Het WK vrouwen in Frankrijk zal de geschiedenis ingaan als de grote doorbraak van het vrouwenvoetbal. In de groepsfase viel de belangstelling in de stadions af en toe nog tegen, maar nadien zaten de tribunes afgeladen vol. Voor de finale in Lyon geraakten 50.000 fans niet aan een kaartje.

Veel opmerkelijker nog waren de kijkcijfers. In landen die aan dit WK deelnamen, werden alle records gebroken. Elf miljoen Fransen en 35 miljoen Brazilianen stemden af op het onderlinge duel. De halve finale tussen Nederland en Zweden werd door meer dan vijf miljoen noorderburen bekeken: het beste cijfer voor een voetbalwedstrijd in vijf jaar. In Engeland zaten 11,6 miljoen voetballiefhebbers voor het scherm voor de andere halve finale tegen de VS. Dat is driehonderdduizend meer dan voor de Engelse finale van de Champions League tussen Liverpool en Tottenham. Engeland-Amerika werd zelfs het meest bekeken tv-programma van het jaar over het Kanaal. Wereldwijd zouden meer dan één miljard mensen gekeken hebben.

Niet de Amerikaanse zege maar de Europese opmars is dé vaststelling van het WK-vrouwen.

Even belangrijk was de aandacht in de kranten. Met 1300 geaccrediteerde journalisten werd het record van vier jaar geleden verdubbeld. The Times, The Telegraph en de Volkskrant, om maar die te noemen, stuurden hun belangrijkste voetbaljournalisten (mannen, helaas) naar Frankrijk. L'Equipe bracht tot vijftien pagina's per dag over het evenement in eigen land.

Het voetbal was niet altijd even sprankelend, maar het niveau is de jongste jaren met rasse schreden omhooggegaan. En op het eenmalig wangedrag van de Kameroense meisjes na was het een feest van sportiviteit.

Amerika haalde het voor de tweede keer op rij, de vierde keer in totaal, en domineert het vrouwenvoetbal nu al twee decennia. De ploeg van Megan Rapinoe was niet alleen technisch en fysiek de betere, maar ook de meest rebelse. De Amerikaanse meisjes hebben ballen en de aanvoerster leverde een bijna dagelijks gevecht voor erkenning en een betere verloning. Ze ging zelfs de verbale strijd met president Donald Trump niet uit de weg.

Toch mogen de Amerikanen zich bedreigd voelen. Dé vaststelling van het toernooi is de opmars van het Europese vrouwenvoetbal. Zeven van de acht kwartfinalisten kwamen van het oude continent (bij de mannen waren het er vorig jaar zes). Opvallend was dat van de negen landen die meer dan honderdduizend aangesloten meiden tellen er zeven bij de laatste acht eindigden (Italië was de positieve uitzondering, Australië en Canada scoorden ondermaats).

Honderdduizend is echter niets vergeleken met de 1,6 miljoen Amerikaanse meisjes die bij de bond zijn aangesloten. Als je de scholencompetities meerekent, kom je zelfs aan een totaal van 9,5 miljoen.

De Amerikanen kunnen uit een enorme pool aan talent kiezen dankzij een wet uit 1972 (Title IX), die scholen verplicht om evenveel te investeren in mannen- als vrouwensport. Als je weet hoe belangrijk mannensport is voor de colleges, kan je je inbeelden hoeveel geld naar vrouwensport gaat. Bovendien heeft het land van de 'Stars and Stripes' de oudste professionele vrouwencompetitie.

Zowel tegen Spanje, Frankrijk als Engeland had de VS echter weinig overschot. De klassieke voetballanden zijn aan een inhaalbeweging bezig. De nationale bonden investeren steeds meer geld in het vrouwenvoetbal en de Europese grootmachten beschikken over een enorme expertise.

De Europese topclubs zijn ook steeds meer geïnteresseerd in hun vrouwenteam. Barcelona telde vijftien meisjes op dit WK, Lyon veertien, Manchester City twaalf, Bayern München tien en PSG en Arsenal acht. Het vrouwenvoetbal wordt steeds professioneler. Nog niet wat salarissen betreft, maar wel op gebied van coaching, infrastructuur en medische begeleiding.

FIFA-voorzitter Gianni Infantino wil het aantal WK-deelnemers over vier jaar naar 32 optrekken. Dé kans voor de Belgian Red Flames om zich te kwalificeren, maar de doorbraak van ons vrouwenvoetbal komt er pas als alle topclubs het voorbeeld van onder andere de Premier League volgen. In deze tijden zou het eigenlijk een voorwaarde moeten zijn om een licentie voor profvoetbal te verwerven.

