Donderdag 14 januari 2021. Een vers laagje sneeuw maakt voetballen deze ochtend onmogelijk en dus rijden we van Lier naar Tubeke, door Sint-Gillis. De voormiddagtraining van Union, die oorspronkelijk in de provincie Antwerpen voorzien is, wordt binnen afgewerkt, in het nationale trainingscentrum in Tubeke. Vandaag is er in heel België geen betere plaats te vinden om een balletje te trappen. Het is ook de ideale locatie om met een trainer te praten die plots opnieuw in de belangstelling staat, nu halfweg het seizoen reeds alle spankracht uit 1B verdwenen is. De coach is trots dat hij zijn comeback helemaal alleen gemaakt heeft.
...

Donderdag 14 januari 2021. Een vers laagje sneeuw maakt voetballen deze ochtend onmogelijk en dus rijden we van Lier naar Tubeke, door Sint-Gillis. De voormiddagtraining van Union, die oorspronkelijk in de provincie Antwerpen voorzien is, wordt binnen afgewerkt, in het nationale trainingscentrum in Tubeke. Vandaag is er in heel België geen betere plaats te vinden om een balletje te trappen. Het is ook de ideale locatie om met een trainer te praten die plots opnieuw in de belangstelling staat, nu halfweg het seizoen reeds alle spankracht uit 1B verdwenen is. De coach is trots dat hij zijn comeback helemaal alleen gemaakt heeft. Ondanks de sneeuw en de kou sta je hier al glimlachend, bruisend van energie zelfs. Is dat de voldoening van opnieuw op je plaats te zitten, op de bank van een ambitieuze ploeg? FELICE MAZZU: 'Bij Union heb ik weer een familiale club gevonden, een club met een geschiedenis. Dat had ik misschien wel nodig om me opnieuw goed te voelen in het voetbalmilieu. Als je voor het eerst in twintig jaar overkomt wat ik vorig jaar met mijn ontslag bij Genk meemaakte, moet je daar eerst mee leren leven. Ik heb me twee, drie maanden volledig afgesloten, maar toen Union aan de deur klopte, wou ik er opnieuw induiken. En hier heb ik heel snel mijn plezier teruggevonden. Dat was ik verloren in Genk, waar ik teleurgesteld en gefrustreerd was.' In alle kampioenschappen wordt er momenteel geklaagd over het moordende ritme, maar Union komt net uit een maand pauze. Tijdens die lange onderbreking leek iedereen jullie al als kampioen te zien. MAZZU: 'We zijn gestopt op 20 december, we hebben de trainingen hervat op 4 januari en de competitie begon terug op 23 januari, dus dat is inderdaad lang. Dan krijg je sowieso momenten van decompressie, ook omdat de doelen op een bepaald moment erg ver weg lijken. In een kampioenschap met acht ploegen weet je op voorhand dat je seizoen niet erg ritmisch zal verlopen. Er resten ons vandaag nog dertien matchen. Dat is weinig, erg weinig. 'Het nadeel daarvan is dat sommigen inderdaad al over de titel spreken. Ik heb daar al veel over gepraat met mijn spelers. Een voorsprong is goed, maar dat wil niets zeggen in het voetbal. Drie nederlagen, het kan ons morgen overkomen. We moeten de focus behouden tot op het einde. Ik heb er nog over gesproken met de spelers na de match tegen Genk ( op 13 januari speelde Union in een vriendschappelijke wedstrijd 4-4 gelijk tegen Genk nadat het eerst 1-4 voor stond, nvdr) Al sinds het begin van het seizoen maakt onze werkkracht het verschil. Verliezen we dat, dan verliezen we alles. Ik was niet tevreden en dat heb ik hen ook laten weten.' Net zoals met Genk in het begin van het vorige seizoen, start je het jaar 2021 als de te kloppen ploeg. Wat verandert dat concreet aan de voorbereiding van een match? MAZZU: 'Zoiets speelt vooral op mentaal vlak. Het gaat over de rol die je opneemt. In het begin van het seizoen wilde Westerlo kampioen worden, net als wij. Bij Seraing daarentegen