de competitie maakte duidelijk dat de wedstrijd op Salzburg geen alleenstaand geval was. Voor de match tegen KV Oostende had Genk van alle eersteklassers de minste fouten gemaakt, amper 57 in zeven matchen, de helft van Cercle dat er in evenveel wedstrijden al 108 beging. Omgekeerd werden op geen enkele club meer fouten begaan dan op de spelers van Genk (114).

Tegen Oostende ging het al beter op dat vlak, met elf overtredingen, tegenover tien voor de bezoekers. Maar goed voetballen doet Genk nog altijd slechts bij vlagen, en meestal aan een te laag tempo, te voorspelbaar. Het lijdt te veel slordig balverlies in de opbouw, waardoor de ploeg kwetsbaar wordt achterin, met ook bij afwezigheid van Dewaest te veel gestuntel door verdedigers als Jhon Lucumí en Carlos Cuesta die op termijn Genk willen ruilen voor een Europese topploeg.

Onder stress

Opgelucht bedankte Mazzu, bij wie de stress ondanks de 3-1 zege op het gezicht af te lezen was, na de wedstrijd het publiek dat de ploeg was blijven steunen. Als er één iets is wat de nieuwe trainer moet vermijden in de Luminus Arena, is het dat de aanhang zijn ongenoegen gaat tonen. Want in dat geval worden er boven in de tribune een aantal mensen nerveus, en kan er bij Genk van alles gebeuren. Dan is het de vraag of Dimitri de Condé voldoende krediet heeft om het blijvend vertrouwen in de trainer af te dwingen in de bestuurskamer.

Dit Genk heeft wél dringend een leidende hand nodig. Van op het veld komt die nog niet. De meeste spelers zijn te jong en te onervaren, of ze zijn gewoon te slecht bezig. Aanjager en kapitein Dewaest moet zichzelf weer heruitvinden. Patrik Hrosovsky gaf zaterdag in de krant aan dat hij na drie weken nog geen leider in de kleedkamer kan zijn. Maar ook op het veld is hij dat, ondanks zijn ervaring, nog te zelden. Een goed half uur in de tweede helft op Club Brugge en enkele vlagen voor de rust tegen Oostende volstaan niet voor één van de drie aanwinsten die er volgens De Condé onmiddellijk moeten staan en de ploeg naar een hoger niveau tillen. Onuachu stond pas voor de tweede keer in de basis, en scoorde al, op een fitte Théo Bongonda is het nog wachten.

Ook van de twee talentrijke blijvers, Sander Berge en Ally Samatta, mag meer verwacht worden. Berge, onzichtbaar in Salzburg, toonde zich zaterdag pas in het laatste half uur in de gedaante die hij in Genk vaker moet aannemen.

Maar de leidende hand moet in de eerste plaats van Felice Mazzu komen. Hij moet zich een profeet tonen met een verhaal dat zijn spelers begeestert en waar ze in mee willen gaan. Kortom: Mazzu moet niet langer uitstralen dat hij al superblij is dat hij Genk mag trainen, hij moet vanaf nu werken zoals hij het wil. Dat is dé vraag: mag, kan en durft Mazzu bij Genk te voetballen en te werken zoals hij echt zou willen?

De Felice van Genk moet weer die van Charleroi worden, die als geen ander een team kon smeden met spelers die uitstraalden: voor die trainer wil ik graag extra meters lopen. Als hij ten onder moet gaan, dan liefst met zijn eigen verhaal, en met aandachtige toehoorders.

