Voluit heet ze 'de bijzondere parlementaire onderzoekscommissie naar seksueel misbruik en feiten van pedofilie binnen een gezagsrelatie, inzonderheid binnen de kerk', en met het getuigenis van Rik Devillé, priester in ruste van de vzw Mensenrechten in de Kerk, was de toon meteen gezet. Ietwat eenzijdig, want ook buiten de kerk is men niet vrij van zonden. Twee dagen na Devillé nodigde de commissie professor emeritus Yves Vanden Auweele uit om te komen getuigen over seksueel misbruik in de sport. Waarschijnlijk - maar zeker weet hij het niet - nadat gynaecologe en sp.a-senator Marleen Temmerman, met wie hij samenwerkt in een ontwikkelingsproject in Zuid-Afrika, en de bekende jeugdpsychiater Peter Adriaenssens, met wie hij regelmatig contact had over dit thema en die net als hij verbonden is aan de KU Leuven, zijn naam lieten vallen.
...

Voluit heet ze 'de bijzondere parlementaire onderzoekscommissie naar seksueel misbruik en feiten van pedofilie binnen een gezagsrelatie, inzonderheid binnen de kerk', en met het getuigenis van Rik Devillé, priester in ruste van de vzw Mensenrechten in de Kerk, was de toon meteen gezet. Ietwat eenzijdig, want ook buiten de kerk is men niet vrij van zonden. Twee dagen na Devillé nodigde de commissie professor emeritus Yves Vanden Auweele uit om te komen getuigen over seksueel misbruik in de sport. Waarschijnlijk - maar zeker weet hij het niet - nadat gynaecologe en sp.a-senator Marleen Temmerman, met wie hij samenwerkt in een ontwikkelingsproject in Zuid-Afrika, en de bekende jeugdpsychiater Peter Adriaenssens, met wie hij regelmatig contact had over dit thema en die net als hij verbonden is aan de KU Leuven, zijn naam lieten vallen. Vanden Auweeles passage ging niet ongemerkt voorbij, al was het maar omdat hij zijn beweringen met concreet onderzoek kon staven en zo een duidelijk beeld kon schetsen van de omvang van het probleem. Vanden Auweele, 69, was dertig jaar actief als sportpsycholoog en plaatst de problematiek graag in een breder kader. Hij ijvert voor meer ethiek in de sport. "De aanleiding", vertelt hij, "was een voortdurende confrontatie met het lijden van kinderen in de sport als gevolg van allerlei misstanden, en vooral ook de confrontatie met de tolerantie van zowel ouders en trainers als van het sportsysteem voor deze praktijken. Hoe meer ik me erin verdiepte, hoe bozer ik werd om de onverschilligheid van de sportwereld en hoe gefrustreerder ik raakte door het onvermogen van ernstige critici om de sport van hun boodschap te doordringen, laat staan een fundamentele verandering te realiseren. Wat ik hoop te bereiken, is dat de sport ethiek op zijn agenda plaatst. Men mag mij een naïeve dromer noemen, ik zou het zelfs als een compliment beschouwen, maar ik zou niet graag worden aangeklaagd voor schuldig verzuim." Yves Vanden Auweele: "Men zei me dat ik overdreef en dat mijn proefgroep niet representatief was. Dat laatste klopt, maar er waren toch zestien meisjes die zeer ernstig misbruik hebben gerapporteerd? Ik heb nadien ook lesgegeven over dit onderzoek. Na zo'n les kwam er een meisje naar me toe. Ze zei dat ik een stuk verleden bij haar had bovengehaald en dat ze nu weer naar haar psychiater moest. Daar schrok ik van. Het heeft me gemotiveerd om me nog meer in dit onderzoek vast te bijten, want wie neemt het op voor die jongeren? "Ik kreeg van alles te horen. Zoals dat ik dit niet moest oprakelen omdat ik de sport in een slecht daglicht plaatste en alle trainers verdacht maakte. Ouders zouden hun kinderen daardoor niet meer naar de sportclub sturen. Ik zou dat nog een legitieme reactie hebben gevonden, als men zijn verantwoordelijkheid maar had opgenomen en iets aan het probleem gedaan. In Nederland is dat gebeurd. Daar heeft het NOC*NSF een cel opgericht (in 1996, naar aanleiding van de zaak-Ooms waarbij drie judoka's getuigden over jarenlang misbruik door hun coach als