Het voetbalgekke Iran was het eerste Aziatische land dat zich plaatste voor het WK 2018 en is ook al vier jaar de hoogst gerangschikte ploeg van het continent op de FIFA-ranking. In de voorronde werd geen enkele wedstrijd verloren en de eerste tegengoal werd pas in de tiende en laatste kwalificatiematch geïncasseerd.

Het is de vijfde keer dat het mysterieuze land zich voor een WK-eindronde plaatste en de tweede keer op rij. Zowel in 2014 als nu gebeurde dit onder leiding van de Portugees Carlos Queiroz (65), die zes jaar als assistent van Alex Ferguson bij Manchester United werkte en één seizoen hoofdcoach van Real Madrid was.

Een knappe prestatie, vooral als je bedenkt dat het land geen professionele competitie heeft, sinds de Islamitische Revolutie van 1979 als een pariastaat wordt beschouwd en in 2006 internationaal geïsoleerd geraakte als gevolg van de handelsboycot die werd opgelegd door de Verenigde Naties vanwege het Iraanse atoomprogramma. Team Melli, zoals de nationale ploeg wordt genoemd, kan daardoor geen buitenlands oefenkamp organiseren of tegen betere tegenstanders vriendschappelijk voetballen. In de voorbereiding op het komende WK moest proefgedraaid worden tegen teams als Togo, Panama, Venezuela, Syrië, Turkije, Tunesië en Sierra Leone.

Na kwalificatie voor het WK van 1998 moest de religieuze politie optreden toen vrouwen al dansend hun hijabs weggooiden.

Diaspora

De knappe prestaties van het nationale team zijn niet alleen te danken aan het goede werk van Queiroz, maar ook aan het feit dat hij de lokale gezagsdragers kon overtuigen beroep te mogen doen op jongens uit de Iraanse diaspora. De Portugees ging in 2011 aan de slag in Teheran en introduceerde jongens met een dubbel paspoort als Daniel Davari en Ashkan Dejagah (Duits-Iraans), Reza Ghoochannejhad (Nederlands-Iraans, ex-STVV en ex-Standard), Omid Nazari en Saman Ghoddos (Zweeds-Iraans) en Steven Beitashour (Amerikaans-Iraans).

U leest het goed: een Amerikaan (momenteel verdediger van FC Los Angeles), maar sinds 2015 niet meer geselecteerd. Beitashour was de voorbije jaren echter niet de enige met een Amerikaans paspoort in het Iraanse voetbalgezelschap. Dan Gaspar was keeperstrainer van 2011 tot 2017 en T2 Omid Namazi werd geboren in Provo, in de staat Utah. Veel overtuigingskracht had Queiroz niet nodig om zijn zin door te drukken. Zijn voorganger Afshin Ghotbi (2009-2011) was in Teheran geboren, maar leefde bijna zijn hele leven in Los Angeles.

Sommige fans waren aanvankelijk niet opgezet met de komst van jongens die soms nog nooit in Iran waren geweest en niet hetzelfde voelden voor de kleuren en de vlag van Iran. De scepsis viel weg toen Dejagah, een ex-speler van Wolfsburg die nog voor de Duitse nationale jeugdteams had gespeeld, in zijn eerste interland in 2012 twee keer scoorde in een WK-kwalificatieduel tegen Qatar.

Voor de Iraniërs is kwalificatie voor het WK uitzonderlijk belangrijk. De aanwezigheid van de nationale ploeg op het hoogste niveau is een unieke kans om op de internationale scène als een gelijke beschouwd te worden en te bewijzen dat het land, ondanks de ontberingen en het isolement van de voorbije 35 jaar, sterk is gebleven. Team Melli staat voor veerkracht, onafhankelijkheid en nationale trots.

De theocraten waren bereid ver te gaan voor voetbalsucces. In 2015 werd middenvelder Andranik Teymourian als eerste christen aanvoerder van Team Melli. Er bestaat nog slechts één rode lijn waar men niet over mag: in augustus van vorig jaar werden Massoud Shojaei en Ehsan Hajsafi uit de nationale selectie gegooid omdat ze in de Europa League met hun club Panionios aangetreden waren tegen het Israëlische Maccabi Tel Aviv.