kregen ze al etende honger. Vandaag zijn ze zoals wij, ze willen die titel. Die toespraak geef ik aan mijn spelers. Het is aan ons om te blijven bewijzen dat niemand anders op de eerste plaats thuishoort.' Welke ambitie heeft Union? MAZZU: 'De ambitie is zeer duidelijk. Onze Engelse bazen zijn hier voor het derde jaar, en ieder jaar stellen ze budgetten ter beschikking die zeer behoorlijk zijn voor tweede klasse, al doen ze geen gekke dingen. Los van het financiële aspect is er de zekerheid dat de club niet zal opgeven voor ze haar doel bereikt heeft. Het is erg geruststellend om in een dergelijke context te werken, om te weten dat je midden in de transferperiode niet bang hoeft te zijn om je beste spelers te verliezen. Voor de rest is Chris O'Loughlin (sportief directeur, nvdr) ook Engelstalig en vergaderen we regelmatig met Alex Muzio ( voorzitter van Union, nvdr) via videoconferentie om de grote beslissingen te nemen.' De club traint in Lier en bijna alle spelers wonen in de provincie Antwerpen: veel lijkt er niet over van de kleine familiale club waarover je sprak. MAZZU: 'Dat familiale voel je vooral in de onderlinge relaties. Dankzij ons bestuur genieten we van een aanzienlijke structurele impact, met het buitengewone opleidingscentrum in Lier. Maar een club die superprofessioneel is, kan tegelijkertijd ook superfamiliaal zijn.' Goed gestructureerde clubs lopen vaak enkele stappen voor op de concurrentie, zeker inzake rekrutering. Kijkt de club al uit naar mogelijke versterkingen in de zomer met het oog op de promotie? MAZZU: 'Neen, helemaal niet. Zolang het werk niet af is, houd ik me niet bezig met de toekomst. Anderzijds weten we dat het management op de Engelse manier werkt, met een rekruteringsstructuur, gebaseerd op statistieken en data. Ze kijken duidelijk al naar de toekomst, met een plan A en een plan B. Ik wil echter respect tonen voor mijn groep. In dit stadium is er geen sprake van inmenging die ons zou kunnen schaden.'Je moet toch ideeën krijgen als je ziet dat Beerschot dit seizoen standhoudt met een ploeg die bijna niet veranderd is na de promotie. Hetzelfde zien we bij OH Leuven. MAZZU: 'Het is het bewijs dat Hernán Losada en Marc Brys schitterende trainers zijn. Ook al werd en wordt 1B bekritiseerd, die twee ploegen tonen aan dat het misschien tijd is om rekening te houden met het aantal kwalitatieve spelers op dit niveau.' Zou het een persoonlijke revanche zijn om volgend seizoen terug te keren naar eerste klasse? MAZZU: 'Het zou geen wraak zijn, laat staan een persoonlijke prestatie, maar na wat er bij Genk gebeurde, is promoveren met je eigen club wel de beste manier op terug te keren naar eerste klasse. Ik zou terugkomen door hard te werken, zonder dat ik ergens een warme stoel aangeboden krijg. Daar ben ik sowieso niet aan gewend. Op twintig jaar tijd ben ik één keer ontslagen, en ik was uitgerangeerd. Anderen stapelen de mislukkingen op, maar vinden uiteindelijk altijd een plek. Niet iedereen krijgt evenveel krediet. Dat is een kwestie van perceptie. En ik stel vast dat men lang niet het juiste beeld van mij had.' Heeft de berichtgeving in de media dit beeld in de hand gewerkt? MAZZU: 'Ja, duidelijk. En ik heb niets tegen u. Het is niet eens een kritiek. Maar het publiek, de sociale media en de pers genereren die perceptie. Daar kan je niet veel aan veranderen. Op mijn leeftijd gaat het erom dat je de passie en de goesting terugvindt.' Je sprak daarstraks over de vriendschappelijke match tegen Genk. De relatie met het Limburgse bestuur is dus hartelijk gebleven? MAZZU: 'Je hoeft geen goede of slechte relaties te hebben. Dit is voetbal, dit is het