Als hij geen voetballer was geworden, zou een carrière in het leger Benjamin De Ceulaer wel wat hebben gezegd. Of bij de politie, in een of andere speciale dienst, een interventieteam. "Maskers, dat was iets voor mij. Maar voetbal is toch het enige wat telde. Ik heb altijd gezegd dat ik profvoetballer wilde worden."
...

Als hij geen voetballer was geworden, zou een carrière in het leger Benjamin De Ceulaer wel wat hebben gezegd. Of bij de politie, in een of andere speciale dienst, een interventieteam. "Maskers, dat was iets voor mij. Maar voetbal is toch het enige wat telde. Ik heb altijd gezegd dat ik profvoetballer wilde worden." Het zit nochtans niet in de familie. Het leger des te meer. "Mijn vader is op zijn zeventiende in het leger gegaan. Hij was eerste sergeant-majoor, mijn moeder officier of onderofficier, dacht ik. Ze is inmiddels met vervroegd pensioen, maar heeft ook in de modder gekropen hoor. Later deed ze bureauwerk. Mijn ouders hebben elkaar in het leger leren kennen. Dat was in Helchteren, maar ze hebben ook in Duitsland gelegen, in Lüdenscheid. Ik was toen drie of vier jaar. Mijn kleuterjaren heb ik in een Belgische school in Duitsland doorgebracht. Ik spreek nog steeds erg goed Duits."Zijn vader is voorzitter van de vakbond van het leger vandaag. "Hij is als eerste in België begonnen met de bestrijding van het Balkansyndroom. Hij was zelf twee keer in Kosovo, twee keer zes maanden weg, precies in de periode dat ik het moeilijk had. Ik was als miniem naar Anderlecht gegaan en mijn ma stond er alleen voor. Zij reed me naar de training in Brussel, maar mijn zusje was er ook nog, dus dat was al gauw niet te doen voor haar. Dat heeft zeker meegespeeld waarom ik al na enkele maanden ben weggegaan. Toen mijn vader thuiskwam, zei hij dat het zo niet verder kon."Zijn vader was het ook, die hem later bij de jeugd van RC Genk weghaalde om naar derdeklasser Kermt te gaan. Daar brak de jonge Benjamin De Ceulaer door in het eerste elftal. Het ontzag voor zijn ouders is groot. "Zij hebben me altijd gesteund. En mijn zusje ook natuurlijk, die kijkt naar me op. Sarah is elf, een nakomertje, maar al bijna zo groot als ik, een reus voor haar leeftijd. Op school is ze 'het zusje van Benji' - zo noemen ze mij al heel mijn leven. Ze speelt basketbal en wil er net als haar grote broer uit springen. Carlo is mijn drie jaar oudere broer, hij is nog keeper geweest. "Ik vind niet dat ik echt streng ben opgevoed, wel met de puntjes op de i. Voor ik naar school ging, moest ik mijn kamer opruimen - zulke dingen. Maar dat is goed. Mijn ouders houden me wel op het juiste spoor. Met de voetjes op de grond ook. Mijn vader heeft het altijd gezegd als ik goed had gespeeld, maar hij zei het ook als het slecht was. Dan werd daar de hele avond over gepraat, er werd zelfs bij getekend ! En maar uitleggen, met mijn moeder erbij. Daar heb je toch altijd alles aan te danken hé, aan je ouders ? Huis gebouwd, beetje krap bij kas zitten, maar toch voetbalschoentjes gekocht. Dat vergeet je niet. Dan wil je graag iets terug doen."Hij woont nog thuis, in Termien, Genk. Aan de overkant van de Genkersteenweg ligt Winterslag. Mijnwerkersvolk. "Veel migranten dus. Met die jongens ben ik opgegroeid. Ze hadden niks, alleen een bal en daar maakten we plezier mee. Mooie zomeravonden, op straat met de vrienden, beetje pingelen. Fijn voetballen."Zoals hem zie je ze niet vaak meer : technisch vaardige aanvallers, met een individuele actie, een dribbel. Hij zegt het allemaal te hebben geleerd van Pummy Bergholz, ex-speler van Anderlecht met een eigen voetbalschool in Limburg. "Ik ben er wel twaalf jaar naartoe geweest, op dinsdagavond en