Als Felice Mazzu 's nachts in zijn Genks appartement de slaap niet kan vatten, kan hij altijd een stukje uit de Corriere della Sera van vorige week maandag lezen. In die Italiaanse krant legt een analist uit waarom Maurizio Sarri, nochtans een uitstekend voetbaltrainer, de motor maar niet aangezwengeld krijgt bij Juventus, Italiaans recordkampioen en ook nog eens de favoriete club van Mazzu. Er staat een mooie quote in: 'Een goeie profeet heeft goeie toehoorders nodig.' Goeie toehoorders zijn de spelers van Juventus, na de gewenning aan succes onder Antonio Conte en Massimiliano Allegri, plots niet meer. Het zijn kleine onderneminkjes geworden, ze hebben zo veel gewonnen dat ze het gevoel hebben niets meer te moeten bewijzen. Daar sta je dan, als nieuwe trainer, met je eigen ideeën bij een groep die daar niet meteen op zit te wachten. Met spelers die denken: je kan me wat. Als je niet tevreden met me bent, vertrek ik wel bij de volgende mercato. Het Juventus van vandaag is voldaan, het heeft geen nieuw sermoen meer nodig. Ook bij KRC Genk krijgt een nieuwe trainer het succesvolle team van vorig jaar maar niet aangezwengeld. Maar het kan toch niet dat de spelers van Genk al voldaan zijn? Stellen de voetballers die vorig jaar de hausse onder Philippe Clement meemaakten zich echt tevreden met een Belgische titel en een supercup? De meesten wilden, net als de nieuwkomers bij Genk, toch zo graag naar de Champions League en daarna naar een hoger aangeschreven club? Was het daarom dat ze na de onthutsende nederlaag in Salzburg zo aangedaan het veld verlieten? Omdat ze vooraf gehoord hadden dat er liefst vijftig scouts in de tribune zaten, van alle grote clubs? En dat ze beseften dat die niet meteen veel Genkse namen hadden aangestipt, dinsdagavond, met de vermelding: verder te volgen? Een week voor de afstraffing in Salzburg verwoordde technisch directeur Dimitri de Condé zijn persoonlijke ambitie voor dit seizoen als volgt: 'We moeten absoluut vermijden dat de focus op de CL gaat liggen, en dat we de competitie gaan verwaarlozen.' Dat Genk zo stevig bleef inkopen op de zomermercato, had daar ook mee te maken. 'De lat moet omhoog, bij iedereen', was de duidelijke boodschap die De Condé meegaf. Dus ging de lat ook qua verwachtingspatroon omhoog, en is de vaststelling na twee maanden dat vooralsnog niemand er ondanks het verzamelde talent over geraakt. In tegendeel: té veel spelers blijven ver onder hun niveau. Ligt de lat té hoog, of is het een kwestie van meer tijd? Samen met de mindere prestaties in competitie van de afgelopen weken legde de dreun in Salburg wel erg veel druk op de match tegen KV Oostende. Daarin maakte Felice Mazzu voor het eerst dit seizoen straffe keuzes. In de voorbereiding bouwde hij voort op de succesformule van zijn voorganger (4-3-3), maar tegen KV Oostende zette hij zijn aanvoerder ( Sébastien Dewaest) naast de ploeg en koos hij voor een nieuw systeem (4-4-2). Daardoor trad hij met de twee spitsen Ally Samatta en Paul Onuachu aan, waardoor Genk met slechts één Belg ( Gaëtan Coucke) aan de match begon. Wat Mazzu zaterdag absoluut wilde zien, was grinta, maar ook fouten. Dat Genk in de eerste helft toen het door Salzburg overrompeld werd, geen enkele overtreding maakte, en er in heel de match maar vijf beging, was verbijsterend. Een blik op de foutenlast in de competitie maakte duidelijk dat de wedstrijd op Salzburg geen alleenstaand geval was. Voor de match tegen KV Oostende had Genk van alle eersteklassers de minste fouten gemaakt, amper 57 in zeven matchen, de helft van Cercle dat er in evenveel wedstrijden al 108 beging. Omgekeerd werden op geen enkele club meer fouten begaan dan op de spelers van Genk (114). Tegen Oostende ging het al beter op dat vlak, met elf overtredingen, tegenover tien voor de bezoekers. Maar goed voetballen doet Genk nog altijd slechts bij vlagen, en meestal aan een te laag tempo, te voorspelbaar. Het lijdt te veel slordig balverlies in de opbouw, waardoor de ploeg kwetsbaar wordt achterin, met ook bij afwezigheid van Dewaest te veel gestuntel door verdedigers als Jhon Lucumí en Carlos Cuesta die op termijn Genk willen ruilen voor een Europese topploeg. Opgelucht bedankte Mazzu, bij wie de stress ondanks de 3-1 zege op het gezicht af te lezen was, na de wedstrijd het publiek dat de ploeg was blijven steunen. Als er één iets is wat de nieuwe trainer moet vermijden in de Luminus Arena, is het dat de aanhang zijn ongenoegen gaat tonen. Want in dat geval worden er boven in de tribune een aantal mensen nerveus, en kan er bij Genk van alles gebeuren. Dan is het de vraag of Dimitri de Condé voldoende krediet heeft om het blijvend vertrouwen in de trainer af te dwingen in de bestuurskamer. Dit Genk heeft wél dringend een leidende hand nodig. Van op het veld komt die nog niet. De meeste spelers zijn te jong en te onervaren, of ze zijn gewoon te slecht bezig. Aanjager en kapitein Dewaest moet zichzelf weer heruitvinden. Patrik Hrosovsky gaf zaterdag in de krant aan dat hij na drie weken nog geen leider in de kleedkamer kan zijn. Maar ook op het veld is hij dat, ondanks zijn ervaring, nog te zelden. Een goed half uur in de tweede helft op Club Brugge en enkele vlagen voor de rust tegen Oostende volstaan niet voor één van de drie aanwinsten die er volgens De Condé onmiddellijk moeten staan en de ploeg naar een hoger niveau tillen. Onuachu stond pas voor de tweede keer in de basis, en scoorde al, op een fitte Théo Bongonda is het nog wachten. Ook van de twee talentrijke blijvers, Sander Berge en Ally Samatta, mag meer verwacht worden. Berge, onzichtbaar in Salzburg, toonde zich zaterdag pas in het laatste half uur in de gedaante die hij in Genk vaker moet aannemen. Maar de leidende hand moet in de eerste plaats van Felice Mazzu komen. Hij moet zich een profeet tonen met een verhaal dat zijn spelers begeestert en waar ze in mee willen gaan. Kortom: Mazzu moet niet langer uitstralen dat hij al superblij is dat hij Genk mag trainen, hij moet vanaf nu werken zoals hij het wil. Dat is dé vraag: mag, kan en durft Mazzu bij Genk te voetballen en te werken zoals hij echt zou willen? De Felice van Genk moet weer die van Charleroi worden, die als geen ander een team kon smeden met spelers die uitstraalden: voor die trainer wil ik graag extra meters lopen. Als hij ten onder moet gaan, dan liefst met zijn eigen verhaal, en met aandachtige toehoorders.