Op het moment dat u dit leest, speelt Mohamed El Yamani met de Egyptische selectie van -20-jarigen op het WK in Argentinië. Dat betekent dat hij andermaal de voorbereiding met zijn club, Standard Luik, zal missen. El Yamani is daarmee niet aan zijn proefstuk toe. Sinds zijn aankomst in Luik anderhalf jaar geleden werd hij al veelvuldig terug naar zijn vaderland geroepen, voor de olympische ploeg of voor de beloften en zelfs enkele malen voor de A-selectie. Het Standardbestuur zijn die oproepen een doorn in het oog, wat Mohamed El Yamani nu deed beloven dat dit WK zijn laatste wordt voor de Egyptische jeugdploegen. Zelfs maakt de speler zich sterk dat hij zal kunnen weerstaan aan selecties voor de beloften. De enige poort die de jonge Noord-Afrikaan open laat, is die voor de Faraos, de A-ploeg.
...

Op het moment dat u dit leest, speelt Mohamed El Yamani met de Egyptische selectie van -20-jarigen op het WK in Argentinië. Dat betekent dat hij andermaal de voorbereiding met zijn club, Standard Luik, zal missen. El Yamani is daarmee niet aan zijn proefstuk toe. Sinds zijn aankomst in Luik anderhalf jaar geleden werd hij al veelvuldig terug naar zijn vaderland geroepen, voor de olympische ploeg of voor de beloften en zelfs enkele malen voor de A-selectie. Het Standardbestuur zijn die oproepen een doorn in het oog, wat Mohamed El Yamani nu deed beloven dat dit WK zijn laatste wordt voor de Egyptische jeugdploegen. Zelfs maakt de speler zich sterk dat hij zal kunnen weerstaan aan selecties voor de beloften. De enige poort die de jonge Noord-Afrikaan open laat, is die voor de Faraos, de A-ploeg. Op 15 juli al kan hij erbij zijn. Dan speelt Egypte een kwalificatiewedstrijd voor het WK 2002 tegen Namibië, en twee weken later staat een duel tegen Algerije op het programma. Op 3 juni verzekerden de Faraos - zonder Momo, zoals El Yamani in zijn land wordt genoemd - zich al van een plaatsje in de eindronde van de Africa Cup in Mali. Die heeft plaats volgend jaar van 19 januari tot 10 februari. "Het spreekt voor zich dat ik deze selecties niet zal weigeren", zegt hij tijdens het interview in Caïro. "Ik ben er helemaal niet gerust in. Er wachtten ons nog drie moeilijke opdrachten op weg naar het WK in Japan en Zuid-Korea. Te beginnen met de match op 30 juni in Casablanca, tegen Marokko. Als de logica gerespecteerd wordt en we winnen tegen Namibië en Algerije, dan hebben we voldoende aan één punt. Daar wil ik ook mijn steentje aan bijdragen. Als ik een goed toernooi speel in Argentinië, is dat mogelijk." Alles wijst erop, zegt hij, dat hij erbij zal zijn. "Ware het niet dat Ahmed Hossam zo'n schitterende prestaties neerzette bij AA Gent en nadien in de nationale ploeg, dan stond ik nu misschien al verder. Ik verstop niet dat ik me graag aan zijn voorbeeld spiegel, ik hoop dit seizoen een gelijkaardig parcours neer te zetten. Zeker nu er in de spits van de nationale ploeg een plaats voor het grijpen ligt. Hossam is een certitude, maar Hossam Hassan is geblesseerd en zijn vervanger Ahmed Salah Hosny blijft een tweede keus. Het is dus normaal dat ik die plaats ambieer, al zal ik daarvoor eerst bij Standard moeten spelen. En die situatie ziet er voorlopig niet zo rooskleurig uit." El Yamani werd vorig seizoen slechts voor negen wedstrijden geselecteerd en kreeg alles samen net iets meer dan een uur effectieve speeltijd in Luik. Het begon nochtans mooi. In de Intertotocompetitie scoorde Momo zowel tegen SV Salzburg als tegen Vfb Stuttgart. Trainer Tomislav Ivic riep hem al uit tot de revelatie van het seizoensbegin. "De trainer verklaarde aan al wie het wou horen, dat het seizoen 2000/01 mijn doorbraak zou betekenen. Zelf was ik daar toen ook van overtuigd. Ik scoorde aan de lopende band bij de beloften en in de B-kern. Spijtig genoeg vielen de resultaten tegen en plots had ik geen plaats meer in de plannen van de trainer. Vanaf dat moment heb ik beslist om vaker in te gaan op de selecties van mijn land. Velen vonden dat een slecht idee, maar wat was het alternatief ? Mijn tijd verspillen op de bank bij Standard ?" Het was Edouard Innocenti, een medewerker