De Iraniërs vieren hun overwinning tegen de Verenigde Staten op het WK van 1998., belgaimage
De Iraniërs vieren hun overwinning tegen de Verenigde Staten op het WK van 1998. © belgaimage

De sjah van Iran

'De geschiedenis van Iran kan verteld worden als de geschiedenis van het Iraanse voetbal', schreef Franklin Foer in How Football explains the World. In 1925 kwam sjah Reza met de hulp van de Britten aan de macht. Hij wilde naar het voorbeeld van Kemal Atatürk in Turkije zijn land naar westers model moderniseren. Sport en voetbal in het bijzonder was een perfect middel om zijn plannen te realiseren.

'Voetbal werd halfweg de jaren 20 van vorige eeuw het symbool van de modernisering en het spel wordt op het allerhoogste niveau gepromoot', aldus historicus Houchang Chebabi. De sharia schreef nochtans voor dat mannen hun lichaam van knie tot navel moesten bedekken en de moellahs bevolen de voetballers met stenen te bekogelen.

Sjah Reza was not amused en nam de grond van de moskeeën in beslag om er voetbalvelden aan te leggen. Reza was om opportunistische redenen een voetbalfan, maar kroonprins Mohammad Reza Pahlavi was tijdens zijn studiejaren in Zwitserland volledig in de ban geraakt van het spelletje en toen hij in 1941 aan de macht kwam, beleefde het voetbal gouden tijden in het vroegere Perzië.

De trek naar de steden en het nieuwe medium televisie zorgden in de jaren 60 voor de echte doorbraak. Eén wedstrijd was centraal voor de massale populariteit van het westerse balspel. In de nasleep van de Zesdaagse Oorlog van 1967 tussen Israël en de Arabische wereld ontving Iran in Teheran Israël in de Azië Cup. Iran was een van de weinige landen in het Midden-Oosten die normale betrekkingen onderhielden met de Joodse staat, maar de bevolking dacht daar anders over. Chebabi omschreef de match als 'het toppunt van brutaliteit, op en naast het veld'. Iran won met 2-1 en het duel kreeg een mythische betekenis.

De ayatollahs

De sjah werd in 1979 door de geestelijken aan de kant geschoven en de ayatollahs probeerden het voetbal, het symbool van het moderniseringsproces, stokken in de wielen te steken. Zes maanden na de eerste deelneming aan het WK in Argentinië (1978) was de nationale ploeg dood. In de nasleep van de revolutie werd het Azadi Stadion, het belangrijkste voetbalstadion van Teheran, gebruikt als locatie voor het vrijdaggebed en de nationale competitie werd geschorst. De clubs startten echter meteen stadscompetities op en de conservatieve geestelijkheid bond in. De clubs werden wel genationaliseerd en moesten van naam veranderen. Om te mogen overleven moesten ze alle pro-westerse of pro-sjah gezindten uitsluiten.

Lang duurde het feest niet. De competitie werd bijna meteen opnieuw stopgezet vanwege de Iraans-Iraakse oorlog. De bekercompetitie bleef wel bestaan, maar het duurde tot 1989, bijna elf jaar nadat de laatste voetbalcampagne onder de sjah voortijdig werd afgebroken, dat er weer volwaardig competitievoetbal kon worden gespeeld.

Het voetbal bleek in de jaren 90 populairder dan ooit. Voor de bevolking, die de economische mislukking van de Islamitische revolutie zat was, was het voetbal dé link met de westerse wereld en de enige plaats waar ze hun emoties en frustraties de vrije loop konden laten.

De kwalificatie voor het WK 1998 in Frankrijk betekende de absolute climax in de geschiedenis van het Iraanse voetbal. Na de gewonnen barragewedstrijd in Melbourne tegen Australië namen meer dan een miljoen mensen de straten van Teheran in. Ook veel vrouwen gaven uiting aan hun vreugde en de religieuze politie moest optreden toen ze al dansend hun hijabs weggooiden. Het team werd verplicht op de terugreis een paar dagen in Dubai te blijven, zodat de bevolking kon afkoelen.

Desondanks was de euforie bij de ontvangst van de ploeg in Azadi zo groot dat de geestelijke leiders zich verplicht zagen drieduizend vrouwen, weliswaar gescheiden van de mannen, in het stadion toe te laten. Het moment werd 'de voetbalrevolutie' gedoopt.