tiener en zelfs als jongvolwassen wereldsterren, nvdr) die zich uitsluitend met dergelijk misbruik bezighoudt. Ze geeft brochures uit met gedragsregels voor begeleiders en richtte een telefonisch meldpunt op. Dat werkt goed. Er lopen vijftig tot honderd meldingen per jaar binnen van misbruik uit de ergste categorie alleen al. Bij ons moet het probleem ook in die orde van grootte liggen. Zoiets stopt niet bij de grens." "Het zijn er in ieder geval zestien te veel. Uiteindelijk gaat het toch om 7 procent van de respondenten. Cijfers uit vergelijkbaar buitenlands onderzoek in de Angelsaksische en de Scandinavische landen variëren van 6 tot 11 procent." "Dat zou ik toch duidelijk stellen, ja. Van ongewenste intimiteiten word je niet ziek, maar je schrikt wel en het schept een sfeer. Ik heb in mijn eigen klinische praktijk enkele gevallen gekend die de directe aanleiding tot mijn onderzoek hebben gevormd. Toen ik het aanhangig probeerde te maken bij de betreffende sportfederatie en het BOIC, ondervond ik veel begrip, maar als ik vroeg naar voorschriften en strafmaatregelen voor de daders, bleken die niet te bestaan. Op een symposium is toen als reactie op mijn onderzoeksresultaten uitdrukkelijk gezegd dat er genoeg structuren bestonden buiten de sport om dit op te vangen, zoals vertrouwenscentra en de jeugdbescherming. Dat vond ik een teleurstellend antwoord, want kinderen raken daar niet: die drempel is te hoog. De sportsector zou zelf structuren met vertrouwenspersonen en specifieke voorschriften moeten hebben. "Sport kent veel delicate situaties, van het zich samen omkleden en douchen tot het samen op stage gaan naar het buitenland. Er is vaak onvoldoende sociale controle en dus zouden er voorschriften moeten bestaan over hoe een coach zich hoort te gedragen. Daarom hamer ik zo sterk op preventie, zowel om de atleet als om de coach te beschermen. Als het de sportsector echt ter harte gaat in welke omstandigheden atleten in het post- Dutrouxtijdperk moeten sporten en coaches werken, dan trekt ze dit naar zich toe in plaats van het over te laten aan anderen." "Of het probleem groter of kleiner is dan in andere sectoren van de maatschappij is niet relevant. Ieder moet voor zijn eigen deur vegen. Ik kan met deze cijfers geen jarenlang zwaar misbruik bewijzen, en zeker niet dat het probleem in de sport groter is dan in de kerk. Daarvoor hebben we vergelijkend onderzoek, meer getuigenissen en klachten nodig. We kunnen wel vaststellen dat heel wat van onze studenten-atleten aangeven ooit minstens één keer te zijn geconfronteerd met een gedrag dat ze als ongewenst beschouwen, in een aantal gevallen zelfs met expliciet invasief seksueel gedrag." "Hun ambitie. En hun afhankelijkheid van de trainer-coach om die ambitie waar te maken. De coach beslist over wie er wordt geselecteerd, dus moeten ze in zijn gunst proberen te staan. Ze zien ook dat die coach veel voor hen overheeft. Als zij om zes uur 's morgens in het zwembad liggen om te trainen of regen en wind trotseren op het sportveld, staat hij daar ook. Al die moeite, die gedrevenheid om met hen succes te behalen, om hun kwaliteiten te helpen ontplooien: die atleten zien en voelen dat. Als iemand in jou gelooft, zeg jij dan neen? Zo ontstaat er gaandeweg een grote vertrouwelijkheid en intimiteit. Men kleedt zich samen om en doucht ook al eens samen. Wanneer het dan echt te ver gaat, beseft de atleet dat niet altijd meteen omdat hij al minder erge zaken heeft toegelaten. Dan kunnen ze nog moeilijk terug. Ze durven ook niet af te wijzen wat ze voordien nog hebben toegelaten, uit vrees voor de negatieve gevolgen van zo'n weigering. Het is een heel langzaam proces." "Waarschijnlijk wel, het zijn ook maar mensen. Er is niet alleen de gelegenheid, maar ook de vertrouwelijkheid - die meisjes vertellen misschien ook over hun eerste lief of hun eerste intieme ervaringen. Tijdens de parlementaire