Een voetballer is niet verloren gegaan aan Genks nieuwe CEO Erik Gerits, die in augustus 50 wordt. Zijn voetbalverleden bleef beperkt tot die ene proeftraining bij Genk VV, de club waar de Broederschool waar hij les volgde een band mee had. Zijn grootouders baatten een hotel uit in Genk, Hotel des Artistes. Als kind woonde Erik Gerits, zoon van een vader die boekhouder was en een moeder die in het eerste leerjaar voor de klas stond, vaak de thuiswedstrijden van FC Winterslag bij. Hij zag in het stadion hoe Winterslag in 1981 aan de Noordlaan in de modder Arsenal klopte, maar een voetbalfanaat was hij op jonge leeftijd niet: 'Mijn vader overleed op mijn twaalfde. Ik had niemand die me elke zaterdag of zondag meetroonde naar het voetbal. Maar ik kende de spelers van Winterslag wel, Pierre Denier of Jean-Paul 'Tarzan' De Bruyne, de keeper.' Zijn oudste Genkherinnering was de 2-7-uitzege bij Zwarte Leeuw uit Rijkevorsel, op de laatste speeldag van de eindronde van tweede klasse in mei 1990. 'Er waren heel weinig kaarten beschikbaar voor die match voor de Genkse fans, en ik had er toch één kunnen bemachtigen. Genk won, en keerde terug naar eerste klasse.'
...

Een voetballer is niet verloren gegaan aan Genks nieuwe CEO Erik Gerits, die in augustus 50 wordt. Zijn voetbalverleden bleef beperkt tot die ene proeftraining bij Genk VV, de club waar de Broederschool waar hij les volgde een band mee had. Zijn grootouders baatten een hotel uit in Genk, Hotel des Artistes. Als kind woonde Erik Gerits, zoon van een vader die boekhouder was en een moeder die in het eerste leerjaar voor de klas stond, vaak de thuiswedstrijden van FC Winterslag bij. Hij zag in het stadion hoe Winterslag in 1981 aan de Noordlaan in de modder Arsenal klopte, maar een voetbalfanaat was hij op jonge leeftijd niet: 'Mijn vader overleed op mijn twaalfde. Ik had niemand die me elke zaterdag of zondag meetroonde naar het voetbal. Maar ik kende de spelers van Winterslag wel, Pierre Denier of Jean-Paul 'Tarzan' De Bruyne, de keeper.' Zijn oudste Genkherinnering was de 2-7-uitzege bij Zwarte Leeuw uit Rijkevorsel, op de laatste speeldag van de eindronde van tweede klasse in mei 1990. 'Er waren heel weinig kaarten beschikbaar voor die match voor de Genkse fans, en ik had er toch één kunnen bemachtigen. Genk won, en keerde terug naar eerste klasse.' Als Winterslagfan had hij warme noch koude gevoelens bij de fusie. 'Je voelde dat twee clubs op een zakdoek te veel was in eerste klasse. De eerste jaren was Genk vooral een liftploeg. Dat paste wel bij een mijnclub. ( lacht) Al gauw was bijna iedereen blauw.' Na zijn studies in de bedrijfscommunicatie wordt hem samen met een paar andere jonge mensen gevraagd om deel uit te maken van een Genkse denkgroep, op zoek naar nieuwe ideeën waar de fusieclub goed bij kan varen. Een ingeving van toenmalig voorzitter Remi Fagard. 'Het draaide vooral om beleving. Wat kan je doen om naast de wedstrijd amusement te bieden? De club stond daar voor open.' Eerst liep hij stage, daarna kreeg hij een proefcontract. De opstart van een carrière binnen een club waar hij weinig taken in het niet-sportieve organigram niet heeft vervuld. 'Aanvankelijk hadden ze iemand nodig voor de abonnementenverkoop, daarna deed ik de communicatie, was ik persverantwoordelijke, nog later directeur organisatie. Altijd hebben we hier aandacht besteed aan de beleving rond het veld. We lieten op die manier bijvoorbeeld veel beginnende Belgische groepen, van 2 Fabiola tot K3, twee nummers spelen in ons stadion. We organiseerden benjispringen of Dinner in the Sky tijdens een wedstrijd. Dat vind ik nog steeds heel belangrijk: hoe maken we het de supporter naar de zin, vanaf het moment dat hij thuis vertrekt tot wanneer hij hier weggaat? Dat is ook de uitdaging voor de komende jaren. Ooit haalden we 21.000 toeschouwers in dit stadion. Het potentieel is er, maar je moet dat elke keer weer verdienen. Vroeger stond Genk bij de aftrap bij wijze van spreken al met 1-0 voor, omdat dat publiek er meteen bovenop ging zitten. Nu is dat minder