Veel meer dan hij wil toegeven heeft de complexe figuur van Jan Ullrich de afgelopen jaren op de gemoedsgesteltenis van Walter Godefroot gedrukt. De grillige escapades van de vedette waren een bron van ergernis voor de Gentenaar die van discipline en rechte lijnen houdt en machteloos moest aanzien hoe de vorstelijk gehonoreerde Ullrich zijn talent te grabbel gooide. In een vlaag van moedeloosheid wilde Godefroot twee jaar geleden zelfs met zijn job kappen omdat Ullrich en zijn gevolg zich binnen de ploeg steeds meer als een eigen team gingen gedragen. Met eigen wetten en plichten. "Er werd toen verschrikkelijk veel achter de rug gemanoeuvreerd, ik was dat spuugzat", zucht Godefroot. Een resolute ingreep van hogerhand hield hem toen in het zadel.
...

Veel meer dan hij wil toegeven heeft de complexe figuur van Jan Ullrich de afgelopen jaren op de gemoedsgesteltenis van Walter Godefroot gedrukt. De grillige escapades van de vedette waren een bron van ergernis voor de Gentenaar die van discipline en rechte lijnen houdt en machteloos moest aanzien hoe de vorstelijk gehonoreerde Ullrich zijn talent te grabbel gooide. In een vlaag van moedeloosheid wilde Godefroot twee jaar geleden zelfs met zijn job kappen omdat Ullrich en zijn gevolg zich binnen de ploeg steeds meer als een eigen team gingen gedragen. Met eigen wetten en plichten. "Er werd toen verschrikkelijk veel achter de rug gemanoeuvreerd, ik was dat spuugzat", zucht Godefroot. Een resolute ingreep van hogerhand hield hem toen in het zadel. Vandaag is de sereniteit teruggekeerd bij de Duitse ploeg. Maar de figuur van Jan Ullrich loopt nog steeds als een rode draad doorheen elk verhaal dat er met Telekom gemaakt wordt. Slechts moeizaam wordt die bladzijde omgedraaid. Ook bij Walter Godefroot die afgelopen zaterdag, drie dagen na zijn zestigste verjaardag, in een nieuw Touravontuur is gestapt. Met een onthoofde ploeg. Naast de Australische klimmer Cadel Evans, die een paar weken geleden een sleutelbeenbreuk opliep, viel ook de Italiaan Paolo Savoldelli net voor de Tour met een maagvirus uit. Dat zorgt voor andere accenten. Vooral ook omdat Erik Zabel in massaspurten niet langer ongenaakbaar is en het af te wachten valt of hij zijn vorig jaar verloren abonnement op de groene trui weer kan hernieuwen. Walter Godefroot : Eigenlijk was het de bedoeling om in de Tour de collectieve sterkte van de ploeg te benutten. Maar het forfait van Cadel Evans en Paolo Savoldelli doorkruist die plannen. We zijn een stuk van onze slagkracht kwijt. Al heb je natuurlijk nog Santiago Botero en Alexander Vinokoerov. Maar je moet wel realistisch zijn : Botero is een goeie klimmer en een uitstekende tijdrijder, maar hij moet het toch vooral van de lange ontsnappingen hebben. Bovendien maakt hij in iedere Tour een slechte dag door waarin hij twintig minuten verliest. Dat is zijn natuur, het heeft met recuperatie te maken, je kan zoiets niet wegwerken door anders te gaan trainen. Daarin zit hem het verschil met de toppers. En Vinokoerov gaat theoretisch niet kapot, maar op elke grote col verliest hij wel één à twee minuten. In het hooggebergte is hij te beperkt als klimmer. En in het tijdrijden moet hij tegen Lance Armstrong dertig tot vijfendertig seconden per tien kilometer toegeven. Dat betwijfel ik. Volgens mij zijn een aantal andere renners gewoon een stuk rapper geworden : McEwen, Petacchi, Freire ook. Kijk naar Cipollini, die heeft het nu ook moeilijker. Omdat er telkens weer nieuwe renners komen die rapper zijn. Maar Zabel staat als sprinter wel al tien jaar aan de top. Dat heeft te maken met een andere strategie die we nu in de ploeg hanteren. Vroeger was het heel doorzichtig, de concurrentie moest alleen naar Zabel kijken. En soms werd hij in een massaspurt geklopt. Nu spelen we meer renners uit, forceren we ontsnappingen, koersen we offensiever. Dat willen we ook in