Vriendschap in het voetbal: zou het dan toch bestaan? Ariël Jacobs, Roland Louf en Patrick Wachel schreven geschiedenis met La Louvière door in 2003 de beker van België te winnen. Tien jaar later zijn het nog steeds vrienden die zonder verborgen agenda's voor elkaar boven een bord américain met friet herinneringen ophalen aan drie wonderlijke jaren in het van God verlaten Le Centre.
...

Vriendschap in het voetbal: zou het dan toch bestaan? Ariël Jacobs, Roland Louf en Patrick Wachel schreven geschiedenis met La Louvière door in 2003 de beker van België te winnen. Tien jaar later zijn het nog steeds vrienden die zonder verborgen agenda's voor elkaar boven een bord américain met friet herinneringen ophalen aan drie wonderlijke jaren in het van God verlaten Le Centre. Louf was de eerste om er neer te strijken. Hij volgde in september 2001 de ontslagen Jean-Claude Verbist op als manager van La Louvière. Vier dagen later stelde hij Jacobs aan als opvolger van de zelf opgestapte Daniel Leclercq. "De ploeg was er het seizoen voordien net in gebleven, een half mirakel van Leclercq. Ik heb drie dagen met hem gewerkt. Tegen AA Gent waren onze twee doelmannen geblesseerd, een jonge knul moest in de goal staan: Silvio Proto, zestien jaar. We verliezen met 2-1. Hij keept een goede match, maar bij de twee doelpunten zag het er niet zo goed uit. Na de wedstrijd verneem ik dat Leclercq opstapt. Ik trek Ariël aan en de eerste knoop die we moeten doorhakken, is: wat doen we met de keeper? We beslisten om door te gaan met Silvio. Voor een stuk bluf, maar het is wel het begin geweest van de carrière van Silvio Proto." Twee weken later kwam Wachel binnenwaaien als de nieuwe assistent van Jacobs. Beiden kenden elkaar van de trainersschool. Daar hadden ze elkaar beloofd dat wie van de twee ergens trainer werd de ander als assistent zou meenemen. Wachel was pas aan de slag gegaan als eerste professionele trainer ooit in de jeugdwerking van Anderlecht. Tot dan was hij tien jaar bondscoach van de U17 geweest. Jacobs: "Ik herinnerde hem aan onze afspraak. Maar, voegde ik eraan toe: in jouw plaats zou ik het niet doen. Voor hetzelfde geld was het na dat seizoen gedaan met La Louvière. Ik wilde Pat geen vaste positie afpakken voor iets onzekers." Wachel: "Ik had een langdurig contract bij Anderlecht, maar toch gaf ik het op. Ik wilde absoluut met Ariël werken. Zo overtuigd was ik van zijn competentie. Roland kende ik niet." Het werd het begin van een unieke samenwerking. Jacobs: "We hadden een gezamenlijke drijfveer om er iets van te maken. In het voetbal zit - zoals in het leven - altijd een portie toeval, maar in dit geval geloof ik er niet in. Als je weinig of geen geld hebt, maar wel de juiste mensen die bereid zijn hard te werken, kan je toch een beleid uitstippelen. Dat betekent: een club beheren als was het je eigen portefeuille. Die les heb ik toen geleerd. Als mensen zich dubbel plooien, téllen ze ook dubbel. Van een oudere spelersgroep zonder toekomst die bijna zakte, zijn we in ons eerste volledige seizoen gegaan naar het veiligstellen van het behoud na 28 speeldagen én bekerwinst. Het strafste was dat we in het derde jaar een volstrekt zorgeloos kampioenschap hebben gespeeld. Dat bewijst dat je wel degelijk iets kan opbouwen. Het vervolg heeft dan weer geleerd hoe rap je iets ook weer kapot kan maken." Het succes kwam niet uit de lucht vallen. Louf: "Ons budget bedroeg 3 miljoen euro. Stel dat daarvan 60 procent naar het sportieve ging, zijnde 1,8 miljoen euro. Dat was het brutoloon bij Anderlecht van een speler als Mbokani. Daarmee is alles gezegd. Ofwel waren wij genieën, ofwel gaat men nu niet zo verstandig te werk. Men praat alleen nog over budgetten, terwijl het gaat om wat je ermee doet. Mbokani moet het nog allemaal bewijzen. Een topvoetballer in België, maar mislukt bij Monaco en Wolfsburg. Odemwingie heeft het waargemaakt bij Lokomotiv Moskou, bij Lille en bij West Bromwich in de Premier League." Jacobs: "Het proces is voor mij belangrijker dan een beker die