Dat KRC Genk-Antwerp zondagmiddag een spektakelstuk zou worden, mocht eigenlijk niet verbazen. Dat was het in het verleden immers nagenoeg altijd. Sinds de terugkeer in 1A van de Great Old werden er tussen beide teams al negen duels afgewerkt. De Limburgers wonnen zondag voor de vijfde keer, en elke winst was daarbij uitgesproken: 3-5, 4-0, 2-4, 4-0 en nu 4-2. Antwerp won slechts één keer, in april 2019 met 1-0. De andere duels eindigden op een gelijke stand (0-0, 1-1 en 2-2). De doelpuntenverhouding in die 9 duels vanuit Antwerpperspectief: 11-24. Behaalde punten: 6 op 27.
...

Dat KRC Genk-Antwerp zondagmiddag een spektakelstuk zou worden, mocht eigenlijk niet verbazen. Dat was het in het verleden immers nagenoeg altijd. Sinds de terugkeer in 1A van de Great Old werden er tussen beide teams al negen duels afgewerkt. De Limburgers wonnen zondag voor de vijfde keer, en elke winst was daarbij uitgesproken: 3-5, 4-0, 2-4, 4-0 en nu 4-2. Antwerp won slechts één keer, in april 2019 met 1-0. De andere duels eindigden op een gelijke stand (0-0, 1-1 en 2-2). De doelpuntenverhouding in die 9 duels vanuit Antwerpperspectief: 11-24. Behaalde punten: 6 op 27. Verwijzen naar de drukke kalender van de Great Old zoals zondag gebeurde, of het beperkte aantal wissels in de Belgische competitie, zijn op het eerste gezicht valabele argumenten, maar vormen dus slechts een (klein) deel van de verklaring. Op andere momenten vond Antwerp niet onder László Bölöni en nu evenmin onder Ivan Leko de goeie oplossing om het snelle aanvalsspel van KRC Genk af te stoppen. Met pionnetjes heeft het even vaak vandoen als met omstandigheden. Antwerp is een goeie ploeg, een stevige ploeg, een krachtige ploeg, een steeds meer technische ploeg ook, maar ook een team dat het niet altijd gemakkelijk heeft met een tegenstander die snelheid koppelt aan een groot technisch vermogen. Antwerp is soms een iets te trage ploeg in de omschakeling. Vaststelling twee: Antwerp is een matige ploeg op verplaatsing. Ook dat is een oud zeer. Onder Bölöni kon de ploeg zich in zijn eerste seizoen net niet plaatsen voor play-off 1, maar dat was vooral door de puntenwinst op verplaatsing. Goed georganiseerd, loerend op de counter pakte het 22 punten in 15 uitmatchen. Thuis oogstte Antwerp dat eerste jaar slechts 19 punten. Het jaar daarop was de diagnose dezelfde, met een kwalitatief betere spelerskern: in de reguliere competitie 27 punten op verplaatsing, tegenover 'slechts' 22 thuis. Pas in zijn derde seizoen, met nog meer kwaliteit in de kern om zelf het spel te maken, winst Bölöni dat beeld om te keren. In een door corona voortijdig afgebroken regulier seizoen met slechts 14 thuismatchen en 15 uitwedstrijden was de oogst op de Bosuil 34 punten en geen enkele thuisnederlaag, een primeur na de 9 thuisnederlagen in de reguliere competitie tijdens zijn eerste twee jaar. De puntenoogst uit viel voor het eerst tegen: 'slechts' 19 punten. En 6 nederlagen op 15 matchen. Die laatste lijn trekt Leko door: Antwerp werkte al 15 wedstrijden in de competitie af, 7 thuis, 8 op verplaatsing. Voorlopige oogst: 15 op 21 thuis (nog geen nederlaag) en 13 op 24 uit. Opvallend daarbij: de verliesmatch in Genk is al de vierde op verplaatsing dit seizoen (eerder gebeurde dat al op Charleroi, Anderlecht en Cercle Brugge). Speelde het thuispubliek zijn rol? Totaal niet. Slechts 5 van die 15 competitiewedstrijden waren mét publiek (tussen 13 september en 22 oktober). De Great Old had daarin pech met de kalender: drie van die vijf duels waren op verplaatsing (Antwerp won ze wel alle drie). Twee vonden plaats op de Bosuil: de winst tegen KV Mechelen en een moeizame 2-2 tegen Eupen. Met die kanttekening: Antwerp maakte