Twee politieagenten, drie ambulanciers en een dokter buigen zich in Holdenhurst Road over een oudere vrouw, laveloos op de stoep. Voorbijgangers kijken amper op en stappen gehaast verder. Op het terras van La Piccola Italia, een van de betere Italiaanse restaurants in Bournemouth, praten en eten de klanten rustig verder. De gegrilde aubergines mogen nog wat extra Parmezaanse kaas, de venusschelpjes worden uitgelikt, er wordt nog eens geklonken. Salute!
...

Twee politieagenten, drie ambulanciers en een dokter buigen zich in Holdenhurst Road over een oudere vrouw, laveloos op de stoep. Voorbijgangers kijken amper op en stappen gehaast verder. Op het terras van La Piccola Italia, een van de betere Italiaanse restaurants in Bournemouth, praten en eten de klanten rustig verder. De gegrilde aubergines mogen nog wat extra Parmezaanse kaas, de venusschelpjes worden uitgelikt, er wordt nog eens geklonken. Salute! Ook de hulpdiensten stralen onverschilligheid uit. Een diagnose is snel gesteld. 'Stone drunk', snuift een van de agenten. Het is amper zeven uur 's avonds, de voorbode van wat op deze donderdagavond nog moet komen. 'Het wordt weer een drukke avond, want straks gaan ook de universiteitsstudenten op stap. Clubbing. Nog een avondje goed doorzakken vooraleer ze morgen naar huis vertrekken.' Onder elke ondergrondse oversteekplaats onder de drukke wegen liggen lege flessen, blikjes en grote stukken karton, achtergelaten door zwervers die overdag door de verkeersvrije winkelstraatjes sloffen en voorbijgangers aanklampen. 50 pence? Sigaret? In de kleine steegjes kapperszaken, nagelsalons en tattoo-en-piercingshops, rond The Square de betere boetieks. Undercliff Promenade, de dijk langs het zandstrand, is bezaaid met amusement halls, speelholen voor kinderen en... 65-plussers, die een vijfde van de totale bevolking (183.000 inwoners) uitmaken. Drie totaal verschillende buurten, met een gemene deler: aan de ramen hangen rood-zwarte affiches van de plaatselijke voetbaltrots. Up the Cherries! Congratulations! #Love Bournemouth. 'Die hangen hier al van 4 mei, toen de spelers en technische staf op Bank Holiday Monday in een open bus over de dijk en door de stad reden', zegt Peter Bell, 'levenslang supporter' van AFC Bournemouth. 'Er werden 20.000 mensen verwacht, 's avonds maakte de BBC melding van 60.000. Onwaarschijnlijk voor ons stadje. Alsof iedereen persoonlijk wilde komen zeggen: 'Thank you, Cherries.' Zó diep gezeten en straks in de Premier League. Onwaarschijnlijk.' 'Het was een fantastische reis met een onverwachte bestemming: de top van het Engelse clubvoetbal', reageerde manager Eddie Howe, nadat zijn club Charlton Athletic had weggeveegd (0-3) en de titel in The Championship pakte. Howe (37) is een icoon van de Cherries. Lid van Bournemouths Centre of Excellence sinds zijn dertiende, een plaats in de A-kern van Tony Pulis toen hij amper zestien was, debuut op zijn achttiende in het centrum van de verdediging, het jaar erna (1996) zijn eerste profcontract. Maar het waren ook moeilijke tijden voor Howe. In januari 1997, toen de club nog in derde klasse speelde, moesten bestuursleden met collectebussen - Save the Cherries - de straat op. Om en bij de 6 miljoen euro schulden, een maandelijks verlies van 75.000 euro, schuldeisers die de deuren platliepen. Niet voor het laatst. Op de slotmeeting in de Winter Gardens staken ex-spelers Ted McDougall (Schots international) en Jamie Redknapp (onder andere Liverpool en Southampton) de fans een hart onder de riem, in de collectebussen zat op het einde van de avond iets meer dan 50.000 euro, voorzitter Trevor Watkins gaf de supporters medezeggenschap. 'Het was een ongelofelijke avond, een uniek moment van verbondenheid', vertelde Watkins aan The Independent. 'Iets dat we heel lang moeten koesteren, want als supporter van onze club heb je maar één keer om de tien jaar een reden om gelukkig te zijn.' Profetische woorden. Ook de Supporters Trust slaagt er nooit in de break-even te draaien en kan alleen door de verkoop van het stadion (Dean Court) het faillissement vermijden. 