Zes keer konden Mons, OHL en Waasland-Beveren winnen tijdens de reguliere competitie. Dat komend weekend de eerste twee PO3 spelen en niet de ploeg van Bob Peeters heeft onder meer te maken met een betere organisatie: slechts 35 tegengoals in 30 matchen, dat is het op vier na beste resultaat van alle eersteklassers. Het is maar een van de opvallende vaststellingen als je de prestaties van de Waaslanders dit seizoen overloopt. Een andere is deze: sinds de aanstelling van Peeters als opvolger van Glen De Boeck begin november verloor de ploeg tot het einde van de reguliere competitie geen thuiswedstrijd meer. En een derde vaststelling: Waasland-Beveren moest de redding bewerkstelligen met in de slotfase duels tegen RC Genk, Zulte Waregem, Lokeren en Standard, vier deelnemers aan PO1. Het pakte daarin 6 op 12 en verloor niet één keer. Sterk werk, waardoor de trainer zijn durf om de boel over te nemen bekroond zag met een contractverlenging. Het volgende doel: het goed doen in PO2. Althans, dat is de ambitie van de clubleiding.
...

Zes keer konden Mons, OHL en Waasland-Beveren winnen tijdens de reguliere competitie. Dat komend weekend de eerste twee PO3 spelen en niet de ploeg van Bob Peeters heeft onder meer te maken met een betere organisatie: slechts 35 tegengoals in 30 matchen, dat is het op vier na beste resultaat van alle eersteklassers. Het is maar een van de opvallende vaststellingen als je de prestaties van de Waaslanders dit seizoen overloopt. Een andere is deze: sinds de aanstelling van Peeters als opvolger van Glen De Boeck begin november verloor de ploeg tot het einde van de reguliere competitie geen thuiswedstrijd meer. En een derde vaststelling: Waasland-Beveren moest de redding bewerkstelligen met in de slotfase duels tegen RC Genk, Zulte Waregem, Lokeren en Standard, vier deelnemers aan PO1. Het pakte daarin 6 op 12 en verloor niet één keer. Sterk werk, waardoor de trainer zijn durf om de boel over te nemen bekroond zag met een contractverlenging. Het volgende doel: het goed doen in PO2. Althans, dat is de ambitie van de clubleiding. Bob Peeters: "Ja. Het was een moeilijk verhaal. Iedereen benaderde het vrij negatief en veel mensen verklaarden mij een beetje gek toen ik overnam." "In een aantal gesprekken met mensen in en buiten de club kwam altijd terug dat er kwaliteit was, maar dat er niet echt een ploeg op het veld stond - wat logisch is als je twintig nieuwe spelers haalt. In het begin hebben ook wij wat moeten zoeken naar een systeem. Ik ben iemand die 4-3-3 wil spelen, maar als op een gegeven moment blijkt dat het niet werkt, of dat je er de spelers niet voor hebt, moet je wat anders doen." "Klopt, hij speelde op het einde 4-4-2 in een ruit, maar tijdens de individuele gesprekken had ik meegekregen dat de jongens zich daar niet zo prettig bij voelden en niet het gevoel hadden dat ze honderd procent wisten wat ze moesten doen. Wat ook logisch is, dat systeem is veel gecompliceerder dan een platte 4-4-2. Door daarnaar over te schakelen werd het wat gemakkelijker. Wat ik in het begin ook zag, was dat we een uur goed voetbalden en dan in elkaar zakten na een tegengoal. Op Gent creëerden we geen kans, op Anderlecht evenmin. Een goeie organisatie is vanuit het verdedigende óók kansen proberen te creëren. Na verloop van tijd zijn we dat beginnen te doen, omdat we vastigheid kregen. Na zoeken en proberen is vanaf de thuismatch tegen Lierse, waarin we wat verder borduurden op de wedstrijd in Mechelen na de rode kaart daar, alles in elkaar geklikt. Vervolgens hebben we vlak voor Nieuwjaar op Brugge vrij offensief gespeeld, gewonnen en toen hebben we gezegd: oké, hier houden we aan vast." "De spelers waren op dat moment al gewoon dat ze verloren. We zijn op een andere manier gaan trainen, ze hadden redelijk wat