Brusselaars en Bruggelingen reageren wat onwennig als ze Gent binnenrijden. Hier is de fiets koning. Tijdens de ochtend- en avondspits letterlijk, fietsstrade Coupure kruisen is dan een hachelijke, tijdrovende onderneming. Recht tegenover de campus biowetenschappen die de universiteit er heeft, staat een fietsenteller. Aan het einde van een werkdag haalt die tijdens het academiejaar makkelijk de kaap van de 4000 passanten.
...

Brusselaars en Bruggelingen reageren wat onwennig als ze Gent binnenrijden. Hier is de fiets koning. Tijdens de ochtend- en avondspits letterlijk, fietsstrade Coupure kruisen is dan een hachelijke, tijdrovende onderneming. Recht tegenover de campus biowetenschappen die de universiteit er heeft, staat een fietsenteller. Aan het einde van een werkdag haalt die tijdens het academiejaar makkelijk de kaap van de 4000 passanten. Het was begin november, kort na de herfstvakantie, dat we zelf ook de fiets namen richting Gentstadion. Letterlijk met honderden waren we, op twee wielen naar het voetbal. Meer dan tien procent van de aanwezigen bij een thuiswedstrijd van AA Gent komt zo. Een wereldrecord, vermoeden ze bij de club, er zou eens onderzoek naar moeten worden gevoerd. Het tekent de lokale binding. "AA Gent is een club van échte Gentenaars", lacht Arnold Vanhaecke, voorzitter van de stuurgroep Gantoise 150. Hij woont in Lokeren, is West-Vlaming en supporterde vroeger zelfs voor Cercle. Maar Vanhaecke maakte, zoals zo veel West-Vlamingen, zijn carrière in de Gentse middenstand, en kwam via Sofim, dat AA Gent sponsorde, geregeld in het Ottenstadion. Nu ook in de nieuwe arena. Het liberale etiket is iets van oude tijden en dingen die voorbijgaan, al is het dat niet helemaal. Open VLD probeerde in 2009 nog voorzitter Ivan De Witte binnen te halen, maar die vond toen een politieke functie niet te combineren met zijn andere professionele activiteiten. In een verder verleden bepaalde de politiek wel de clubkleuren. De kleuren van de stad zijn wit en zwart. De kleuren van de club waren dat aanvankelijk ook, maar de liberalen in het clubbestuur vonden dat blauw beter paste. De band met de lokale gemeenschap is er altijd geweest. In het boek van Martine Vermandere over 150 jaar Gantoise (titel: Gantoise 150, 101 indianenverhalen) staat ze opgetekend. Toen doelman Armand 'Mance' Seghers, Buffalo van de Eeuw voor de supporters, werd aangetrokken, vonden die dat hij "van ver" kwam. Seghers was van Zelzate. Het was de tijd dat men op zondag nog vanuit café Arsenaal in stoet achter de fanfare en de vlaggen naar het Ottenstadion kwam, lacht Heli Rombaut, apotheker op rust en geschiedschrijver van AA Gent. En in de cafés de tap nagenoeg non-stop openstond. Rombaut woont drie hoog in de Raf Verhaertstraat, een zijstraat van de Bruiloftstraat in Gentbrugge. Vanaf het terras van zijn appartement zie je één lichtmast, het enige dat nog doet denken aan het oude stadion in de wijk. 's Avonds branden er dezer dagen de lampen. Niet om voetbalballerina's hun kunstjes te laten opvoeren, maar om arbeiders die een nieuwe woonwijk uit de grond stampen, bij te lichten. Hoe groot de impact van het voetbal op een buurt is, merkt Rombaut alle dagen als hij zijn neus buiten steekt. Café Buffalo op de hoek van zijn straat is dicht. Het Witte Paard op de Brusselsesteenweg ook. De Falstaff zag zijn omzet fel verminderen, net als de restaurants in de buurt. De enige die nog wat standhield, is de uitbater van een zaak die zich van dag één niet tot de supporter richtte, maar tot de mensen uit de buurt. Ook