D avid Destorme: "Waar het fout liep met Dender? Op de laatste speeldag van de competitie, tegen Charleroi. Iedereen was al euforisch, omdat we de week voordien wonnen van Lokeren. We dachten: het is binnen. Maar dan krijg je die avond zo'n opdoffer. Iets te vroeg gejuicht zeker? Zo zijn er nog wedstrijden geweest, die we niet konden winnen. De ene week euforie, de andere de totale ontgoocheling, het vat ons seizoen min of meer samen. We hebben thuis in de eindronde één op zes gehaald tegen de tweedeklassers en één op zes tegen Bergen en Charleroi. In de competitie is het gelukt, spelen én winnen onder druk. Tegen Tubeke, tegen Roeselare, op Kortrijk ... Maar op het einde ging het niet meer. Veel druk, een heel seizoen aan één stuk. Nooit een reeks kunnen neerzetten om uit de gevarenzone te raken. Dan weet je dat het heel moeilijk wordt ...
...

D avid Destorme: "Waar het fout liep met Dender? Op de laatste speeldag van de competitie, tegen Charleroi. Iedereen was al euforisch, omdat we de week voordien wonnen van Lokeren. We dachten: het is binnen. Maar dan krijg je die avond zo'n opdoffer. Iets te vroeg gejuicht zeker? Zo zijn er nog wedstrijden geweest, die we niet konden winnen. De ene week euforie, de andere de totale ontgoocheling, het vat ons seizoen min of meer samen. We hebben thuis in de eindronde één op zes gehaald tegen de tweedeklassers en één op zes tegen Bergen en Charleroi. In de competitie is het gelukt, spelen én winnen onder druk. Tegen Tubeke, tegen Roeselare, op Kortrijk ... Maar op het einde ging het niet meer. Veel druk, een heel seizoen aan één stuk. Nooit een reeks kunnen neerzetten om uit de gevarenzone te raken. Dan weet je dat het heel moeilijk wordt ... "We hadden op het einde ook problemen met scoren. Maar of dat alleen aan de spitsen lag? Bart Van den Eede kende een lastig seizoen; hij gaf dat ook toe. In Westerlo had hij Sarki en Dirar op de flanken, en scoorde hij bij wijze van spreken met de ogen dicht. Bij ons was die aanvoer er niet. En een spits kan maar scoren als hij speelt ... AdmirAganovic zag ik nooit bij een andere ploeg bezig. Wat ik hier van hem heb gezien, is heel veel werkkracht en dat vind ik positief. Je hebt spitsen die alleen denken aan scoren. Scoren lukte hem niet best, maar op training zag ik dat hij het kan. Misschien was dat wel het verschil met Roeselare, waar Benjelloun en MacDonald wel scoorden in de eindronde. Bij ons ontbrak dat tikkeltje extra dat zij wél hebben." "Na twee seizoenen moet ik concluderen: het is een stuk moeilijker in eerste klasse dan in tweede. De spelers zijn sneller en beter, en de ploegen spelen beter samen. "In mijn eerste jaar ben ik heel sterk begonnen. Ik kwam in eerste klasse op mijn 27e en had niks te verliezen. Ik dacht: ga ervoor, geniet ervan, wat je nu meemaakt, is gewoon super en zo lang het duurt, duurt het. Met die gedachte kwam ik elke week het veld op. Ik mocht min of meer doen wat ik wilde, als ik de richtlijnen van de trainer maar respecteerde. Hij gaf me een vrije rol. Dat er wel spelers werden aangetrokken voor mijn positie van aanvallende middenvelder, vind ik normaal. Maar ik bleef staan en deed het goed. Ik scoorde al direct in mijn eerste wedstrijd, al verloren we die wel. Vervolgens maakte ik ook de winning goal tegen Sint-Truiden, tegen Anderlecht ... "Naarmate de heenronde vorderde, werd het scoren wel moeilijker. Fysiek moest ik de aanpassing bekopen. Je traint toch op een ander niveau. Er is een verschil tussen drie keer per week naar de avondtraining gaan en overdag constant bezig zijn met voetbal. 's Avonds kon ik alleen nog in de zetel liggen, of in bad, met de benen omhoog. Ik moest recupereren, om er de dag nadien weer te kunnen staan. Dat was - echt waar - afzien. "In november kwam Boskamp er dan bij, net op een moment dat ik eigenlijk nood had aan iets meer rust. Maar wat gebeurde er? Boskamp traint heel hard, dat weet iedereen, en hij vloog er meteen in. Ik moest aanpikken en durfde niet te zeggen: 'Meneer Boskamp, eigenlijk wil ik het rustiger aan doen.' Als je niet aanpikte, kon je niet spelen. En ik wil altijd spelen. Moe of niet, last of geen last. Toen heb ik mezelf opgebrand. "Ik viel uit met een pubalgie en een scheur in de adductoren. De pees scheurde van het bot en ik had ook een scheur in de buik-spieren. Tijdens de wedstrijd thuis tegen Roeselare is dat echt geknald op een onnozele fase, toen ik een bal wegkopte op een hoekschop. Ik dacht aan een spierscheur, maar het verdict van de dokter was erger. Operatie en seizoen gedaan. "Dat was een ongelooflijke klap. Het was op. Gewoon op. Ik had jaren aan een stuk op een ander niveau gespeeld. De overgang naar het profvoetbal was te veel voor mij." "De operatie kwam er in februari. Begin juli kon ik aanpikken bij de groep. De voorbereiding was heel zwaar, maar toch heb ik alles meegedaan, al voelde ik dat het nog niet honderd procent was. Ik dacht trouwens dat ik de eerste wedstrijden niet zou spelen, omdat ik voelde dat ik er niet helemaal klaar voor was. Maar