'Supporters die de club besturen, dat klinkt misschien mooi, maar zij betalen de rekeningen niet. We waren een van de ziekste clubs in de Football League', beseft Jeff Mostyn, de nieuwe voorzitter, die de aandelen van de supporters overneemt maar de club in 2008 voor de tweede keer onder gerechtelijk toezicht moet plaatsen. Gerard Krasner, die Leeds United naar de ondergang had geleid en uiteindelijk aan Ken Bates - de voorganger van Roman Abramovitsj bij Chelsea - moest verkopen, wordt als vereffenaar aangeduid. De schulden zijn niet meer te overzien. 'Vijf minuten voor de start van de persconferentie waarop ik het faillissement van de club zou aankondigen, kreeg ik een cheque van de voorzitter. Net voldoende om de lonen voor de volgende maand te waarborgen.' Maar de tweedeklasser wordt wegens wanbeleid door de Football League bestraft met een puntenaftrek van 10 punten en degradeert. Het seizoen erna moeten ze zelfs met een achterstand van 17 punten en onder transferembargo aan League Two (vierde klasse) beginnen. De ellende is compleet. De stock van de clubshop wordt in beslag genomen, het stadion wordt wegens achterstallige huur gesloten, spelers en trainers moeten week na week op hun geld wachten en wanneer de club rond de jaarwisseling voorlaatste staat, wordt ook manager Jimmy Quinn ontslagen. Als de nood het hoogst is, blijkt de redding nabij. Eddie Howe, die 313 wedstrijden in het eerste elftal speelde, wordt op zijn 31e de jongste manager van de 92 profclubs. Een man van het volk. In 2004, na twee ellendige seizoenen bij Portsmouth, wilde een handvol supporters de verloren zoon opnieuw in de armen sluiten. De club kon de transfersom niet betalen, maar wie dat wilde, kon een Eddie share (Eddieaandeel) kopen. In enkele dagen tijd werd 30.000 euro opgehaald, Howe werd als een held onthaald. 'Toen ik manager werd, zaten we op onze knieën', vertelde Howe onlangs aan The Guardian. 'We hadden niets meer. Spelers werden niet betaald, we hadden geen trainingsveld en het was elke dag een komen en gaan van deurwaarders. Die eerste zes maanden voelden als zes jaar aan.' In de laatste thuiswedstrijd moet Bournemouth in eigen huis van Grimsby Town winnen om in de nationale reeksen te blijven, pas tien minuten voor tijd knalt Steve Fletcher de 2-1 tegen het net. Een wedstrijd die aan de zuidkust van Engeland nog altijd als The Great Escape wordt bestempeld. 'Een moment dat ik nooit zal vergeten. Die vreugde! Iedereen in het stadion was uitzinnig. Na de promotie van vorig seizoen wellicht het mooiste moment uit de clubgeschiedenis. Zonder mijn goal te willen overschatten, heeft die ene wedstrijd over het voortbestaan van de club beslist', zegt Fletcher, recordhouder van de club met 728 wedstrijden. Een indrukwekkend figuur: 1m90, op zijn 42e nog altijd het lichaam van een bodybuilder. Onsterfelijk in de badstad, maar zonder franjes, en bedankt voor bewezen diensten met een job - Head of Recruitment voor Groot-Brittannië en Ambassador - binnen de club. Ook dat typeert de Cherries, want vier van de vijf leden van de huidige technische staf droegen ooit het rood-zwarte shirt. 'Niets is leuker dan zelf te voetballen, maar als scout heb ik toch ook een bepaalde impact op de toekomst van de club. En ik houd van mijn rol als ambassadeur. Werken met jongeren uit de gemeenschap, scholen bezoeken, liefdadigheidsmeetings bijwonen, dat vinden we hier nog altijd belangrijk. Ik herinner me nog dat iemand van de club mijn school bezocht. Heel inspirerend en stimulerend voor een jong kereltje', zegt Fletcher, naar wie de noordtribune (Steve Fletcher Stand) is genoemd. Na The Great Escape beginnen Howe en AFC Bournemouth aan hun tweede leven. Ondanks een verlengd transferembargo meteen promotie naar League One, een plaats in de halve finale van de play-offs en een nieuwe voorzitter, projectontwikkelaar Eddie Mitchell. Er mag weer gedroomd worden, tot Howe en zijn assistent Jason Tindall in januari 2011 aankondigen dat ze naar Burnley, een club uit The Championship, vertrekken. 