Martine Vermandere komt uit deze buurt, ze is de dochter uit de Gouden Appel, een kruidenierszaak. Tweede generatie West-Vlaming, nu wonend in Brussel, maar werkend in Gent, waar ze haar kantoor heeft in het Amsab-Instituut voor Sociale Geschiedenis, vlak bij de Vooruit. Nog zo'n landmark in Gent, naast de drie torens en de twee moderne uithangborden langs de snelweg: de KBC-toren vlak bij Flanders Expo en de Ghelamco Arena op de kruising der snelwegen. "Sport en stad", zegt ze, "waren altijd nauw verbonden met elkaar. AA Gent begon als turnclub, en mocht direct turnen in de stedelijke sportzaal. Clubbestuurders waren vaak industriëlen, vrijmetselaars én mensen uit de gemeenteraad." Willy De Clerck en zijn zonen, Wilfried Martens, de liberalen die Albert De Meester naar de club haalden om er voorzitter te worden,... Het Gentse establishment voelde zich goed in het Ottenstadion. Maar hoe zat het met de modale Gentenaar? "We zijn er in de jaren zeventig veel mensen kwijtgeraakt aan Club Brugge", zucht Patrick Lips, commercieel directeur. "Ik heb ooit cijfers gezien. Op een gegeven moment had Club 5000 Gentenaars als abonnee. In Anderlecht waren dat er zo'n 1800." Het was de periode dat de ploeg vegeteerde in tweede en derde klasse, terwijl Club zijn grote successen oogstte en ook Europees hoog scoorde. Lips: "We moeten daar niet flauw over doen, die mensen zijn we kwijt." Niet helemaal, zo blijkt. Want die mensen hebben nu vaak kinderen, die wél supporter zijn van AA Gent. En dus gebeurt het dat pa, supporter van blauw-zwart, toch naar AA Gent komt kijken, om zijn kinderen een plezier te doen. Hoe zit het met de aanwezigheid binnen het stadsbeeld? Kleurt dat blauw-wit? Op wedstrijddagen wel, fietsend door de stad kom je ze voortdurend tegen, de herkenbare sjaals. Ook aan de bushalte. Op een van de trams die op dit moment door Gent rijden, maken doelman Matz Sels en Benito Raman reclame voor de app van sponsor VDK, de bank. We passeren café De Brusseleir. Hier kijken op wedstrijddagen veel supporters naar de matchen. Ernaast een wedkantoortje, waar je nog wat kan verdienen. Aan het Gravensteen wippen we even binnen bij de toeristische dienst. Ze kijken wat verrast op van onze vraag. Zo veel wordt er door bezoekers naar de Gantoise niet gevraagd, moeten ze bekennen. Maar: sinds de verhuizing naar het nieuwe stadion is er wél een toename, "al gebeurt het niet alle dagen". Wat ze doen met dat soort toeristen? "Doorverwijzen naar de website van de club." Idem met de hotels in de buurt. Het gebeurt dat een gast vraagt of er toevallig geen wedstrijd tijdens zijn verblijf is. En dan regelen ze wel tickets. Maar het is geen georganiseerd gegeven, zoals in steden als Londen, Madrid, Barcelona of Rio de Janeiro. Lips: "We zijn nog geen instituut zoals Barcelona of Real. Maar dat is geen enkele Belgische club. Ook in Brussel of Brugge gaan toeristen niet naar het Constant Vanden Stockstadion of Jan Breydel. In het buitenland is dat anders. Ik ken mensen die amper naar het voetbal gaan, maar toch Bernabéu bezoeken. Of Camp Nou. Omdat het bij het stadsbezoek hoort." Zover zijn ze in Gent nog niet, maar er wordt aan gewerkt. Wim Beelaert, coördinator van de communitywerking, daagt ons uit. "Ga eens de stad in. Om de driehonderd meter kom je minstens één verwijzing naar AA Gent tegen. Niet reuzengroot, je vindt geen huizen die in blauw en wit zijn geschilderd, maar discrete verwijzingen. Een jas, een sticker op een auto, een sjaal. Ik merk dat op de school van mijn kinderen." Lips: "De tijd dat je op tien