duurtraining gedaan, maar ik vond dat we moeilijkheden hadden als de tegenstander ging versnellen. Bij een tempo hoger konden we niet mee. Daarmee zijn we aan de slag gegaan, wat meer interval. Resultaat: na een aantal weken hadden we nog vijftien man over. De rest had last van hamstrings en liezen. Wij hebben toen gezegd: only the strong survive, want op dat moment moesten we er rekening mee houden dat het misschien weleens PO3 kon worden. We moesten dus zorgen dat iedereen op dat moment topfit was, want het kon nog een heel lang seizoen worden. Daarom trainden we elke week op twee dagen twee keer en waren de andere trainingen langer, om een bepaald ritme te krijgen. Op een gegeven moment ging het wel lonen, we hebben in de laatste twaalf wedstrijden maar één keer verloren. Op Oostende, ook door het weer en de staat van het veld." (knikt) "Ivan Trickovski en Robin Henkens hebben altijd wel getraind, maar Dalibor Veselinovic was een probleem. Op een gegeven moment zat die bij Beerschot zelfs in de B-kern, dan weet je dat die jongen mentaal en fysiek diep zit en dat hij die drie, vier maanden moet opbouwen. Dinsdagochtend was er een groepstraining en dinsdagnamiddag hebben we heel veel gebruikt voor individualisatie. De ene deed een gerichte duurloop, de andere liep in functie van vetverbranding, nog een andere deed aan rompstabilisatie. Iedereen moesten we binnen zijn eigen mogelijkheden op één punt krijgen. We hebben op training ook heel veel partijen gespeeld, om tot een blok te komen, een systeem. Ik vond dat ons blok te veel uit elkaar ging. Soms is voetbal zeer eenvoudig: als je een goal wilt maken, moet je hele blok, je hele ploeg, mee over de middellijn zijn. Dat blok zag je bij ons na verloop van tijd schuiven, heen en weer. Met simpele dingen hebben we dat nog eens herhaald." "Tuurlijk! Ik heb óók Pro License gedaan, toen ik nog trainer was van Cercle Brugge. Daar zag ik PowerPoints waarbij ik het gevoel kreeg dat ik nog nooit een training had gegeven. Zeer mooi, maar als je voor de groep staat, is het toch nog een tikkeltje anders. Wie op leven en dood strijdt, moet het hoofd van die jongens niet vol steken met systemen en linten en potjes en kegels. Dan moet je vanuit de basis voetballen en het is in de partijvormen dat je die moet creëren. Wat steeds terugkwam in individuele gesprekken was dat ze duidelijkheid wilden. Dus kregen ze die, ook op training. Mijn spelers wisten dikwijls vooraf wie er zou spelen. Omdat ik vind dat je twee spitsen op training ook elke dag samen moeten voetballen, die moeten weten wat de ander doet tijdens een eenvoudige partijvorm. Als je elke keer op training je ploeg dooreengooit, werkt dat niet. Mijn basis was vaak de vaste vier achterin tegen de twee spitsen. De verdediging samen, de middenvelders ook, net als de spitsen. Als je die duidelijkheid geeft, is het ook makkelijker om een antwoord te geven wanneer spelers je komen vragen waarom ze niet meedoen. Ik weet dat spelers hier dan buitengaan met een klotegevoel. Maar uiteindelijk hoort dat erbij, dat spelers ontgoocheld zijn." "Als je zeven op negen haalt en je voelt dat je bij momenten op Club Brugge goed voetbalt, moet je de jongens vertrouwen geven. Zet je dan de tent op haar kop en haal je er vijf bij, dan ben je niet goed bezig en geef je geen blijk van vertrouwen in je groep. Dat je er eerder op het seizoen al twintig had gehaald, was misschien een fout signaal. Dat was ook de boodschap die de jongens nu meekregen, zodra we gered waren: we hopen dat 80 tot 85 procent van de groep kan samenblijven. Al ben je bij de spelers die we hebben geleend wel afhankelijk van hun moederclub." "Ja, absoluut. De organisatie stond ook al voor mijn komst goed - ze hebben in het begin veel gelijkgespeeld - maar we creëerden te weinig