de Tour doen, ik hoop dat we daar tot de meest aanvallende ploeg uitgroeien. Dat gaat misschien ten koste van Zabel, maar hij kan zich daar best in vinden. Het neemt bij hem een deel van de druk weg. Hij is nu tweeëndertig en een stuk rustiger geworden. En door die rust kan hij meer denken in functie van de ploeg. En minder in functie van zichzelf. Anderzijds : Zabel is eigenlijk nooit een leider geweest, hij neemt heel weinig verantwoordelijkheid. Je moet hem eigenlijk bevelen. Daarom moet het zo'n droom zijn om met iemand als Armstrong te werken, die neemt zelf de beslissingen. Als er in de ploegentijdrit bij US Postal iemand valt zegt hij met- een wat er moet gebeuren. Hij heeft zijn sportdirecteur daarvoor niet nodig. Zabel heeft dat niet in zich. In de Tour gaat hij bijvoorbeeld nooit zeggen of er nu op een ontsnapping jacht moet worden gemaakt of niet. Die beslissing moet uit de wagen komen. Ook in de tactische besprekingen voor de koers houdt hij zich meestal afzijdig. Terwijl hij na de koers kan ontploffen als hij geklopt wordt. Dan is hij net een bom, de adrenaline stoomt dan naar boven. Ik vond dat een heel rare uitspraak van McEwen. Want wie moest hem in het wiel van Cipollini brengen ? Zijn ploegmaats natuurlijk. Als dat niet lukt, dan moet je dat niet op een ander afschuiven. Tja, Ullrich heeft een jaarsalaris dat in de hoogte ligt van dat van Armstrong. Alleen koerste hij vorig jaar zes maanden lang niet. Dat is natuurlijk heel pijnlijk voor de sponsor, zoiets kan je bij geen enkel bedrijf verantwoorden. Daar spreek ik me niet over uit. Laten we zeggen dat hij behoorlijk op de begroting woog. Maar daarvoor had hij natuurlijk ook prestaties geleverd. Kijk, ik kan niet zeggen dat ik echt ontgoocheld ben in Ullrich. We wisten waar we met hem aan toe waren. We kenden zijn zwakheden en we hebben er alles aan gedaan om die weg te werken. Maar dat is niet gelukt. Dat Ull- rich nadien ontgoocheld is in Telekom, als je werkgever je zes maanden lang correct betaalt zonder dat je iets doet, dan moet je toch met het gevoel zitten dat je zekere verplichtingen hebt tegenover die firma. Maar daar dacht hij heel anders over. Na zijn eerste Tourzege dacht iedereen dat hij onderweg was om minimaal het record van vijf overwinningen te evenaren. Terwijl ik toen zei : eerst zien of er nog een tweede overwinning komt. Omdat je maar nooit weet hoe een mens reageert. Niet dat ik die zwakheden toen kende, ik had niet zoveel contact met Jan. Rudy Pevenage ontfermde zich over hem. Ik heb eerst gezegd hoe belangrijk Ullrich voor ons was, Rudy bekeek dat heel goed, die heeft er zijn bed bij gemaakt. Ik kon daar goed mee leven, op dat moment nam ik wat meer afstand van de renners en vervulde ik meer de rol van manager. Maar op een gegeven moment evolueerde dat zo dat ik met Ullrich geen contact meer had. Zelfs zijn telefoonnummer had ik niet. Vind je ? Zijn telefoonnummer stond bij ons niet op de lijst. Natuurlijk had ik hem dat kunnen vragen, maar om eerlijk te zijn : ik had na een tijdje geen behoefte meer om met hem te praten. Dat was zo een beetje vedettecultus en ik kon me daarin niet terugvinden. Weet je, ik voel me eigenlijk ook niet verantwoordelijk voor een renner die zijn Porsche in de prak rijdt en daarbij nog dronken is. Er gebeurden van die dingen... Twee jaar geleden heb ik tegen de grote baas gezegd dat ik wilde stoppen. Die is toen tussenbeide gekomen. Ik was het op dat moment spuugzat. Er werd te veel achter de rug gemanoeuvreerd, ik vond dat niet gezond. In 2001 werd uit de omgeving van Ullrich zelfs de vraag gesteld of de ploeg voor de Tour niet volledig in functie van Jan moest worden gemaakt. Zonder Zabel. Terwijl die op dat moment vier groene truien na elkaar had gewonnen. Ik denk niet dat ik op die opmerking heb geantwoord, mijn gezicht zei genoeg. Op dat moment was de situatie zo gegroeid