Het is die donderdag 21 februari 1991 bar koud, er ligt sneeuw en ijs. Eén dag voor de competitie herneemt, is het niet zeker dat er 's anderdaags in die barre omstandigheden - van veldverwarming is nog geen sprake - gespeeld zal worden.
...

Het is die donderdag 21 februari 1991 bar koud, er ligt sneeuw en ijs. Eén dag voor de competitie herneemt, is het niet zeker dat er 's anderdaags in die barre omstandigheden - van veldverwarming is nog geen sprake - gespeeld zal worden. Bij Germinal Ekeren, dat in de openingswedstrijd de volgende dag Anderlecht ontvangt, zijn ze wél zeker dat er gespeeld zal worden. Met man en macht zijn ze bezig, de 50 à 60 vrijwilligers van Germinal, om sneeuw en ijs te ruimen. Voorzitter Jos Verhaegen is zelf met schop en kruiwagen in de weer. Hij gelooft zijn ogen niet wanneer hij die donderdagavond plots twee bekende figuren ziet opdagen. Het zijn Anderlechtmanager Michel Verschueren en trainer Aad de Mos. Ze komen eens kijken of er wel gespeeld kan worden, en geloven op hun beurt hun ogen niet wanneer ze de voorzitter van de tegenstander met al dat volk aan het werk zien. 'Ik hoor Verschueren nog zeggen: hier kunnen wij morgen nooit winnen', glimlacht Verhaegen, terugdenkend aan toen. Dat is ook zo. Een zwak Anderlecht wordt door de thuisploeg van de mat geveegd en mag blij zijn dat het maar met 3-2 verliest. Germinal Ekeren schuift verrassend naar plaats zes op. Drie spelers voetballen zich tegen paars-wit in de kijker: de onverslijtbare Simon Tahamata, topschutter Gunther Hofmans die net international is geworden, en Frank Schmöller. Eén van de vele afdankertjes van andere ploegen die door Germinal uit de vuilbak is gehaald. Schmöller was die vrijdagavond een eenmansvoorhoede, maar even vaak had hij er geen zin in. Toen Germinal hem een jaar eerder in de winter bij Lierse haalde, stond hij veel te zwaar en maakte hij in dat half jaar maar drie goals. 'Ik heb hem gezegd dat hij alleen mocht blijven als hij heel hard zou bijtrainen om die extra kilo's weg te werken.' Dus toog trainer Urbain Haesaert tijdens de zomervakantie elke dag met Schmöller om zeven uur 's ochtends naar Linkeroever om daar twee uur conditietraining te doen, ter plekke aangemoedigd door Jos Verhaegen. Het resultaat? De Duitser maakt zeventien doelpunten, en wordt na twee goeie seizoenen in 1992 doorverkocht aan Hertha BSC. En Germinal, dat haalt met een vijfde plaats al Europees voetbal in zijn tweede jaar eerste klasse. Met dank aan Haesaert die er voor zorgde dat het team de tegenstand conditioneel op een hoopje speelde. De ploeg bestond uit een ideale mix van ervaren spelers (Tamahata, Jos Daerden, Philippe Vande Walle, Ernie Brandts, Eddy Snelders) met jonge, elders afgeschreven spelers ( Joël Bartholomeeussen, Schmöller, Hofmans). En zeggen dat het allemaal begon toen René Snelders, vader van Eddy, zijn bedrijfsvennoot Jos Verhaegen vijftien jaar eerder overtuigde om shirtsponsor te worden van de lokale club die toen dreigde van derde naar vierde provinciale te zakken. 'René zei: en als we daar nu eens truitjes voor kopen, dan zal het misschien beter gaan.' Veel beter, zo bleek. Met name in Nederland vond Germinal goeie spelers in de amateurreeksen, die einde contract en dus gratis waren. Stilletjes hoopte Jos Verhaegen om ooit in tweede klasse te belanden. Maar toen dat mirakel lukte werd Germinal tot eenieders verbazing, niet het minst die van henzelf, meteen kampioen. Uiteindelijk haalde het in tien jaar eerste klasse drie bekerfinales (het won er één), voetbalde vier keer Europees en had zo'n 30 internationals. Allemaal met een minimumbudget (in 1990/91 1,5 miljoen euro), veel vrijwilligers, en de vrouwen van de bestuurders die op matchdagen achter de toog stonden. Alleen kwam er geen volk, gemiddeld 3000 man. Voor de allereerste thuismatch in eerste klasse tegen toenmalige topclub KV Mechelen daagde er maar 3700 man op in plaats van de verwachte 6000. 'Toen wist ik het al', aldus Verhaegen. De dag voor de laatste Europese thuismatch tegen Servette Genève in augustus 1998 kreeg Verhaegen telefoon van toenmalig Boomvoorzitter Jacques Van der Planken. Of er nog kaarten waren? 'Ja, er zijn er nog', antwoordde Verhaegen. 'Breng heel Boom maar mee.' Er waren die avond 900 betalenden. In 1998 besliste de Raad van State dat het park in zijn oorspronkelijke staat hersteld moest worden. Omdat een nakend akkoord met Antwerp afsprong, verhuisde de club naar het Kiel waar Beerschot later weer zijn eigen identiteit aannam. Daardoor verdampte Germinal Ekeren. Maar het is samen met Anderlecht en Standard de enige club die nooit degradeerde uit eerste klasse.