De ayatollahs beseften dat de liefde voor het voetbal niet in te tomen was en bleken pragmatisch genoeg om Team Melli te omarmen na de WK-kwalificatie. De hervormingsgezinde geestelijke Mohammad Khatami had een jaar eerder de aanzet gegeven door zich tijdens zijn succesrijke verkiezingscampagne voor het presidentschap te omringen met bekende voetballers.

Het lot besliste dat Iran in Frankrijk in dezelfde groep werd ingedeeld als Amerika. Het duel tegen de Great Satan was het eerste contact tussen beide landen in negentien jaar. De Amerikaanse spelers stonden er beteuterd bij toen hun tegenstanders hen voor de aftrap bedolven onder symbolische, witte bloemen. Tijdens de wedstrijd vouwden uitgeweken Iraniërs op de tribunes spandoeken tegen het regime open, maar in Iran waren slechts toeschouwers in winterkledij te zien. Na de 2-1-overwinning tegen Amerika stroomden de straten van Teheran alweer vol. Het was de grootste massa die op de been kwam sinds de begrafenis van iman Ruhollah Khomeini in 1989.

Oppositie

Toen Kathami in 2005 opgevolgd werd door de erg conservatieve Mahmoud Ahmadinejad werd het ergste gevreesd voor de toekomst van het culturele exportproduct uit het westen. Ahmadinejad was echter zelf een geweldige voetballiefhebber en gebruikte de sport dan maar voor eigen politiek gewin.

Vijf dagen na de gecontesteerde herverkiezing van Ahmadinejad tot president in 2009 had de beslissende kwalificatiematch voor het WK in Zuid-Afrika plaats. Vijf dagen lang was er op straat geprotesteerd en tijdens de wedstrijd droegen zeven spelers een groene armband, het symbool van de oppositie. De partij eindigde op 1-1 en Iran was uitgeschakeld. De Iraanse staatsomroep liet kort nadien weten dat de dissidenten plots gestopt waren als internationals. De FIFA roerde zich en de meeste opposanten konden terugkeren bij Team Melli.

Vier jaar later in Brazilië was Iran wel present op het WK. Het duurde 242 minuten voor de ploeg kon scoren, maar ook bijna 180 minuten vooraleer hun doelman zich moest omkeren. Iran opende met een gelijkspel tegen Nigeria (0-0) en Lionel Messi kon pas in de slotfase voor Argentinië scoren (1-0). De enige goal viel tegen Bosnië-Herzegovina (3-1) en kon de uitschakeling niet voorkomen.

In Rusland zal de ploeg van Carlos Queiroz het alweer van zijn defensieve organisatie, discipline en standaardsituaties moeten hebben. De huidige formatie is echter jonger, heeft meer internationale ervaring en meer offensieve kwaliteiten. Alireza Jahanbakhsh is een topper bij AZ en Burnley bood vorige zomer al 10 miljoen euro voor hem. Hij werd door het Nederlandse voetbalblad Voetbal International zelfs uitgeroepen tot Speler van het Jaar. Karim Ansarifard scoorde dit seizoen aan de lopende band voor Olympiacos en Sardar Azmoun, het jonge supertalent (23), maakte zijn eerste goal in de Champions League voor Roebin Kazan. Iran zou in het bevriende Rusland weleens aangenaam kunnen verrassen.

© belgaimage

Geen vrouwen in de stadions

Het voetbal is in Iran misschien nog populairder bij vrouwen dan bij mannen. Het is echter ook een 'verboden vrucht' voor vrouwen, zoals we konden zien in de film Offside. Vrouwen worden niet toegelaten, niet vanwege godsdienstige redenen - man en vrouw mogen bijvoorbeeld wel samen naar de bioscoop - maar vanwege de sfeer in de stadions. Gevloek en scheldwoorden zijn ongepast voor vrouwelijke oren.

Vrouwen trekken, zoals in rest van de Islamitische wereld, vaak verkleed als mannen naar het voetbal, ondanks het risico op strenge straffen. De aanhoudende klachten van de vrouwen zorgden ervoor dat Ruhollah Khomeini, de politieke en spirituele leider, in 1987 een nieuwe fatwa uitsprak en vrouwen het recht gaf naar voetbal op televisie te kijken. De stadions vol testosteron bleven echter verboden terrein.