zaterdagochtend. Ik ging nog maar twee weken, speelde een match en alles wat ik bij hem had geleerd, kwam er ook uit. Toen ben ik blijven gaan. Hoe meer technische bagage, hoe beter. Ik leerde er alles : bal aannemen, mannetje uitschakelen, afwerken. Niks lopen, puur techniek. Soms ga ik er nog helpen : ik vind het plezant om met die jongetjes bezig te zijn. Bij de jeugd wordt vaak alles afgeleerd : simpel passje geven en lopen. Als een trainer mij vroeg om simpel te spelen, dacht ik : pfft, ik doe toch wat ik wil. Waarom niet, als je het kunt ? Ik heb het nooit afgeleerd." Talent, zegt hij, loopt er genoeg rond in België. "Ze moeten ons alleen durven nemen." Dat de bondscoach hem onlangs noemde voor de Rode Duivels, was een eer, maar het zou te vroeg gekomen zijn, moest hij achteraf ook zelf toegeven. "Dit is mijn eerste seizoen als titularis bij STVV. Qua afwerking had het zeker beter gekund : ik had in de top van de doelpuntenmakers moeten staan. Maar zo is het ook al mooi, hoor. Ik heb me kunnen laten zien als jonge speler in een ploeg die niet goed draait, en ik heb het verschil gemaakt wanneer het moest - iets waarvan de mensen zeggen dat ik het niet kan. Ik ben ervoor blijven werken en stilaan wordt het beter. Het beste antwoord geef je op het veld."Toen het scoren een probleem was, vond hij steun bij trainer, ouders en vriendin, maar zijn vader zorgde voor de ommekeer. "Hij vroeg me : 'Wat doe jij altijd als je in de backlijn komt ?' De keeper dribbelen. 'Probeer eens direct te shotten,' zei hij, 'want dat verwacht een keeper niet van jou.' Die woorden hebben een knop omgedraaid in mijn hoofd. Van je zwakke punt een sterk punt maken. Aanpakken, trappen. En het werkte : tegen Lokeren en Standard scoorde ik zo al meteen."Mentaal staat hij sterk. Hij raakt niet gauw onder de indruk. "Dat heb ik van thuis meegekregen. Onze trainer loopt ook altijd met de borst vooruit, dat is ook iemand met een grote persoonlijkheid. Als je het wil maken in het voetbal, zal je dat toch moeten hebben, denk ik. Zelfvertrouwen komt op de eerste plaats voor een voetballer. Wat ze schrijven, de entourage, de supporters die me uitschelden : ik zet dat allemaal van me af wanneer ik het veld opstap. Ik trek er me niks van aan en speel gewoon mijn spel. Heel raar, je moet het zelf meegemaakt hebben om te weten wat het is. Alles wat er om je heen gebeurt, verdwijnt dan."De vergelijking met David Beckham is nooit ver weg, vanwege zijn bijzondere kapsels en opvallend modebewustzijn. 'Showmanneke' is nog het vriendelijkste waarmee zijn tegenstanders hem uitdagen. "Dan lach ik eens. Zwijg toch, denk ik dan, straks scoor ik toch. Het doet me niks. Het is fijn als je vergeleken wordt met iemand als Beckham, maar ik ben wie ik ben : Benjamin De Ceulaer. Iedereen is toch modebewust ? Nou, veel voetballers toch. Ik ben er helemaal niet op uit om op te vallen, ik doe gewoon mijn ding en kijk op niemand neer : als mensen naar mij toe komen voor een praatje, ga ik daarop in. Ik ben erg sociaal en beleefd. Dat moet. Ik ben een normale jongen, die bovendien heel veel thuis zit." Want, zegt hij, het gaat hem om het voetbal. Het doel is duidelijk : "De top. Er zijn niet veel Belgen die furore maken in het buitenland, maar dat is wel wat ik wil. Laten zien dat er in België toch spelers zijn die het elders kunnen maken. Of het zal lukken, weet ik niet, maar ik werk ervoor. Stap voor stap, want als het moet komen, komt het toch."Met zijn Duitse taalvaardigheid kan hij zo in de Bundesliga terecht, maar dat trekt hem niet. "Liever Nederland. Maar Spanje is ook mooi."door Jan Hauspie'Ik wil furore maken in het buitenland. Daar werk ik voor.'