Het was op dinsdag 14 november 2006. Brian Vandenbussche was voor het eerst geselecteerd voor de Rode Duivels en ik zou 's anderendaags met zijn vader naar de EK-kwalificatiewedstrijd tegen Polen gaan kijken. Maar ik had een voorgevoel dat er iets niet in orde was met mijn vrouw en belde de afspraak af. Helaas bedroog mijn intuïtie mij niet: 's avonds kregen we te horen dat Mieke aan kanker leed. Het kwaad zat verankerd op de kop van de pancreas.
...

Het was op dinsdag 14 november 2006. Brian Vandenbussche was voor het eerst geselecteerd voor de Rode Duivels en ik zou 's anderendaags met zijn vader naar de EK-kwalificatiewedstrijd tegen Polen gaan kijken. Maar ik had een voorgevoel dat er iets niet in orde was met mijn vrouw en belde de afspraak af. Helaas bedroog mijn intuïtie mij niet: 's avonds kregen we te horen dat Mieke aan kanker leed. Het kwaad zat verankerd op de kop van de pancreas. "Ik weet nog goed dat Mieke tussen haar tranen door zei: 'Kijk, Claude, ik kan nu in een hoekje kruipen en beginnen te kankeren, maar ik wil ertegen vechten.' Mieke was een mooie, sterke en optimistische vrouw vol levensvreugde. Ik ben een realist, ik dacht: kanker aan de pancreas, dat betekent nog maximaal zes maanden te leven. Het is een wonder dat ze het bijna twee jaar volhield. "Ze wilde echt leven. Tegen Frédéric Dupré zei ik na de begrafenis: 'Mieke vocht voor haar leven zoals jij op het veld vecht voor de bal.' Hij hield van haar. Voor veel spelers was Mieke als een moeder. Begin dit seizoen hing ze nog een uur aan de telefoon met Brian Vandenbussche toen die het kwaad begon te krijgen bij Heerenveen. Ze was terminaal, maar vond toch nog de kracht om anderen op te beuren. Hoe vaak praatte ze destijds niet met Ishiaku?! Mieke was zeer geliefd. Meer dan duizend mensen woonden haar uitvaart bij. "Het voetbal bracht ons veel mooie momenten, maar het deed ons ook pijn. Mieke besteedde er zelfs aandacht aan in haar afscheidsbrief. 'Het voetbalmilieu is niet correct', zei ze vaak. 'Niet iedereen handelt met goede bedoelingen.' Ze kon niet verdragen dat er met mij de zot werd gehouden. Het was haar grote colère. "Ach, mij zal je niet horen zeggen dat ik een grote makelaar ben. Het is ook nooit mijn bedoeling geweest om mezelf high profile te zetten. Ik ben een schakel in een ketting en ik onderhoud onder meer uitstekende relaties op alle niveaus van het Franse voetbal. Weet je, toen ze nog jong en betaalbaar waren, bracht ik jongens als Marco Pantelic, Sasa Papaç, Obafemi Martins en Jérôme Rothen naar België, maar niemand wou ze! Kan je je dat voorstellen? Ik ben wel nooit iemand geweest die iemands boterham smeerde binnen een club, als je begrijpt wat ik bedoel. Bepaalde makelaars met een dikke portefeuille geven links en rechts wel eens iets en dat helpt om een speler ergens binnen te krijgen, hoor ik. Wie keek er om naar Tom De Sutter toen ik drie à vier jaar geleden tot in de derde klasse op zoek moest gaan naar een ploeg voor hem? Wat is er afgelopen zomer niet allemaal gebeurd in Roeselare? En nu wijst iedereen naar elkaar. Het is hypocriet. "Het leven is niet altijd zwart-wit, maar er gebeuren dingen die ik nu scherper zie. Ik ben geen moraalridder, verre van, maar meer dan ooit vraag ik mij af: waarom maken we elkaar het leven zo zuur? Waarom elkaar afmaken? We beseffen onvoldoende dat we elkaar nodig hebben. Soms mis ik menselijkheid in het voetbal. Ik was daarom zeer getroffen door de e-mails die ik na het overlijden van Mieke van Dominique D' Onofrio, Georges Leekens en Filips Dhondt kreeg. 