Y annick Carrasco zit op zijn praatstoel, mét de glimlach. De persverantwoordelijke van Atlético Madrid houdt een oogje in het zeil, horloge in de hand, maar de Rode Duivel neemt zijn tijd. Ook al staan ze aan de vooravond van een beslissende verplaatsing naar Salzburg in de Champions League en volgt drie dagen later een even belangrijke match tegen Real Madrid. De 44-voudige international praat zoals hij voetbalt. Nerveus maar behendig, en nog het meest op zijn gemak bij de vervelende vragen. Als een dribbelaar die in de kleine ruimtes kruipt. Het is het verhaal van een man die voortdurend wordt bekritiseerd, maar zelden wordt gehoord.
...

Y annick Carrasco zit op zijn praatstoel, mét de glimlach. De persverantwoordelijke van Atlético Madrid houdt een oogje in het zeil, horloge in de hand, maar de Rode Duivel neemt zijn tijd. Ook al staan ze aan de vooravond van een beslissende verplaatsing naar Salzburg in de Champions League en volgt drie dagen later een even belangrijke match tegen Real Madrid. De 44-voudige international praat zoals hij voetbalt. Nerveus maar behendig, en nog het meest op zijn gemak bij de vervelende vragen. Als een dribbelaar die in de kleine ruimtes kruipt. Het is het verhaal van een man die voortdurend wordt bekritiseerd, maar zelden wordt gehoord. Toen je drie jaar geleden naar China vertrok, voorspelden velen je ondergang. Vandaag, op je 27e, lijk je sterker dan ooit. Geniet je daarvan? YANNICK CARRASCO: 'Mensen die het voetbal niet kennen, dachten dat het gedaan was met mij. Maar talent verlies je niet, dat is aangeboren. Je kunt ritme missen of met fysieke kwaaltjes kampen, maar het talent blijft. Sommigen dachten dat ik mijn plaats in de nationale ploeg zou kwijtspelen. Wat dat betreft, ben ik altijd heel kalm gebleven. Het is niet omdat je eens een slechte pass geeft, dat je alles moet vergeten wat je daarvoor opgebouwd hebt. Mensen die het voetbal echt kennen, weten dat. Anderen hebben dit misschien pas onlangs begrepen, met mijn terugkeer uit China en de matchen die daarop volgden. Daar zagen ze dat ik niet aan het bluffen was. Ik heb twee jaar lang herhaald dat spelen in China geen invloed had op mijn niveau, omdat ik daar heel zeker van was.' Achteraf bekeken hebben we zelfs de indruk dat die twee jaar in China je deugd hebben gedaan. Je kon de batterijen opladen op een moment dat je lichaam en vooral je knie het wat lieten afweten. Speelde dat destijds een rol in je keuze? CARRASCO: 'Op een bepaald moment ben ik wel gekraakt, ja. Ik had altijd wel ergens pijn en de laatste zes maanden bij Atlético waren gecompliceerd, dus die transfer is daar wel voor een groot stuk door bepaald. Natuurlijk zeggen ze dat ik voor het geld koos. In eender welk beroep is geld belangrijk, maar bij een voetballer is het ook een kwestie van ego. Ik ben me altijd bewust geweest van mijn potentieel. Als je weet waartoe je in staat bent, maar die terugkerende pijn verhindert je om het beste van jezelf te geven, dan raak je gefrustreerd. Op het terrein, thuis, ik was de hele tijd slechtgezind. Op een dag heb ik een blad papier gepakt, alle voors en tegens afgewogen en een beslissing genomen.' Was je ervan overtuigd dat je op een dag zou terugkeren naar Europa? CARRASCO: 'Ja, want ik was daar niet op vakantie. In China liep ik elke match tussen de tien en de dertien kilometer, precies zoals hier in Europa. Misschien legde ik daar zelfs meer meters af, omdat ik beslissend moest zijn. Het grote verschil is dat je hier in Europa op het terrein één seconde hebt om een beslissing