kansen en als je je wilt redden, moet je dat net wél doen. Dat was de dunne lijn waarop we balanceerden, vanuit de organisatie ook kansen creëren. Dat hebben we gaandeweg fantastisch gedaan, met hoge druk en compact spel, waarbij de groep het gevoel had: wauw, zo kan het dus ook! Terwijl ik in het begin het gevoel had - en ik geef hier op niemand kritiek - dat we heel snel achteruit liepen. We hadden wedstrijden, ook thuis, waarin we de tegenstander het initiatief lieten, van in het begin. We liepen achteruit tot we een goal slikten en dan gingen we ineens vooruit voetballen. Dat vond ik heel raar. Dus zei ik: hou de druk hoog, durf met ruimte in je rug te voetballen, en als iedereen zijn job doet, wordt het moeilijk om je te pakken in de rug." "Neen, want daar zetten ze de deur open. Verdedigend heb ik veel meegenomen uit The Championship in Engeland. Niet de Premier League, want als je ziet hoe ze daar soms verdedigen... In tweede klasse is het anders. Je hebt uitzonderingen, maar meestal is het 0-0, 1-1, vanuit een compacte organisatie. En in balbezit durven ze te voetballen, kansen te creëren, snel in te spelen. Ook dat deden we op training, drie of twee keer raken. Met twee flankaanvallers en twee spitsen hebben de twee verdedigende middenvelders, die vooral ballen moesten afpakken, voldoende afspeelmogelijkheden." "Juist. Ook tegen Standard! Wij hadden vooraf Standard-Mechelen gezien. KV speelde daar in een verkapte 4-4-2, gaf eigenlijk niks weg, tot op een moment Mehdi Carcela met de bal opkomt en Mechelen met vier vooruit stapt, zonder druk op de bal. Ja, dan krijg je een lopende man in de rug en zoiets moet je Michy Batshuayi niet geven. Bij ons heeft hij één kans gekregen in de zestien, waar hij wegdraait op zijn kwaliteiten en trapt. Voor de rest zijn wij in onze rug niet gepakt. Mijn visie is: nooit buitenspel spelen zonder druk op de bal. Het gaat allemaal om linken. Geen goals tegen, dat begint bij spitsen die goed druk zetten en middenvelders die de problemen oplossen. Want hoe hoger je de problemen kunt oplossen, hoe minder je achterin onder druk staat. En daar hebben we mensen die de ballen kunnen wegkoppen. Het enige waar we problemen mee hadden, was als mensen uit positie moesten komen en doordekken. Dus hebben we gepoogd om zo compact mogelijk bij elkaar te blijven. En dan zie je, als je tegen Club Brugge op Jan Breydel je centrum gesloten kunt houden, dat er zelfs daar mogelijkheden zijn. Ook al omdat er toen geen Tom De Sutter op het veld stond. Op Anderlecht hadden we ook weinig zorgen, tot Aleksandar Mitrovic een voorzet binnenkopte. Tegen individuele kwaliteiten heb je niet altijd verweer." "Vanaf het moment dat het systeem op punt stond, hebben we altijd kansen gecreëerd. Maar wij hébben geen Batshuayi, Mitrovic of Harbaoui, die kunnen wij niet betalen. Geen enkele van de ploegen die onderin spelen, heeft een aanvaller die er twintig maakt. Vorig jaar had OHL dat wel, met Ibou, en ze zijn niet in de problemen gekomen. Als Veselinovic een heel jaar fit is, gaat hij wel zijn vijftien goals maken en ben je al een heel eind op weg. We gaan die proberen te houden, maar uiteindelijk zijn wij afhankelijk van anderen." "Toen ik hier aankwam, zeiden ze: we moeten ons redden. Nu het wat redelijk gaat, klinkt het: we willen ook in PO2 wat laten zien. Het is een mooie groep en dan spreekt de ambitie, maar uiteindelijk moet AA Gent PO2 winnen en wij kunnen het. Maar ik zou een heel slechte trainer zijn mocht ik nu mijn huiswerk niet maken en mijn rapport al niet klaar hebben - al zijn er hier en daar nog wat vraagtekens. Dan moet je nu speler X of Y de kans geven om te laten zien of het genoeg is of niet, onder druk. Niet dat we nu ineens een heel andere ploeg moeten opstellen, maar Gent gaat tegen ons