hoorzitting waarop ik aanwezig was, getuigde er een dokter over de therapeutische situatie. Hij vertelde dat ze de grootste problemen hadden met gynaecologen, om de begrijpelijke redenen, maar ook met psychiaters. Heel wat psychiaters blijken met hun cliënten grenzen te overschrijden. Op die hoorzitting werden ook cijfers over incest genoemd. Ook dat komt vaker voor dan we denken. "De veranderde seksuele moraal heeft alles toegankelijker en meer toelaatbaar gemaakt. Ook in de sport moet men zijn weg daarin proberen te vinden. Ik heb voor de commissie ook gesproken over ontgroeningsrituelen. Meisjes van veertien, zestien jaar die voor het eerst naar het buitenland gaan en daar worden ontgroend. De jongens moesten het schaamhaar van de meisjes scheren en omgekeerd. Je kunt wel zeggen: het is onder leeftijdsgenoten en daar wordt een andere seksuele moraal gehanteerd dan toen wij jong waren, maar die trainer stond er wel op te kijken. Ik zou dat als ouder niet willen. Je creëert een situatie waarin de drempel naar potentieel misbruik door de trainer wordt verlaagd. "Uit de internationale literatuur blijken ontgroeningsrituelen een nog groter taboe te zijn dan seksueel misbruik. Zelf beperk ik me strikt tot machtsmisbruik en misbruik van vertrouwen in de trainer-atleetrelatie. Als je ziet tot welke problemen dat kan leiden bij jongeren, zoals eetstoornissen en depressies, dan klopt er iets niet. Seksualiteit tussen volwassenen met wederzijdse toestemming gaat ons niet aan, maar wél als het om kinderen gaat. Er zijn grenzen die men niet overschrijdt." "Van de 164 jongens rapporteerden er zes misbruik uit de hoogste categorie. Bij de meisjes met een vrouwelijke coach waren het er drie, naast zestien met een mannelijke coach. Het zijn dus vooral vrouwelijke sporters met een mannelijke coach die het slachtoffer zijn." "Ik heb in mijn onderzoek niet gevraagd naar de leeftijd waarop het misbruik zich voordeed. Wel naar de frequentie. Sommigen hebben geantwoord: altijd. Dat betekent dat het vroeg is begonnen. Ik heb in mijn praktijk casussen gehad van twaalfjarigen: is dat geen pedofilie? Hoe noem je het als een man van veertig seks heeft met een meisje van veertien? Ik heb een meisje van zeventien gekend tegen wie de trainer zei dat hij had gelezen dat seksuele betrekkingen voor een wedstrijd goed waren en dat hij zich ter beschikking stelde. Dat is wel geen pedofilie, maar toch onvoorstelbaar. Zeker is dat het in alle gevallen om machtsmisbruik gaat." "Het gebeurt iets vaker in individuele sporten. De nabijheid van de trainer is er groter en de sociale controle kleiner dan in de teamsporten. Tussen de individuele sporten zijn de verschillen dan weer te klein om conclusies te trekken. Hoe hoger het niveau, hoe vaker het zich ook voordoet. Waar meer wordt getraind, brengt men meer tijd met elkaar door en dat verhoogt het risico." "De eerste verdedigende reacties waren waarschijnlijk toe te schrijven aan verrassing en ongeloof. De laatste jaren is er onmiskenbaar een ernstig antwoord in de sportsector en de revelaties in de kerk hebben dat in een stroomversnelling gebracht. De VSF (de Vlaamse Sportfederatie, nvdr) neemt daarbij het voortouw, de minister van Sport heeft in juni 2010 een decreet Ethisch en Medisch Verantwoord Sporten uitgevaardigd en het Bloso werkt mee. Op het terrein helpen ook Panathlon en ICES ( Internationaal Centrum voor Ethiek in de Sport, nvdr) mee aan het in praktijk brengen van dat decreet. Ik mis alleen het BOIC. Volgens mij zou dat een voortrekkersrol moeten kunnen spelen." "Daarmee is niet alles opgelost. Ik pleit niet alleen voor meldpunten, maar tegelijk ook voor preventieve maatregelen. Als dat niet kan samengaan, ben ik tegen, want dan stuur je een verkeerde boodschap uit. "Ik heb het BOIC expliciet genoemd tegenover de commissie. Hoewel ik nooit tegenkanting heb ondervonden of het gevoel heb