'Ik weet welke periode je tegemoet gaat', schreef Dhondt. 'Als je eens nood hebt aan een babbel, los van het voetbal, bel mij, dan kunnen we eens ergens afspreken.' Alstublieft." "Op het moment dat je de diagnose hoort, is het alsof je een loden bal wordt toegegooid. Je houdt hem vast, maar weet niet wat je ermee moet doen. Dan begint het proces van verdriet, woede en machteloosheid. "Mieke moest meteen naar de spoedafdeling, de vrijdag al werd ze geopereerd. Het was een ingreep die tien uur zou duren, werd ons uitgelegd, want om aan de pancreas te raken moesten de milt en een deel van de maag en de darmen worden weggenomen. "Om halftien zijn ze haar komen halen. Ook Salou was op dat moment bij haar op de kamer. 's Avonds om acht uur kregen we heel slecht nieuws. Ze waren er niet in geslaagd om alles weg te nemen. Dan weet je: het is gedaan. Weer verdriet, weer tranen. 'Ventje,' zei Mieke, 'ik weet dat ik terminaal ben, maar we zullen ervoor blijven vechten, hé?!' Toen is de lijdensweg van de chemotherapie begonnen. Mieke kreeg meer dan dertig bestralingen. Altijd bleef ze de moed erin houden, telkens weer vond ze de kracht om zich op te maken om met mij naar het voetbal te kunnen blijven meegaan. 'Dat beest in mij,' zei ze vaak, 'ik zal ertegen blijven vechten.' Na een jaar chemo was de kanker precies stabiel gebleven, hij was zelfs een beetje gekrompen, kregen we te horen. Er werd geopteerd om haar toch eens naar Leuven te sturen. De chirurg daar bekeek de scan die een maand eerder in Roeselare was genomen en oordeelde dat de kanker operabel was. Nog een maand later, na zijn vakantie, werd Mieke geopereerd. Ze weende toen ik 's namiddags op de recovery kwam. 'Claude,' zei ze, 'het is niet gelukt.' Er waren uitzaaiingen vastgesteld op het buikvlies. Toen zijn ze in Roeselare weer met chemotherapie begonnen. Zes maanden later, in augustus, bleek uit een nieuwe scan dat ook de lever was aangetast. Van dan af is het snel bergaf gegaan." "De dag dat ze stierf, vergeet ik nooit meer. Ik moest even naar de apotheker om morfine te halen en toen ik terugkeerde, zei de verpleegster dat Mieke onrustig was geweest. Ze wachtte blijkbaar op mij om de dood in te gaan, want vijf minuten later is ze in mijn armen gestorven. Het is het mooiste afscheid dat ik mij kon inbeelden. Maar toen moest het gruwelijkste nog komen: de begrafenisondernemer die je vrouw komt halen. "Twee jaar lang namen we afscheid van elkaar, maar van het leven kan je geen afscheid nemen. Vanaf de diagnose van pancreaskanker beleefden we alles intenser dan ooit. We genoten meer van het moment zelf, de affectie voor kleine dingen was nooit eerder zo groot. De confrontatie met de dood verdiept het leven. Dan weet je: mensen doen elkaar te veel pijn, ze zijn zich niet bewust van wat ze aan het doen zijn. Nu hadden Mieke en ik altijd al wel een open hart voor onze medemens, maar het is moeilijk als je niet altijd evenveel liefde terugkrijgt dan je geeft. "Ik verzorgde Mieke zelfs medisch. Twee keer per dag spoot ik haar in met een product om lekkage van de pancreas tegen te gaan. Overal zijn we sámen naartoe gegaan. In juni bezochten we voor het laatst haar familie in de Provence en