Beste Kobe,
...

Beste Kobe, Zondag, nauwelijks een uur voor het nieuws over je plotse dood, hadden we een interview gelezen met jouw generatiegenoot Allen Iverson. LeBron James had je immers de avond ervoor voorbijgestoken in de all-time NBA-scoreranking en dus sprak Iverson over de eeuwige, opnieuw opgedoken vergelijkingen tussen jou, LeBron en Michael Jordan. Onzinnige discussies, vond Iverson. Want: ' The thing is, your guy is your guy. ' En jij, Kobe, bent altijd our guy geweest. Niet rationeel - uiteráárd staat Jordan, en allicht ook LeBron op het einde van zijn carrière, boven jou in de lijst met All-Time Greats in de NBA -, maar wel emotioneel. Sportjournalisten worden nochtans verondersteld om van atleten geen heiligen, helden of supermannen te maken. Omdat ze evenveel mens zijn en evenveel gebreken hebben zoals iedereen. En toch was jij de enige sporter voor wie we die objectieve neutraliteit soms lieten varen. Die bewondering gaat immers al terug tot onze tienerjaren, van toen we als veertienjarige, zelf basketbal spelend, de NBA begonnen te volgen. Op hetzelfde moment als jij, in het seizoen 1996/97, er op je achttiende je intrede maakte, recht vanuit high school. En zeker toen we twee jaar later het basketbalmagazine XXL kochten, met jou op de cover, en met als titel 'Kobe komt! De leider van een nieuwe generatie'. Gefascineerd waren we door de poster binnenin. Jij, al liggend, met je hoofd rustend op een basketbal, strak voor je uitstarend, en met een goudgele gloed die over jouw magische Lakersshirt viel. Gebiologeerd ook door jouw verhaal, door jouw branie, geloof en zelfvertrouwen om de beste ooit te worden. ' If you don't believe in yourself, no one else will', klonk het. Michael Jordan stond op dat moment wel op het toppunt van zijn roem, in een seizoen waarin hij zijn zesde en laatste NBA-titel zou winnen, maar ons tiener/sporthart was verkocht. Nog meer toen je in 1998, tijdens het All-Star Game in New York, als 19-jarige het lef had om het onaantastbare icoon Jordan, jouw grote idool, tot vele één-tegen-éénduels uit te dagen. Toen wij een week later, als zestienjarige, voor de eerste keer naar de New York reisden, stond dan ook hoog boven ons verlanglijstje: een Lakersshirt, met rugnummer 8. Een shirt dat, net als die goudkleurige poster uit het XXL-magazine, jarenlang in onze slaapkamer hing. Een shirt dat we zelfs vorig jaar nog droegen, toen we een match van de Lakers in Los Angeles bijwoonden - niet als journalist, maar als 'gewone' NBA-fan. En we er tot onze verbazing vaststelden dat, ruim twee jaar na jouw pensioen, meer Lakerssupporters jouw shirt aanhadden dan dat van LeBron James, die in de zomer van Cleveland naar LA verkast was. Bij veel Kobe-diehards klonk het zelfs: 'LeBron zal hier mínstens een NBA-titel moeten winnen om de populariteit van Kobe een béétje te evenaren.'Je had dan ook in twintig seizoenen vijf NBA-titels met de Lakers gewonnen, was zo zelfs een symbool van de stád Los Angeles geworden. Maar ook een idool ver daarbuiten, in de VS, de hele wereld. Dat bleek al toen we in 2009, elf jaar na ons eerste bezoek aan New York, jou voor het eerst live aan het werk zagen, in Madison Square Garden. En het dak van die legendarische sporttempel ervan vloog toen jij er je 20.000e punt uit je NBA-carrière scoorde. Even luid bejubeld door New York Knickfans als door fans van verschillende nationaliteiten. Een idool voor niet alleen hen, maar ook voor basketbalspelers wereldwijd. Want voor de NBA-toppers van nú was jij hun Michael Jordan, hun voorbeeld. Als The Black Mamba, 's werelds gevaarlijkste gifslang, een speler met een enorm killersinstinct en een gigantische fightingspirit. Als krijger die in 2013 zijn achillespees scheurde, met zijn handen - als was het een kous - die pees omhoogtrok en zonder verpinken nog twee vrijworpen binnenshotte. 