gehad dat er een doofpotoperatie aan de gang was, vind ik dat ze te weinig aanwezig zijn in het debat. Ooit kwam een trainer me op een debat over ethiek zeggen: 'Ik moet atleten voorbereiden op Olympische Spelen, maar hier weet ik niets van.' Ik heb de indruk dat ethiek niet alleen bij het BOIC, maar ook bij sommige sportbonden niet hoog op de agenda staat. Het is wellicht ook geen toeval dat een prachtig initiatief als Open Stadion buiten de voetbalbond is begonnen." "Een jaar of tien geleden. Ik was vooral bezig met mentale training in de voorbereiding op kampioenschappen. Heel wat atleten, ook topatleten, kwamen bij mij om van hun faalangst en concentratiestoornissen af te raken en hun prestaties te verbeteren. Maar ik kreeg ook kinderen over de vloer met zware faalangst en eetstoornissen. Meestal had dat te maken met competitieangst en druk van de ouders, maar soms bleek het terug te gaan op seksueel misbruik door de coach. Toen is er bij mij een belletje gaan rinkelen en ben ik hier mee begonnen. Dat is me vaak niet in dank afgenomen, want over seksueel misbruik in de sport wordt erg terughoudend gedaan. Sport wordt vooral geassocieerd met positieve emoties en drijfveren, niet met misbruik. Als je dat imago aantast en de sport verdacht maakt, en dan nog een van de cruciale figuren, met name de trainer, dan bots je op afwijzing." "Ja en neen. De sport is een specifieke sector en mijn ervaringen en onderzoeksresultaten op dezelfde hoogte plaatsen als de honderden klachten die bij de commissie-Adriaenssens binnenliepen, vond ik niet correct Maar toen kwam die uitzending van Peeters & Pichal op Radio 1, waarin men zich de bedenking maakte dat dergelijk misbruik ook in andere sectoren moest voorkomen. Ik heb hen mijn publicaties gemaild en een paar uur later kreeg ik al iemand van de redactie over de vloer. Ze wilden me de volgende dag in de studio, maar dat kon niet: ik vertrok naar het buitenland. "Sommigen zeggen nu: je speelt te veel cavalier seul, je beseft niet wat je aanricht, je had ons moeten raadplegen. (lachje) Maar ik heb nu niets anders gezegd dan vijf jaar geleden. Waarom zijn ze toen niet op mijn waarschuwing ingegaan? Sommigen hebben geprobeerd de resultaten van mijn onderzoek in twijfel te trekken, maar die zijn internationaal getoetst en dat heb ik de commissie ook laten zien. "Dat ik samen met een collega van de VUB de enige ben in België die hier onderzoek naar doet, is tekenend. Ik heb mijn bevindingen ooit naar Waalse collega's gestuurd. Ze waren geïnteresseerd, maar hebben nooit zelf onderzoek opgezet. Nu noemt men de cijfers alarmerend. Als ze ook internationaal worden bevestigd, dan is er toch minsten een serieus vermoeden van een probleem. En zelfs al zou het bij een representatieve bevraging beperkter blijken te zijn, dan nog blijft het zo dat er geen structuren bestaan om dit 'beperkte probleem' op te vangen. "En zo kom ik weer bij hetzelfde uit: preventie. Dat is mijn centrale boodschap. De sportwereld zou er aan transparantie en verantwoordelijkheidszin bij winnen én vertrouwen wekken bij het publiek als ze de boodschap zou uitsturen: we hebben duidelijke regels voor trainers én atleten over hoe zich te gedragen in delicate situaties, en we hebben structuren om eventuele gevallen van duidelijk misbruik correct te behandelen." "Ik wil niet stigmatiseren. De meeste trainers verrichten uitstekend werk, maar zolang er structureel niets is geregeld en het overgelaten wordt aan de wijsheid van de individuele trainers, moeten we waakzaam zijn. Daarom is het goed dat er nu eindelijk aandacht voor is." door jan hauspie"Ik heb een meisje gekend van wie de trainer zei dat hij had gelezen dat seksuele betrekkingen voor een wedstrijd goed waren en dat hij zich ter beschikking stelde." "Wat sporters zo kwetsbaar maakt? Hun ambitie. En hun afhankelijkheid van de trainer-coach om die ambitie waar te maken."