Het WK vrouwen in Frankrijk zal de geschiedenis ingaan als de grote doorbraak van het vrouwenvoetbal. In de groepsfase viel de belangstelling in de stadions af en toe nog tegen, maar nadien zaten de tribunes afgeladen vol. Voor de finale in Lyon geraakten 50.000 fans niet aan een kaartje. Veel opmerkelijker nog waren de kijkcijfers. In landen die aan dit WK deelnamen, werden alle records gebroken. Elf miljoen Fransen en 35 miljoen Brazilianen stemden af op het onderlinge duel. De halve finale tussen Nederland en Zweden werd door meer dan vijf miljoen noorderburen bekeken: het beste cijfer voor een voetbalwedstrijd in vijf jaar. In Engeland zaten 11,6 miljoen voetballiefhebbers voor het scherm voor de andere halve finale tegen de VS. Dat is driehonderdduizend meer dan voor de Engelse finale van de Champions League tussen Liverpool en Tottenham. Engeland-Amerika werd zelfs het meest bekeken tv-programma van het jaar over het Kanaal. Wereldwijd zouden meer dan één miljard mensen gekeken hebben. Even belangrijk was de aandacht in de kranten. Met 1300 geaccrediteerde journalisten werd het record van vier jaar geleden verdubbeld. The Times, The Telegraph en de Volkskrant, om maar die te noemen, stuurden hun belangrijkste voetbaljournalisten (mannen, helaas) naar Frankrijk. L'Equipe bracht tot vijftien pagina's per dag over het evenement in eigen land. Het voetbal was niet altijd even sprankelend, maar het niveau is de jongste jaren met rasse schreden omhooggegaan. En op het eenmalig wangedrag van de Kameroense meisjes na was het een feest van sportiviteit. Amerika haalde het voor de tweede keer op rij, de vierde keer in totaal, en domineert het vrouwenvoetbal nu al twee decennia. De ploeg van Megan Rapinoe was niet alleen technisch en fysiek de betere, maar ook de meest rebelse. De Amerikaanse meisjes hebben ballen en de aanvoerster leverde een bijna dagelijks gevecht voor erkenning en een betere verloning. Ze ging zelfs de verbale strijd met president Donald Trump niet uit de weg. Toch mogen de Amerikanen zich bedreigd voelen. Dé vaststelling van het toernooi is de opmars van het Europese vrouwenvoetbal. Zeven van de acht kwartfinalisten kwamen van het oude continent (bij de mannen waren het er vorig jaar zes). Opvallend was dat van de negen landen die meer dan honderdduizend aangesloten meiden tellen er zeven bij de laatste acht eindigden (Italië was de positieve uitzondering, Australië en Canada scoorden ondermaats). Honderdduizend is echter niets vergeleken met de 1,6 miljoen Amerikaanse meisjes die bij de bond zijn aangesloten. Als je de scholencompetities meerekent, kom je zelfs aan een totaal van 9,5 miljoen. De Amerikanen kunnen uit een enorme pool aan talent kiezen dankzij een wet uit 1972 (Title IX), die scholen verplicht om evenveel te investeren in mannen- als vrouwensport. Als je weet hoe belangrijk mannensport is voor de colleges, kan je je inbeelden hoeveel geld naar vrouwensport gaat. Bovendien heeft het land van de 'Stars and Stripes' de oudste professionele vrouwencompetitie. Zowel tegen Spanje, Frankrijk als Engeland had de VS echter weinig overschot. De klassieke voetballanden zijn aan een inhaalbeweging bezig. De nationale bonden investeren steeds meer geld in het vrouwenvoetbal en de Europese grootmachten beschikken over een enorme expertise. De Europese topclubs zijn ook steeds meer geïnteresseerd in hun vrouwenteam. Barcelona telde vijftien meisjes op dit WK, Lyon veertien, Manchester City twaalf, Bayern München tien en PSG en Arsenal acht. Het vrouwenvoetbal wordt steeds professioneler. Nog niet wat salarissen betreft, maar wel op gebied van coaching, infrastructuur en medische begeleiding. FIFA-voorzitter Gianni Infantino wil het aantal WK-deelnemers over vier jaar naar 32 optrekken. Dé kans voor de Belgian Red Flames om zich te kwalificeren, maar de doorbraak van ons vrouwenvoetbal komt er pas als alle topclubs het voorbeeld van onder andere de Premier League volgen. In deze tijden zou het eigenlijk een voorwaarde moeten zijn om een licentie voor profvoetbal te verwerven.