1. Met kort haar in de gevangenis

De gevangenisbus stopte. Twee bewakers wrongen de deur open, de felle zon deed pijn aan de ogen. Lutz Pfannenstiel stond, samen met nog elf andere veroordeelden, op de binnenplaats van Queenstown Reman Prison, een van de gruwelijkste gevangenissen ter wereld. 'Uitkleden!', schreeuwde een bewaker, zijn collega's leidden de Duitse herders - op zoek naar drugs - tussen de naakte gevangen. 'Tong uitsteken!' Geen drugs. 'Voorover buigen en anus opentrekken.' Een half uur later zat hij in een smerige cel, samen met een agressieve en mentaal labiele dubbele moordenaar. 'Zo moet de hel er uitzien. Een oneffen vloer, met daarop een strooien matje om te slapen, in de hoek een gat in de grond om je behoefte te doen - geen toiletpapier - en een emmer met vuil water om van te drinken en jezelf mee te wassen', noteerde Pfannenstiel in zijn autobiografie Unhaltbar - Meine Abenteuer als Welttorhüter. 'Toen besefte ik het: deze plek zou me wel eens kunnen breken.'
...

De gevangenisbus stopte. Twee bewakers wrongen de deur open, de felle zon deed pijn aan de ogen. Lutz Pfannenstiel stond, samen met nog elf andere veroordeelden, op de binnenplaats van Queenstown Reman Prison, een van de gruwelijkste gevangenissen ter wereld. 'Uitkleden!', schreeuwde een bewaker, zijn collega's leidden de Duitse herders - op zoek naar drugs - tussen de naakte gevangen. 'Tong uitsteken!' Geen drugs. 'Voorover buigen en anus opentrekken.' Een half uur later zat hij in een smerige cel, samen met een agressieve en mentaal labiele dubbele moordenaar. 'Zo moet de hel er uitzien. Een oneffen vloer, met daarop een strooien matje om te slapen, in de hoek een gat in de grond om je behoefte te doen - geen toiletpapier - en een emmer met vuil water om van te drinken en jezelf mee te wassen', noteerde Pfannenstiel in zijn autobiografie Unhaltbar - Meine Abenteuer als Welttorhüter. 'Toen besefte ik het: deze plek zou me wel eens kunnen breken.'Het was begin januari 2001 en de voetbaldroom van de Duitse doelman, 27 jaar, leek voorbij. Veroordeeld tot vijf maanden wegens matchfixing. Onschuldig, op basis van de valse getuigenis van een Indiase bookmaker die zijn vel probeerde te redden, maar ook dat was Singapore. Wie werd opgejaagd door inspecteurs van het Corrupt Practices Investigation Bureau (CPIB) wist dat hij zou boeten. Ook de Duitse ambassadeur, die hem had aangeraden nog voor het proces te vluchten, maar hij wilde het enige juiste doen: in de rechtbank bewijzen dat hij onschuldig was. Maar niemand die zijn versie van het verhaal wilde horen. Jaren later werd hij vrijgepleit van alle schuld, ook door de FIFA. Hij was gelukkig in de Britse ex-kolonie, waar hij een jetsetleventje leidde en als doelman van Geylang United maandelijks om en bij de 10.000 euro verdiende. Easy money en weinig druk, maar ook de speeltuin van de oosterse gokmaffia die op elke hoek van de straat meekeek. Letterlijk, in het geval van Pfannenstiel, die aan een tankstation voor het eerst door Sivakumar werd aangesproken. Hij stelde zich voor als golfleraar en stelde onschuldige vraagjes. 'Kunnen jullie winnen van Home United?' of, enkele dagen voor de thuiswedstrijd tegen Sembawang Rangers: 'Wat zal het resultaat zijn?' Een paar weken erna, na weer een 'toevallige' ontmoeting, had Pfannenstiel hem verteld dat ze ook tegen Woodlands zouden winnen, maar de Aziatische gokmaffia wilde zeker spelen en gaf enkele plaatselijke criminelen de opdracht om de twee beste spelers van Woodlands - Max Nicholson en Ivica Raguz - met hockeysticks aan te vallen. De Engelsman kon ontsnappen, maar de Kroatische middenvelder geraakte niet speelklaar en het team van Pfannenstiel won gemakkelijk. Enkele dagen later werd Sivakumar opgepakt, waarna hij in ruil voor strafvermindering een deal sloot en de namen van zijn medeplichtigen verklapte. Onder wie Pfannenstiel. Het proces was een farce. Er was geen enkel materieel bewijs, maar de rechter zag 'geen reden om de man niet te geloven'. Hij moest naar de gevangenis, waar intimidatie en verkrachting dagelijkse kost waren. 