Bij elke interland in het Azadi Stadion ( azadi betekent in het Farsi ironisch genoeg vrijheid) betogen honderden vrouwen voor het recht de wedstrijd te mogen bijwonen. In september van vorig jaar leek een heuse omwenteling in de maak. Iran speelde in Azadi tegen Syrië in de WK-voorronde en beide seksen konden tickets aanschaffen. Na een paar dagen kwam echter het bericht dat er technisch iets was fout gelopen waardoor de vrouwen kaartjes konden kopen en die mogelijkheid werd ongedaan gedaan. Vreemd genoeg werden Syrische meisjes wel toegelaten. Sommigen zaten zelfs zonder hijab op de tribunes, wat nochtans verplicht is in Iran. Ook voor buitenlanders.

Voor het eerst haalde het protest de voorpagina's van kranten als Bahar. Enkele vrouwelijke parlementsleden namen het op voor hun gendergenoten, zodat er straks misschien iets verandert. Vrouwen zijn overigens wel welkom bij wedstrijden van het vrouwenvoetbal.

Het voetbalgekke Iran was het eerste Aziatische land dat zich plaatste voor het WK 2018 en is ook al vier jaar de hoogst gerangschikte ploeg van het continent op de FIFA-ranking. In de voorronde werd geen enkele wedstrijd verloren en de eerste tegengoal werd pas in de tiende en laatste kwalificatiematch geïncasseerd. Het is de vijfde keer dat het mysterieuze land zich voor een WK-eindronde plaatste en de tweede keer op rij. Zowel in 2014 als nu gebeurde dit onder leiding van de Portugees Carlos Queiroz (65), die zes jaar als assistent van Alex Ferguson bij Manchester United werkte en één seizoen hoofdcoach van Real Madrid was. Een knappe prestatie, vooral als je bedenkt dat het land geen professionele competitie heeft, sinds de Islamitische Revolutie van 1979 als een pariastaat wordt beschouwd en in 2006 internationaal geïsoleerd geraakte als gevolg van de handelsboycot die werd opgelegd door de Verenigde Naties vanwege het Iraanse atoomprogramma. Team Melli, zoals de nationale ploeg wordt genoemd, kan daardoor geen buitenlands oefenkamp organiseren of tegen betere tegenstanders vriendschappelijk voetballen. In de voorbereiding op het komende WK moest proefgedraaid worden tegen teams als Togo, Panama, Venezuela, Syrië, Turkije, Tunesië en Sierra Leone. De knappe prestaties van het nationale team zijn niet alleen te danken aan het goede werk van Queiroz, maar ook aan het feit dat hij de lokale gezagsdragers kon overtuigen beroep te mogen doen op jongens uit de Iraanse diaspora. De Portugees ging in 2011 aan de slag in Teheran en introduceerde jongens met een dubbel paspoort als Daniel Davari en Ashkan Dejagah (Duits-Iraans), Reza Ghoochannejhad (Nederlands-Iraans, ex-STVV en ex-Standard), Omid Nazari en Saman Ghoddos (Zweeds-Iraans) en Steven Beitashour (Amerikaans-Iraans). U leest het goed: een Amerikaan (momenteel verdediger van FC Los Angeles), maar sinds 2015 niet meer geselecteerd. Beitashour was de voorbije jaren echter niet de enige met een Amerikaans paspoort in het Iraanse voetbalgezelschap. Dan Gaspar was keeperstrainer van 2011 tot 2017 en T2 Omid Namazi werd geboren in Provo, in de staat Utah. Veel overtuigingskracht had Queiroz niet nodig om zijn zin door te drukken. Zijn voorganger Afshin Ghotbi (2009-2011) was in Teheran geboren, maar leefde bijna zijn hele leven in Los Angeles. Sommige fans waren aanvankelijk niet opgezet met de komst van jongens die soms nog nooit in Iran waren geweest en niet hetzelfde voelden voor de kleuren en de vlag van Iran. De scepsis viel weg toen Dejagah, een ex-speler van Wolfsburg die nog voor de Duitse nationale jeugdteams had gespeeld, in zijn eerste interland in 2012 twee keer scoorde in een WK-kwalificatieduel tegen Qatar. Voor de Iraniërs is kwalificatie voor het WK uitzonderlijk belangrijk. De