dat er met Ull- rich absoluut geen openlijk gesprek meer mogelijk was. Hij had een trainer, een dokter, Pevenage hing er altijd rond, je trof hem nooit alleen aan. Alleen in crisissituaties hadden ze me nodig. Ik kon me daar best in vinden, Rudy deed het sportieve, ik werd geïnformeerd en alles draaide. En de zwakheden die er waren, werden weggestoken. Sommige zaken kwam ik maar twee maanden nadien te weten. ( Aarzelt) Het is moeilijk om daar in de pers iets over te zeggen, dat is natrappen en dat is toch een beetje gemeen. ( Denkt na) Maar om misschien toch een voorbeeld te geven : we kennen Ullrichs problemen met de voeding. Dus probeerden we daarop te anticiperen. We engageerden een kok, die ging bijvoorbeeld begin vorig jaar met hem mee naar de Ronde van Qatar. Maar dan hoor ik later dat hij na het avondeten naar zijn kamer gaat met verschillende bananen in zijn handen. Een dokter vertelt me twee maanden later dat zo'n voorval toch niet goed kan zijn. Dan doe ik navraag bij een verzorger en hoor ik dat hij op de gang nog een pot muesli stond te eten, terwijl de calorieën voor iedere maaltijd berekend waren. En niemand zegt iets, ik kom dat pas veel later te weten omdat ik die dokter toevallig tegen het lijf loop. Dan kan je Ullrich daarover niet meer aanspreken, dat is te laat. Absoluut, hij was het gouden ei. En hij bleef ook lang successen behalen. Uiteindelijk werd hij vier keer tweede in de Tour, hij won de Ronde van Spanje, hij werd wereldkampioen tijdrijden. En succes steekt die zwakheden weg. Tja, het woord babysitten is in dat verband zelfs gevallen. Ik vrees echter dat je met Ullrich niet anders kan werken. Hij duldt weinig tegenspraak, terwijl het op zich best een geschikte kerel is. Toch verwacht ik nog iets van hem. Ik denk dat hij zich nu gerealiseerd heeft dat zijn carrière toch kort is, zeker als je een bepaalde levensstandaard wil onderhouden. Dan heb je meer financiële reserves nodig dan degene waarover hij beschikt. Bij Ull- rich is het zo : als de klik komt, dan is hij maniakaal bezig. Maar eerst moet dus die klik komen. Die gewichtsproblemen, dat is natuurlijk een karakteriële zwakte. Van de andere kant is er niemand in de wereld die zich zo kan belasten met zo weinig voedsel als Ull- rich. Hij kon heel intensief gaan trainen met enkel water. Alleen was hij niet in staat dat constant op te brengen. Maar de vraag is : in hoeverre kan zelfs een Ullrich in topvorm een bedreiging vormen voor Armstrong ? En dan moet je vaststellen dat hij er tot dusver in de Tour maar één keer in slaagde Armstrong in het gebergte te lossen. Veel is dat niet. Erik heeft een simpele leuze : doe wel en zie niet om. Dat is zijn filosofie. Hij gaat zijn weg, hij heeft zijn vrienden. Op een gegeven moment had je in de ploeg wel een beetje de Ullrich-clan en de Zabel-clan. Dat vond ik pijnlijk. Ik heb dan ook meteen ingegrepen, voor er irritaties groeiden. Uiteindelijk gaat het bij Telekom om de ploeg. Dat draagt de sponsor ook uit. Er wordt constant gesproken over Das Team, Die Mannschaft. Pevenage zegt dat, hij mag dat zeggen natuurlijk. Bij sommige mensen is het nu eenmaal : ik, ik, ik. Toen Rudy in de ploeg kwam reed Ullrich al voor Telekom, laat ons dat toch duidelijk stellen. Ik heb Ullrich aangeworven en een paar jaar later trok ik Pevenage aan. Los daarvan : als er een renner is die ervoor zorgde dat Telekom als sponsor doorging, dan is dat Bjarne Riis. Door zijn zege in de Ronde van Frankrijk van 1996. Op dat moment was er bij Telekom twijfel om die sponsoring verder te zetten. De impact van die zege was zo groot dat dit de bazen over de streep heeft getrokken. Dat is zo. Ik ben normaal gezien heel tolerant. En ik ben nooit zo royaal en loyaal tegen iemand geweest als tegen Pevenage. Ik heb er geen problemen mee dat hij weggaat. Maar ik heb er wel problemen mee dat hij tegen mij de hele tijd