'De dag voor mijn veroordeling had ik mijn lange paardenstaart, al meer dan tien jaar mijn handelsmerk, laten afknippen. Gevangenen met lang haar waren te aantrekkelijk voor verkrachters.' Hij vocht zich door het gevangenisleven en brak in knokpartijen minstens vijf keer zijn neus, maar deelde ook uit. Zelfs een handvol Chinezen die hem in de douche probeerden aan te randen, staakten hun pogingen toen ze zagen dat de Duitser meer kon dan alleen maar keepen. Na 101 dagen, gevuld met fysiek en mentaal leed, kwam hij wegens goed gedrag vrij. Zestien kilogram vermagerd en berooid. In de auto van zijn vriendin, die hem elke dag trouw een brief schreef, had hij twee plannen. 1. Acht kippenburgers naar binnen werken in de Kentucky Fried Chicken. 2. Opnieuw profvoetballer worden. 'Ik wilde de wereld bewijzen wat ik waard was.' En die wereld, die streek zich in zijn geval uit over zes continenten. Lutz Pfannenstiel moest niet lang nadenken toen de priester van Zwiesel, een gemeente in Beieren, in de aanloop naar zijn communie vroeg wat hij wilde worden. 'Profvoetballer.' Elf jaar jong en vastberaden om te doen wat vader, in zijn tienerjaren een meer dan getalenteerd doelman, nooit durfde. Pa Pfannenstiel koos voor zekerheid en werd architect, moeder was het anker in de conservatieve Beierse familie. Hij had een idool, in het verre België: Ratko Svilar, doelman van Antwerp, die hij wekelijks op Eurosport bewonderde. Lang en verwilderd haar, dreigende blik, een spektakelman tussen de palen. 'Hij was mijn bron van inspiratie. Iemand die zo ver van huis, toen nog Joegoslavië, toch een ster kon worden... Fascinerend.' Zijn jongensdroom: mocht hij in Duitsland geen prof kunnen worden, dan waren er misschien mogelijkheden in het buitenland. Via SC Zwiesel, FC Vilshofen en 1. FC Bad Kötzting, een clubje op het vierde niveau dat hem had opgemerkt bij de Duitse U17, waar hij aan de zijde van onder anderen Markus Babbel en Dieter Frey had gespeeld. Hun weg leidde naar Bayern München, de doelman moest tevreden zijn met een plaats onder de lat van Stadion am Roten Steg. Hij kréég een aanbieding van de Beierse grootmacht, waar hij meer dan twee uur op het veld stond met Oliver Kahn en keepertrainer Sepp Maier, ooit de concurrent van zijn vader. Er lag een amateurcontract klaar, maar daar had de eigenzinnige tiener geen trek in. In zijn dorp aan de rand van het Beierse woud verklaarden ze hem voor gek, helemaal toen bekend geraakte dat hij een contract zou tekenen bij Penang FA, een club uit... Maleisië. 4500 euro per maand, geen vetpotten, maar hij had zijn droom verwezenlijkt. 'Ik was profvoetballer. Net als Ratko.' Het voetbal in Maleisië stelde niets voor, maar in de nachtclubs van Kuala Lumpur had Pfannenstiel als dj een stevige reputatie opgebouwd. 'Ik was verschrikkelijk slecht, maar ik sprong wel rond als een gek en kon terugvallen op cd's die ik uit Duitsland had meegebracht.' Tot een manager hem kon binnenloodsen in de... Premier League. Bij Wimbledon FC, door de voetbalwereld herdoopt in de Crazy Gang, berucht voor zijn ontgroeningsrituelen. In zijn geval: tijdens een looptraining werden al zijn kleren, inclusief schoenen, van het lijf getrokken en sprintte hij poedelnaakt door het centrum van Wimbledon, voorbij verbouwereerde schoolkinderen en gepensioneerden. Splinternieuwe schoenen werden aan de bank genageld, tijdens een avondje uit duwden ploegmaats hem straalbezopen op de laatste trein naar Newcastle - 450 kilometer noordwaarts - , waar hij pas de volgende morgen wakker werd. 