M ark Cavendish op de BBC, enkele dagen voor het WK: "Ik ben niet rap nerveus, maar nu voel ik een miljard vlinders in mijn buik rondvliegen. Ik ben in supervorm en heb een schitterende ploeg. We móéten winnen, want we krijgen nooit meer zo'n kans."
...

M ark Cavendish op de BBC, enkele dagen voor het WK: "Ik ben niet rap nerveus, maar nu voel ik een miljard vlinders in mijn buik rondvliegen. Ik ben in supervorm en heb een schitterende ploeg. We móéten winnen, want we krijgen nooit meer zo'n kans." Als er na zijn opgave in de Vuelta al vraagtekens werden geplaatst achter de paraatheid van de Brit, dan wiste hij die voor het WK eigenhandig uit. Met twee ritzeges in de ronde van zijn land waren de laatste twijfels verdwenen. Bij hem én zijn entourage. "Cavendish zal super zijn op het WK", zei HTC-ploegleider Alan Peiper vorige week nog in dit magazine. En dat was hij ook: na een magistrale sprint liet de Brit Matthew Goss en André Greipel achter zich. Met dank aan het gemakkelijke parcours, aan de Indian summer in Kopenhagen én vooral aan zijn ploeg die - dixit Dave Brailsford, performance director van het Britse wielrennen - "de beste collectieve prestatie uit de WK-geschiedenis" had neergezet. Ietwat overdreven, maar wat Bradley Wiggins en co zondag uit hun kuiten schudden, was wel fenomenaal. Ook Philippe Gilbert moest machteloos toekijken hoe de Britten van begin tot einde het peloton controleerden. Alleen in de slotkilometer leek het even fout te lopen, maar de stuurvaardigheid en de klasse van de koelbloedige Manxman leverde toch de eerste Britse wereldtitel bij de profs sinds 1965 ( Tom Simpson) op en de zoveelste bevestiging dat hij de beste sprinter van zijn generatie, misschien zelfs aller tijden, is. Eind oktober 2010 had Mark Cavendish al het vlakke parcours in Kopenhagen verkend en was hij ervan overtuigd geraakt dat hij elf maanden later wereldkampioen kon worden. Op voorwaarde dat de veertien Britse WorldTourrenners in 2011 genoeg punten zouden verdienen opdat de nationale ploeg met acht renners in plaats van drie - zoals op het WK in Geelong - aan het WK zou kunnen starten, en dus met genoeg manschappen om hem naar de finish te loodsen. Daar slaagden Wiggins, David Millar, Geraint Thomas en ook Vueltarevelatie Christopher Froome met brio in: Groot-Brittannië nestelde zich midden september zelfs op de vijfde plaats van de WorldTourlandenranking. De prelude van een bijzonder succesvol WK, waarin geen enkel land over alle categorieën meer medailles behaalde (zes) dan de renners met de Union Jack op het shirt. Groot-Brittannië bevestigde daarmee dat succes wel degelijk maakbaar is. Performance director Dave Brailsford afgelopen zondag: "Wanneer je je doelen hoog durft te leggen en je er hard genoeg voor werkt, dan bereik je meestal de top." Dat was ook de opzet van de Britten toen ze na de rampzalige Spelen van 1996 een jaar later het World Class Performance Programme opstartten en in Manchester het National Cycling Center bouwden. Elk jaar werd vijf miljoen euro in het baanwielrennen geïnvesteerd en dat resulteerde in 2008 in liefst zeven gouden pistemedailles op de Spelen van Peking. Die pisteschool werd het fundament van het succes van het Britse wielrennen. Op basis van dezelfde blauwdruk - atleetgerichte trainingssystemen, hyperprofessionele begeleiding - richtte Brailsford in 2010 de wegploeg Team Sky op. Een project dat na veel kinderziektes nu ook langzaam zijn vruchten afwerpt. Weliswaar nog zonder Cavendish in de rangen, maar daar komt in 2012 verandering in, wanneer de Manxman met het oog op de Spelen in Londen naar Sky verhuist. Of hij daar met de maximaal toegelaten vier renners aan zijn zijde en op een zwaardere omloop goud kan veroveren, valt af te wachten, maar met de eergierige Cavendish weet je nooit. Misschien wordt hij in zijn thuisland dan wél onsterfelijk, want zondagavond was de topstory op de sportwebsite van BBC de zoveelste zege van formule 1-rijder Sebastian Vettel. Rechts in een hoekje: ' Cavendish wins world title.' Of hoe alles relatief is ... door Jonas CreteurGroot-Brittannië bevestigde dat succes wel degelijk maakbaar is.