'Zelfs een Griekse god zou dat niet kunnen', zei je fysiektrainer Gary Vitti toen. In de kleedkamer zag hij achteraf wel, voor de éérste keer ooit, twijfel en tranen in je ogen. Tot jouw twee dochters binnenkwamen, jouw rol als voorbeeldfiguur de bovenhand nam en je aan Vitti vroeg, zonder angst: 'Wat moet ik doen om terug te keren?' Symbolisch voor de ultieme warrior in jou, die daarna inderdaad terugkeerde, maar nooit meer dezelfde kwieke, explosieve mambagifslang werd. Met een lijf immers dat na tienduizenden minuten en 141 (!) blessures tot op de draad versleten was. Pijn waar je vaak dwars doorheen speelde, want toegevingen doen aan je lichaam was immers geen optie. Dat was immers je doel, al van toen je als highschoolstudent al om víjf uur 's morgens aan je dagelijkse spartaanse work-out begon: dat mensen zich je later zouden herinneren als een speler met enorme gaven, maar die vooral - zoals je het zelf mooi verwoordde - het sap van de orange (basketbal) er tot de laatste druppel had uitgeperst. Een speler ook met een obsessie om jouw idool, Michael Jordan, te evenaren, zelfs te overtreffen. Jouw muze die je op alle vlakken probeerde te kopiëren, in je manier van communiceren en spelen - tot zelfs Jordans typerende tong-uit-de-mond. Hoewel je dáár nooit in geslaagd bent, werd je in twintig NBA-seizoenen wél een legendarische versie van jezélf. Ook al was je, Kobe - en dat moeten we ook aanhalen -, niet altijd even populair. In je beginjaren zelfs vaak weggezet als een egocentrische, te veel shottende speler. Een gevolg van je jeugdjaren in Italië, waar je vader Joe lang speelde en je als enige zwarte, Engelstalige jongen in isolement opgroeide. Als een niets en niemand ontziende, hypergedreven fanaticus raakte je carrièrepad zo bezaaid met lijken van spelers die nooit je werkethiek konden/wilden evenaren. Met name Shaquille O'Neal, met wie je veel meer dan drie NBA-titels bij de Lakers had kunnen winnen als jullie relatie niet spaak was gelopen. Ook aan je ploegmaats deed je immers geen toegevingen. Tijd om te socializen had je zelden, alleen om je af te beulen in de gym. Dat je dat geen échte vrienden opleverde, kon je niet schelen. ' I can be a good, but not a great friend', zei je zelfs nog in je laatste jaren. Je had, zo vertelde je ook ooit, immers alleen gelijkgestemden, zoals Michael Jordan en Mozart, de componist. 'Geobsedeerde mensen, die voelen dat God hen op aarde gezet heeft om uit te blinken.' Je imago werd nog meer besmeurd toen je in 2003 in opspraak raakte door een dubieuze verkrachtingszaak waarin je uiteindelijk niet werd veroordeeld. Omdat je het vermeende slachtoffer afgekocht had, waarop die niet meer wilde getuigen - de ware toedracht zullen we nooit weten. Het versterkte jouw rol als schurk/held. Een rol die je later echter met plezier omarmde. Jouw sponsor Nike bouwde er zelfs een reclamecampagne rond: met een nieuwe schoen, genaamd Dark Knight (naar de gelijknamige Batmanfilm), en een kledinglijn met als symbool de letter V (van Villain) verweven in een H (van Hero). De liefde voor het basketbal én het venijn van je critici pushte je immers naar een illustere loopbaan. Een carrière waarin de afkeer voor jou als meedogenloze egotripper zelfs bij je grootste haters langzaam plaats ruimde voor bewondering en respect, omdat je op de ultieme perfectie bleef jagen en mettertijd ook een betere, aangenamere ploegmaat werd. De reacties na jouw overlijden waren dan ook veelzeggend: talloze NBA-spelers vertelden zelfs dat ze zonder jou als inspiratiebron nooit zover waren geraakt. Zelfs bij LeBron James stroomden de tranen over de wangen. Nauwelijks een dag nadat hij jou, in nota bene je geboortestad Philadelphia, had voorbijgestoken in de scoreranking en je uitgebreid had bewierookt, als zijn voorbeeld. Ook omdat jij hem nooit als een bedreiging hebt ervaren voor jouw erfenis, als NBA-grootheid. Toen