leerlingen zeven sjaals van Club Brugge vond, twee van Anderlecht en eentje van AA Gent is voorbij." Beelaert: "En het beste moet nog komen. De crèches puilen uit, de kleuterscholen ook. Er zitten veel potentiële supporters van Gent aan te komen. En die trachten we allemaal te bereiken. Patrick zegt altijd: elk kind moet voor zijn vijftiende minstens één keer naar AA Gent zijn komen kijken." Als landmark speelt de nieuwe arena haar rol. De Gantoise doet al jaren verwoede pogingen om iedereen te bereiken. Kinderen gratis, of voor 1 euro, familiedagen. Al in de tijd van het Ottenstadion. Maar lokken was één, hen houden nog wat anders. De oude infrastructuur, daar viel weinig mee uit te pakken. Met de nieuwe tempel wel. Zeker als daar nog wat sportieve successen aan worden gekoppeld. Een voorbeeld. Een paar dagen voor de wedstrijd tegen Anderlecht komt onze buurman langs. Geen fanatieke voetbalsupporter, lang niet. Maar: "Die wedstrijd had ik graag gezien. Maar helaas, ik ben blijkbaar te laat. Geen tickets meer. Kan dat?" Dat kan, het riskeert meer en meer te gebeuren. Heli Rombaut: "Ik hoor nu al veel supporters zeggen: waarom hebben ze zo klein gebouwd? Ze hadden beter een stadion met 25.000 plaatsen gehad. Eerlijk: in het begin vond ik het nieuwe stadion maar niks. Het was precies of we Standard achternagingen, een stadion in een industriële buurt." Het doet er ook wel wat aan denken, als je de brug over de snelweg kruist. Amcor heeft er zijn fabriek, afvalverwerker Ivago zijn hoofdzetel. Het ISPC is er, een groothandel voor de horeca. De Kaasboer ook. Het was burgemeester Daniël Termont die met de locatie kwam aanzetten. Rombaut: "Er is in het verleden wel vaker gesproken over weggaan uit Gentbrugge. In de jaren vijftig werd er gewag gemaakt van een stadion aan de Watersportbaan, in de periode van JeanVan Milders had men het over Flanders Expo. En heel even was ook sprake van het provinciaal domein van Wachtebeke, maar dat is gelukkig snel van tafel geveegd." Maar nu is het mooi, zegt hij. De toegangswegen zijn af, er is een nieuw landmark met een brug over de Ringvaart. De bistro in het stadion is dagelijks open, er zijn winkels, een kinderdagverblijf, er is een kantorencomplex. Nu nog een betere ontsluiting van het openbaar vervoer en een betere bewegwijzering, en Nieuw Gent staat op de kaart. Rombaut: "Het stadion zorgt voor een dynamiek. De afwezigheid van horeca rondom - al vermoed ik dat die nog wel zal komen - wordt gecompenseerd door de horeca binnenin. Je kan voor de wedstrijd wat eten, het wordt stilaan een avondje uit." Opvallend: ook tijdens de week is het een komen en gaan rond het nieuwe stadion. Daar zorgen de winkels voor, maar ook de werking rond de club, community en commercieel. Lips: "Vorig seizoen hebben we in tien maanden tijd 300 evenementen georganiseerd." Dat versterkt de band met de gemeenschap, die steeds breder wordt. Gent is zijn supporters verder en verder aan het rekruteren. Breder dan Gent, verder dan de 400.000 inwoners die Groot Gent rijk is. Op termijn wil men dé club van Oost-Vlaanderen worden, inclusief supporters uit het Nederlandse Zeeland. Beelaert: "Bijna elke wedstrijd is er een bus met mensen uit Zeeland. Laatst zelfs twee." Ze hebben er geen eersteklasser, sommige jongeren gaan in Gent naar school, voor mensen uit het noorden van Zelzate is Gent de centrumstad. En de Gantoise hun ploeg. De start van de goeie band met de lokale gemeenschap situeert Beelaert rond 2000. Het jaar van het dieptepunt, waarin de club zogoed als failliet was. Het jaar