Franko Andrijasevic: 'Voetbal is altijd belangrijk geweest in onze familie, ik heb twee nonkels die op hoog niveau speelden. Mijn broer Pierrot, drie jaar ouder, speelde lang in de Kroatische eerste klasse futsal, sinds vorig jaar in de tweede klasse. En dan is er natuurlijk mijn vader ( Stjipan Andrijasevic, nvdr), die voor Celta de Vigo, Rayo Vallecano en Monaco uitkwam.
...

Franko Andrijasevic: 'Voetbal is altijd belangrijk geweest in onze familie, ik heb twee nonkels die op hoog niveau speelden. Mijn broer Pierrot, drie jaar ouder, speelde lang in de Kroatische eerste klasse futsal, sinds vorig jaar in de tweede klasse. En dan is er natuurlijk mijn vader ( Stjipan Andrijasevic, nvdr), die voor Celta de Vigo, Rayo Vallecano en Monaco uitkwam. 'Tot mijn zesde groeide ik op in Spanje, waar mijn vader voetbalde. Nadien keerden we terug naar Split in Kroatië. Veel herinner ik me niet van mijn Spaanse jaren, al heb ik nog vrienden vanuit de kleuterklas daar - twee van hen heb ik teruggezien tijdens onze recente winterstage in Oliva - en voel ik een bepaalde verbondenheid met dat land. Ik herinner me wel nog een schoolfeest voor Drie Koningen, iedereen kwam verkleed, mijn broer en ik ook: als Barçaspelers. ( lacht) Ik spreek nog een beetje Spaans, soms oefen ik het hier op de club met Deiver Machado en Mamadou Sylla. Ooit wil ik in de Primera División voetballen. Er was vorige zomer interesse van Celta de Vigo, Málaga en Levante, maar ze drukten minder door dan AA Gent of Standard. Misschien later.' 'Van mijn veertiende tot achttiende studeerde ik optometrie ( of oogmeetkunde, nvdr). Omdat mijn nicht dat deed. Best interessant, ik leerde hoe je de dikte van de brilglazen bepaalt, hoe je de scherpte aanpast, hoe je zichtmetingen doet, enzoverder... Op mijn achttiende werd ik prof bij Hajduk Split en liet ik de schoolbanken achter mij. Ik was al jong jeugdinternational, maar de meeste van mijn leeftijdsgenoten mochten al vanaf hun vijftien of zestien meetrainen met de A-ploeg. Ik heb wat langer moeten wachten, ik ben altijd een laatbloeier geweest. 'In Kroatië heette ik altijd 'de zoon van'. Vooral bij Hajduk Split, waar mijn vader zeer geliefd was. Niet altijd makkelijk. Later, bij Rijeka, voelde ik me een pak vrijer. Mijn ouders waren heel kritisch voor mij, maar op een goede manier. Het pusht je om beter te worden. Mijn vader was net als ik middenvelder, een nummer acht, sterk in de duels. Ik ben eerder een tien en scoor vaker dan hij. We bellen nog af en toe, maar wedstrijdbesprekingen zijn daar niet meer bij. Ik weet nu zelf wat ik goed doe en wat niet. 'Bij Hajduk leerde ik Lovre Kalinic kennen. We groeiden op in dezelfde wijk in Split, maar dat zijn we eigenlijk pas te weten gekomen toen we samen in het A-elftal belandden. Kale had het net als ik moeilijk in de eerste periode bij Hajduk. Talent had hij genoeg, maar hij werd er geblokkeerd door een topper als Danijel Subasic. Kale werd een goede vriend. Toen AA Gent me contacteerde, heeft hij me overtuigd. In de eerste weken ving hij me letterlijk en figuurlijk op: ik logeerde bij hem in huis, wat veel beter is dan alleen in je hotel te zitten. 'Het was tijd om naar het buitenland te gaan. Ik werd verkozen tot Speler van het Jaar in Kroatië, misschien zouden er nog mooiere clubs zich aandienen, uit grotere competities, maar dan moest ik wachten tot het einde van de zomermercato. Daar had ik geen zin in. Ik wilde een voorbereiding meemaken, de tijd krijgen om mij te integreren en snel duidelijkheid voor mijn gezin. 'Standard toonde begin 2017 eigenlijk als eerste concrete interesse, we hadden enkele goede gesprekken. Ik had een goed gevoel bij Standard, maar ondertussen was AA Gent met een concreet transferbod gekomen, eentje dat veel interessanter was voor Rijeka. Omdat ik de club zo dankbaar was voor de kans die ze me hadden gegeven, vond ik dat mijn transfer ook hén moest beter maken. Gent bleek uiteindelijk voor alle partijen de beste optie. Je kan op zulke momenten ook de jerk uithangen en alle partijen tegen elkaar uitspelen, maar dat ligt niet in mijn aard. Ik vond het een moeilijke periode. Ik wilde met iedereen open en eerlijk zijn, maar soms ken je niet alle details van een transfervoorstel. Elke dag kreeg ik verschillende telefoontjes en berichten. In mijn hoofd hinkte ik voortdurend tussen verschillende gedachten. Hein Vanhaezebrouck belde me ook een paar keer. Hij legde me haarfijn uit welk plan hij voor ogen had. Niet alleen met mij, maar met heel de club. Hij zag me als sleutelpion in een systeem met twee nummers tien.' 