je wint. Ik denk nog vaak met heel veel voldoening terug aan de weg naar het succes." Louf: "Gaone, de voorzitter, liet ons werken. Dat was enorm belangrijk. We hadden zeer korte lijnen in het beslissingsproces. Toen wij er aankwamen, was het de periode van de huurspelers. Ouédec met een loon tot tegen het plafond, Rivenet idem. Verder Thans, Karagiannis, Suray, Olivieri. We zijn beginnen te kuisen: Missé-Missé weg, Diaz weg, Ouédec weg. Hoe meer spelers de club moesten verlaten, hoe meer punten we pakten. Eén speler maar hebben we toen zelf gehaald: Rogerio van Genk. We speelden een fantastische tweede ronde en handhaafden ons zonder problemen. Gaone was enthousiast. We doen zo verder, zei hij. En we zijn nobele onbekenden beginnen te halen." Jacobs: "Na de redding moesten we van nul af aan herbeginnen. Ik ben het tweede seizoen, dat van de bekerwinst, beginnen te trainen met tien spelers, onder wie drie keepers. Van dan af zijn we de stukjes van onze puzzel beginnen te leggen. Iedere woensdag trokken wij - Roland, Patrick en ik - de grens over om spelers te gaan bekijken in de Franse CFA." Wachel: "Weet je nog dat we zegden: als Onyewu komt, moeten we draad rond het terrein plaatsen... We hebben lang getwijfeld of we hem zouden nemen. En zie welke carrière hij heeft gemaakt." Louf: "Je hebt geen tien wedstrijden nodig om een speler te beoordelen. Wij waren met drie intelligente mensen, met eenzelfde visie, eenzelfde manier van werken en die altijd in het belang van de club hebben samengewerkt. Dat zie je tegenwoordig nog zelden. Er spelen nu zó veel belangen. De clubs staan er budgettair beter voor, maar er is aan kwaliteit ingeboet. Met het La Louvière van tien jaar geleden speel je vandaag in de top zes." Jacobs: "Top zes weet ik niet. Ik ben wel zeker dat we ons makkelijk zouden handhaven." Het traject van La Louvière naar de bekerfinale mocht worden gezien. Achtereenvolgens RC Genk en Standard uitgeschakeld, in de halve finale te sterk voor Lommel. "Het was geen toevalsprijs", zegt Louf. "En dan te bedenken dat we enorm hebben afgezien in de eerste ronde tegen Tongeren." Jacobs: "Een dramatisch slechte wedstrijd! Maar wel 0-1. Jij bent nog met de voorzitter in de kleedkamer gekomen achteraf om ons een boete te geven die pas werd kwijtgescholden als we ons voor de volgende ronde plaatsten." STVV was de uitgesproken favoriet in de finale die 1e juni 2003. Het was als vierde geëindigd in de competitie en telde met gouwe ouweDanny Boffin een heuse vedette in de rangen. La Louvière was het lelijke eendje. Louf: "Sint-Truiden had vooraf al gewonnen." Wachel: "Ik werkte toen in die regio. De week voor de finale moest ik toevallig in Sint-Truiden zijn. Er liep een actie bij de plaatselijke handelaars waarbij de mooist versierde winkel na de finale de beker in zijn etalage mocht tentoonstellen. Zo zeker waren ze van hun zaak. Ik had getankt en in de shop was men over de finale bezig. Komen supporteren hé, zeiden ze. Wees gerust, zei ik, ik zal er zijn." Jacobs: "Als Vlaming heb ik die wedstrijd als meer dan een sportieve strijd ervaren. Ik herinner me een telefoontje van de radio. Eigenlijk wilde men mij gewoon laten zeggen dat we geen kans maakten. Dertigduizend Limburgse supporters tegen vijfduizend van La Louvière. Het was onbegonnen werk voor ons - dat toontje. Plezant is dat niet, maar het maakt deel uit van de sport. In de competitie waren we in Sint-Truiden met 2-1 de boot in gegaan. Ik had de indruk dat ze de finale toen al hadden gewonnen. Maar goed, je hangt altijd af van het wedstrijdbegin. Dat was aarzelend van onze kant, STVV had enkele kansen. Maar wij scoorden en net voor de rust werd het 2-0. Dat was het breekpunt." Een week voor de finale woonden Jacobs en Wachel het reserveduel La Louvière-Anderlecht bij. In het doel stond Proto, die door een spierblessure zijn plaats in de A-ploeg was kwijtgeraakt aan Jan Van Steen-berghe. In het stadionnetje liep ook Pietro Allatta rond,Proto's makelaar. Wachel: "Ariël ging in de rust naar het