evident, door het toegenomen comfort en het besef dat je ook vijf minuten na de aftrap naar je zitje kan lopen, of thuis vanuit je zetel de wedstrijd bekijken.' De band met de supporters blijft een moeilijk thema in en rond Genk. ERIK GERITS: 'We zijn die band weer aan het aanhalen, nadat er een paar jaar een dip in dat contact is geweest. Dat vertrouwen moet weer opgebouwd worden, en dat begint met praten en luisteren. Dat heb ik altijd gedaan, ook toen die band verkild was. Ik ben ooit eens met vrouw en dochter naar een eetdag geweest waar ik niet meteen stond om te springen, gezien de relatie toen. Maar ik ben wél gegaan, en heb er met de mensen gepraat, al was mijn dochter bij wijze van spreken bang dat ze iets in ons eten zouden doen. Als club moet je proberen altijd rationeel te denken, niet emotioneel. Belangrijk is dat je altijd blijft praten, ook in moeilijke momenten. Het laatste wat je moet doen is je in je ivoren toren terugtrekken en boven de hoofden van je mensen praten. Ik probeer me altijd in de plaats te stellen van de fans die duizenden kilometer rijden of vliegen om in een of andere uithoek van Europa KRC Genk aan te moedigen. Als je daaraan denkt, kan je je makkelijker in hun situatie inleven, wat niet betekent dat de supporters hier het beleid bepalen. Maar je kan wel proberen om met elkaars verzuchtingen rekening te houden, en ze op zijn minst te kennen.' Zijn er clubs waar u jaloers op bent qua beleving, waar u iets kan van leren? GERITS: 'Jaloers niet, maar van Club Brugge kunnen we nog leren. Dat is een voorbeeld van een club die jarenlang geen prijs meer haalde, maar er toch slaagde om ook in die mindere seizoenen heel die aanhang trouw uit heel Vlaanderen naar het stadion in dat verre Brugge te krijgen. Dat lukt ons niet.' U bent nooit helemaal, maar een aantal jaar toch grotendeels weg geweest. Heeft uw politieke leven u iets geleerd? GERITS: 'Die vijf en een half jaar als schepen van Economie en Toerisme en Evenementen in Genk en die twee en een half jaar in de bestendige deputatie in de provincie hebben mijn horizon verbreed. Toen ik hier vertrok, was ik niet rijp voor de job die ik nu als CEO doe. Ik heb de voorbije jaren bijvoorbeeld moeten leren zwaar onderhandelen. Vaak was ik de minst slimme aan tafel, maar ik zorgde er wel altijd voor dat we met een resultaat naar huis konden. Mijn kwaliteit is het beste uit iedereen om me heen te halen. Ik ben niets zonder de anderen, ik heb de wijsheid van iedereen nodig. Ook hier. Maar na afloop zal ik wel de knopen doorhakken. We doen dit samen. KRC Genk, dat is wij. Zo wil ik me hier ook gedragen. Maar in feite ben ik hier nooit weg geweest. Ik heb de navelstreng met de club nooit verbroken.' Waarom niet? GERITS: 'Hier lag en ligt nog steeds mijn hart. Een paar dagen per week kwam ik na mijn politieke verplichtingen 's avonds op Genk, terwijl de meeste mensen op de club al weg waren. Op zo'n moment voelde ik me, hoe moe ook, altijd goed. Op Genk kwam ik thuis. Wij zijn, denk ik toch, anders dan de andere clubs in eerste klasse. Open. Wij willen als één club samen zijn.' U hebt niet lang moeten nadenken toen men u begin februari vroeg om Patrick Janssens op te volgen. GERITS: 'Nee. Ik vond het een hele eer.' Wat was het probleem bij KRC Genk toen? GERITS: 'Wanneer ik op de club rondliep, voelde ik dat een aantal mensen hier niet meer gelukkig waren. Mensen hebben een schouderklopje nodig.' Ook bij een professionele topclub? GERITS: 'Ook bij een professionele topclub. Ik probeer mensen aan te moedigen, op de juiste manier. Ik maak niet graag ruzie, omdat ik denk dat je op een andere manier veel meer kan bereiken. Met die aanpak heb ik al mijn stappen binnen deze club gezet, van stagiair tot CEO, altijd op een opbouwende manier. Een club is een ketting met veel schakels. Ik moet nagaan of schakels die kapot zijn of niet goed sluiten nog hersteld kunnen worden. 