'Ze hadden gelukkig een ticket in mijn jas gestoken.' In een wedstrijd met het tweede elftal stond hij oog in oog met David Beckham, revaliderend van een blessure, maar het werd snel duidelijk dat een contract in de Premier League er nooit zou inzitten. Toen hij ook bij Nottingham Forest niet verder geraakte dan het tweede elftal, stelde de Duitser zijn ambities bij. 'Liever vaste waarde in een mindere competitie, dan tweede of derde keeper in een van de topcompetities. Toen ik in Nottingham geen overeenkomst meer had, vreesde ik zelfs om even kerstman te moeten spelen...' Pfannenstiel trainde enkele weken in de anonimiteit bij Sint-Truiden, speelde een handvol wedstrijden in Malta en vertrok al even snel naar Johannesburg (Orlando Pirates). Voor even. Want: 'Mijn eerste matchen was ik altijd goed, maar ik zocht altijd een nieuwe uitdaging.' Die leek in Singapore te liggen, maar toen lonkte Finland. Met wedstrijden waarin de temperatuur aan de rust tot 17 graden onder nul zakte en er nog amper 8 (acht!) toeschouwers in het stadionnetje van Oulu stonden. 'Ik stond in het doel alsof ik een poolreiziger was.' Maar hij werd er verkozen tot Doelman van het Jaar, net als in Noorwegen en Singapore. In Kemi, een havenstadje in Lapland, zaten ooit 4000 fans in de tribune. Tot hij in het begin van de tweede helft een gezoem uit de bossen hoorde opstijgen, het veldje in het donker werd gehuld en de scheidsrechter paniekerig wegliep. 'Muggen! Iedereen naar binnen!' Toen er een half uur later verder gespeeld kon worden, was iedereen verdwenen. 'Het was de eerste keer dat ik een officiële match voor nul toeschouwers had gespeeld.' Een dik jaar later stond hij met Geylang United onder de lat in het Azadistadion van Teheran, met 100.000 toeschouwers in de tribune. Alleen mannen. Geld verdienen was niet alles. De doelman had nog maar net getekend voor Sembawang Rangers, waar hij 4500 euro per maand zou verdienen, toen zijn manager zei dat er in China een overeenkomst voor 180.000 euro per jaar klaarlag. Hij moest alleen nog even de trainer overtuigen op het trainingskamp in Kunming. Een formaliteit. Dacht hij. In het trainingscentrum, een afgedankte legerbasis, gingen de lichten in de slaapbarakken stipt om tien uur uit, elke morgen om zes uur werden ze gewekt door een man die in de deuropening als een bezetene met een lepel op een metalen plaat timmerde. 'Een half uur later begon de training. De eerste van vier dagelijkse sessies. We gingen allemaal door een hel. En achteraf bleek nog dat onze warme maaltijd geregeld uit gebraden... hond bestond.' Een week later zat hij op het vliegtuig richting Singapore en deelde hij een kamer met Glasnost en Perestrojka, twee wilde aapjes... Nieuw-Zeeland? Waarom niet, dacht de wereldburger enkele maanden na zijn celstraf. Hij zou nergens langer blijven, al duurde de competitie er amper zes maanden en zocht hij voor de rest van het jaar een alternatief. In Canada of Noorwegen, wat voor jachtige momenten zorgde. Op vrijdag een match spelen met Dunedin Technical in Wellington, na het laatste fluitsignaal in een taxi naar de luchthaven springen en na een lange vlucht net op tijd zijn om elders in de wereld onder de lat te staan. Hij begon er opnieuw te studeren en werd verliefd op... dwergpinguïns. 'Met hun gekke loopje brachten ze mij altijd aan het lachen. Een ideaal huisdier, vond ik.' Hij ging er eentje stelen in de zoo, kocht op de terugweg in een tankstation een zak met tien kilogram ijs en stak het kleine diertje in zijn bad. 'Een vergissing. Ik dacht dat we vriendjes konden worden, maar als ik hem probeerde te aaien, pikte hij met z'n bek in mijn armen.' 