de trainer gaf me van in het begin het vertrouwen. Ik voelde me echter niet zoals het moest. Ik moest doseren, of in het defensieve, of in het offensieve. Dat zag je. "'KV Mechelen heeft zijn kop zot gemaakt', zei men toen. Ik heb inderdaad vorige zomer met Mechelen gesproken en op wat details na was die transfer in orde. Het is uiteindelijk anders uitgedraaid, maar toen ik voor Dender koos, heb ik volledig de klik gemaakt. Dat speelde totaal niet. Het was puur lichamelijk: pezen en spieren die nog niet honderd procent de sterkte van vroeger hadden. Ik had ook angst. Angst om te hervallen. Vooral als ik trapte met links, was ik bang. Links heb ik het afgescheurd, begrijp je. De dokter had me dan wel verzekerd dat het nog steviger vastzat dan ervoor, ergens blijft dat toch hangen. Pas op het moment dat je niet meer aan je blessure denkt, ben je weer vertrokken ... "Na Nieuwjaar kwamen er wat jongens bij die het niveau van de ploeg opkrikten: Zukanovic, Saintini ... Er kwam meer snelheid op de flank, af en toe kwam er al eens een voorzet, het ging beter en het vertrouwen groeide. Ook bij mij. Soms vlogen de ballen erin zonder veel nadenken. "Met het succes kwam de belangstelling. In het geval van degradatie was ik vrij. Dat stond in mijn contract. Daar kwam natuurlijk snel commentaar op. Nog tijdens de eindronde. Maar ík heb dat vorig seizoen niet in mijn contract gezet. Je tekent met twee partijen. Ik had evenmin iets van: ik ga daarom minder mijn best doen. Ik denk dat ik er in die drie jaar dat ik bij Dender speelde, altijd probeerde voor te gaan. Niemand wordt beter van een degradatie of wil er een op zijn palmares. Ik geef wél toe dat ik in de eindronde moeilijk de kracht vond om de ploeg op sleeptouw te nemen. Dat had vooral te maken met het feit dat ik in de tweede ronde heel veel had gegeven. Charleroi was mentaal ook voor mij een heel zware klap. "Waarom KV Mechelen? Het is een aantrekkelijke ploeg. Veel volk, veel sfeer, en er zit een visie achter. Het is niet zomaar eventjes wat pionnetjes neerzetten. Ze bekijken echt wel op welke posities ze versterking willen. Er lopen ook veel Belgen rond. Kortom, een interessante club." "Ik ben heel laat in eerste klasse terechtgekomen. Mijn hoofd stond er vroeger niet naar. Ik voetbalde heel graag, maar voor voetbal op het hoogste niveau was ik niet klaar. Ik amuseerde mij bij Evergem, deed daarnaast nog wat minivoetbal, en ik had mijn werk. "Ik werkte bij een verhuurbedrijf van drank- en koffieautomaten. Die moest ik aanvullen, in bedrijven, ziekenhuizen, overal in Vlaanderen. Ik kon mijn uren regelen, was veel de baan op, kwam overal mensen tegen en dat ging altijd over voetbal. Iedereen kende me als 'de voetballer van Hoek'. Ik deed dat heel graag, tot tweedeklasser Dender kwam aankloppen. Uiteindelijk koos ik toch voor voetbal. Ik gaf mijn werk op, met in het achterhoofd: als het niet lukt, zal ik later niet kunnen zeggen dat ik het niet geprobeerd heb. Laat in eerste klasse komen betekent misschien wel dat het lichaam nog lang meekan. Ik heb minder getraind dan anderen. Ik hoop toch dat ik nog lang kan doorgaan. KV Mechelen zal een ambitieuze speler hebben aan mij, geen uitgebluste. "Ik ben tot dusver niet windstil door eerste klasse gegaan, dat zullen ze bij Dender wel beamen. Het heeft soms gestormd, maar altijd met de beste bedoelingen. Ik was vorig seizoen bijvoorbeeld ook betrokken bij die korte spelersstaking. Toen stond ik als aanvoerder op de eerste rij, want Steven ( De Petter, nvdr) was er niet. Plots stond ik neus aan neus met Boskamp. Dacht ik even: oei David, waar begin je nu aan? Maar ik denk dat hij het eigenlijk nog wel apprecieerde dat ik in zijn gezicht heb gezegd hoe iedereen erover dacht. Dat was even keihard, waarna Boskamp zei: oké, dan gaan we na de training naar het bestuur en praten we het uit. Na de training heeft de spelersgroep beslist om toch niet naar het bestuur te stappen. En Boskamp te volgen. De discussie ging over vrijheid bij de opwarming voor de training, vrijheid die er was onder Patrick Asselman en plots niet meer toen Boskamp na Nieuwjaar terugkeerde. Boskamp heeft dat toen goed opgelost. Hij zei: oké, dan doen we het alle twee, zowel in groep als individueel. En zo snel het kwam, zo snel is het ook weer gegaan. "Volgens mij zouden Boskamp en Asselman perfect kunnen samenwerken. Patrick heeft het beste voor met Dender, maar hij maakte zich druk in wat er allemaal gebeurde. Hij stond dichter bij de spelers, hij zag en hoorde veel meer. Ik denk dat het voor hem ook niet makkelijk is geweest. Overnemen, dan weer een stap terug moeten doen op het moment dat de hoofdtrainer terugkeert. Dat mag je niet onderschatten, iedereen heeft tenslotte zijn visie. Op de duur werd dat een conflict. Hun conflict. Wij stonden daar maar tussen, luisterend naar wie op dat moment voor ons stond. Op dat vlak waren we toch een heel brave spelersgroep. Ik denk dat het bij veel ploegen heel anders zou zijn gelopen. Maar wij, wij vonden alles goed." door peter t'kint