aanwezigheid van de nationale ploeg op het hoogste niveau is een unieke kans om op de internationale scène als een gelijke beschouwd te worden en te bewijzen dat het land, ondanks de ontberingen en het isolement van de voorbije 35 jaar, sterk is gebleven. Team Melli staat voor veerkracht, onafhankelijkheid en nationale trots. De theocraten waren bereid ver te gaan voor voetbalsucces. In 2015 werd middenvelder Andranik Teymourian als eerste christen aanvoerder van Team Melli. Er bestaat nog slechts één rode lijn waar men niet over mag: in augustus van vorig jaar werden Massoud Shojaei en Ehsan Hajsafi uit de nationale selectie gegooid omdat ze in de Europa League met hun club Panionios aangetreden waren tegen het Israëlische Maccabi Tel Aviv. 'De geschiedenis van Iran kan verteld worden als de geschiedenis van het Iraanse voetbal', schreef Franklin Foer in How Football explains the World. In 1925 kwam sjah Reza met de hulp van de Britten aan de macht. Hij wilde naar het voorbeeld van Kemal Atatürk in Turkije zijn land naar westers model moderniseren. Sport en voetbal in het bijzonder was een perfect middel om zijn plannen te realiseren. 'Voetbal werd halfweg de jaren 20 van vorige eeuw het symbool van de modernisering en het spel wordt op het allerhoogste niveau gepromoot', aldus historicus Houchang Chebabi. De sharia schreef nochtans voor dat mannen hun lichaam van knie tot navel moesten bedekken en de moellahs bevolen de voetballers met stenen te bekogelen. Sjah Reza was not amused en nam de grond van de moskeeën in beslag om er voetbalvelden aan te leggen. Reza was om opportunistische redenen een voetbalfan, maar kroonprins Mohammad Reza Pahlavi was tijdens zijn studiejaren in Zwitserland volledig in de ban geraakt van het spelletje en toen hij in 1941 aan de macht kwam, beleefde het voetbal gouden tijden in het vroegere Perzië. De trek naar de steden en het nieuwe medium televisie zorgden in de jaren 60 voor de echte doorbraak. Eén wedstrijd was centraal voor de massale populariteit van het westerse balspel. In de nasleep van de Zesdaagse Oorlog van 1967 tussen Israël en de Arabische wereld ontving Iran in Teheran Israël in de Azië Cup. Iran was een van de weinige landen in het Midden-Oosten die normale betrekkingen onderhielden met de Joodse staat, maar de bevolking dacht daar anders over. Chebabi omschreef de match als 'het toppunt van brutaliteit, op en naast het veld'. Iran won met 2-1 en het duel kreeg een mythische betekenis. De sjah werd in 1979 door de geestelijken aan de kant geschoven en de ayatollahs probeerden het voetbal, het symbool van het moderniseringsproces, stokken in de wielen te steken. Zes maanden na de eerste deelneming aan het WK in Argentinië (1978) was de nationale ploeg dood. In de nasleep van de revolutie werd het Azadi Stadion, het belangrijkste voetbalstadion van Teheran, gebruikt als locatie voor het vrijdaggebed en de nationale competitie werd geschorst. De clubs startten echter meteen stadscompetities op en de conservatieve geestelijkheid bond in. De clubs werden wel genationaliseerd en moesten van naam veranderen. Om te mogen overleven moesten ze alle pro-westerse of pro-sjah gezindten uitsluiten. Lang duurde het feest niet. De competitie werd bijna meteen opnieuw stopgezet vanwege de Iraans-Iraakse oorlog. De bekercompetitie bleef wel bestaan, maar het duurde tot 1989, bijna elf jaar nadat de laatste voetbalcampagne onder de sjah voortijdig werd afgebroken, dat er weer volwaardig competitievoetbal kon worden gespeeld. Het voetbal bleek in de jaren 90 populairder dan ooit. Voor de bevolking, die de economische mislukking van de Islamitische revolutie zat was, was het voetbal dé link met de westerse wereld en de enige plaats