toen een 0-2 goed. Was dat ook gelukt zonder publiek?Conclusie is evenwel: dat minder presteren op verplaatsing heeft Ivan Leko er nog niet uitgekregen. Vaststelling drie: Europa lijkt Antwerp punten te kosten. Dat Ivan Leko een koele minnaar is van rotatie weten we al uit zijn tijd bij Club Brugge. In zijn eerste seizoen greep blauw-zwart er helaas naast Europees poulevoetbal. Leko profiteerde ervan door zo'n harde tussenspurt te zetten in het najaar, dat hij de concurrentie ver op achterstand fietste. Play-offs en de snelle opeenvolging van wedstrijden bracht de ploeg nog even aan het wankelen, maar uiteindelijk werd Club verdiend kampioen. In zijn tweede jaar moest hij Champions League (wedstrijden op dinsdag en woensdag, dat scheelt met de Europa League in recuperatie) met competitievoetbal verzoenen en viel het volgende op: de sterkhouders in de as van het veld bleven altijd staan. Tachtig procent van de ploeg was ongewijzigd, speelde midweeks én in de competitie. Wat veranderde? Benoît Poulain bleek al een keer een probleem te hebben met de opeenvolging van matchen, en verder wisselde wel eens de partner van Wesley voorin of een flyer op de flank ( Emmanuel Dennis of Krepin Diatta) omdat Arnaut Danjuma geblesseerd raakte. Een en ander - een rechtstreeks verband is moeilijk aan te tonen - kostte toen wat punten: in wedstrijden na een Europees duel tijdens de poulefase liet Club Brugge onder Leko 10 punten liggen. Met die vreemde vaststelling: Club won met 3-0 van Standard en 0-4 in Gent na een Europees duel, maar verloor ook in Luik en Charleroi en speelde gelijk op STVV en Kortrijk. Met andere woorden: vijf van de zes duels na een Europese match moest het op verplaatsing. Een bijkomende handicap voor een ploeg die thuis in Fort Jan Breydel voetbalde. Europees voetbal kost Antwerp nu ook punten. Of liever - een oorzakelijk verband blijft moeilijk te achterhalen - de ploeg laat punten liggen na een Europees duel. Verlies op Anderlecht na de stunt tegen Tottenham, een draw tegen Standard thuis na de 0-1 tegen LASK. Nu het verlies op Genk na de Europese overwintering tegen Loedogorets. Twee Europese uitzeges (Loedogorets en LASK) werden wél gevolgd door twee thuisoverwinningen (Beerschot en OHL, telkens 3-2 en veel spektakel). Als die logica deze week wordt doorgetrokken, kan de fan zich opmaken voor twee vieringen: een zege bij Tottenham, en eentje zondag na een spectaculair duel tegen Club Brugge. Als, want de Spurs uit is toch nog andere koek... Conclusie: van (de sportieve mogelijkheden van) dit Antwerp valt momenteel moeilijk een coherent beeld te krijgen. Goeie uitzeges Europees, maar veel zwakker in eigen land. Dominanter aan de bal, maar ook behoorlijk wat tegengoals. Op termijn zal een en ander, en vooral dat dominante aan de bal, vermoedelijk tot meer stabiliteit in de resultaten leiden. Want, en dat is een laatste vaststelling: in alle euforie rond de bekerwinst met een veel minder sterk elftal dan het huidige (top) én de Europese overwintering (top) is de vaststelling toch ook dat in de competitie de puntenoogst (nog) niet top is. Na 15 matchen 25 punten. Vergelijk dat met de jaren onder Bölöni: 23 in diens eerste seizoen, 31 in zijn tweede en 27 in zijn derde jaar. Zonder de combinatie met Europees voetbal én met een transferdeadline die een maand vroeger viel, dat klopt, maar ook met minder kwaliteit dan nu. Wat voegt Ivan Leko, die in augustus en september om wat tijd vroeg om zijn voetbalafdruk op deze ploeg te kunnen achterlaten, aan dit team toe? Ambitie. Grinta. Passie. Luid geroep. Arrogantie. Dat past allemaal als gegoten bij het DNA van deze ploeg. Daar is iedereen het over eens, intern en extern: Leko past