'Daarbij huldig ik twee principes. Het eerste is: alleen kan je snel gaan, maar samen ga je ver. En het tweede: omring je met de kennis die je zelf niet hebt. Wat niet betekent dat ik over me heen laat lopen. Als ik iets twee keer vraag, en ik stel vast dat het niet gebeurt, zal ik ingrijpen.' Genk is bijna uitsluitend FC Limburg. Is dat een vloek of een zegen? Is het een voldoende groot gebied of net te beperkt voor wat jullie willen zijn of worden? GERITS: 'Laten we eerst maar eens proberen het maximale uit Limburg te halen. Dat is nog niet gebeurd, vind ik. Ik zie nog veel potentieel hier. Kinderen van tien tot twaalf worden aangetrokken door een club. Waarom zou een jongen die bij Spouwen-Mopertingen speelt niet tegelijk supporter van Genk kunnen zijn? Daar zie ik nog winst. Een belangrijke opportuniteit is ook de jongeren van buitenlandse afkomst voor ons winnen. 'Ha, de man van Genk', hoor ik wel eens, als ik in een zaak kom waar jongeren met buitenlandse clubs dwepen. 'Je mag ook naar Genk komen', werp ik dan op, maar dan merk ik toch enige aarzeling.' Hoe denkt u dat aan te pakken? GERITS: 'Door met die mensen te gaan praten, en daaruit te leren wat we nog meer en beter kunnen doen.' Terwijl de club successen kenden, heeft de regio ook tegenslagen geïncasseerd op economisch vlak. GERITS: 'Ik heb als schepen de sluiting van Ford Genk meegemaakt. Maar de waarheid is dat de werkloosheidsgraad nu lager ligt dan met de sluiting van Ford. Toen was die impact op de provincie enorm. Op het hoogtepunt van de fabriek werkte er 13.000 man bij Ford, op het einde nog 6000, los van alle toeleveringsbedrijven. Genk had veel supporters bij Ford. Het jaar daarop hebben we dan ook de abonnementsprijzen verlaagd. Nu zien we dat de site van Ford stilaan weer bevolkt wordt door bedrijven, terwijl de oude sites van Renault in Vilvoorde en Opel in Antwerpen nog grotendeels braak liggen. Iedereen in Limburg, en in Vlaanderen, heeft de handen in elkaar geslagen om het probleem aan te pakken. We hebben dat samen gedaan.' Een van de werkpunten voor komend seizoen noemde de voorzitter het verhogen van de inkomsten. Kan dat nog binnen dit stadion? GERITS: 'Absoluut. Als we een aantal zaken moderniseren en het stadion vol zit, zit er op het budget nog een rek van 2,5 miljoen euro, maar dat volstaat niet naar de toekomst. Tot vijf jaar geleden hadden wij hét topstadion in België. Intussen hebben andere clubs ons bijgebeend, en zijn nog andere volop bezig. Ons doel is niet de capaciteit te verdubbelen, we zijn goed met 25.000 plaatsen, maar het verwachtingspatroon van de supporters is flink gestegen. Hier zijn meerdere opties, van verbouwen tot verhuizen. 'Belangrijk in een vernieuwd of nieuw stadion is dat je zo dicht mogelijk bij het veld zit, en dat je naast een perfecte service een goeie mobiliteit hebt. Wij beschikken van alle eersteklassers misschien wel over de meeste parkeerplaatsen, maar hebben niet de mobiliteit die daarbij past, waardoor iedereen hier moeiteloos geraakt en na de match weer vlot weg rijdt. Over al die zaken moeten we nadenken. Als schepen van Economie heb ik een ruim netwerk uitgebouwd, ook buiten de club. Dat is een troef. Ik kan mensen samenbrengen die niet denken vanuit het voetbal. Die komen soms met andere inzichten dan mensen die vanuit het voetbal reageren.' Opmerkelijk: we zijn nu al een hele tijd aan het praten, over stadionbeleving en comfort, maar over het sportief beleid en de transfers hebben we het nog niet gehad. Vindt u dat niet belangrijk als CEO? GERITS: 'Toch wel, ik volg dat samen met financieel directeur Filip Aerden nauwgezet op, maar we hebben een goeie scouting, een sterke sportief directeur. Het is niet mijn taak om te zeggen welk type speler we moeten halen. Ook daar omring ik me met de kennis die ik zelf niet heb.' Tot slot: wat heeft u het meest verbaasd in die 30 jaar Genk? GERITS: 'Dat deze club wel heel erg snel gegroeid is. Het ene jaar speel je nog voor 7000 man in tweede klasse, een paar jaar later is dat voor 21.000 man, al zakte dat nu weer terug naar 16.000. Maar het leerde ons wel wat hier mogelijk is, én ook hoe moeilijk het is om die aanhang te verankeren. Die betrokkenheid moeten we terug aanzwengelen.'