te nemen en in China misschien drie. Het spel is langzamer, maar je moet lopen en vechten zoals elders. Hoe dan ook, degenen die destijds kritiek op mij hadden, wisten niet waarom ik zo'n beslissing nam op 24-jarige leeftijd. Het doet me plezier om vast te stellen dat diezelfde mensen me vandaag ophemelen omdat ik sterker ben teruggekomen uit China.' Dalian is een welvarende stad van bijna zeven miljoen inwoners en de derde haven van China, maar heeft een voetbalclub met weinig geschiedenis. Hoe was de omschakeling van het professionalisme van Atlético naar het relatieve amateurisme in Dalian? CARRASCO: 'Het deed me beseffen dat hetgeen ik als normaal beschouwde, eigenlijk geluk is. In China beschikken ze over enorm veel middelen, maar ze staan nog niet op het niveau van de topclubs in Europa. Alles is er minder professioneel: het materiaal, de omkadering. Toch kon ik daar groeien, door het contact met een andere cultuur, door nieuwe dingen te ontdekken. Een andere manier van leven, een andere kwaliteit van leven. Ik realiseerde me vooral hoeveel geluk ik had om altijd voor grote clubs te spelen.' Vorige winter keerde je terug naar Atlético. Wat gaf jou dit seizoen de grootste voldoening? CARRASCO: 'Dat ik fysiek in orde was. Wat een plezier om te voetballen zonder pijn! Toen ik in januari terugkeerde, was ik ook wel goed, maar ik had net twee maanden vakantie gehad en was wat bijgekomen. Natuurlijk heb ik die maanden doorgebracht in België en zat ik vijf dagen op de zeven bij Lieven Maesschalck, maar werken in een zaal, zonder bal, dat is niet hetzelfde. Het klinkt misschien heel egoïstisch, maar de lockdown was eigenlijk mijn geluk. Het zette iedereen op hetzelfde niveau. Voor mij was dat ideaal, ook al was het een bijzonder vreemd seizoenseinde.' Op 21 november speelde je tegen Barça voor het eerst bij een club op die befaamde linkerwingbackpositie waarin Roberto Martínez je zo vaak opstelt bij de Rode Duivels. Je scoorde het winnende doelpunt. Zie je jezelf openbloeien op die positie? CARRASCO: 'Weet je wat ik soms een beetje triest vind? Hier in Spanje feliciteerde iedereen me met dat doelpunt, met de panna op Marc-André ter Stegen, met mijn spel in het geheel. In België hoorde ik: 'Ja, maar het is de fout van de keeper...' Weet je, ik ben er trots op Belg te zijn, maar waarom zou je de fout van de keeper willen benadrukken in plaats van mij te feliciteren? Soms denk ik: indien het een andere speler was, zou men van een genie spreken. Dan keken we honderd keer naar de herhaling en zouden we misschien zelfs niet over de doelman spreken. Maar omdat het Yannick Carrasco is, gaan we wijzen op wat er mis is. Ik denk niet dat ik een vervelend mannetje ben, ik ben altijd respectvol, tweetalig Frans-Nederlands, en toch krijg ik altijd kritiek. Waarom niet blij zijn als ik iets goeds doe?' Je verwijst hier waarschijnlijk naar je wedstrijd in Engeland op 11 oktober, toen de Duivels op Wembley met 2-1 verloren. Je was een van de beste spelers op het veld, maar we onthielden vooral je twee gemiste kansen voor doel. CARRASCO: 'Ja, bijvoorbeeld. Ik stel vast dat er chouchous zijn en spelers die geviseerd worden door de journalisten. Ik ben er inmiddels aan gewend en ik denk niet dat het nu zal veranderen, maar sommige uitspraken in de krant bezorgen mij een slecht imago. Het is alsof een speler die je niet ziet in het spel, een doelpunt scoort en je de volgende dag alleen maar over hem spreekt. Voor jongens zoals ik, die veel werken, soms in de schaduw, is het logisch dat dat soms