beter bij het DNA van Antwerp dan Bölöni, voor zover de gezonde arrogantie niet overgaat in overmoed. Of liever: Leko past beter bij het DNA van Paul Gheysens, de ambitieuze voorzitter dan bij dat van Luciano D'Onofrio, de sportieve co-architect van dit elftal. Die kroop vorig weekend in een Luiks aandoende Calimero-rol. Kloeg over de drukke kalender en het vroege aanvangsuur en dat sommige mensen in België niet klaar zouden zijn voor een belangrijkere rol van Antwerp in het Belgisch voetballandschap. Lees: een titel. Het is een denkwijze die in Luik jaren leefde, tot Standard alle excuses overboord gooide, er komaf mee maakte en de tegenstand overhoop blies. Niet het denken van Leko, noch dat van Gheysens, alhoewel die ook even uit de toon viel na de moeizame 3-2 tegen de stadsgenoot. Emoties of interne beïnvloeding? Passons. Ivan Leko heeft op korte tijd van Antwerp een ploeg met een ander gelaat gemaakt. Bölöni was, dankzij meer kwaliteit, al afgeweken van zijn bang afwachtend begintraject, maar Leko tilde het naar the next level. Uitvoetballen van achteruit, waarbij, zoals zondag, weleens een foutje gemaakt wordt. Hoog spelend, ook al is de meest centrale verdediger Jérémy Gélin niet de snelste. En druk zettend. Push, push, push, schreeuwt hij voortdurend vanaf de kant, ook al heeft hij met Lior Refaelov en Dieumerci Mbokani oudjes lopen die in een ander regime opgroeiden. Een heleboel spelers varen wel bij zijn aanpak, die veel wetenschappelijker is dan die van zijn voorganger. Refaelov, Ritchie De Laet (beiden ook op jacht naar een nieuw contract) en Faris Haroun beleven een tweede jeugd. Koji Miyoshi, vorig seizoen goed bezig toen hij met een blessure uitviel, herleeft in een nieuwe rol, met veel meer draafwerk. Martin Hongla en Pieter Gerkens ontdekken na twijfels weer hun kwaliteiten. Met Abdoulaye Seck kan je naar de oorlog, met Jean Butez ook. Dat foutje aan de bal zondag was verrassend ongewoon, maar hetzelfde overkwam ook al Simon Mignolet. De interne analyse, dat in doel een nieuwe impuls mocht komen, bleek de juiste. Dit Antwerp is rijk, straks qua stadion (en daardoor op dit moment ook qua schuldenlast, het blijft voorlopig investeren om later te oogsten), én qua spelerspotentieel. Dieumerci Mbokani was dit seizoen nog maar twee keer de matchwinnaar, tegen KAA Gent en Beerschot. Dieu hangt, in de nadagen van zijn carrière, meer en meer af van de aanvoer, die precies moet zijn. Als straks Jordan Lukaku weer op niveau is, kan hij ontploffen. Lukaku speelde amper - tot dusver 59 minuten in de competitie en tien Europees - maar met zijn loepzuivere voorzet was hij al goed voor twee assists. En hij is niet de enige op wie het nog wachten is: Nana Ampomah, Cristian Benavente, Aurélio Buta,... Om allerlei redenen zullen zij straks nog beter voor de dag komen, na een (korte) winterstage waarin ze aan hun fysieke paraatheid kunnen werken. Zondag dook plots Louis Verstraete op, en Alexis de Sart moet nog zijn eerste speelminuten dit seizoen krijgen, hij is pas terug na een enkelletsel. Guy Mbenza, de potentiële vervanger van Mbokani, zagen we ook nog niet. Hij traint hard. Antwerp is veel rijker dan die acht basisspelers die dit seizoen al boven de 1000 speelminuten in de competitie uitkwamen. En niemand heeft het nog over Didier Lamkel Zé. Waar zal de ploeg uitkomen? Al zeker Europees in februari, misschien zelfs als groepwinnaar. Meestrijdend voor een plaats in de top vier tot 16 april? Vermoedelijk. En dan zal het op die laatste eindspurt aankomen, met in de ultieme vier wedstrijden duels tegen Club Brugge, Anderlecht, Moeskroen en, op speeldag dertig, tegen KRC Genk. Nu al spektakel gegarandeerd. En daarna? Push, push, push.