spelen om te winnen en dan moet je zo'n gast toch wel eens kunnen brengen, zien of hij de druk aankan." "Ik heb het altijd menselijk benaderd, maar in het begin heb je nog het gevoel dat je als trainer wedstrijden kunt winnen. Je kunt als trainer nog altijd een organisatie neerzetten waarin mensen zich goed voelen en je kunt al ver komen met de basisafspraken, maar vroeger had ik het gevoel dat je tijdens de wedstrijden heel veel kon beïnvloeden. Maar uiteindelijk kun je dan alleen maar mensen helpen, geen resultaat beïnvloeden. Ik was vroeger ook een zeer slechte verliezer, iemand die de tegenstrever amper proficiat kon wensen. Ik kon ook moeilijk zeggen dat ze goed hadden gespeeld. Omdat ik inmiddels toch al redelijk wat verloren heb, word je daar nuchter in. Het is nu aan mij om mijn spelers te leren om snel over ontgoochelingen heen te stappen. Erna is er nog een wedstrijd. Ik ben iemand die zeer passioneel coacht, maar daarin ben ik ook veel rustiger geworden. Als dingen die vooraf zijn afgesproken niet worden uitgevoerd en ik zie dat twee, drie keer, dan ga ik nog in discussie, maar over het algemeen ben ik veel rustiger. Voor de beker kwamen we thuis tegen Lokeren 0-3 achter. Een bommetje op het veld, geen poot aan de grond. Wel, ik heb aan de rust rustig bijgestuurd, in een poging om te redden wat er te redden viel. Een paar jaar geleden was ik er los over gelopen en had ik misschien een paar spelers met de grond gelijkgemaakt. Ik heb spelers wel altijd in hun waarde gelaten, ook al kreeg ik veel stront over mijn kop. Omdat ik nooit het idee had dat ze me in de steek lieten. Nog altijd niet. Dus heb ik fouten gemaakt, want wij moeten ze voorbereiden op hun taak en ik stel ze op." "Ja. Na de wedstrijd zei ik vroeger altijd wat, nu ga ik vaak niet eens meer binnen. Ik zeg het liever de dag erna, na een nacht slapen en de beelden bekijken. Na ons gelijkspel tegen Lokeren op de voorlaatste speeldag waren de spelers teleurgesteld omdat Anderlecht in Leuven had verloren. Ik zei tegen hen: wat is het probleem? Wij hebben onze job toch gedaan en een punt in Lokeren gepakt. We winnen op Genk, spelen gelijk tegen Zulte Waregem en Lokeren. Ik zei: als we tegen Standard doen wat we al weken brengen, kunnen we niet verliezen. Een paar jaar geleden had ik misschien ook in de put gezeten, nu was ik al bezig met oplossingen en de mentale voorbereiding van de spelers. Vroeger zou ik meer de emotie van het moment gebruiken. Maar nu gaf ik hen zelfs twee dagen vrij. Ik was tevreden: in de derby een punt pakken, dan moet je tevreden zijn. En wat de tegenstrever dan doet, dat heb je niet in de hand. Ik wou ook in de laatste match niet weten wat er met Leuven gebeurde, maar oké, iedereen staat te springen en te zingen... Dan weet je het uiteraard." "Neen. Zo is het in de krant verschenen. 'In de Ghelamco Arena een keer winnen lijkt me wel leuk', heb ik geantwoord op de vraag wat ik van PO2 verwachtte. Achteraf dacht ik: misschien had ik dat beter niet gezegd. Maar het was niet gezegd uit revanche, absoluut niet. Ik heb nog steeds een heel goed contact met Michel Louwagie, Gunther Schepens en al die mensen. Ik heb over Gent nog nooit wat gezegd, tenzij dit: ik was er op het verkeerde moment op de verkeerde plaats. Heb ik daar spijt van? Neen. Maar ik denk nu wel: dat had ik op dat moment niet moeten doen. Ik had moeten weten dat ik mentaal en fysiek niet klaar was. Maar als Louwagie je belt, denk je: wauw, ik ga het eens laten zien! Daar had ik slimmer moeten zijn." DOOR PETER T'KINT - BEELDEN: CHRISTOPHE KETELS /BELGAIMAGE"Wie op leven en dood strijdt, moet het hoofd van die jongens niet vol steken met systemen en linten en potjes en kegels." "Hoe hoger op het veld je de problemen kunt oplossen, hoe minder je achterin onder druk staat."