ONZE RELIGIES

'Ik ben een moslim, maar ik geef mijn kinderen kerstcadeautjes. En hoe heet dat feest begin december? Sinterklaas, ja. Die komt ook langs bij ons. Mijn zoon volgt hier op school islamlessen, Tidiane en Jeanne weten dat ze moslims zijn, maar dat betekent toch niet dat zij aan de kant moeten staan als hier alle kinderen om hen heen geschenken krijgen? Mijn moeder in Senegal, die moslima is, koopt ook kerstgeschenkjes voor hen. Dat typeert Senegal. Als je daar in de kerstperiode rondloopt, kun je nooit vermoeden dat het een moslimland is. Rond het Offerfeest is iedereen er opgewonden, maar rond Kerstmis is dat evengoed zo. In Senegal doet elke gelovige wat hij wil. Dat was al zo toen ik er naar een katholieke privéschool ging. Daar hingen kruisen aan de muur en begonnen de lessen met een ka...

'Ik ben een moslim, maar ik geef mijn kinderen kerstcadeautjes. En hoe heet dat feest begin december? Sinterklaas, ja. Die komt ook langs bij ons. Mijn zoon volgt hier op school islamlessen, Tidiane en Jeanne weten dat ze moslims zijn, maar dat betekent toch niet dat zij aan de kant moeten staan als hier alle kinderen om hen heen geschenken krijgen? Mijn moeder in Senegal, die moslima is, koopt ook kerstgeschenkjes voor hen. Dat typeert Senegal. Als je daar in de kerstperiode rondloopt, kun je nooit vermoeden dat het een moslimland is. Rond het Offerfeest is iedereen er opgewonden, maar rond Kerstmis is dat evengoed zo. In Senegal doet elke gelovige wat hij wil. Dat was al zo toen ik er naar een katholieke privéschool ging. Daar hingen kruisen aan de muur en begonnen de lessen met een katholiek gebed, maar de moslims kregen ook de gelegenheid om de Fatiha op te zeggen (vergelijkbaar met het Onzevader, nvdr). 's Zaterdags was er catechese voor de katholieken, maar op hetzelfde uur was er ook een les islam. Senegal vindt een mooi evenwicht op religieus vlak. Ik hoop dat dat nog lang zo blijft.' 'Vanaf l'île de Gorée werden in de tijd van de slavernij een massa Afrikanen weggevoerd. Europeanen die me in Dakar komen bezoeken, neem ik eerst eens mee naar dat eiland; ik wil dat ze dat moeilijke verhaal even voelen. Op het Afrikaanse vasteland ligt Dakar het dichtst bij de VS. Zo werd die stad het eindpunt van de Afrikaanse selectie tijdens de slavernij. Op l'île de Gorée werden de sterkste en grootste Afrikanen verzameld, de mannen die goed op het veld konden werken, de pure Afrikaanse kwaliteit. Vandaar dat je nu in de VS al die basketters vindt van twee meter lang. Op het slaveneiland kun je nog zien hoe mensen daar samengeperst werden in hokjes, er liggen zelfs nog kettingen. Ook laporte sans retour staat er nog. De boot kwam vlak voor die doorgang liggen en eens je door die deur ging, keerde je niet meer terug. De Afrikanen die in Amerika aankwamen, namen de naam van hun chef over. Zo verloren ze werkelijk alles wat ooit van hen was. Vandaar dat zwarte Amerikanen nu geen Afrikaanse namen hebben. Vandaag zijn de Senegalezen niet meer kwaad om die geschiedenis, wij zeggen: in het leven moet je vergeven, maar niet vergeten. Dit is iets wat nooit mag vergeten worden. Er zijn mensen die hard gevochten hebben voor de vrijheid die wij nu kennen. 'In de buurt van Dakar is ook het Lac Rose een bezoekje waard. In dat meer zitten micro-organismen en veel zout. Als de zon erop schijnt, kleurt het water roze. Vanaf de kant kun je er zien hoe mannen en vrouwen zout uit het meer halen. Die mensen dragen emmers met vijftig kilo zout op hun hoofd. Ze worden per emmer betaald en verdienen daar relatief goed mee, maar hun loon staat nog altijd niet in verhouding tot de hardheid van hun job.' 'De beste Senegalese voetballer ooit is Jules-François Bocandé. Hij speelde bij Seraing en later, in Frankrijk, bij Lens. Bocandé verleidde ons volk, je vindt geen Senegalees die één slecht woord over hem vertelt. Hij groeide uit tot een voorbeeld voor ons allen. Ondanks zijn geweldige carrière bleef hij heel rustig, nederig en eerlijk. Dat waardeer ik zeer bij oudere spelers.' 'Wij werden in Senegal zo opgevoed dat we met álles konden spelen, ook met de dopjes van plastic flesjes. Dat waren zogezegd de spelertjes van je voetbalploeg. Je zocht een tegenstander en elk nam elf dopjes. Als bal gebruikten we de pit van een sinaasappel of een citroen. Op de grond maakten we twee doelen en dan mocht iedere speler om de beurt met zijn vingers één van zijn dopjes gebruiken om de bal, die pit dus, richting het doel van zijn tegenstander te krijgen. Als ik mijn zoon uren met zijn PlayStation of iPad bezig zie, verplicht ik hem om al die elektronische spullen eens opzij te leggen en iets anders te zoeken om mee te spelen. Dan verveelt hij zich eerst, maar op den duur vindt hij toch iets. Het is een goede oefening om zijn geest te ontwikkelen.' KRISTOF DE RYCK