irriteert.' Om terug te komen op je wingbackpositie in de 3-4-2-1 van Martínez: denk je dat je daar de beste bijdrage aan de ploeg kunt leveren? CARRASCO: 'Het is duidelijk dat dat niet mijn beste plaats is. Tegen Engeland, met de afwezigheid van Eden Hazard, heeft iedereen kunnen zien dat ik beter uit de verf kom als ik wat hoger kan spelen. Ik ben er performanter, ik durf meer. Ik speel niet graag lager, maar ik wil het team helpen. Het verdedigende aspect is niet mijn sterke punt en deze positie houdt me ver van het doel, maar Eden staat voor me, dus er is geen discussie. Hij is de spil van het team. Dus in plaats van te dribbelen zoals bij Atlético, geef ik hem gewoon de bal, dat is normaal. En dat is wat van mij wordt gevraagd. Je moet je rol in een collectief kunnen accepteren. Ik stel die niet in vraag.' Toch is er iets veranderd sinds die bewuste wedstrijd in Engeland: je bent de eerste invaller geworden als Eden niet speelt. Op je beste positie... CARRASCO: ( onderbreekt) 'Een voetballer wil altijd spelen. Zet me in doel en ik zal nog mijn best doen. We hadden het daarnet over ego, we komen erop terug. Ik wil spelen, maar ik wil vooral het team helpen winnen. Daarom hoop ik altijd dat Eden kan spelen. Hij op zijn beste plek en ik op de mijne, een positie lager. Eden is een heel belangrijke speler voor ons en daarom hoop ik dat hij in 2021 voor honderd procent terugkomt.' Over ego gesproken: was het op het laatste WK moeilijk om op de bank te zitten tegen Brazilië en daarna niet te starten tegen Frankrijk? CARRASCO: 'Deze groep is hechter dan je denkt. Na Japan en Brazilië was de sfeer formidabel. Natuurlijk wil je altijd spelen, maar als je plaats moet maken voor Nacer Chadli of Thorgan Hazard is dat oké. Wij zitten alle drie een beetje in dezelfde situatie. We kunnen de hele flank voor onze rekening nemen, maar eigenlijk zijn we vleugelspelers, dus ergens moeten we onze aanvallende ambities opofferen ten behoeve van het verdedigende aspect. Bij Thomas Meunier en Timothy Castagne is het andersom. Zij zijn opgeleid als rechtsback, en in dit systeem vraagt men hen om meer te doen. Voor hen is dat geweldig, want ze krijgen meer vrijheid. Tegenover ons hebben ze het voordeel dat ze niet bang zijn om achteraan een stommiteit te begaan, dus vallen ze meer aan. Wij zijn daarentegen zo bang om een defensieve flater te begaan dat we meer denken aan verdedigen dan aan aanvallen. Ik wil het zelfs sterker stellen: als we een doelpunt binnenkrijgen langs de kant van Thomas of Tim, zullen ze zeggen dat het komt omdat ze slecht verdedigd hebben. Als er eentje langs mijn kant passeert, is het: 'Ja, Yannick kan niet verdedigen, dat weten we, waarom zetten we hem daar?' en blablabla...' Op het WK wijzigde Roberto Martínez zijn opstelling tegen Brazilië naar een viermansverdediging. Durft de bondscoach deze zomer op het EK een topland trotseren met zijn favoriete driemansverdediging en met Yannick Carrasco die de linkerflank afloopt? CARRASCO: 'We hebben een systeem waarbij veel spelers inwisselbaar zijn, maar het systeem zelf is nu echt goed verankerd in ieder van ons. Je kunt het altijd wijzigen in functie van de tegenstander, maar dat is de taak van de coach, daar kan ik weinig over vertellen. Ik weet wel dat we geen robots zijn. Ik toch niet. Vergissen is menselijk in ons vak. Dat is waar ik nu van droom: het EK 2021. Deze groep is dol op publieke steun. Wat we in juli 2018 op de Grote Markt in Brussel hebben meegemaakt, is niemand vergeten. We willen allemaal samen opnieuw zo'n moment beleven.'