Wat een aanwinst is dit voor FC Utrecht en wat een aanwinst is dit voor de Eredivisie." Het zijn de woorden van commentator Jeroen Grueter tijdens het verslag van FC Utrecht - VV Venlo op Studio NOS, ondertussen drie weken geleden. Onderwerp van zijn lof: de jonge Belg Dries Mertens (22).
...

Wat een aanwinst is dit voor FC Utrecht en wat een aanwinst is dit voor de Eredivisie." Het zijn de woorden van commentator Jeroen Grueter tijdens het verslag van FC Utrecht - VV Venlo op Studio NOS, ondertussen drie weken geleden. Onderwerp van zijn lof: de jonge Belg Dries Mertens (22). Mertens kreeg zijn opleiding bij RSC Anderlecht, maar wegens te klein en te tenger oogde de toekomst er onzeker, dus zocht de technisch onderlegde Leuvenaar in 2005 zijn heil bij AA Gent. Ook daar bleek het gebrek aan fysieke kracht een struikelblok. Na een korte uitleenbeurt bij toenmalig derdeklasser Eendracht Aalst, week Mertens op negentienjarige leeftijd uit naar AGOVV Apeldoorn, een Nederlandse tweedeklasser. Daar in Nederland zou zijn manier van voetballen wél aanslaan, werd hem door heel wat kenners voorgehouden. En zo geschiedde. In drie seizoenen speelde Mertens er meer dan honderd wedstrijden, werd hij vorig seizoen aangeduid als aanvoerder van de ploeg en als kers op de taart verkozen tot 'Talent van het jaar' in de Hollandse eerste divisie. Zijn naam circuleerde deze zomer bij zowat alle Nederlandse topclubs, uiteindelijk werd het FC Utrecht, waar Mertens meteen zijn stempel drukte als nummer tien. Dries Mertens: "Met AGOVV ( Apeldoorns Geheel Onthouders Voetbal Vereniging,nvdr) speelden we vorig seizoen vriendschappelijk tegen AZ, ik scoorde driemaal, nadien hebben ze een paar keer gebeld. AZ is natuurlijk een mooie club, maar ik denk dat het wat te vroeg kwam voor mij. Bovendien werken ze daar met een vaste ploeg en is er niemand vertrokken. Mijn gevoel bij Utrecht was meteen positief: de entourage, de club, de spelers. Ik kende Tom Caluwé goed. Hij verzekerde me dat het een ideale club is om mij verder te ontwikkelen. Ik heb het gevoel dat ik hier belangrijk kan zijn voor het team, ik twijfel eraan of dat bij AZ ook kon." "Ja. Bij Anderlecht ken ik nog mensen: mijn jeugdtrainers Albert Martens en Eddy Van Daele lieten weten dat ik gevolgd werd, maar echt concreet is dat nooit geworden." "Eens je voor Anderlecht gespeeld hebt, blijft dat een deel van jou. Ik heb geen slecht gevoel bij Anderlecht. Oké, ze gaven me geen contract, maar anderzijds lieten ze me de vrijheid om te kiezen. De club geloofde wel in mijn kwaliteiten, maar vond dat ik niet klaar was voor de A-kern. Dat was ook zo. Er zijn genoeg clubs die een jong talent in die situatie zouden belemmeren om zich ergens anders te ontwikkelen. "Het probleem in België is dat de stap van de jeugd naar de eerste ploeg veel te groot blijft. En al zeker bij Anderlecht destijds, dat was in hun glorieperiode in de Champions League. Ik heb daar nog als jeugdspeler met de vlag staan wapperen in de middencirkel. ( lacht) Misschien sta ik daar ooit nog wel als profspeler." "Neen. Onlangs ben ik naar STVV tegen Roeselare gaan kijken omdat daar met Denis Odoi een goede vriend van me speelt. Sint-Truiden staat te boek als een mooi voetballende ploeg en toch merkte je dat ook zij in het laatste kwartier met lange ballen op Sidibe begonnen te werken. In Nederland voetballen ze van de eerste tot de laatste minuut over de grond, dat past bij mij." "Volgens mij heeft Kevin daar gelijk in. Kom je bij een ploeg als Roeselare, dan speel je vooral om de nul te houden en om ballen naar de snelle spitsen te pompen. Niets voor mij. Ik kon ook naar De Graafschap, dat zag ik dus evenmin zitten." "Eigenlijk wilde ik vorig jaar al een stap hogerop, maar toen vroeg de club te veel geld ( 1,2 miljoen euro,nvdr), dus bleef ik. Achteraf bekeken niet eens zo slecht, want ik werd vorig seizoen