'Ik zoek een club die ambitieuzer is.' Maar het leven op Turf Moor valt tegen. Na amper anderhalf jaar keert hij 'om persoonlijke redenen' terug naar de zuidkust, waar manager Paul Groves 'toevallig' net is ontslagen en een Russische suikeroom, Maxim Demin, zijn schouders onder de club heeft gezet. Een bizar verhaal, dat begint in de zomer van 2004 wanneer de zakenman een eigendom koopt in Sandbanks, een exclusief schiereilandje voor de allerrijkste Britten in de buurt van Bournemouth. Hij legt 7 miljoen euro op tafel en betaalt projectontwikkelaar Seven Developments (eigendom van voorzitter Eddie Mitchell) nog eens 7 miljoen om de aftandse mansion af te breken en vanaf de grond opnieuw op te bouwen. De twee worden vrienden en in oktober 2011 betaalt Demin, actief in de petrochemie, 1,2 miljoen euro voor de helft van de aandelen (44 procent van Jeff Mostyn, 6 procent van Steve Sly). Naar zijn beweegredenen blijft het gissen. De Russische miljonair woont in Zwitserland, heeft in vier jaar nog met geen enkele Engelse journalist gesproken en zit tijdens thuiswedstrijden hoog en onbewogen in de executive seats. Anoniem - in tegenstelling tot zijn vrouw Irena, die tijdens de rust ooit de kleedkamer binnenstormde en beter voetbal eiste. De blondine haalt wél de headlines, maar de voorzitter bedekt het voorval met de mantel der liefde. 'Mijnheer en mevrouw Demin steken veel energie en tijd en in de club. Zij betalen de spelers, waarom zouden ze dan niet met hen mogen spreken? Wij zijn een familieclub, die dankbaar is tegenover mensen die investeren.' Voorval gesloten. Demin koopt de resterende aandelen van Mitchell, die als voorzitter terugtreedt en wordt vervangen door Mostyn, die de club bijna naar het faillissement had geleid. Een protocollaire functie, (het geld van) Demin bepaalt. En met Howe aan boord promoveert de club in de lente van 2013 opnieuw naar The Championship, de tweede klasse. 'Tijdens de winterstop investeerde Bournemouth meer dan Manchester City, United, Tottenham, Arsenal en Liverpool samen. Het verhaal van de club stopt niet in The Championship', schrijft de Bournemouth Echo na de promotie. 'Alles is mogelijk. Ik zeg niet dat we ooit naar de Premier League zullen gaan, maar we moeten in ieder geval hoog durven mikken', zegt Demin in een exclusief (en eenmalig) interview met NTV Plus, een Russische sportzender. 'Bournemouth was een ouderwetse club, heel basic. Geen ambitie, geen commerciële doelen, geen financieel departement. Er was zelfs geen restaurant voor vipgasten', aldus nog Demin, die in de zomer nog maar eens verbaast: Real Madrid komt in het Goldsands Stadium een oefenwedstrijd spelen. Demin, koel: 'Waarom niet?' Het zal 0-6 worden en wanneer een toeschouwer een bal van Cristiano Ronaldo probeert tegen te houden, moet hij met een gebroken arm naar het ziekenhuis worden afgevoerd. Demin blijft investeren. Zwaar. Maar verder dan een tiende plaats in The Championship (2013/14) geraakt de club niet. 'Uit de rekeningen van dat seizoen blijkt dat hij 25 miljoen pond (35 miljoen euro, nvdr) aan de club 'leende', maar de Cherries noteerden toch een verlies van 21,5 miljoen pond (30 miljoen euro, nvdr)', weet Matt Lawton van de DailyMail. De andere clubs in The Championship reageren chagrijnig wanneer Bournemouth in het tussenseizoen ook nog eens aanvaller Callum Wilson (23 goals) voor 3,6 miljoen euro bij Coventry City wegplukt. 'Succes door het Russische geld', klinkt het. Maar het blijkt een gouden zet, want onder impuls van Wilson en de middenvelders Harry Arter (9 goals, 3 assists) en Matt Ritchie (15 goals, 17 assists) zet Bournemouth na Nieuwjaar een indrukwekkende reeks neer. De club wervelt door de competitie. Demin faciliteert, Howe tekent voor sprankelend en aanvallend voetbal. Kick-and-rush, daar gruwt de manager van. 'Ik houd van de manier waarop hij de Cherries laat spelen', analyseerde Harry Redknapp, die Bournemouth in 1987 voor het eerst naar de tweede klasse leidde, op de BBC. 'Na tien jaar bij de club werd ik als de meest succesvolle manager uit de geschiedenis beschouwd. En dan komt er een jonge kerel langs die mij op veel kortere tijd wegblaast. (lacht) Fantastisch. Mocht ik er zeker van zijn dat ik straks geen club kan trainen, dan kocht ik meteen een seizoenkaart.' Op 2 mei 2015 pakt Bournemouth de titel in The Championship: 98 goals in 46 wedstrijden, slechts 45 tegentreffers. Demin bekijkt de vreugdetaferelen vanop afstand, Mostyn huilt voor de camera van de openbare omroep, Howe moet op de schouders, de supporters scanderen zijn naam. 'Ik moet hén bedanken. Fans die zo veel hebben meegemaakt, verdienen ook eens een gloriemoment.' ?DOOR CHRIS TETAERT IN BOURNEMOUTH - FOTO'S BELGAIMAGE'Als supporter van de Cherries weet je dat je maar één keer om de tien jaar een reden hebt om gelukkig te zijn.' EX-VOORZITTER TREVOR WATKINS