Er zal een Tsjech meerijden in de Grand Prix van Monza ! Thomas Enge. Benieuwd hoe snel ze in de pits van Prost tweetakt kunnen overpompen. Wij hebben ooit het onuitsprekelijke genoegen gekend om te mogen logeren in het hotel van de Skoda fabrieken in Mlada Boleslav. Daar waar de belangrijke klanten in de watten worden gelegd. Tenminste, dat hadden wij gehoopt bij onze afreis.
...

Er zal een Tsjech meerijden in de Grand Prix van Monza ! Thomas Enge. Benieuwd hoe snel ze in de pits van Prost tweetakt kunnen overpompen. Wij hebben ooit het onuitsprekelijke genoegen gekend om te mogen logeren in het hotel van de Skoda fabrieken in Mlada Boleslav. Daar waar de belangrijke klanten in de watten worden gelegd. Tenminste, dat hadden wij gehoopt bij onze afreis. Het was ter gelegenheid van het wereldkampioenschap veldrijden en het was achttien graden onder nul. Dit niet bij wijze van spreken, het was effectief achttien graden onder nul. Samen met Mark Vanlombeek waren wij zelfs overgegaan tot de aankoop van een manonwaardig koppel moonboots. En ziet waar wij beiden zijn terechtgekomen. Ook die boots hielpen overigens niet. Tenen bevroren, gekloven voetzolen, gebarsten nagels, en wat ooit een erogene zone was werd in twee dagen tijd misvormd tot een afzichtelijke klomp gestold vlees. Zo koud was het. Tot overmaat van ramp meldde Roland Liboton, voor wie we eigenlijk waren gekomen, zich ziek en reed niet mee. Het Skodahotel. Kent u die zurige geur van gele verf die zo kenmerkend is voor Oost-Europese staatsgebouwen ? Die hing er, maar dan in drie lagen. Het eten was niet vet, het was darmverwoestend vet. Het droop er niet uit, het spoot eruit. Vijf dagen maagkrampen gehad. En de enige taxi in een gebied zo groot als Wallonië was voor het hele weekend afgehuurd door Jean Nelissen, die als eerste had gesnapt wat vierhonderd mark voor een chauffeur in Mlada Boleslav betekende. Jean had hem meteen verboden om gedurende die drie dagen iemand anders te vervoeren. Al de rest kon dus te voet door de kou terwijl Jean, achter in de kussens van een oude Mercedes genoeglijk een sigaartje rokend, voorbijreed. Het bier. O ja, het bier. Uit Pilsen, centrum van het Boheemse bier, waar de pils is geboren maar ook snel weer verhuisd. Neem een emmer water, roer er wat mout en hop doorheen, en ziedaar wat in de bar van het Skodahotel werd aangeboden. Niet één café in het dorp, geen restaurant, laat staan een decente nachtclub waar een mens zich na een dagje veldrijden soms zo zalig in kan terugtrekken. Danny De Bie was tweede, dat weten wij nog. Maar wie was eerste ? Klaus-Peter Thaler ? Of Albert Zweifel ? Vergeten. Toen wij op maandagochtend versteven van de ontberingen met een typisch Tsjechoslovaakse bus de luchthaven van Praag bereikten, bleken daar ten gevolge van ijs en sneeuw geen vliegtuigen te vertrekken. Die dag heeft het begrip 'wanhoop' voor ons een concrete invulling gekregen. Sterven aan het Oostfront met geen andere kameraad aan zijn zij dan Mark Vanlombeek, dat moet de ultieme voltooiing zijn van een zinloos leven. Tot bleek dat er toch één vliegtuig zou opstijgen : de Lufthansavlucht naar Frankfurt. Wij voelden ons als de legendarische Oostduitse grenswacht die nog net naar het Westen kon sprinten vooraleer de laatste steen in de Muur werd gemetseld. Onze Duitse collega werd trouwens bijna gearresteerd omdat hij een schaar in zijn handbagage had zitten en weigerde die op niet-Duitse bodem achter te laten. Na het verlaten van het Tsjechische luchtruim werd ons door een bevallige Duitse stewardess een vragenlijstje in handen gestopt, waarop wij met een quotering gaande van nul tot tien onze beoordeling over de diverse aspecten van de Lufthansaservice konden kenbaar maken. Overal een tien ingevuld ! Behalve in het vakje : "Dienstbaarheid op de luchthaven van vertrek". Bij 'Opmerkingen' schreven wij met dikke letters : "Mach so weiter Helmut Kohl." En, na al die jaren kan het geen kwaad het te bekennen, de eerstvolgende verkiezingen hebben wij op de PVV gestemd. Terwijl wij vroeger zo vaak naar Hoboken zijn gespoord om de arbeiders van Cockerill of de Metallurgie te gaan wijzen op de noodzaak van een socialistische revolutie in België. Nu goed, Vanlombeek is bij het ACV geweest, dat is vanzelfsprekend nog erger.