LeBron in Philly zijn 33.644e punt scoorde, eentje meer dan jij, tweette je oprecht: ' Continuing to move the game forward @KingJames. Much respect my brother. #33644' Dezelfde James die je, op weg naar olympisch goud in Peking, als mentor had begeleid, net als alle spelers van Team USA. Want dát was waar het jou ook om ging: jouw liefde voor basketbal overdragen aan een volgende generatie. Maar ook aan je dochter Gianna, die je - als coach van haar highschoolteam - richting een carrière in de WNBA wilde begeleiden. Iets waar ze, zo te zien aan haar highlights op social media, allicht in geslaagd was als ze niet met jou in de neergestorte helikopter had gezeten - wat het drama dubbel zo erg maakt. Het is die liefde voor het basketbal die je ook beschreef in Dear Basketball, het gedicht dat je een half jaar voor je pensioen, in april 2016, had neergepend, om je afscheid aan de wereld mee te delen. 52 regels waarin je je rechtstreeks tot de sport richtte. En vertelde hoe je grenzeloze passie voor het basketbal was gegroeid. Startend als kleine jongen die de sokken van zijn vader oprolde, naar de vuilnisbak in zijn slaapkamer gooide, zich inbeeldend dat hij, met een aftellende shotklok, game-winning shots in het legendarische Forum van de LA Lakers scoorde. Na de vele lovende reacties over je gedicht besloot je zelfs om het in een korte tekenfilm te gieten. Via je pas opgerichte productiemaatschappij Granity Studios wilde je na je carrière immers verhalen schrijven en vertellen, om vooral kinderen te inspireren, niet met 'preken', maar met, zoals je dat noemde, 'creatieve opvoeding'. De dag van je allerlaatste NBA-wedstrijd was je zelfs zo verzonken in je nieuwe passie, dat je plots op je horloge keek en vaststelde: 'Oei, ik moet spelen vanavond.' Een legendarische avond waar je, tegen de Utah Jazz, liefst 60 punten scoorde en het Staples Center in LA, jouw miljoenen fans wereldwijd, nog een laatste keer in vervoering bracht. En daarna een afscheidsspeech gaf met de legendarische laatste woorden ' Mamba Out', gevolgd door een al even legendarische mic(rofoon) drop. Een voorbeeld dat zelfs Barack Obama volgde in een van zijn laatste toespraken als president - zelfs hém had je geïnspireerd. Goed anderhalf jaar later was je zelf in extase, de dag voor jouw shirts, met rugnummers 8 en 24, in de nok van het Staples Center gehangen zouden worden. Op een persconferentie kreeg je te horen dat jouw Dear Basketball-kortfilm was genomineerd voor de animated short film-categorie van de Oscars. Je balde de vuisten en schuddebolde van ongeloof, alsof je net je vijfde NBA-titel had gewonnen. Toen je in januari 2018 ook effectief die Oscar won, vertelde je tot ieders verbazing dat dat beeldje je meer waard was dan gelijk welke NBA-award. Omdat jij - níémand zelfs - ooit had verwacht dat je dát zou realiseren. Als kind had je immers gedroomd van NBA-titels en MVP-trofeeën, maar een Oscar winnen, dat had je je nooit durven inbeelden. Het werd een trigger om die weg te blijven bewandelen, met het creëren van films, kinderserie en boeken. Het bezorgde je zelfs meer plezier dan naar NBA-matchen te kijken. Pas toen je dochter Gianna begon open te bloeien als basketbalspeelster, ging je met haar weer naar Staples Center. Om haar te onderwijzen in de wondere wereld van het profbasketbal, richting een carrière in de WNBA. Het lot besliste, voor jou en voor Gianna, anders over. Een troost: meer dan ooit zal je - tot lang na je dood - miljoenen mensen wereldwijd blijven inspireren. Om proberen great te zijn in alle aspecten van het leven, een standaard die jij jezelf altijd hebt opgelegd en waar je nooit van bent afgeweken. Zo zal je altijd herinnerd worden. Als een basketbalverliefde, maniakale speler. Als een even gedreven storyteller. Als een trotse vader. En als een, ondanks je gebreken, goed mens. Mamba out. Helaas veel te vroeg.