'Een groot applaus voor de man die drie keer zijn leven voor Bradfork Park Avenue heeft gegeven', brulde de stadionspeaker toen Lutz Pfannenstiel zijn ex-amateurclubje een bezoek bracht. Een paar jaar ervoor, op tweede kerstdag 2002, was de doelman onbesuisd in de voeten gedoken van stormram Clayton Donaldson, die hem met zijn knie zwaar in het middenrif raakte. De doelman zag nog hoe de bal in doel hobbelde, waarna hij het bewustzijn verloor. 'Hij is dood!', schreeuwde de clubdokter, die de Duitser met mond-op-mondbeademing met succes reanimeerde. Voor even, want een paar minuten later viel zijn hart opnieuw stil. En nog eens... 'Haal me van deze brancard. Ik wil verder spelen', riep de doelman, van wie de enkels en polsen waren vastgebonden. Maar hij lag in het ziekenhuis, waar dokters hadden vastgesteld dat verschillende organen door de harde klap op zijn plexus solaris waren uitgevallen. 'Geef toe: sterven terwijl je een bal probeert te stoppen, het was wel een afscheid in stijl geweest.' Albanië was niet de beste keuze uit zijn carrière, maar hij twijfelde geen moment toen zijn goede vriend en trainer Ulrich Schulze - ex-doelman van Magdeburg dat in 1974 de Europabeker der Bekerwinnaars won - voorstelde om bij Vllaznia Shkodër onder de lat te staan. Bloedfanatiek. 'Als we wonnen, dan werden we op de schouders van het veld gedragen, maar ik herinner me ook wedstrijden waarin we door onze eigen fans met vuurpijlen werden beschoten. Of ik moest glasscherven in de zestien oprapen.' Een van de meest corrupte voetballanden, noteerde de Duitser, die zag hoe een scheidsrechter door twee politieagenten werd vastgehouden zodat de voorzitter hem met zijn schoenen op het hoofd kon kloppen. 'En bijgelovig, niet meer van deze tijd. Een dag voor een topmatch tegen Tirana leidde onze kinesist een schaap naar de rand van het trainingsveld, waar hij het arme beest de keel oversneed. Een rituele slachting, in de hoop op winst.' Het werd 1-1... Een van zijn meest bizarre avonturen beleefde Pfannenstiel in Armenië, waar hij doelman, trainer én directeur was van FC Bentonit Ijevan, een nieuwe club die nog voor de start van de competitie.... failliet ging. Het team had al een paar oefenmatchen gespeeld, in gammele stadions waar de temperatuur geregeld onder de min tien dook. 'En toen de pomp van het toilet stuk ging, stond de hele kleedkamer onder water. Overal dreef bevroren stront...' Hij stond in het doel met zicht op de Rocky Mountains en de Maleisische jungle, speelde in het iconische La Bombonera (Buenos Aires) en Maracanã (Rio de Janeiro), en zag in Sri Lanka hoe de kakkerlakken door de kleedkamer schoten. 'Ik was er bang om naar het toilet te gaan, het zou niet de eerste keer zijn dat een cobra uit de pot kwam gekropen.' Pfannenstiel leek zich te settelen toen hij in 2007 een contract voor twee seizoenen bij de Vancouver Whitecaps in Canada tekende, tot zijn Duitse manager Joakim Olsen zei dat geen enkele voetballer op de zes FIFA-continenten had gespeeld. 'Ik miste alleen nog Zuid-Amerika. Vier maanden later, op mijn 34e, zat ik in Brazilië.' Een tegenvaller. De voorzitter kon zijn mondelinge afspraken nooit hardmaken en dumpte de keeper in een ranzig huis in een favela, waarna hij in het zuiden van het land een alternatief vond. En zijn record vestigde. Hij tekende bij Clube Atlético Hermann Aichinger in Santa Catarina, waar na de Tweede Wereldoorlog heel wat Duitsers een nieuw leven hadden opgebouwd. 'In het dorp in de buurt werd elk jaar een Oktoberfest georganiseerd. In de Braziliaanse jungle!', lachte Goleiro Alemao (Duitse Doelman), dat beker bekte dan Pfannenstiel. Het stadionnetje lag aan de rand van het oerwoud, het gekrijs van de agressieve apen ging door merg en been. 'Ik kon niet geloven dat er ooit een toeschouwer door een aap was aangevallen, tot ik zo'n beest zag. Zeker twee meter groot! We vluchtten met z'n allen naar binnen.'