Ons plan

Mijat Maric (33): 'Die tomaten uit onze eigen grond roken héérlijk. Als ik me concentreer, kan ik de geur nog altijd oproepen. Mijn eerste vier levensjaren bracht ik door in Kroatië. Onze boerderij stond in het plaatsje Odzak. Nog altijd voel ik me een gelukzak dat ik daar mocht leven tussen de koeien, de varkens en de kippen. Ons leven nadien in Zwitserland, waar we in een appartement woonden, was heel anders.
...

Mijat Maric (33): 'Die tomaten uit onze eigen grond roken héérlijk. Als ik me concentreer, kan ik de geur nog altijd oproepen. Mijn eerste vier levensjaren bracht ik door in Kroatië. Onze boerderij stond in het plaatsje Odzak. Nog altijd voel ik me een gelukzak dat ik daar mocht leven tussen de koeien, de varkens en de kippen. Ons leven nadien in Zwitserland, waar we in een appartement woonden, was heel anders. 'Eerst gingen mijn ouders enkel in de zomer naar Zwitserland. Mijn zus en ik mochten dan bij onze grootouders blijven. Onze ouders werkten in Zwitserland in een hotel; mijn pa als ober, mijn ma als poetsvrouw. Voor hetzelfde werk kregen ze daar vijf keer meer dan in Kroatië. Toen ik vier was, mochten ze permanent in Zwitserland blijven werken. Toen verhuisden we met het hele gezin. Mijn zus en ik gingen in de vakanties wel nog naar onze grootouders. Onze ouders wilden enkele jaren in Zwitserland werken om nadien in Kroatië een goed leven te leiden. Maar de oorlog daar dwarsboomde hun plan. 'Ik kan het me niet voorstellen dat je mensen neerknalt die dezelfde taal spreken. Mijn neef sneuvelde ook, doodgeschoten door het Servische leger. Er werd toen gestreden voor een stuk grond waar geen van de vechtende partijen nu op leven. Mijn neef was twintig. Zijn moeder ken ik goed. Het is moeilijk om te zien hoe zij probeert om weer een normaal leven te leiden. Een andere zoon van haar trouwde intussen met een Servische. Ik heb nog nooit de moed gevonden om daar met haar over te praten. 'Na de oorlog keerden we eens terug naar Odzak. Ik was toen twaalf. Er lag geen dak meer op ons huis, er liepen geen mensen meer door de straat. Mijn ouders hebben jaren gehuild, denk ik.' 'In Zwitserland werkten mijn ouders in de buurt van het Lago Maggiore, dat grote meer in het zuiden, in het Italiaans sprekende deel. Maar ik sprak geen letter Italiaans toen ik er naar school begon te gaan. Dan krijg je in de klas niet eens uitgelegd dat je naar het toilet moet. Ik herinner me ook nog dat mijn zusje van drie thuis eens gaten boorde in een huistaak van mij. (lacht) Hoe zou ik dat uitgelegd krijgen aan de juf? In zo'n context móét je een taal wel snel leren. 'Als ik nu op tv vluchtelingen zie, doet dat mij denken aan onze eerste jaren in Zwitserland. Die mensen verzeilen als vreemdelingen op een plaats waar ze de taal niet machtig zijn en belanden aan de zijkant van de maatschappij. In Zwitserland hadden wij het ook niet breed; daar was alles duur. Mijn vader nam er een tweede job bij. Hij werkte als een gek.' 'Zwitserland gaf me alles. Iedereen krijgt er kansen. Het is het beste land ter wereld. Ze zijn er waanzinnig goed georganiseerd. Als je daar in het ziekenhuis ligt, voel je je op je gemak. Je krijgt er een goede kamer, een goed bed; alles is er op hoog niveau. Als je in Kroatië of Italië in een ziekenhuis ligt, wil je vluchten. De bedden lijken er dertig jaar oud en de hygiëne is er slecht. In Zwitserland kreeg ik het gevoel dat ik ook op de grond kon slapen en eten.' 'De economie doet het beter in het noordelijke, Duitstalige deel van Zwitserland, in steden als Basel, Zürich en Sankt Gallen. Maar de mensen daar spenderen hun vakantie liefst in het Italiaans sprekende deel. Daar schijnt de zon veel vaker, vandaar dat de mensen er relaxter zijn. Er zijn ook prachtige plaatsen met fenomenale uitzichten. 'Het Duitstalige deel is gericht op Duitsland: de mensen kijken er naar de Duitse tv en volgen de Duitse voetbalclubs. Het Franstalige stuk van Zwitserland richt zich op Frankrijk en wij waren op Italië gericht. Bovendien liggen er tussen die verschillende delen bergen, er is telkens een culturele én een fysieke barrière.' 'Voor mij is Kubilay Türkyilmaz de beste Zwitserse voetballer ooit. Een fysiek sterke spits van Turkse afkomst. In Bellinzona kreeg ik de kans om in een oefenpartijtje eens tegen hem te spelen. Toen we in een een-tegen-eensituatie belandden, tackelde ik de bal buiten en zei hij: 'Bravo.' Toen was meteen mijn hele dag goed.' KRISTOF DE RYCK