'Bij mijn aankomst in Gent kreeg ik meteen de stempel 'man van vier miljoen euro'. In het begin voel je je goed, want zo een bedrag betekent dat je iets waard bent en ik voelde me best trots dat ik de recordtransfer was van AA Gent. De eerste weken bleken echter niet evident. Je moet eerst je ploegmaats leren kennen, zowel op als naast het veld. Je kunt niet ergens binnenkomen en zeggen: 'Hallo, ik ben Franko en ik doe het zo.' Ik ga ook niet ontkennen dat die prijs af en toe door mijn hoofd spookte, maar ik wilde gewoon hetzelfde doen als bij Rijeka. In mijn eerste oefenwedstrijden deed ik het behoorlijk, ik scoorde. Maar dan kwam die nekblessure... 'Misschien ben ik toen te snel herbegonnen. Een week na die laatste oefenmatch van de voorbereiding kreeg ik Europees tegen Altach opnieuw een serieuze duw en schoot het er terug in. Zeer vervelend, want hoe ga je om met een nekblessure? Fysiek was ik top, maar voetballen lukt niet als je je hoofd niet kan draaien. Daarna volgden nog blessures, allemaal kwamen ze er na ongelukkige contacten. Zoals een gebroken rib na een onschuldige botsing op training met Nana Asare. Op den duur vroeg ik me af of er een vloek op mij rustte. Het gevoel dat het alleen boven jouw hoofd regent. Telkens als ik er weer bovenop kwam, volgde een nieuwe tegenslag. Na die rib- en nekblessures kende ik aanvankelijk angst om in duel te gaan, vooral omdat ik de pijn nog wat voelde. Pas als je niets meer voelt, kan je vrijuit voetballen, weet ik nu. Ik speel voorlopig nog met een korset ter bescherming, maar het hindert me niet tijdens de wedstrijd. 'Er zitten twee stemmen in mijn hoofd, een positieve en een negatieve. Dr Jekyll en Mr Hyde. Die gaan constant in duel met elkaar. Mijn eerste zes maanden bij Gent waren lastig, maar op een bepaald moment had ik er vrede mee. Ik heb in mijn carrière genoeg tegenslagen gekend om te weten dat het altijd goed komt als je blijft vechten. In het begin van mijn carrière werd ik uitgeleend bij Hajduk Split ( aan tweedeklasser Dugopolje, nvdr) en hetzelfde gebeurde bij Dinamo Zagreb ( aan stadsgenoot Lokomotiv, nvdr). Zelfs bij Rijeka, waarmee we uiteindelijk tegen alle verwachtingen in kampioen werden en waar ik mijn beste seizoen ooit kende, draaide het aanvankelijk niet zo vlot en was ik die eerste weken geblesseerd. Ik ben een slow starter, mijn lichaam heeft tijd nodig om zich aan te passen aan een ander ritme. Mijn carrière is zo: altijd up en down. Het is nooit up-up-up. ( lacht) 'Veel hangt af van de chemistry in een groep. Als iedereen voor elkaar loopt en vecht, dan wordt het voor elk individu ook makkelijker om te presteren. Toen ik bij Gent arriveerde, ervaarde ik geen verkeerde mentaliteit, maar ik hoorde van de anciens wel dat het minder was dan voordien. Sinds de trainerswissel voelt het wat vrijer aan in de kleedkamer, moet ik bekennen, hoewel ik helemaal geen problemen had met Vanhaezebrouck. Hij vroeg geregeld hoe het met me ging. Ook met Yves Vanderhaeghe heb ik al een aantal goede gesprekken gehad, hij wil de mens achter de voetballer leren kennen. En als je niet speelt, legt hij uit waarom. Zijn deur staat open voor alle spelers. 'Ik woon in het centrum van Gent. Rustiger dan in Split, daar leeft iedereen voor het voetbal en word je op straat constant aangeklampt door supporters. Ze geven je ongevraagd hun mening. Hier vragen ze beleefd of ze een foto mogen nemen. Strange. ( lacht) Mijn vrouw keerde een tijdje terug naar Split, waar ze bevallen is van een zoontje, David. Ons tweede kindje, na dochter Barbara. Ik ben de dagen aan het aftellen: eind februari komen ze weer naar Gent. Mijn familie is mijn geluk. Als ik met mijn dochtertje kan spelen, vergeet ik alle zorgen. Ook mijn vrouw Marina is heel belangrijk voor mij, tijdens de voorbije zes maanden was zij het die me voortdurend moed insprak. We zijn boven alles goede vrienden. Al sinds mijn zeventien jaar zijn we een koppel. Ons huwelijk vijf jaar geleden veroorzaakte wel veel heisa in Kroatië. Ik miste daardoor de derby met Hajduk tegen Dinamo Split, een van de belangrijkste matchen van het jaar. Iets wat me zeer kwalijk werd genomen door de media en de supporters. Ons huwelijk vond plaats in september, dat lijkt raar, maar het probleem was dat die datum vastgelegd werd op een moment dat ik nog in tweede klasse speelde en ik ervan uitging dat ik dat weekend vrij zou hebben. Plots veranderde de situatie en keerde ik in de zomer terug naar Hajduk. De voorzitter en technische staf gingen akkoord dat ik mijn huwelijksdatum behield, de supporters daarentegen... 'Vanuit Kroatië krijg ik geregeld de vraag of ik al aan het WK in Rusland denk, maar mijn focus moet op Gent liggen nu. Als ik het hier goed doe, zal die interesse van de nationale ploeg vanzelf terugkomen. Ik vind het wel een beetje vreemd dat ze het voorbije half jaar nooit contact hebben opgenomen om te polsen hoe het met me ging. Vorige zomer mocht ik nog mee naar een toernooi in China en speelde ik tegen IJsland, maar daarna niets meer. Mijn relatie met de vorige bondscoach ( Ante Cacic, in oktober 2017 ontslagen, nvdr) was niet echt optimaal. Nu ja, je hebt weinig te vertellen als je zes maanden amper gespeeld hebt.'