waar ze hun emoties en frustraties de vrije loop konden laten. De kwalificatie voor het WK 1998 in Frankrijk betekende de absolute climax in de geschiedenis van het Iraanse voetbal. Na de gewonnen barragewedstrijd in Melbourne tegen Australië namen meer dan een miljoen mensen de straten van Teheran in. Ook veel vrouwen gaven uiting aan hun vreugde en de religieuze politie moest optreden toen ze al dansend hun hijabs weggooiden. Het team werd verplicht op de terugreis een paar dagen in Dubai te blijven, zodat de bevolking kon afkoelen. Desondanks was de euforie bij de ontvangst van de ploeg in Azadi zo groot dat de geestelijke leiders zich verplicht zagen drieduizend vrouwen, weliswaar gescheiden van de mannen, in het stadion toe te laten. Het moment werd 'de voetbalrevolutie' gedoopt. De ayatollahs beseften dat de liefde voor het voetbal niet in te tomen was en bleken pragmatisch genoeg om Team Melli te omarmen na de WK-kwalificatie. De hervormingsgezinde geestelijke Mohammad Khatami had een jaar eerder de aanzet gegeven door zich tijdens zijn succesrijke verkiezingscampagne voor het presidentschap te omringen met bekende voetballers. Het lot besliste dat Iran in Frankrijk in dezelfde groep werd ingedeeld als Amerika. Het duel tegen de Great Satan was het eerste contact tussen beide landen in negentien jaar. De Amerikaanse spelers stonden er beteuterd bij toen hun tegenstanders hen voor de aftrap bedolven onder symbolische, witte bloemen. Tijdens de wedstrijd vouwden uitgeweken Iraniërs op de tribunes spandoeken tegen het regime open, maar in Iran waren slechts toeschouwers in winterkledij te zien. Na de 2-1-overwinning tegen Amerika stroomden de straten van Teheran alweer vol. Het was de grootste massa die op de been kwam sinds de begrafenis van iman Ruhollah Khomeini in 1989. Toen Kathami in 2005 opgevolgd werd door de erg conservatieve Mahmoud Ahmadinejad werd het ergste gevreesd voor de toekomst van het culturele exportproduct uit het westen. Ahmadinejad was echter zelf een geweldige voetballiefhebber en gebruikte de sport dan maar voor eigen politiek gewin. Vijf dagen na de gecontesteerde herverkiezing van Ahmadinejad tot president in 2009 had de beslissende kwalificatiematch voor het WK in Zuid-Afrika plaats. Vijf dagen lang was er op straat geprotesteerd en tijdens de wedstrijd droegen zeven spelers een groene armband, het symbool van de oppositie. De partij eindigde op 1-1 en Iran was uitgeschakeld. De Iraanse staatsomroep liet kort nadien weten dat de dissidenten plots gestopt waren als internationals. De FIFA roerde zich en de meeste opposanten konden terugkeren bij Team Melli. Vier jaar later in Brazilië was Iran wel present op het WK. Het duurde 242 minuten voor de ploeg kon scoren, maar ook bijna 180 minuten vooraleer hun doelman zich moest omkeren. Iran opende met een gelijkspel tegen Nigeria (0-0) en Lionel Messi kon pas in de slotfase voor Argentinië scoren (1-0). De enige goal viel tegen Bosnië-Herzegovina (3-1) en kon de uitschakeling niet voorkomen. In Rusland zal de ploeg van Carlos Queiroz het alweer van zijn defensieve organisatie, discipline en standaardsituaties moeten hebben. De huidige formatie is echter jonger, heeft meer internationale ervaring en meer offensieve kwaliteiten. Alireza Jahanbakhsh is een topper bij AZ en Burnley bood vorige zomer al 10 miljoen euro voor hem. Hij werd door het Nederlandse voetbalblad Voetbal International zelfs uitgeroepen tot Speler van het Jaar. Karim Ansarifard scoorde dit seizoen aan de lopende band voor Olympiacos en Sardar Azmoun, het jonge supertalent (23), maakte zijn eerste goal in de Champions League voor Roebin Kazan. Iran zou in het bevriende Rusland weleens aangenaam kunnen verrassen.