waarin plooien moesten worden gladgestreken, en waarin de club, op zoek naar steun om te overleven, haar kaarten op tafel legde. Een audit gaf het stadsbestuur zicht op de financiële zorgen. Stad en club gingen samenwerken om uit het dal te kruipen. Eerst door de aankoop van het Ottenstadion, zodat een eerste schuldenberg kon worden gedicht. Vervolgens door het klaarmaken van datzelfde stadion voor Europees voetbal, en ten slotte in een engagement om, samen met een derde partner, een locatie te vinden voor een nieuw stadion en dat ook te bouwen. Vijftien jaar later is er een innige band, waar dagelijks aan wordt gewerkt, via een sterke communitywerking. Een eis van de stad, in ruil voor de (financiële) steun. Geholpen door twee sportieve pieken: de bekerfinales van 2008 en 2010. Wim Beelaert: "In een vorig leven werkte ik op het stadhuis. Toen de club zich de eerste keer voor de bekerfinale plaatste, werd het idee geopperd om de wedstrijd live op groot scherm te brengen, op het Sint-Pietersplein. Maar daar was wat onzekerheid bij. Zou Gent wel zijn 18.000 tickets kunnen verkopen?" Dat bleek geen probleem, en op het plein volgden 6000 mensen de match. Twee jaar later werd de vraag niet eens meer gesteld en was er 10.000 man op het plein. Gent hééft zijn plaats binnen de lokale gemeenschap. Maar het kost energie. Toen rond 2006 vanuit Brussel bij de eersteklassers de vraag belandde om een sociaal engagement binnen hun gemeenschap aan te gaan, was Gent daar allang klaar voor. Want al mee bezig. Niet om de zes weken een one shot - een bezoek aan een ziekenhuis of het uitdelen van laptops op een school - maar systematisch. Beelaert: "De Pro League wil er nu reportages over laten maken. Ik kreeg telefoon van iemand van Woestijnvis: wanneer stond er nog een keer iets gepland? Ik liep mijn agenda af: vandaag dit en dit en dit, morgen dat en dat en dat. Die man viel bijna van zijn stoel." De communitywerking heeft verscheidene pijlers. Er is een heel brede werking voor het Gentse verenigingsleven. Wie wil kan een geleid bezoek aan het stadion aanvragen, of in groep naar een wedstrijd komen, tegen niet-commerciële tarieven. Maar naast die brede werking zijn er ook maatschappelijke projecten met mensen uit kansengroepen. En daarvoor wil AA Gent focussen op de wijk die naast de Ghelamco Arena en het UZ ligt. Nieuw Gent, een van de armste wijken van de stad, van Vlaanderen zelfs. Gezond scoort, de Buffalo Bustels, de Homeless Cup, het is niet voor niets dat AA Gent gelauwerd werd voor zijn communitywerking. De dag dat ze in de stad de aanwezigheid van de ploeg tijdens de Gentse Feesten nog als een veiligheidsrisicobeschouwden, is ver weg. Als spelers een bedrijfsbezoek brengen aan Volvo, is dat om het contact met de arbeider te houden. Want die is in het weekend hun eerste fan. Soms gaat de identificatie al nagenoeg vanzelf. Op het lichtfestival twee jaar geleden projecteerde men op de gevel van de Post Plaza op de Korenmarkt de droom van een klein jongetje dat reus wordt. Toen verscheen er plots... een Buffalo. Beelaert: "Je denkt toch niet dat de club de Franse maker contacteerde om dat beeld erin te smokkelen. Die zocht zelf naar iets typisch voor Gent en kwam bij de Buffalo uit..." DOOR PETER T'KINT - BEELDEN JELLE VERMEERSCH"De tijd dat je op tien leerlingen zeven sjaals van Club Brugge vond, twee van Anderlecht en eentje van AA Gent is voorbij." Patrick Lips "Ik hoor nu al veel supporters zeggen: waarom hebben ze zo klein gebouwd? Ze hadden beter een stadion met 25.000 plaatsen gehad." Heli Rombaut