toilet. Hij bleef maar weg. Allatta was ondertussen naast mij komen zitten en vroeg wat we met Proto gingen doen. Ik antwoordde dat Van Steenberghe sterk bezig was en dat ik geen verandering verwachtte." Jacobs lacht smakelijk bij de herinnering aan zijn plasbeurt. "Dat is de enige keer in mijn leven geweest dat ik fysiek ben aangevallen. Pietro stond me in de gang onder de tribune op te wachten. Hij is een stuk kleiner dan ik, maar omdat hij me zo onverwachts bij de keel greep, had ik geen verweer. Hij vroeg me of le gamin de finale ging spelen. Ik stamelde dat als hij me losliet ik misschien kon antwoorden. Toen zei ik hem dat als de finale morgen was, Van Steenberghe zou spelen. 'Dan zorg ik dat je géén keeper hebt', zei hij. 'Dan speel ik wel met elf aanvallers', antwoordde ik weer. Hij begreep dat ik met zijn voeten begon te spelen, kwam nog wat dichterbij en zei: 'Als Silvio niet speelt, je te casse les jambes.' Waarop ik hem vroeg of hij dat dan voor de 3e juli kon doen, want dan werd ik sowieso geopereerd aan de heup. Hij duwde me weg en ik kon terug naar boven." Louf: "Zo is de relatie met Laurent Denis begonnen. Na de finale ontvingen we een aangetekend schrijven van Proto. Hij verbrak zijn contract en in de media verscheen dat hij in Italië ging tekenen. Ik kreeg een telefoontje van Denis, die ik niet kende en die me aanbood ons te helpen. Hij liet onmiddellijk de internationale transfer blokkeren bij de voetbalbond. Plots stond Proto met lege handen. Dat leidde tot een vergadering met Proto en zijn vader. We kwamen tot een nieuw akkoord en hij bood zijn excuses aan. Twee dagen later moest ik van Gaone de cijfers in het contract aanpassen. Toen heb ik begrepen welke druk Allatta kon uitoefenen." Zijn meest traumatische ervaring moest dan nog volgen. Louf was deels ook tewerkgesteld in een van de bedrijven van Gaone toen daar op een avond Allatta in een Siciliaanse colère kwam binnengestormd, de clubdirecteur afzonderde in een vergaderlokaal en hem zo zwaar intimideerde dat een secretaresse gillend het gebouw uitliep. Een verhaal van bruut geweld, waarover Yvon Hudsyn - rond de eeuwwisseling de exclusieve merchandisingpartner van de voetbalbond en daarna zelfstandig commercieel directeur van La Louvière - zeven jaar geleden getuigde in Sport/Voetbalmagazine. Jacobs: "Je kan daar nu mee lachen, maar in die tijd wist Roland nooit zeker of hij de club 's avonds weer veilig zou kunnen verlaten. Er hingen daar figuren rond van wie het grote publiek geen weet had. Dat onzichtbare proces in het management van de club is voor het bekersucces even belangrijk geweest als het sportieve proces. Bij mijn eerste thuiswedstrijd in La Louvière schatte ik dat er zes- of zevenduizend man in het stadion was. Achteraf hoorde ik dat er tweeduizend tickets waren verkocht. Er werd gesjoemeld langs alle kanten. Roland heeft dat allemaal opgekuist." Twee dagen na de bekerwinst kreeg Jacobs een nieuwe heup. Hij stond in de belangstelling van AA Gent, maar bleef op Tivoli, waar Louf tevergeefs probeerde het succes structureel te verzilveren. "Je denkt dat je club zich dankzij die beker verder zal ontwikkelen. Maar dat is niet zo: een kleine club blijft een kleine club. Dat was een ontgoocheling. De commerciële push is er niet gekomen en dat heeft er mee toe geleid dat Gaone is gestopt." Jacobs: "Er was geen vuiltje aan de lucht. Tot Roland me kort na Nieuwjaar kwam zeggen dat de voorzitter ons wilde zien. Hij was erg tevreden over ons werk en wilde ons eigenlijk nog een contract van twee of drie jaar geven, maar kon niet garanderen dat de club zou blijven bestaan. Ik vond dat eerlijk, maar spijtig ook." Louf: "Toen is de miserie begonnen. De situatie met Allatta gaf bij mij uiteindelijk de doorslag. Ik heb me laten overhalen door Detremmerie en ben naar Moeskroen gegaan. Misschien te snel. Ik ben op 1 april vertrokken en bleek in het verhaal te zijn gestapt van een club met meer dan 10 miljoen euro schulden. Ik heb Detremmerie vertrouwd. Helaas, ten onrechte." Louf werd bij