leven. Ik zat in een project, en het heeft niet gewerkt. De mensen die toen hun beslissing namen, hadden hun redenen, dat moet je accepteren. Ik kende de regels van het spel voor ik eraan begon. Wanneer ik mijn elftal opmaak, is het net hetzelfde. Wie op de bank zit, is teleurgesteld, wie mag spelen, is tevreden. Dat zijn keuzes die je maakt, en die zullen altijd behoorlijk subjectief zijn.' Was je verrast door de derde plaats van Paul Onuachu op de Gouden Schoen? MAZZU: 'Neen, helemaal niet. Voor mij mocht een speler als hij of Théo Bongonda zelfs op de eerste plaats eindigen. Met Paul heb ik gewerkt toen hij net was aangekomen bij Genk. Hij had toen al dezelfde kwaliteiten als vandaag, maar ik had Ally Samatta als de onbetwistbare titularis voorin en een aanzienlijk aantal spelers op het middenveld. Dat maakte het moeilijk om hem meteen te integreren. Paul was goed, maar hij drukte zich nog niet zo goed uit als op dit moment. Vandaag weet ik zeker dat hij topscorer zal worden. Een atypische speler zoals hij, met zijn gestalte, kan een heel team beter maken als je je systeem aanpast aan zijn kwaliteiten. Genk doet dat vandaag erg goed met de stootkracht van vleugelspelers als Ito en Bongonda, die met hun centers voor veel gevaar zorgen.' Hoe verklaar je de transformatie van Théo Bongonda, die vorig seizoen niet zo fel woog op het Limburgse spel? MAZZU: 'Toen Bongonda arriveerde, was hij meteen drie maanden geblesseerd. Een speler die zo lang stilzit, heeft dezelfde tijdspanne nodig om terug op zijn beste niveau te komen. Dat was dus exact de periode dat ik in Genk was. Op dit moment is Théo zeker een van de beste spelers van het kampioenschap. Hij heeft de stootkracht, de feeling en de snelheid. Daarnaast is het een speler met een bijzonder mentaal profiel. Hij presteert goed omdat zijn trainer de juiste aanpak heeft gevonden.' Een speler met een atypische gestalte integreren, je bekommeren om een andere die emotioneel wat minder stabiel is: bevalt dat aspect van de job je het meest? MAZZU: 'Het hoort bij de job. Spelers zijn geen robotten of objecten. I k heb altijd geprobeerd om de menselijke kant en discipline met elkaar te verzoenen. Je moet je eerst bekommeren om je spelers, voordat ze zich interesseren in je spelfilosofie. Je moet zorgen dat je ze dicht bij je hebt.'Te horen aan wat er de afgelopen maanden over jou werd gezegd door enkele van je voormalige spelers bij Charleroi, leek dat aan het einde van je avontuur daar niet langer het geval te zijn. Deed die kritiek pijn? MAZZU: 'Ik denk dat iedereen iets nieuws nodig had. En in het voetbal telt het verleden niet. Sommigen vergeten in ieder geval heel vlug en zien alleen het heden en de nabije toekomst. Ik kan de redenering wel begrijpen, maar dat neemt niet weg dat vergeleken met de relatie die ik altijd heb gehad met mijn spelers in Charleroi, ik van sommigen dingen heb gehoord die me niet gelukkig hebben gemaakt. Soms had ik beter mijn oren toegestopt.' Toch hebben we de indruk dat jouw naam steeds weer boven komt drijven zodra Charleroi een moeilijke periode doormaakt, zoals afgelopen herfst. Alsof je voor het leven aan de club verbonden bent. MAZZU: 'Charleroi is niet alleen mijn club, het is veel meer dan dat. Het is mijn stad. Het is de streek van mijn papa, van mijn jeugd. Maar dat mijn naam in de perszaal wordt genoemd, doet me niet zoveel. Ten eerste omdat ik denk dat Karim ( Belhocine, nvdr) al bijna twee seizoenen fantastisch werk levert, en ten tweede omdat het vandaag achter me ligt. Maar mocht Charleroi op een dag zijn deuren opnieuw openzetten voor mij, dan zou dat een zeer emotioneel moment zijn.'