liegt. Er is een grens van respect. Als je iemand een hand geeft en zegt dat je hoopt dat we vrienden blijven nadat je anderhalf uur hebt zitten liegen, dan houdt het voor mij op. Dat hij bezig is om voor Ullrich een nieuwe ploeg te zoeken, dat is in feite bijkomstig. Alleen : zeg dat dan in plaats van te liegen. Vertel dan op dertig december niet dat je een sabbatjaar wil nemen, omwille van familiale overwegingen, omdat je dochter het huis uit is en je vrouw niet meer zo vaak alleen wil zijn. Ik kon daar res- pect voor opbrengen, ik belde meteen de grote baas, Jurgen Kindervater, en zei hem dat Pevenage omwille van zijn familie zou stoppen. Maar nog dezelfde dag verneem ik dat hij achter mijn rug gefoefeld heeft, dat hij met Ullrich naar een andere ploeg zou gaan. Het is Kindervater zelf die me daarover informeerde, die me vroeg : weet jij dan niet wat er is gebeurd ? Dan sta je natuurlijk wel even te kijken. Hoe kan je dan verwachten dat ik Pevenage nog een hand zou geven ? Ik ben niet rancuneus, maar toen heb ik gezegd : die man is geklasseerd. Bovendien vertelde Kindervater me ook nog dat Pevenage hem drie keer had verzekerd in geen geval met Ullrich mee te gaan. Hij dacht dat hij zijn geld niet meer zou gekregen hebben. Tenminste, dat vertelt hij. Maar dat is een flauw excuus. Pevenage weet maar al te goed dat Telekom dat soort zaken op een heel correcte manier afhandelt. We hebben dit seizoen nog een mecanicien ontslagen, die is tot de laatste cent betaald, zonder de minste discussie. Nooit is er wat dat betreft met het personeel ook maar één probleem geweest. Zo zit dat bedrijf in elkaar, ze komen hun afspraken na. Nee, met Pevenage is het voor mij gedaan. Daar kom ik niet op terug. Dat voorval is de grootste menselijke ontgoocheling in mijn vijfendertigjarige carrière. Dat hij later met allerhande verhalen over mij afkomt, dat ik mensen zou kwetsen, dat ik hem eens verteld zou hebben dat ik meer moeite had moeten doen om in de Tour de groene trui te winnen dan hij, wat is dat nu voor onzin ? Om verhalen op te rakelen die meer dan twintig jaar oud zijn ? Ik denk dat correct zijn geen fout is. En ik moet zeggen dat ik me goed voel in een Duitse omgeving. Ik hou van discipline. Ik heb ooit een jaar voor een Zwitserse ploeg gewerkt en daar was het wat dat betreft nog erger. Als je een papiertje op de grond gooide, gaven ze je dat terug en zeiden ze dat je iets verloren had. Ik voel me goed thuis in zo'n mentaliteit. Overgedisciplineerd kan je volgens mij niet zijn. Telekom gaat er tot en met 2005 mee door. Die termijn wil ik mee uitdoen. Ik denk dat het dan welletjes is geweest. Liefde ? Ik vind dat zo'n groot woord. Ik aanzie dit als mijn job. Zo was ik ook als renner. Een halfuur nadat ik de Ronde van Vlaanderen won, zat ik gewoon op televisie naar een feuilleton te kijken. Met dat verschil dat je toen wel van een overwinning kon genieten. Nu is dat anders. Het moment dat Bjarne Riis de Tour won, was één van de mooiste uit mijn carrière bij Telekom. Maar terwijl iedereen euforisch doet, moet je zien dat de dag verder goed georganiseerd verloopt, dat iedereen op tijd is voor de receptie. Je hebt geen tijd om mee in het succes te delen. Maar dat is zo als je die verantwoordelijkheid draagt. Dan ben je ook verplicht anders met de renners om te gaan, dan moet je haast voor een zakelijke relatie kiezen. Als je met de renners contractbesprekingen moet voeren, kan je met hen geen vriend zijn. Dan moet je knopen doorhakken, dan mag je niet in sentimentaliteit vervallen. Best mogelijk dat je dan voor hen geen goeie baas bent. Maar als je een goeie baas bent, dan ga je wel failliet. En dat kan nooit de bedoeling zijn. door Jacques Sys'Twee jaar geleden wilde ik ermee stoppen. Al dat gemanoeuvreer achter de rug, ik was het spuugzat.''Met Armstrong werken is niet moeilijk. Hij neemt alle beslissingen zelf. '