Hij zat er op zijn eentje, goed een uur voor de match. Mister Michel. In het Knokke waar Anderlecht al jaren te gast is tijdens de voorbereiding op het nieuwe seizoen. Rustig aan de koffie. Vier maal twintig jaar, maar nog heel aandachtig spiedend naar buiten, en nu en dan bekende passanten groetend. Het is 25 juni en Anderlecht speelt zijn eerste oefenwedstrijd van het seizoen aan de kust. Steeds vroeger, bedenkt Michel Verschueren, die nog wat mijmert over de dood van Tomislav Ivic. Hoe die elke ochtend in zijn bureau ook een koffie kwam drinken. En vervolgens aan het klagen sloeg. Dat er een goeie middenvelder moest komen, en een nieuwe spits en dat er achterin ook wat vers bloed mocht komen. Elke ochtend maakte Ivic in tien minuten brandhout van zijn team. Daarna had hij voldoende stoom afgelaten en ging hij met de glimlach aan de slag. Verschueren schat de Kroaat hoger in dan Raymond Goethals. In Brussel wil dat wat zeggen.
...

Hij zat er op zijn eentje, goed een uur voor de match. Mister Michel. In het Knokke waar Anderlecht al jaren te gast is tijdens de voorbereiding op het nieuwe seizoen. Rustig aan de koffie. Vier maal twintig jaar, maar nog heel aandachtig spiedend naar buiten, en nu en dan bekende passanten groetend. Het is 25 juni en Anderlecht speelt zijn eerste oefenwedstrijd van het seizoen aan de kust. Steeds vroeger, bedenkt Michel Verschueren, die nog wat mijmert over de dood van Tomislav Ivic. Hoe die elke ochtend in zijn bureau ook een koffie kwam drinken. En vervolgens aan het klagen sloeg. Dat er een goeie middenvelder moest komen, en een nieuwe spits en dat er achterin ook wat vers bloed mocht komen. Elke ochtend maakte Ivic in tien minuten brandhout van zijn team. Daarna had hij voldoende stoom afgelaten en ging hij met de glimlach aan de slag. Verschueren schat de Kroaat hoger in dan Raymond Goethals. In Brussel wil dat wat zeggen. Even later meldt Roger Vanden Stock zich. Met echtgenote trouw aan zijn zij, beiden in helder paars. Ze hebben die dag afscheid genomen van Jean Van Milders, zaterdagochtend begraven in Knokke. In de hal van het kleine vipgebouwtje van de Royal Knokke Football Club zoekt de voorzitter een oude foto van een duel tussen het Knokke van weleer en het Anderlecht van Constant Vanden Stock. Constant de voetballer! Beide ploegen waren toen tweedeklassers. Intussen liep hun geschiedenis in spagaat uit elkaar. Anderlecht sluit in Knokke zijn eerste trainingsweek af. Twee keer geoefend op maandag, twee keer op dinsdag, een keer op woensdag en fysieke tests op donderdag en vrijdag. Match op zaterdag, gevolgd door nog een hele tijd uitlopen. Een stevige boterham. Reisde af naar Knokke: een bont allegaartje van aanstormende jeugd en aanwinsten, aangevuld met vaste namen als Olivier Deschacht en... Ja, en wie? Het lijstje afwezigen is, eens we het beginnen op te maken, immens. Zijn er niet bij: Proto, Biglia, Juhász, Mazuch, Marecek, Legear, Kanu, Gillet, Kljestan, Suárez, De Sutter, Veselinovic, Badibanga en Lukaku. De ene heeft nog vrij, de ander herstelt van een blessure, quasi een heel elftal. Anderzijds is er nog volk genoeg: met twintig staan ze op het blad dat een halfuurtje voor de wedstrijd wordt bedeeld. Mister Michel wijst naar het nummer tien: voor die kom ik. Nummer tien is Canesin Matos Fernando, die vorig seizoen debuteerde tegen Lokeren en met zijn lichtvoetigheid direct indruk maakte. Veel afwezigen dus, maar voor de fans is het zeker geen verloren trip. Naast het kruim van de Brusselse jeugd geven alle aanwinsten present. Opvallend: het zijn aanwinsten voor de flanken, zowel links als rechts. Voor de rechterflank het duo Odoi- Molins, en voor de linkerflank de Braziliaan Diogo en de Zweed Behrang Safari. De enige centrale nieuwkomer tot dusver is Samuel Firmino de Jesus, ook al een Braziliaan. Met de terugkeer van Reynaldo lijkt het wel of Anderlecht even de Argentijnse piste sloot en voor een andere markt is gegaan. Vreemd, op een moment dat Belgrano de Córdoba, de club waarmee al zo veel zaken werden gedaan, de poort naar eerste open heeft geduwd... Voor de rust blijven de fans voor een stukje op hun honger zitten. Ariël Jacobs stuurt de volgende elf het veld op: Schollen - Odoi, Seck, Deschacht, Diogo - Musonda, Verboom - Chatelle, Iakovenko, Lukaku - Kabasele. Een mengeling van jeugd, nieuw en al bekend. De Lukaku die mag spelen, is Jordan, jongere broer van. Van opleiding een linksachter, maar daar mag Diogo zijn kunstjes vertonen. De Musonda die mag aantreden is Lamisha, een van Charly's Angels. Charly Musonda is nu de materiaalman, maar was vroeger een van de betere middenvelders die Anderlecht ooit had. Helaas liep hij op glazen knieën. Charly heeft drie van zijn engelen in Brussel rondlopen. Lamisha, 19, is de oudste. Tika, 17, tekende net zijn eerste contract. Maar de speler waar iedereen op dit moment wild van is, is Junior. Nog