La Louvière opgevolgd door Stéphane Pauwels. Wachel: "Hij belde me vanuit Algerije, waar hij manusje-van-alles was bij de nationale ploeg, om een goed woordje voor hem te doen bij Gaone. We maakten bijna ruzie. Welke referenties had hij?" Louf: "Na een wedstrijd met de Algerijnse nationale ploeg in La Louvière is hij aangesteld. Hij bracht Albert Cartier binnen en een tiental Franse spelers onder wie Toyes, Brahami, Zambernardi en Espartero." Aan de uitgaande zijde maakte hij geld van de door zijn voorgangers ontdekte en gepolijste nobody's. Wachel: "De kunst is om zulke spelers te vinden. Niet om ze te verkopen." Louf: "Pauwels heeft toen Odemwingie verkocht, Assou-Ekoto, Murcy, Klukowski en Ishiaku. Maar je moet ze ook kwalitatief vervangen en dat is nooit gebeurd. Het jaar nadien is Emilio Ferrera gekomen, die vervolgens buitenvloog voor Bodart. Toen is het verhaal begonnen." 'Het verhaal' is dat van Ye Zheyun, de gokchinees. "Ik zeg je: als wij waren gebleven, was dat nooit gebeurd. Dat neem ik Gaone nog het meest kwalijk." Als ze er één speler mogen uitpikken, wie dan? Odemwingie, zeggen Wachel en Jacobs eensgezind. "Anderlecht had hem getest, maar niet genomen. Toen is hij ons aangeboden. Peter had nog nooit gehoord van wedstrijdjes met een beperkt aantal baltoetsen. Telkens als hij de bal had, begon hij te dribbelen. Op een ochtend komt Siquet mij zeggen: 'Si maintenant il touche en-core plus que deux fois, je le casse!' Peter was weinig aanwezig in de finale, maar hij was iemand van wie je altijd een flits verwachtte. Het doelpunt waarmee hij ons tegen Standard naar de finale trapte, was een parel." Louf: "Wie mij als mens het meest heeft verbaasd, is Proto. Dat jongetje van zestien is een man geworden. Ik had nooit gedacht dat hij ooit zo'n leiderschap zou etaleren." Een speciale vermelding bewaart Louf voor Domenico Olivieri. Uitgeleend aan La Louvière door RC Genk, uitgerekend de tegenstander in de achtste finales. De wedstrijd draaide uit op verlengingen en strafschoppen en voor de laatste, beslissende penalty zette Olivieri zich achter de bal. Hij trapte hem feilloos binnen, maar juichte niet en ging zich excuseren bij zijn supporters - die van Genk. Louf: "Uitermate professioneel. Ik heb hem daarvoor gefeliciteerd." Wachel rakelt nog een verhaal op, dat van Rachid Belabed. "Rachid was wekenlang vermist. Onvindbaar in België. Er werd zelfs een opsporingsbericht verspreid. Achteraf bleek hij in Marokko te hebben gezeten. Uit spelersnood hebben we hem toch opgesteld in de finale." Jacobs: "Enkele weken voor de finale kregen we de gerechtelijke politie op bezoek. We mochten niet trainen. Alle spelers werden individueel ondervraagd over Rachid. Plezant was dat niet." Hun paden kruisten elkaar niet meer na die drie wonderlijke jaren. Toch had het gekund. Jacobs: "Zeker bij Anderlecht zijn de namen van Roland en Patrick gevallen en heeft men mij om mijn mening gevraagd. Ik weet dat Herman Van Holsbeeck tweehonderd procent voor de komst van Roland was." Philippe Collin stak er een stokje voor. Hij was niet vergeten dat Wachel Anderlecht had laten staan. Dat Louf een rechtszaak heeft lopen tegen de KBVB wegens zijn ontslag daar, deed voor hem de Anderlechtdeur dicht. La Louvière, bekerwinnaar 2003. Meer dan een voetnoot in de Belgische voetbalgeschiedenis is het niet meer. Louf: "Het ergste vind ik dat het stamnummer van La Louvière is verdwenen. Het bestaat niet meer. Die bekerwinst kleeft niet meer zoals het hoort aan een nummer. Heel erg vind ik dat, want zo'n trofee behoort tot het patrimonium van een club. Waarschijnlijk bestaat er nog wel een replica, maar waar die staat? Geen idee." DOOR JAN HAUSPIE - BEELDEN: IMAGEGLOBE"Je kan daar nu mee lachen, maar in die tijd wist Roland nooit zeker of hij de club 's avonds weer veilig zou kunnen verlaten." Ariël Jacobs "Ik wilde absoluut met Ariël werken. Zo overtuigd was ik van zijn competentie." Patrick Wachel "Met het La Louvière van tien jaar geleden speel je vandaag in de top zes." Roland Louf