van spelersmakelaar en ex-directeur van Standard Roger Henrotay, die El Yamani in 1998 ontdekte op een internationaal toernooi voor -17-jarigen. Hij behoorde tot een uitzonderlijke generatie, met onder anderen Ahmed Hossam en Shehata Reda, een jongen die nu nog bij Anderlecht vertoeft. Zijn transfer naar Standard had heel wat voeten in de aarde. El Yamani : "Het probleem was dat ik nog geen 18 was, ik mocht dus geen profcontract ondertekenen. Uiteindelijk hebben ze hetzelfde gedaan als met Hossam gebeurde : mijn vader werd in de transactie betrokken. Voor Mido was dat een normale zaak, maar mijn geval lag toch anders. Mijn vader speelde ook voetbal, maar voor Ismaïlia, niet voor Zamalek. Begin jaren '80 kreeg hij een aanbod om in Italië te gaan werken. Hij werkte er in een pizzeria in Rome en blijkbaar beviel hem dat zodanig, dat hij nooit terugkeerde. Al die tijd zag ik hem amper één of twee keer per jaar. Het is dus pas in Luik dat ik mijn vader leerde kennen." De familie El Yamani is afkomstig uit Ismaïlia, dat langs het Suezkanaal ligt. "Ismaïlia heeft, samen met Alexandrië, een Franse achtergrond", legt hij uit. "Vandaar mijn kennis van de Franse taal. Een bekende figuur uit dezelfde streek als ik, is Claude François. Hij groeide op in Ismaïlia en niet in Alexandrië, zoals één van zijn liedjes laat uitschijnen. Na mijn carrière keer ik zeker terug naar mijn geboortestreek. Het is een prachtige, natuurrijke en rustige stad waar iedereen zich aan de verkeersregels houdt en niemand agressief rijdt zoals in de hoofdstad. Ik bracht zes jaar van mijn leven door in Caïro, ik weet dus waarover ik spreek." Mohamed El Yamani was elf toen hij door scouts werd opgemerkt. Hij verliet het ouderlijke nest om in Caïro zijn studies met voetbal te combineren. Aan de Nasr City school zat hij in dezelfde klas als ene Ahmed Hossam. "De meeste jongeren kozen voor één van de twee hoofdstedelijke clubs, Zamalek of Al Ahli," vertelt Momo. "Nochtans was Ismaïlia ook niet slecht vertegenwoordigd. Mezelf buiten beschouwing gelaten, waren er nog drie spelers door deze club ingehaald : Mohamed Mohsen, titularis bij de -20, en twee oudere jongens : Ahmed Mohamady en Aly El Basarati. Ismaïli heeft altijd een goede jeugdopleiding gehad. Net als Mansoura. Het is een sympathieke club die dat in grote mate dankt aan het feit dat het de eerste Egyptische ploeg is die de Africacup voor Landskampioenen wist te winnen. Dat was in 1969. Zamalek en Al Ahli mogen dan al veel meer gewonnen hebben op continentaal vlak, Ismaïli was toch de eerste. Samen met Tarsana, Kubra en Arab Contractors de enigen die in 24 jaar competitievoetbal de hegemonie van de grote twee kon doorbreken." Ondanks de zes jaar die hij in Caïro doorbracht, waagt Mohamed El Yamani zich niet aan een toeristische rondleiding door de hoofdstad. Hij neemt ons wel mee naar de piramides. Voor de voetballer het moment om over zijn tweede passie te beginnen : paardrijden. "Als mijn vader zelf geen voetballer was, zou ik waarschijnlijk ruiter geworden zijn", biecht hij op. "Al van kindsbeen af fascineerden paarden me. Ik besteeg voor het eerst een paard op mijn zevende. In mijn ogen zijn de Arabische volbloeden de knapste van de wereld. Ooit begin ik wel eens een manège in Egypte." Zijn eerste zorg nu is om een basisplaats te veroveren bij Standard. Want, zegt hij : "Het volgende seizoen is cruciaal. Vorig jaar waren er die selecties voor de Egyptische jeugdelftallen, maar bovenal kende Standard een luxeprobleem in de aanval. Ik moest er concurreren met kleppers als Ivica Mornar, Michael Goossens, Ali Lukunku en Ole-Martin Aarst. Voor mijn vertrek meende ik te verstaan dat die vierhoek niet behouden wordt en dat ik m'n kans zal krijgen. Ik wil ze graag geloven, dat is zeker, maar vorig jaar vertelden ze me hetzelfde en toen werd ik toch met een totaal andere realiteit geconfronteerd. Blijven hopen, is alles wat ik kan doen. De vier andere spitsen zijn nog altijd niet zeker over waar hun toekomst ligt en ik weet dat men op mij rekent. Het is aan mij om dat vertrouwen niet te beschamen." door Bruno Govers