maar 14 en nu al grof wild op de transfermarkt. Beloofde ondanks alle belangstelling tot 2018 op Anderlecht te blijven. Leuk detail: Lamisha werd ooit, omdat een paar Brusselse verantwoordelijken niet in hem geloofden, voor 400 euro (!) naar Standard getransfereerd. Hij was er een week, toen Herman Van Holsbeeck die transfer afblies en de speler sommeerde terug te keren. Kabasele brengt al quasi direct Anderlecht met een rare frommelbal op voorsprong, en daarna kabbelt de wedstrijd verder. Paars-wit is nog te weinig compleet om indruk te maken. Verboom, uit de jeugd, en Musonda, krijgen het centraal niet makkelijk om de boel aan te zwengelen. Jordan Lukaku is duidelijk geen linksbuiten, op rechts doet Chatelle zijn best. Hij zet op minuut elf een strafschop om (0-2). Doelman Schollen probeert er vooral organisatie in te krijgen. Als Diogo, een niet zo grote maar wel geblokte Braziliaan die technisch sterk is en offensief graag zijn inbreng heeft, oprukt, fluit Schollen Odoi terug en omgekeerd. Ook in oefenwedstrijden moet er organisatie zijn. Het spel gaat aangenaam zijn gang, aan een laag tempo. Dat we de reclame voor Bleyaert uitvaartverzorging opmerken, zegt genoeg. Rare publiciteit, maar toch ook weer niet. In Knokke is daar een markt voor, weet een inwoner die het stadje op zich al vrij dood vindt. Zeker in de winter. Na de rust nieuw bloed. Dit keer treden aan: Cordier - Wasilewski, Kouyaté, Samuel, Lukaku - Praet, Verboom - Molins, Canesin, Safari - Reynaldo. Een team met iets meer ervaring, tenzij alweer centraal op het middenveld, waar de zeer jonge Praet, die op training indruk maakt met zijn positiespel, mee mag sturen. Canesin eist veel ballen op, Reynaldo (terug van Cercle) probeert zich in de gunst van Jacobs te spelen. Wasilewski is in zijn sas, wordt enthousiast begroet door de fans en bedankt ze met een heerlijk afstandsschot (0-3). De 0-4 via Canesin en zijn maatje Reynaldo wordt overschaduwd door de zware blessure van Molins een paar minuten eerder. Hij verstapt zich bij een infiltratie centraal en roept direct om hulp vanaf de bank. Met de handen voor de ogen afgevoerd op een draagberrie mag hij al meteen bij zijn debuut voortijdig naar het ziekenhuis. Daar maakt hij kennis met de Belgische gang van zaken, het is weekend en dus kan een direct onderzoek van zijn gehavende linkerknie in het ziekenhuis aan zee niet. Dan maar naar Jette waar de eerste indrukken van de dokter worden bevestigd: voorste kruisbanden geraakt en maanden revalidatie. Een debuut van 28 minuten met zware gevolgen. Tot dan had hij nog niet zo veel indruk kunnen maken, de Zweed met Uruguayaanse roots. In principe zou hij gerodeerd moeten zijn, want hij is net overgestapt van Malmö, uit een competitie die lopende was. Hij had van Anderlecht zelfs een aangepast trainingsprogramma gekregen om de overstap te vergemakkelijken. Het heeft evenwel niet mogen zijn. Voor wie bij de combinatie van Zweden en een rechtsvoetige buitenspeler aan Christian Wilhelmsson denkt: Molins is een heel ander type. Zeker geen Legear of Chatelle. Groot, niet zo snel, maar één voorzet hield toch wel enige potentie in. Zijn landgenoot aan de andere kant, gelegenheidslinksmidden Behrang Safari (even groot als Molins), blijft zo mogelijk nog discreter. Geen flitsende acties, heel onopvallend, duidelijk geen aanvallende buitenspeler. Samuel deed ons - en de supporter van Anderlecht een rijtje lager knikte daarbij instemmend - direct denken aan João Carlos. Links in het hart van de defensie, sterk aan de bal, een beetje flegmatiek, niet direct bang om bij het uitvoetballen een risico te nemen. 0-4 bij het eerste uitje, maar al meteen een zware blessure; het had beter gekund. Overtuigender. Dat vonden ook de fans. Anderlecht heeft al wat transfers gedaan, maar het mist zeker nog kracht in het hart, in de as. De ploeg heeft fors geïnvesteerd in Neerpede -tien miljoen euro waarvan de helft wordt gerecupereerd via subsidies - vorige week nog een halve modderpoel en bron voor veel interne ergernis. Te vroeg in bedrijf genomen, voor alles echt af was. Velden nog allemaal, op één na, onbeschikbaar wegens pas ingezaaid. Maar zoiets rendeert op termijn. Te vroeg in bedrijf genomen geldt ook voor dit team. Was het daarom dat de sportieve denkers - Collin, Van Holsbeeck - nog afwezig waren in Knokke? De ploeg zit daarbij met een dilemma. Eigenlijk zou Lukaku, Romelu dan, nog beter een jaar blijven, voor de ploeg, en voor zichzelf. Maar tegelijk kan Anderlecht de centen van Lukaku goed gebruiken om het team écht te versterken. Zodat het écht mighty mauves on tour worden, zoals op een bus staat die een supportersclub in eigen beheer nam en die zaterdag fier voor de deur van het stadion parkeerde. En niet de jonge muisjes van Knokke... DOOR PETER T'KINT Samuel deed direct denken aan João Carlos. Lamisha Musonda werd ooit naar Standard getransfereerd.