die van mij in de Bourgogne. Het vertrek daar was hartverscheurend. Ik was zelfs niet in staat om afscheid te nemen, ik ben naar mijn auto gelopen om daar in tranen uit te barsten. Ik zag hoe Mieke heel bewust alles in zich opnam. Ze wist dat het de laatste keer was: nooit zou ze er nog terugkeren. Hoe die op het einde in elkaars armen hingen, het was van een intensiteit waar ik emotioneel niet tegen bestand was. "Een week voor haar dood wilde ze nog eens terug naar ginder. Ze vroeg de verpleegster zelfs om mij te leren hoe ik de morfinepomp moest verversen. Het kon niet meer. Die dag praatten we heel intens met elkaar. Met de morfinepomp kwam het volle besef dat er geen ontkomen meer aan was. De tijd om te gaan was gekomen. Aan de berusting gingen weer gevoelens van verdriet en machteloosheid vooraf. Mieke vertelde mij dat ze bang was van de dood. Ze hield zodanig veel van het licht dat de duisternis haar schrik inboezemde. "Ook was Mieke heel erg bezig met mijn toekomst. Ze maakte bijvoorbeeld een heel draaiboek voor mij: Claude, wat te doen na mijn overlijden? De auto verkopen, de nummerplaten binnendragen, in januari met de poes naar de dierenarts ... et cetera. Ze zei ook: 'Ventje, het leven gaat verder zonder mij en je bent nog maar 48 jaar, je zal toch niet alleen blijven? Als je op iemand valt, pas dan op dat het niet iemand is die je kwetst.' Ook die bezorgdheid typeerde haar. Mieke moederde over haar naasten. Ze vroeg zich zelfs af hoe ik gekleed zou lopen als zij er niet meer zou zijn. "Mieke is gestorven op maandag 6 oktober om 14.30 uur. Ze was 48 jaar. De laatste anderhalve week sliep ik op een matras naast haar ziekenhuisbed in de woonkamer. Twee dagen voor haar dood riep ze midden in de nacht plots: 'Clauuuude, Clauuuude.' Ze kon toen nog met moeite spreken. Ik dacht dat ze water vroeg, maar ze stak gewoon haar hand uit naar mijn gezicht. Ze wou een kus. Ook dat was een speciaal moment in het afscheid nemen van elkaar. "Haar laatste wens was dat ze met een haarlokje van mij en een van de poes de kist zou ingaan. Beide lagen onder haar handen toen ze gecremeerd werd. "We waren geen mensen die de kerkdeur platliepen. Ons geloof zit vanbinnen. Ik zei vaak tegen Mieke: 'Keppe, er komt een dag dat we weer samen zullen zijn.' Het leven is meer. Mieke is overgegaan met een glimlach op haar gezicht. Volgens mij zag ze tijdens de overgang iets dat haar intens blij maakte. Het licht in de duisternis. "De eerste nacht na Miekes dood ben ik wakker geworden. In de hoofdkussens in haar lege bed tekenden zich twee wezens af. Ik zag een gezicht van vreugde en een van haat. Dualiteit. Goed en slecht, positief en negatief, yin en yang, leven en dood. Het ene kan niet zonder het andere, er is geen andere keuze dan ze alle twee te aanvaarden. Allemaal moeten we dat op een dag aan den lijve ondervinden. "Ondertussen probeer ik verder te leven. Negen kilogram ben ik afgevallen, maar het is vooral de pijn in mijn hart die mij eraan herinnert dat er iets weg is. De dood van Mieke is een groot verlies voor mij. Het huis hangt nog vol met haar, maar de ziel is eruit. De leegte is immens. Zelfs de poes went er niet aan. De eerste dag zat ze heel de tijd te likken aan de nachtjapon van Mieke. Nu, toch al een maand later, is ze nog altijd op zoek. Dat geldt ook voor mij." Sdoor christian vandenabeelebeelden: jelle vermeersch