tot kapitein benoemd. Uiteindelijk bleek het een belangrijk seizoen: ik werd volwassen. Ik scoorde vaak en was beslissend voor het elftal." "Dat heeft voor een stuk met mijn fysieke ontwikkeling te maken: ik ben niet groot en niet sterk, dus moet ik het van mijn slimmigheid hebben." "Er is toch een verschil in fysieke sterkte tussen Defour en mij, hoor. Wij zaten samen op de topsportschool in Leuven en ik kan je zeggen: Steven kon toen al serieus zijn lichaam gebruiken. Maar ik denk dat ik blij mag zijn met het parcours dat ik tot nog toe aflegde." "Ja. Met alle respect voor AGOVV, maar nu komt het echte werk. Ik wil geen stappen overslaan, daarom liet ik AZ voor wat het was. Dat kan later nog." "Op mijn vier jaar begon ik te voetballen bij Stade Leuven. Op mijn achtste kon ik naar Anderlecht, maar mijn papa vond dat te vroeg. Uiteindelijk heb ik die stap vier jaar later gezet, tot mijn zeventiende ben ik dan bij Anderlecht gebleven, waarna ik nog een halfjaar bij Gent speelde en een halfjaartje bij Eendracht Aalst." ( geërgerd) "Ik weet het! Terwijl ik daar amper iets aan gehad heb. Ik ga zelfs meer zeggen: de jeugdopleiding bij AA Gent was ronduit dramatisch. Ik zat in een ploeg met Steve De Ridder, een fantastische speler die nu bij De Graafschap speelt. Daar ga je zeker nog van horen, maar in Gent moesten ze hem niet meer hebben. Zie jij bij Gent iemand uit de jeugd doorstoten? Neen toch? Heel jammer, want ze hebben er nochtans veel talent rondlopen. Weet je wat wij daar als jeugdspeler mochten doen bij de A-kern? Pikettekes zetten en de goal dragen ... Gelukkig was er Etienne De Wispelaere, die in ons geloofde en ons meenam naar Aalst." "Ik, Steve De Ridder, Ludovic Buysens en Jasper Lootens. Na de heenronde had Aalst negen punten verzameld, in de terugronde konden we toch twee plaatsen winnen en zo eindronde afdwingen. Helaas is het daarin niet gelukt de club te redden." "Een supertijd. In mijn tweede jaar speelde ik in een ploeg met Kompany en Vanden Borre. Dat zijn vrienden gebleven. Nadien ben ik een jaar gezakt - ik was echt nog een klein ventje - in een ploeg met Sven Kums, Joeri Dequevy, Denis Odoi, Yannis Papassarantis, ... Een lichtvoetige ploeg, maar toch speelden we elk seizoen kampioen. Albert Martens wilde verzorgd voetbal zien." "Dat is zo. Ze zullen altijd kiezen voor de grote jongens, maar bij hen zie je dan weer dat ze jaren later technisch te kort komen. Kracht is natuurlijk belangrijk in het moderne voetbal, je kan geen ploeg vormen met elf kleine jongens. Barcelona heeft ook een type als Yaya Touré nodig ... Dat is echter geen reden om de kleine jongens te negeren. "Nu ja, Kompany en Vanden Borre: dat was een aparte klasse. Ik heb thuis nog een dvd liggen van toen we dertien jaar waren: we speelden met Anderlecht tegen Chelsea op het gerenommeerde internationale toernooi van Bierbeek. Daarop zie je hoe Vanden Borre de bal vanachter komt ophalen, heel het veld overloopt en scoort. Die jongen was zó sterk dat hij desnoods de tegenstander gewoon omverliep. Kompany net hetzelfde, alleen liet hij ook de anderen voetballen. Het is logisch dat zij eerder hun kans kregen." "De Wispelaere zei: jij moet naar Nederland. Michel Bruyninckx, mijn trainer op de topsportschool, zei: jij moet naar Nederland. Mijn vader, mijn zaakvoerder Gunter Jacob, allemaal zeiden ze hetzelfde. Omdat ik niet gauw opgeef, wilde ik dat toch proberen. Aan mijn voetbalkwaliteiten heb ik nooit getwijfeld." "In het middelbaar volgde ik Moderne Talen, tot het vierde middelbaar en dan ben ik samen met Denis naar de topsportschool in Leuven getrokken. Die combinatie Anderlecht en school was niet langer vol te houden: naar school tot vier uur, daarna wachten op het busje van Anderlecht dat ons om vijf uur kwam ophalen, om zes uur begon dan de training, tot acht uur, dan busje terug naar Leuven om negen uur, zodat je uiteindelijk pas tegen tien uur 's avonds thuiskwam. Iedere dag van de week. Enkel op zondag kon je wat van je studies inhalen, maar ja, op zondag hebben dan al je andere vrienden vrij ... Ook niet makkelijk." "Alle voetballertjes kregen een bal in een netje, je moest die dan aan het koordje voor je houden en zo constant met beide voeten jongleren: tak-tak-tak. Ik ben er zeker van dat ik daar mijn tweevoetigheid kweekte. Soms gebeurde dat inderdaad op muziek. Soms legde Bruyninckx iets met een beat op, soms iets klassieks: je mag dat niet onderschatten, dat is heel moeilijk! We stonden allemaal netjes in rijen en de bedoeling was dat iedereen synchroon op het ritme van de muziek jongleerde. Zodra er iemand miste, merkte je dat meteen, want normaal gezien zwaaiden alle ballen samen." "Ja. Ik kom kracht te kort, ik moet uit de duels blijven en tussen de lijnen lopen. Om goed tussen de linies te kunnen spelen, moet je dan weer naar beide kanten open kunnen draaien en daarvoor heb je beide voeten nodig. Vandaar het belang van die tweevoetigheid." "Neen. Misschien komt het omdat ik altijd met Bruyninckx gewerkt heb?" "We hebben een heel sportieve familie, ook mijn twee oudere broers doen veel aan sport. Mijn vader was de perfecte begeleider. Veel jongens hebben me al gezegd: jij had geluk met je vader. Pas achteraf besef je dat. De meeste vaders kunnen niet zomaar eventjes hun zoon na de schooluren naar de training in Brussel brengen, daar dan twee uur wachten en je terug mee naar huis nemen. Bovendien werd er steeds op de voeding gelet." "Sinds twee jaar ondervind ik wat last van mijn onderrug, omdat er een botje wat losser zit, daarom moet ik de spieren daarrond versterken anders kan ik daar later last van krijgen. Dus voer ik nu elke ochtend preventief rugoefeningen uit op die turnbal." "Hij kwam er pas na mijn eerste jaar toe. Je merkte meteen het verschil: iemand die leiding nam, die met Ajax de Cham-pions League had gewonnen. Hij deed met gemak nog met ons mee op training. Zijn balaannames, dat was echt genieten! Soms dacht je: oké, mijn balcontroles zijn perfect, maar dan zag je hem een bal aannemen en besefte je dat het nog veel beter kon. Sowieso leer je van elke trainer bij, want elke trainer merkt iets anders op bij een voetballer." "Achter de spitsen, vanwaar ik dan de hoeken kan induiken. Rechts of links, dat maakt me niet uit. Bij Utrecht word ik in een 4-4-2 achter de spitsen uitgespeeld." "Dat krijg ik ook vaak te horen. Ik weet het nog zo niet. Zoals ik zei ben ik iemand die graag tussen de linies speelt en dat is vanop de flank veel moeilijker omdat je er beperkter bent in je bewegingsruimte. Centraal kan je in de rug duiken van de tegenstander." "Ja. Ik vraag trouwens steeds de dvd van de wedstrijd op om thuis verder te analyseren wat ik fout en wat ik goed deed." "Ik train bijna iedere dag op vrijschoppen, het is immers een van de onderdelen waar je echt goed in kan worden door veel te trainen, waarom zou je het dan niet doen? Dat is toch je job?! Als achttienjarige kon ik niet met mijn vrienden mee op zomervakantie want ik moest trainen met Apeldoorn ... Tja, dat zijn dingen die je moet opgeven. Daar krijg je later veel voor terug." "Dat is iets wat veel mensen merkwaardig vinden. Ik zat vroeger bij de nationale -15 en -17, vorig jaar werd ik ook een keer opgeroepen voor de -20, maar de beloften: nooit. Ik heb zelfs nog nooit een gesprek gehad met Jean-François de Sart. Via mijn zaakwaarnemer vernam ik dat ze me wel volgen. Meer dan presteren bij Utrecht kan ik niet doen. De rest komt dan vanzelf." Succes. door matthias stockmans - beelden: jelle vermeerschIk train iedere dag op vrijschoppen. Waarom zou je dat niet doen? Dat is toch je job?Tegen Chelsea kwam Vanden Borre achteraan de bal ophalen, stak het hele veld over en scoorde. Kompany en Vanden Borre: dat was een andere klasse.